Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:2470

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-05-2021
Datum publicatie
18-05-2021
Zaaknummer
05/220600-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer van de rechtbank Gelderland heeft een (ex)-militair veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk, wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid (meermalen gepleegd).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/220600-20

Datum uitspraak : 17 mei 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsvrouw: mr. C.M.H. van Vliet, advocaat in 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 3 mei 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 mei 2020 te Sint Maarten, althans aan boord

van het marineschip Zr. Ms. Karel Doorman welke in de haven van Sint Maarten lag, door één of meer feitelijkheden, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) meermalen, althans eenmaal, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of

meer ontuchtige handelingen, die bestonden uit het betasten en/of aanraken en/of vastpakken

en/of strelen van hun/zijn billen en/of hun/zijn rug en/of hun/zijn nek, althans hun/zijn

lichaam en/of knijpen in hun/zijn billen, althans hun/zijn lichaam en bestaande die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte

- meermalen, althans eenmaal, dichtbij die [slachtoffer 1] is gaan staan en/of hem onverhoeds in beide billen heeft geknepen en/of

- onverhoeds zijn, verdachtes, hand, op de bil(len) van die [slachtoffer 2] heeft gelegd en/of gehouden en/of

- onverhoeds achter die [slachtoffer 3] is gaan staan en/of met beide handen die [slachtoffer 3] in de billen heeft geknepen en/of voorbij is gegaan aan zijn verbale en/of non-verbale signalen en/of fysieke handelingen van protest/weerstand en/of aan de waarschuwing van getuige [getuige 1] , die tegen verdachte heeft gezegd dat hij moest stoppen met het in de billen van [slachtoffer 3] knijpen omdat hetgeen hij, verdachte, deed ongewenst was.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 mei 2020 lag het marineschip de Zr. Ms. Karel Doorman in de haven van Sint Maarten. Zowel verdachte als aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] waren op het schip aanwezig.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Zij heeft allereerst aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte de aangevers op de tenlastegelegde wijze heeft aangeraakt. De verklaringen van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] worden niet ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier, terwijl de verklaringen van getuigen [getuige 2] en [getuige 1] onderling te zeer uiteenlopen voor een veroordeling. Daarnaast heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de tenlastegelegde handelingen niet gekwalificeerd kunnen worden als ontuchtige handelingen gezien de verhoudingen tussen betrokkenen, de context waarin de aanrakingen zouden hebben plaatsgevonden en het ontbreken van een seksuele intentie.

Beoordeling door de militaire kamer

Op de avond van 8 mei 2020 was er een afmeerborrel aan boord van het marineschip de Zr. Ms. Karel Doorman, die verspreid over verschillende verblijven plaatsvond. Aangever [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij aan de bar in het onderofficierenverblijf een biertje stond te drinken en dat verdachte voor langere tijd zijn hand op aangevers kont heeft gelegd. Verdachte legde zijn hand op aangevers rechterbil voor ongeveer 5 à 10 seconden. Het ging om één keer aanraken, over de kleding heen. [slachtoffer 2] heeft op dat moment niet gereageerd, maar heeft er later die avond met aangever [slachtoffer 1] over gepraat en zij moesten huilen om wat hen beiden overkomen was.3 Ook heeft [slachtoffer 2] zijn vriendin de volgende ochtend een WhatsAppbericht verstuurd over het gedrag van een navigatieofficier aan boord.4

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij aan de bar zat met aangever [slachtoffer 2] . Op enig moment kwam verdachte binnen en die begon aangever [slachtoffer 2] door zijn haren te strijken en over zijn rug te wrijven. [getuige 1] zag dat [slachtoffer 2] ontwijkende bewegingen maakte en [getuige 1] nam verdachte vervolgens apart om te zeggen dat hij ermee moest stoppen omdat hij zag dat [slachtoffer 2] er niet van gediend was. Na enkele minuten kwam verdachte terug en begon hij [slachtoffer 2] opnieuw op dezelfde manier aan te raken. [getuige 1] en [slachtoffer 2] gingen hierop naar buiten en laatstgenoemde was aangeslagen tijdens het gesprek. Tevens zag [getuige 1] dat aangever [slachtoffer 1] tranen in zijn ogen had, een rood gezicht had en naar adem hapte. [slachtoffer 1] was aangeslagen en was blijkbaar aangeraakt, net als aangever [slachtoffer 2] .5

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij aan de bar zat, naast [getuige 1] . Hij zag dat verdachte naar [slachtoffer 2] was gegaan en dat deze hem aan het vermijden was door dichter bij [getuige 1] te gaan zitten. Verdachte probeerde [slachtoffer 2] aandacht te trekken door over zijn hand te strelen en heeft hem daarna stevig bij zijn kont beetgepakt. [getuige 2] heeft gezien dat verdachte met zijn rechterhand de rechterbil van [slachtoffer 2] heeft aangeraakt. Later zag [getuige 2] [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] buiten. Hij zag dat zij erg overstuur waren en hij zag [slachtoffer 1] huilen. Beide aangevers waren boos, verdrietig en gefrustreerd.6

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij bij de bar stond in het matrozenverblijf en zag dat verdachte bij het einde van de bar stond. Vervolgens zag hij dat verdachte naar hem toeliep en hem in zijn kont kneep. Op het moment dat verdachte bij hem stond, voelde hij dat verdachte opnieuw in zijn kont kneep. Verdachte heeft aan de linker en rechter kant van [slachtoffer 1] kont geknepen en heeft aan zijn kont gezeten. Het ging om hard knijpen met meerdere vingers in beide billen en om de hand op de kont leggen en een paar seconden hard erop drukken. Verdachte heeft aangever in totaal drie keer aangeraakt. Dit duurde telkens 2 à 3 seconden en was op de kleding. Later op de avond heeft [slachtoffer 1] het aan [slachtoffer 2] verteld, en die zei dat het ook bij hem was gebeurd.7 [slachtoffer 1] heeft op het bericht van [getuige 2] in de WhatsAppgroep van de verbindingsdienst gereageerd dat verdachte niet alleen aan [slachtoffer 2] heeft gezeten.8

Aangever [slachtoffer 3] heeft verklaard dat hij verdachte aan de andere kant van de bar zag staan in het matrozenverblijf. Op een gegeven moment zag hij verdachte niet meer staan en toen voelde hij twee handen in zijn billen knijpen. Hij draaide zich vlug om en zag dat verdachte achter hem stond. [slachtoffer 3] vroeg wat verdachte aan het doen was en gaf aan dat hij niet wilde dat verdachte hem aanraakte. Vervolgens begon verdachte een gesprek over vliegen met drones, waarbij hij zijn hand in de nek van [slachtoffer 3] legde. [slachtoffer 3] sloeg de hand van verdachte weg en is weggelopen.9

De militaire kamer overweegt dat de verklaring van Aangever [slachtoffer 2] wordt ondersteund door die van [getuige 2] , die zag dat verdachte Aangever [slachtoffer 2] billen beet heeft gepakt en hierover op enig moment een WhatsAppbericht stuurde. Ook [getuige 1] zag dat verdachte [slachtoffer 2] aanraakte, dat laatstgenoemde ontwijkende bewegingen maakte en achtte het noodzakelijk om verdachte hierop aan te spreken. Buiten spraken [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] elkaar over wat hen beiden overkomen was en zij moesten beiden huilen. [getuige 1] en [getuige 2] zagen dat zij aangeslagen en overstuur waren. Gelet op de bewijsmiddelen en de voorgaande bewijsoverwegingen in onderling verband en samenhang bezien, is de militaire kamer van oordeel dat de verklaringen van aangevers en van getuigen [getuige 2] en [getuige 1] op essentiële punten overeenkomen. Alle aangevers hebben verklaard dat zij door verdachte zijn benaderd en onverhoeds zijn betast op een en dezelfde avond. De wijze waarop aangevers verklaren te zijn aangeraakt door verdachte komt bovendien in sterke mate overeen. Alle verdachten waren van het mannelijk geslacht, hadden de rang van matroos en waren (in rang) ondergeschikt aan verdachte. Aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren volgens getuigen ook zichtbaar emotioneel na het gebeurde. De militaire kamer acht de verklaringen van alle aangevers dan ook betrouwbaar en zal van de juistheid daarvan uitgaan

Naar het oordeel van de militaire kamer is er op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewijs dat verdachte aangever [slachtoffer 2] in zijn billen heeft geknepen. De aan dit bewezen geachte feit ten grondslag liggende bewijsmiddelen zal de militaire kamer bezigen als steunbewijs (in de vorm van zogenaamd schakelbewijs) ten aanzien van de feiten die verdachte met betrekking tot aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] ten laste zijn gelegd. Hierbij acht de militaire kamer met name de context van belang waarin de tenlastegelegde gedragingen hebben plaatsgevonden. Alle aangevers zijn in relatief kort tijdsbestek tijdens een afmeerborrel op een zelfde wijze benaderd door verdachte, waarbij sprake was van een gelijksoortige modus operandi van verdachte. Over de band van het schakelbewijs is ook ten aanzien van de op aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] ten laste gelegde feiten voldaan aan het wettelijk bewijsminimumvereiste als bedoeld in art. 342 lid 2 Sv en worden ook deze gedragingen wettig en overtuigend bewezen geacht.

De vragen die de militaire kamer vervolgens moet beantwoorden is of er sprake is van ontuchtige handelingen en of aangevers werden gedwongen om deze handelingen te dulden.

De militaire kamer stelt daartoe voorop dat uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie volgt dat een ontuchtige handeling, zoals bedoeld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht, een handeling is van seksuele aard die in strijd is met een sociaal-ethische norm. De beoordeling of een handeling als zodanig kan worden aangemerkt, hangt af van de aard van de gedraging en de omstandigheden van het geval, waarbij ook de intentie van de verdachte een rol kan spelen.

De militaire kamer overweegt dat de aanrakingen van de nek, de rug of het hoofd niet aangemerkt kunnen worden als ontuchtige handelingen. Hieraan ontbreekt de seksuele aard en strijd met een sociaal-ethische norm. Dat ligt anders voor wat betreft het aanraken van de bil(len) van aangevers. De militaire kamer kwalificeert de door verdachte verrichte handelingen, te weten het knijpen in en leggen van de handen op de billen van aangevers, als ontuchtig. Daarbij heeft de militaire kamer in aanmerking genomen de omstandigheden waaronder de handelingen zijn verricht. De verdachte heeft aangevers (meerdere keren) in de billen geknepen of zijn handen op hun billen gelegd voor enige tijd. Er was, zo blijkt uit alle drie de aangiftes, geenszins sprake van vluchtig aanraken. De handelingen door verdachte zijn volkomen onverwacht en onverhoeds verricht. Aangevers werden hierdoor gedwongen om de handelingen te dulden en zij hebben alle drie verklaard dat dit tegen hun zin in was. [slachtoffer 3] heeft verdachte hierop aangesproken, [slachtoffer 1] is verder weg gaan staan zodat het niet nog een keer zou kunnen gebeuren en [slachtoffer 2] maakte zodanig ontwijkende bewegingen dat [getuige 1] zich geroepen voelde om verdachte apart te nemen en te zeggen dat hij ermee moest stoppen omdat [slachtoffer 2] er niet van gediend was. Hieruit, mede gezien het feit dat aangevers in rang ondergeschikt waren aan verdachte, leidt de militaire kamer af dat van louter amicale aanrakingen zonder enige bijbedoeling geen sprake is geweest. Het onder de genoemde omstandigheden betasten en/of knijpen in billen, een lichaamsdeel dat in seksueel opzicht niet geheel betekenisloos is, heeft naar het oordeel van de militaire kamer onmiskenbaar een seksuele lading. Aldus heeft de verdachte seksuele handelingen verricht die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het verweer van de raadsvrouw, dat de tenlastegelegde handelingen niet gekwalificeerd kunnen worden als ontuchtige handelingen, wordt daarmee verworpen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 mei 2020 te Sint Maarten, althans aan boord

van het marineschip Zr. Ms. Karel Doorman welke in de haven van Sint Maarten lag, door één of meer feitelijkheden, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) meermalen, althans eenmaal, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of

meer ontuchtige handelingen, die bestonden uit het betasten en/of aanraken en/of vastpakken

en/of strelen van hun/zijn billen en/of hun/zijn rug en/of hun/zijn nek, althans hun/zijn

lichaam en/of knijpen in hun/zijn billen, althans hun/zijn lichaam en bestaande die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte

- meermalen, althans eenmaal, dichtbij die [slachtoffer 1] is gaan staan en/of hem onverhoeds in beide billen heeft geknepen en/of

- onverhoeds zijn, verdachtes, hand, op de bil(len) van die [slachtoffer 2] heeft gelegd en/of gehouden en/of

- onverhoeds achter die [slachtoffer 3] is gaan staan en/of met beide handen die [slachtoffer 3] in de billen heeft geknepen en/of voorbij is gegaan aan zijn verbale en/of non-verbale signalen en/of fysieke handelingen van protest/weerstand en/of aan de waarschuwing van getuige [getuige 1] , die tegen verdachte heeft gezegd dat hij moest stoppen met het in de billen van [slachtoffer 3] knijpen omdat hetgeen hij, verdachte, deed ongewenst was.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Dit betreft de, ter terechtzitting ter sprake gekomen, kennelijke verschrijving van de naam van de in de tenlastelegging genoemde getuige.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 40 uren, te vervangen door 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, gelet op het tot vrijspraak strekkende verweer, geen strafmaatverweer gevoerd.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen dat verdachte zich op één avond heeft schuldig gemaakt aan seksuele aanranding van meerdere slachtoffers. Bovendien heeft verdachte het feit gepleegd als (destijds) luitenant ter zee der 2e klasse oudste categorie tegen drie matrozen, jegens wie hij uit hoofde van functie en/of rang in een bepaalde machtspositie stond. Verdachte had zich moeten realiseren dat dergelijk gedrag ontoelaatbaar is en dat juist hij als leidinggevende en als officier verantwoordelijk is voor het creëren van een veilige werkomgeving. Dergelijk gedrag kan negatieve gevolgen hebben voor de werksfeer aan boord van het schip en het functioneren van de desbetreffende eenheid. Daarnaast gaat het om kwalijke feiten omdat zij het aanzien van de krijgsmacht in het algemeen op ernstige wijze schaden.

De militaire kamer houdt er in het voordeel van verdachte rekening mee dat het voorval reeds grote gevolgen heeft gehad voor hem. Hij is namelijk ontslagen door Defensie na een loopbaan van 15 jaren. Verder heeft wat zich heeft afgespeeld op de Zr. Ms. Karel Doorman veel aandacht gekregen in de media, waarbij verdachte bij naam en functie werd genoemd. Daarnaast blijkt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

De eis van de officier van justitie doet naar het oordeel van de militaire kamer geen recht aan de verwijtbaarheid en de ernst van de door verdachte gepleegde feiten. De militaire kamer zal dan ook een deels onvoorwaardelijke taakstraf opleggen en van langere duur dan gevorderd. Alles afwegende acht de militaire kamer een taakstraf van 60 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De militaire kamer:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf van 60 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

• bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 40 uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings (voorzitter) en mr. G.W.B. Heijmans, rechters, en Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Taekema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 mei 2021.

Kolonel mr. Van de Sande en mr. Taekema

zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaalnummer 20082709507329, gesloten op 27 augustus 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 112-116.

3 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 2] , p. 21-24.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 29.

5 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 44-47.

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 50-53.

7 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 1] , p. 11-15.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 60 en 75.

9 Het proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer 3] , p. 38-40