Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:2389

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
18-05-2021
Zaaknummer
C/05/386599 / KZ ZA 21-61
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding. Eiser vordert van gemeente teruggave van goederen die onder bestuursdwang zijn afgevoerd van zijn perceel. Voorzieningenrechter wijst de vordering toe omdat gemeente ook zaken heeft verwijderd die niet staan in het besluit tot bestuursdwang,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/386599 / KZ ZA 21-61

Vonnis in kort geding van 12 mei 2021

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. E. Beele te Tilburg,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BRONCKHORST,

zetelend te Hengelo (Gld),

gedaagde,

advocaat mr. R.C.K. van Andel te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en Gemeente Bronckhorst genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, uitgebracht d.d. 19 april 2021

  • -

    de brief van Gemeente Bronckhorst d.d. 23 april 2021 inclusief producties

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 28 april 2021

  • -

    de pleitnota van [eisende partij]

  • -

    de pleitnota van Gemeente Bronckhorst.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij] drijft onder de handelsnaam “ [handelsnaam] ” als eenmanszaak een onderneming gericht op landschapsverzorging en de verkoop van gewassen. De onderneming van [eisende partij] is sinds 2015 gevestigd op het perceel met kadastrale aanduiding

[kadastrale gegevens] (hierna: “het perceel”).

2.2.

In 2019 en 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Bronckhorst (hierna: “het college”) verzoeken om handhaving ontvangen voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan op het perceel. Kort gezegd kwamen deze activiteiten erop neer dat [eisende partij] op het perceel allerlei goederen opgeslagen hield.

2.3.

Na controles en gesprekken met [eisende partij] heeft het college van Gemeente Bronckhorst een handhavingstraject gestart. Daarbij is een last onder dwangsom aan [eisende partij] opgelegd. Tegen dit besluit is [eisende partij] in bezwaar gegaan. Ten tijde van de mondelinge behandeling van dit kort geding was er nog niet op dit bezwaar beslist.

2.4.

Bij besluit van 8 februari 2021 heeft het college van Gemeente Bronckhorst een last onder bestuursdwang aan [eisende partij] opgelegd (hierna: “het besluit”). Gemeente Bronckhorst heeft het besluit per aangetekende brief aan [eisende partij] verzonden, maar [eisende partij] heeft de brief niet opgehaald. Het besluit luidt, voor zover relevant:

“(…) Tijdens ons bezoek hebben wij geconstateerd dat er nog steeds her en der goederen op het terrein geplaatst zijn, denk aan opslag van stenen, containers, caravans etc. (…)

De opslag van materialen, de bouw en het stallen van goederen is in strijd met het bestemmingsplan. (…)

In eerste instantie willen u zelf in de gelegenheid stellen om zorg te dragen voor het ongedaan maken van de genoemde overtredingen. Aangezien het feit dat de last onder dwangsom u niet voldoende hebben bewogen zijn wij genoodzaakt om bestuursdwang toe te passen.

De last onder bestuursdwang houdt in: verwijderen van caravan, containers, opslag van materialen, puin, bedrijfsafval, bestrating, waterreservoir, tegels/klinkers. U krijgt hiervoor nog 1 maand de tijd om zelf op te ruimen. Concreet betekent dit dat u voor 7 maart 2021 alles verwijderd moet hebben.

(…)

Als u deze acties niet zelf uitvoert zijn wij genoodzaakt om na 7 maart 2021 de caravan, containers, opslag van materialen, puin, bestrating en tegels/klinkers te verwijderen. De kosten die hiermee gepaard gaan zullen op u verhaald worden. (…)”

2.5.

[eisende partij] is niet in bezwaar gegaan tegen het besluit.

2.6.

Op 31 maart 2021 heeft Gemeente Bronckhorst bestuursdwang toegepast. Daarbij zijn diverse goederen van het perceel verwijderd.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij] vordert dat de voorzieningenrechter, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Gemeente Bronckhorst veroordeelt om binnen achtenveertig uur na betekening van dit vonnis over te gaan tot teruggave van de inbeslaggenomen machines en materialen, zulks op straffe van een dwangsom van € 25.000,- per dag dat Gemeente Bronckhorst niet aan deze veroordeling voldoet, zulks met een maximum van

€ 500.000,- althans een zodanig bedrag als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

2. Gemeente Bronckhorst veroordeelt in de kosten van dit kort geding, inclusief de na de uitspraak nog vallende (na)kosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis – en voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten, te rekenen vanaf bedoelde termijn tot de algehele voldoening.

3.2.

Ter onderbouwing van zijn vorderingen stelt [eisende partij] het volgende. Gemeente Bronckhorst heeft zaken van het perceel verwijderd die niet onder de last onder bestuursdwang vallen. Dat is onrechtmatig. [eisende partij] lijdt hierdoor schade. [eisende partij] heeft er spoedeisend belang bij dat hij de zaken terugkrijgt die Gemeente Bronckhorst onrechtmatig van zijn perceel heeft verwijderd.

3.3.

Gemeente Bronckhorst voert als volgt verweer. De last onder bestuursdwang is rechtmatig uitgeoefend. Er zijn geen zaken van het perceel verwijderd die niet onder de last onder bestuursdwang vallen. [eisende partij] heeft onvoldoende gespecificeerd om welke zaken het gaat. Gemeente Bronckhorst concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met veroordeling van [eisende partij] in de proces- en nakosten vermeerderd met de wettelijke rente.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In dit kort geding ligt ter beoordeling voor of Gemeente Bronckhorst bij het uitoefenen van de bestuursdwang zaken van het perceel van [eisende partij] heeft verwijderd die niet vallen onder het besluit van 8 februari 2021.

rechtmatigheid bestuursdwang

4.2.

Uitgegaan zal worden van de rechtmatigheid van de bestuursdwang. Vast staat immers dat [eisende partij] niet in bezwaar is gegaan tegen het besluit van 8 februari 2021. Ook staat vast dat de bezwaartermijn voor dit besluit is verstreken. Daarmee is de last onder bestuursdwang onherroepelijk geworden.

meegenomen zaken

4.3.

[eisende partij] heeft aangevoerd dat Gemeente Bronckhorst zaken van het perceel heeft laten verwijderen die niet onder de bestuursdwang vallen. Volgens [eisende partij] heeft Gemeente Bronckhorst daarmee onrechtmatig gehandeld.

4.4.

Gemeente Bronckhorst heeft daar onder meer tegenin gebracht dat [eisende partij] onvoldoende heeft gespecificeerd om welke zaken het precies gaat. Volgens Gemeente Bronckhorst moeten de vorderingen van [eisende partij] om die reden worden afgewezen.

4.5.

Ter mondelinge behandeling heeft [eisende partij] echter aan de hand van de als productie 14 overgelegde lijst opgesomd welke zaken volgens hem niet onder de bestuursdwang vallen, maar toch door Gemeente Bronckhorst zijn verwijderd. Daarmee faalt op voorhand het verweer van Gemeente Bronckhorst dat [eisende partij] onvoldoende zou hebben gespecificeerd om welke zaken het gaat.

4.6.

Overwogen wordt dat [eisende partij] op grond van het besluit van 8 februari 2021 de volgende zaken van zijn perceel moest verwijderen:

“(…) caravan, containers, opslag van materialen, puin, bedrijfsafval, bestrating, waterreservoir, tegels/klinkers (…)”

4.7.

[eisende partij] heeft aan de hand van de door hem als productie 14 overgelegde lijst aangevoerd dat Gemeente Bronckhorst alle zaken van zijn perceel heeft verwijderd. Volgens [eisende partij] zijn ook zaken verwijderd die niet vallen onder de hiervoor geciteerde opsomming uit het besluit van 8 februari 2021.

4.8.

Gemeente Bronckhorst heeft op zichzelf niet betwist dat zij zaken heeft laten verwijderen anders dan de hiervoor geciteerde opsomming. Gemeente Bronckhorst heeft ter mondelinge behandeling aangeboden dat [eisende partij] die zaken mag komen ophalen.

4.9.

Geoordeeld wordt echter dat Gemeente Bronckhorst die zaken naar [eisende partij] behoort te brengen. Als onweersproken staat immers vast dat Gemeente Bronckhorst de door [eisende partij] opgesomde zaken van het perceel heeft laten verwijderen. Ook staat vast dat deze zaken niet vallen onder de omschrijving uit het besluit van 8 februari 2021. Dat maakt dat Gemeente Bronckhorst deze zaken zonder rechtsgrond of titel heeft laten verwijderen van het perceel van [eisende partij] . Gemeente Bronckhorst zal daarom worden veroordeeld om de zaken, genoemd in het dictum van dit vonnis, aan [eisende partij] terug te geven.

4.10.

Gemeente Bronckhorst heeft zich nog verweerd door aan te voeren dat [eisende partij] ook teruggave vordert van de inhoud van de container die zich op het perceel bevond. Die container staat wel genoemd in het besluit van 8 februari 2021 en valt dus onder de bestuursdwang, aldus Gemeente Bronckhorst. Volgens Gemeente Bronckhorst mocht zij om die reden de container – inclusief de inhoud daarvan – verwijderen bij het uitoefenen van de bestuursdwang. Tot de inhoud van de container behoort onder meer een zaaimachine en een frees.

4.11.

[eisende partij] heeft daarentegen aangevoerd dat enkel de container zelf onder de bestuursdwang valt. De inhoud van de container valt daar volgens [eisende partij] buiten. [eisende partij] heeft aangevoerd dat hij de inhoud van de container – waardevolle machines zoals een frees en zaaimachine – nodig heeft voor de uitoefening van zijn bedrijf.

4.12.

Geoordeeld wordt dat het verweer van Gemeente Bronckhorst op dit punt faalt. Indien Gemeente Bronckhorst had willen beogen om niet alleen de container zelf, maar ook de volledige inhoud daarvan af te voeren, dan had zij dat met zoveel woorden aan [eisende partij] duidelijk moeten maken in het besluit van 8 februari 2021. Door dat niet te doen heeft Gemeente Bronckhorst onduidelijkheid gecreëerd over de vraag wat nu precies onder de bestuursdwang valt en dat is in strijd met de vereiste rechtszekerheid. Bovendien noopt een afweging van de wederzijdse belangen ertoe dat Gemeente Bronckhorst de inhoud van de container aan [eisende partij] terug moet geven. [eisende partij] heeft immers onweersproken aangevoerd dat de frees en de zaaimachine onmisbaar zijn voor zijn bedrijfsvoering.

proceskosten

4.13.

Gemeente Bronckhorst zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisende partij] worden begroot op:

- betekening oproeping € 85,81

- griffierecht 309,00

- salaris advocaat 1.016,00

Totaal € 1.410,81

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Gemeente Bronckhorst om binnen achtenveertig uur na betekening van dit vonnis over te gaan tot teruggave van de hiernavolgende inbeslaggenomen machines en materialen:

  1. waterbuizen met sproeinippels;

  2. waterslangen;

  3. een puincontainer;

  4. drie watertanks met toebehoren;

  5. twee waterpompen;

  6. een zaaimachine Hydroair;

  7. een landeg;

  8. een ploeg;

  9. een frees;

  10. de inhoud van de materiaalcontainer (en dus niet de materiaalcontainer zelf), bestaande uit gereedschap en houtmateriaal;

  11. een kerstboomhoesapparaat;

  12. een set winterbanden met velgen;

  13. twintig sproeiers op standaard;

  14. vier sproeiers op driepoot;

  15. een kiepaanhanger Henra;

  16. een materiaalhanger Saris;

  17. een aanhanger Pijnappel;

  18. een kantinewagen;

  19. vier kruiwagens.

5.2.

veroordeelt Gemeente Bronckhorst om aan [eisende partij] een dwangsom te betalen van € 2.500,00 (zegge: tweeduizend en vijfhonderd euro) voor iedere dag dat zij niet aan de hiervoor uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 50.000,00 (zegge: vijftigduizend euro) is bereikt,

5.3.

veroordeelt Gemeente Bronckhorst in de proceskosten, aan de zijde van [eisende partij] tot op heden begroot op € 1.410,81, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt Gemeente Bronckhorst in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Gemeente Bronckhorst niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2021.

eh/pb