Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:2539

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-05-2021
Datum publicatie
26-05-2021
Zaaknummer
AWB -21_2194
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Deze zaak gaat over de last onder dwangsom die de burgemeester aan verzoeker heeft opgelegd omdat hij zich niet aan de coronaregels zou houden. Het gaat over de coronaregels in artikel 58k en 58j van de Wet publieke gezondheid en artikel 2a.1 van de tijdelijke regeling maatregelen covid-19; de zorgplicht gelezen in samenhang met de mondkapjesplicht.

Partijen hebben op de zitting afspraken gemaakt. Verzoek toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 21/2194

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 mei 2021

in de zaak tussen


[A] , handelend onder de naam [kringloopwinkel], uit [plaats A] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M. de Jong),

en

de burgemeester van Oldebroek(gemachtigde: mr. F.A. Pommer).

Procesverloop

In het besluit van 8 april 2021 heeft de burgemeester aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd. Met het besluit van 13 april 2021 heeft de burgemeester een rectificatie in het besluit aangebracht.

Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden op een online zitting op 12 mei 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. De burgemeester is vertegenwoordigd door S. van der Wal, L. Ormel-Koomen en zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waarover gaat deze zaak?

1. Verzoeker exploiteert in [plaats B] de [kringloopwinkel] . Deze zaak gaat over de last onder dwangsom die de burgemeester aan verzoeker heeft opgelegd omdat hij zich niet aan de coronaregels zou houden. Het gaat over de coronaregels in artikel 58k en 58j van de Wet publieke gezondheid en artikel 2a.1 van de tijdelijke regeling maatregelen covid-19; de zorgplicht gelezen in samenhang met de mondkapjesplicht. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Wat is het besluit van de burgemeester?

2. Naar aanleiding van een melding is op 8 december 2020 een controle uitgevoerd in de kringloopwinkel. Tijdens deze controle is waargenomen dat zowel verzoeker als de medewerkers geen mondkapje droegen in de winkel en dat bij de ingang van de winkel een papier is opgehangen waarop staat ‘Waarom dragen wij geen mondkapje?’. Op dat papier zijn de volgens verzoeker schadelijke gevolgen van het gebruik van mondkapjes opgesomd.

2.1.

Volgens de burgemeester overtreedt verzoeker hiermee de zorgplicht uit artikel 58k van de Wet publieke gezondheid. Dit artikel is ingevoerd met de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.1 De burgemeester heeft verzoeker hierop aangesproken en verzoeker een mondelinge waarschuwing gegeven. Op 9 december 2020, 14 december 2020 en 6 april 2021 is tijdens een (her)controle geconstateerd dat verzoeker de overtredingen niet heeft beëindigd.
De burgemeester heeft een schriftelijke aanwijzing aan verzoeker gegeven op grond van artikel 58k, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid. De aanwijzing betekent dat verzoeker de volgende maatregelen moet treffen:

“1. het (laten) verwijderen en verwijderd houden van het papier op de toegang(sdeur) van uw winkel waarop staat dat er in de winkel geen mondkapjes worden gedragen, alsmede het achterwege laten van het (her)plaatsen van teksten of andere aanduidingen met een vergelijkbare strekking;

2. u wijst de in het publieke gedeelte van uw winkel aanwezige personen — waaronder begrepen bezoekers, klanten, medewerkers en/of vrijwilligers — op hun wettelijke verplichting een mondkapje te dragen. Dit kan bijvoorbeeld middels een papier bij de ingang waarop u bezoekers op de mondkapjesplicht in uw winkel wijst of bezoekers van uw winkel die geen mondkapje dragen hier op aan te spreken.”

2.2.

Als verzoeker deze maatregelen niet treft verbeurt hij een dwangsom van € 500 per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 5.000.2 Inmiddels heeft de burgemeester na het besluit tien keer gecontroleerd en geconstateerd dat verzoeker niet aan de schriftelijke aanwijzing heeft voldaan en dus de maximale dwangsom is verbeurd.

Wat is er op de zitting afgesproken?

3. Op de zitting is afgesproken dat verzoeker een extra papier zal ophangen waaruit blijkt dat in de kringloopwinkel de mondkapjesplicht geldt. Daarnaast zal hij het papier met de titel ‘Waarom dragen wij geen mondkapje?’ wijzigen zodat duidelijk wordt dat het gaat om een mening en dat op dat papier niet de geldende regels staan.

Verzoeker heeft op de zitting laten weten dat hij dit zal doen en de burgemeester heeft laten weten hiermee akkoord te gaan.

Welke voorziening wordt getroffen?

4. Om de hiervoor besproken afspraken te kunnen effectueren en ervoor te zorgen dat de last blijft gelden maar voorafgaand aan de afspraken op de zitting nog geen dwangsommen zijn verbeurd wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toe. Hij schorst daarom de schriftelijke aanwijzing onder 1 met terugwerkende kracht tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist, onder de voorwaarde dat verzoeker zoals afgesproken het betreffende papier wijzigt met een verduidelijking dat het gaat om een meningsuiting en daarnaast kenbaar maakt dat de mondkapjesplicht in de kringloopwinkel van verzoeker geldt.

De schriftelijke aanwijzing onder 2 schorst de voorzieningenrechter met terugwerkende kracht tot twee dagen na deze uitspraak, om te voorkomen dat eventuele dwangsommen in dat kader reeds zijn verbeurd. Beide schorsingen gaan in per datum van het bestreden besluit.

5. In bezwaar kunnen partijen nader overleggen over of en hoe het besluit in de beslissing op bezwaar moet worden gewijzigd of ingetrokken.

6. Omdat het verzoek wordt toegewezen veroordeelt de voorzieningenrechter de burgemeester in de proceskosten. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een verzoekschrift ingediend en heeft aan de online zitting van de voorzieningenrechter deelgenomen. Dat zijn twee handelingen met een waarde van € 534 per handeling. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.068.

6.1.

Ook moet de burgemeester het door verzoekers betaalde griffierecht betalen. Hierover merkt de voorzieningenrechter het volgende op. Verzoeker heeft € 360 griffierecht betaald. Dit had, nu verzoeker als natuurlijk persoon het verzoek heeft ingediend, € 181 moeten zijn.3 De griffier zal ervoor zorgdragen dat het teveel van € 179 aan verzoeker wordt teruggestort. De burgemeester moet aan verzoeker € 181 betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- schorst de schriftelijke aanwijzing onder 1 met terugwerkende kracht tot zes weken nadat op het bezwaar is beslist, onder de voorwaarde dat verzoeker zoals afgesproken het betreffende papier wijzigt met een verduidelijking dat het gaat om een meningsuiting en daarnaast kenbaar maakt dat de mondkapjesplicht in de kringloopwinkel van verzoeker geldt;

- schorst de schriftelijke aanwijzing onder 2 met terugwerkende kracht tot twee dagen na verzending van deze uitspraak;

- veroordeelt de burgemeester in de proceskosten van € 1.068;
- bepaalt dat de burgemeester het door verzoeker betaalde griffierecht van € 181 aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Tuk, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2021

De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

1 Staatsblad 2020, 441.

2 In het besluit van 8 april 2021 stond geschreven tienduizend euro. In het besluit van 13 april 2021 heeft burgemeester laten weten dat de maximale dwangsom vijfduizend euro bedraagt.

3 Artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht.