Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:2345

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
24-05-2021
Zaaknummer
8820941
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Huur vakantiehuis. Corona. Onvoorziene omstandigheden of contractrisico huurder?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 8820941 \ CV EXPL 20-9673 \ 42693 \ 32568

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats] , [land]

eisende partij

gemachtigde mr. A.H.M. Bouwmeister

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

gemachtigde mr. E.T. de Jong

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het Europees betalingsbevel van 1 juli 2020

- het verweerschrift van 29 juli 2020

- de verwijzingsbeschikking van 2 september 2020 van de Rechtbank Den Haag

- de mondelinge conclusie van antwoord met aanvullende producties

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek met een productie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 4 september 2019 heeft [eiser] bij [gedaagde] de accommodatie [naam accommodatie] (hierna: het vakantiehuis) voor tien personen gereserveerd voor de periode van 3 april 2020 tot 10 april 2020.

2.2.

Op enig moment heeft [gedaagde] aan [eiser] algemene voorwaarden in het Nederlands en in het Duits verzonden. In de (Nederlandse versie van de) algemene voorwaarden staat onder meer:

10 Annuleringskosten

In geval van annulering van een reservering is huurder annuleringskosten verschuldigd volgens de hierna volgende staffel:

Annulering 2 maanden voor aanvangsdatum: 30% van de totale prijs

Annulering tussen 8 en 6 weken voor de aanvangsdatum: 40% van de totale prijs

Annulering tussen 6 en 0 weken voor de aanvangsdatum: 100% van de totale prijs.

U kunt zich tegen risico’s verzekeren door zelf een annuleringsverzekering af te sluiten. Indien u binnen 24 uur na de overeengekomen aanvangsdatum zonder nadere kennisgeving niet bent gearriveerd, wordt dit beschouwd als een annulering.

(…)

12 Overmacht en wijzigingen

In het geval verhuurder al dan niet tijdelijk niet in staat is om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk uit te voeren door overmacht, zal u binnen 14 dagen nadat zij kennis heeft gekregen van de onmogelijkheid de overeenkomst na te komen, een wijzigingsvoorstel voorleggen voor een andere optie.

Overmacht aan de zijde van verhuurder bestaat indien de uitvoering van de overeenkomst geheel of gedeeltelijk, al dan niet tijdelijk wordt verhinderd door omstandigheden gelegen buiten de wil van de verhuurder, daaronder mede begrepen oorlogsgevaar, blokkades, brand, overstromingen en andere storingen of gebeurtenissen.

U bent gerechtigd het wijzigingsvoorstel af te wijzen. Indien u het wijzigingsvoorstel afwijst, dient u dit binnen 14 dagen na ontvangst van het wijzigingsvoorstel kenbaar te maken. In dat geval heeft verhuurder het recht de overeenkomst met onmiddellijke ingang te ontbinden. U heeft dan recht op kwijtschelding en/of teruggave van (het reeds betaalde deel van) de prijs. Verhuurder zal alsdan niet gehouden zijn tot vergoeding van enige schade.

2.3.

[gedaagde] heeft bij e-mail van 29 februari 2020 aan [eiser] bevestigd dat hij het volledige bedrag van € 1.628,40 (waarvan € 228,40 aan borg en toeristenbelasting) heeft ontvangen.

2.4.

Op 16 maart 2020 is het ‘Besluit van de voorzitter van de veiligheidsregio Fryslan houdende voorschriften ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus/COVID-19 (Noodverordening COVID-19 VRF)’ gepubliceerd op de website van de veiligheidsregio Fryslân (hierna: het Besluit). In dit besluit staat onder meer:

Artikel 1. Werkingssfeer

Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeenten die behoren tot de veiligheidsregio Fryslan, te weten (…) en Schiermonnikoog.

Artikel 2. Verboden

1. Het is verboden om openbare samenkomsten en vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, samenkomsten in voor het publiek toegankelijke gebouwen en bijbehorende erven en samenkomsten in besloten sfeer te laten plaatsvinden, te (laten) organiseren dan wel te laten ontstaan waar meer dan honderd personen gelijktijdig samenkomen, dan wel aan dergelijke samenkomsten deel te nemen. Dit verbod is niet van toepassing op de dagelijkse gang van zaken in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende erven van overheidsinstellingen en zorginstellingen.

2. Het is verboden om een van de volgende inrichtingen geopend te houden:

a. inrichtingen waar ter plaatse eten of drinken wordt verkocht en genuttigd (eet- en drinkgelegenheden), met uitzondering van inrichtingen in bedrijven die niet voor het publiek toegankelijk zijn (bedrijfskantines en bedrijfscatering) en inrichtingen in hotels ten behoeve van de hotelgasten;

b. sport- en fitnessclubs (sportaccommodaties en sportinrichtingen), waaronder zwembaden, sporthallen en sportvelden;

c. sauna's;

d. inrichtingen waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of bedrijfsmatig vertoningen van erotisch-pornografische aard worden aangeboden;

e. coffeeshops, behalve voor zover uitsluitend sprake is van de verkoop, aflevering of verstrekking van softdrugs (afhaalfunctie).

(…)

Artikel 5. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt onmiddellijk na de bekendmaking in werking.

2.5.

Op 17 maart 2020 is op de website van de veiligheidsregio Fryslân een brief van de burgermeesters van de Waddeneilanden geplaatst. In de brief staat onder meer:

De burgemeesters van de Waddeneilanden roepen potentiële gasten op de komende weken zoveel mogelijk thuis te blijven. Alle horeca is immers gesloten, het gezamenlijk reizen op de boot wordt afgeraden en de medische voorzieningen op de eilanden moeten niet onnodig op de proef worden gesteld.

(…)

Onze gasten zijn onder normale omstandigheden altijd van harte welkom. Maar in deze bijzondere periode is dat plotseling wat lastiger. Net als in de rest van Nederland zijn de meeste van onze voorzieningen gesloten en moet afstand tot elkaar gehouden worden. Het is dus nu niet de meest ideale tijd om de Wadden te bezoeken. Het aantal gasten dat met de boot naar de eilanden komt is de afgelopen dagen al sterk gedaald. Toch roepen wij, in het verlengde van de oproep van de regering, bij monde van onze premier, en het RIVM, toeristen op de komende weken zoveel mogelijk thuis te blijven. Dit doen wij om risico’s voor eilanders en gasten zoveel als mogelijk te beperken.

2.6.

Op 17 maart 2020 heeft [eiser] een e-mail aan [gedaagde] verstuurd waarin hij aangeeft dat hij op grond van het coronavirus heeft besloten niet naar Nederland te gaan reizen. Hij verzoekt ook om terugbetaling van de huursom.

2.7.

Op 17 maart 2020 heeft [gedaagde] geantwoord dat het [eiser] vrijstaat om te komen. Zij verwijst daarbij naar een ‘update’ van het VVV waarin staat dat toeristen naar Schiermonnikoog kunnen komen.

2.8.

Op 23 maart 2020 is een nieuwsbericht op de website van de Rijksoverheid geplaatst. In dit bericht staat onder meer:

Aangescherpte maatregelen om het coronavirus onder controle te krijgen

(…)

Maandag 23 maart heeft het kabinet aanvullende maatregelen genomen in de aanpak van het coronavirus. Minister-president Rutte en de ministers De Jonge, Grapperhaus en Van Rijn lichtten de maatregelen (gebaseerd op advies van het RIVM) maandag 23 maart 2020 toe tijdens een persbijeenkomst.

De aangescherpte en nieuwe maatregelen zijn:

Blijf zoveel mogelijk thuis. Ga alleen naar buiten voor werk wanneer u niet thuis kunt werken, voor boodschappen, of om voor anderen te zorgen. Een frisse neus halen kan, maar doe dit niet in een groep. Houd altijd afstand van anderen (minimaal 1,5 meter) en vermijd sociale activiteiten en groepen mensen. Ook thuis: maximaal drie mensen op bezoek en hou ook dan afstand tot elkaar.

(…)

Op locaties zoals vakantieparken gaat gelden dat men maatregelen moet treffen om mensen 1,5 meter afstand te laten houden. Als men hiertoe niet in staat is dan mogen gemeenten deze locaties sluiten.

Burgemeesters kunnen gebieden aanwijzen waar groepsvorming verboden is. Het kan gaan om parken, stranden of wijken. Bij groepen van 3 of meer die geen anderhalve meter afstand houden, wordt gehandhaafd. Personen in hetzelfde huishouden, zoals gezinnen, en kinderen zijn hiervan uitgezonderd.

(…)

De bestaande maatregelen wil de overheid ook beter kunnen handhaven. Daarom krijgen burgemeesters de mogelijkheid om via een noodverordening makkelijker en sneller op te kunnen treden. Burgemeesters kunnen specifieke locaties sluiten, zoals parken, stranden en campings. Er kunnen ook boetes worden opgelegd.

2.9.

Na verdere correspondentie heeft [eiser] op 26 maart 2020 een e-mail aan [gedaagde] verstuurd waarin hij nogmaals aangeeft dat van hem niet kan worden verwacht om naar het vakantiehuis te komen. [eiser] vraagt aan [gedaagde] om een regeling te treffen.

2.10.

Op 26 maart 2020 heeft [gedaagde] geantwoord dat zij [eiser] niet tegemoet kan komen.

2.11.

Op 30 maart 2020 heeft [eiser] een brief aan [gedaagde] verstuurd. In de brief staat onder meer:

Nach mehrmaligen Versuchen per Mail eine gütliche Einigung zu erreichen, übersende ich Ihnen heute meine schriftliche Stornierung wegen höherer Gewalt gem. 11 AGB.

Die Geschäftsgrundlage unsere Reise ist weggefallen aus mehreren Gründen:

1. Auf Grund der Coronakrise had die Bundesrepublik Deutschland eine Reisewarnung für die Niederlande herausgegeben.

2. Die niederländische Regierung had ein Kotaktverbot für mehr als 3 Personen erlassen, die nischt in einem Haushalt leben.

Grade der Punkt 2 macht es Ihnen unmöglich Ihren Vertrag zu erfüllen, da wir mit 10 Personen anreisen wollten, die nicht alle in einem Haushalt leben. Somit würden wir bei einer Anreise gegen gültiges niederländisches Recht verstoßen. Somit handelt es sich um ein Ereignis der höheren Gewalt gem. Nr. 11 Ihrer AGB.

Ich fordere Sie hiermit letztmalig auf uns den Betrag in Höhe von 1.628.40 € auf untenstehendes Konto zu überweisen.

2.12.

Op 2 april 2020 is de ‘Noodverordening van de voorzitter van de veiligheidsregio Fryslân houdende voorschriften ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus/COVID-19 (Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Fryslân van 2 april 2020)’ door de voorzitter van de veiligheidsregio Fryslân vastgesteld (hierna: de Noodverordening genoemd). In de Noodverordening staat onder meer:

Artikel 1.1. Werkingssfeer
Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeenten die behoren tot de veiligheidsregio Fryslân, te weten (…) en Schiermonnikoog.

(…)

Artikel 2.1. Verboden samenkomsten en evenementen

1. Het is verboden om samenkomsten te laten plaatsvinden, te (laten) organiseren of te laten

ontstaan, dan wel aan dergelijke samenkomsten deel te nemen.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende samenkomsten, mits de aanwezigen te allen tijde ten minste 1,5 meter afstand houden tot de dichtstbijzijnde persoon:

a. wettelijk verplichte samenkomsten, zoals vergaderingen van gemeenteraden, mits daarbij niet meer dan honderd personen aanwezig zijn, alsook vergaderingen van de Staten-Generaal;

b. samenkomsten die nodig zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, mits daarbij niet meer dan honderd personen aanwezig zijn;

c. uitvaarten en huwelijksvoltrekkingen, mits daarbij niet meer dan dertig personen aanwezig zijn;

d. samenkomsten waarbij het recht zijn godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden als bedoeld in artikel 6 van de Grondwet wordt uitgeoefend, mits daarbij niet meer dan dertig personen aanwezig zijn.

3. Evenementen zijn tot 1 juni 2020 verboden.

Artikel 2.2. Niet in acht nemen veilige afstand

1. Het is verboden zich in een groep van drie of meer personen op te houden zonder tot de dichtstbijzijnde persoon in die groep en andere personen een afstand te houden van ten minste 1,5 meter.

2. Dit verbod is niet van toepassing op:

a. personen die een gezamenlijke huishouding vormen;

b. kinderen tot en met 12 jaar die samenspelen onder toezicht van een of meer van hun ouders of voogden die daarbij onderling een afstand van 1,5 meter in acht nemen.

(…)

Artikel 5.1. Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze verordening wordt bekendgemaakt op de website van de Veiligheidsregio Fryslân en overheid.nl en treedt onmiddellijk na de bekendmaking in werking.

2.13.

Op 3 april 2020 is de Noodverordening bekendgemaakt op – onder meer – de website van de Veiligheidsregio Fryslân.

2.14.

Op 20 april 2020 heeft een Rechtsanwalt (een Duitse advocaat) namens [eiser] een brief aan [gedaagde] verstuurd. Hierin wordt zij gesommeerd tot betaling van € 1.998,28. Dit bedrag bestaat onder meer uit € 225,85 aan kosten voor de Rechtsanwalt.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter:

I. primair voor recht verklaart dat de tussen [eiser] en [gedaagde] gesloten overeenkomst tot verhuur en huur van het vakantiehuis voor de periode van 3 tot 10 april 2020 is ontbonden, subsidiair deze overeenkomst ontbindt;

II. [gedaagde] veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eiser] te betalen een bedrag van totaal € 1.884,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2020 dan wel 30 maart 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

III. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, te vermeerderen – indien niet binnen veertien dagen na het vonnis is betaald – met de wettelijke rente.

3.2.

[eiser] baseert zijn vordering op de volgende stellingen. [eiser] heeft de overeenkomst met [gedaagde] bij e-mail van 17 maart 2020, of bij e-mail van 26 maart 2020 of brief van 30 maart 2020, ontbonden. In verband met de door de Nederlandse overheid afgekondigde noodverordening van 23 maart 2020, was er een verbod tot samenscholing van meer dan drie personen uit verschillende huishoudens. Het gezelschap van [eiser] bestond uit vier volwassenen en zes kinderen uit verschillende huishoudens en het vakantiehuis is uitdrukkelijk bedoeld voor het verblijf van groepen. Het was voor [gedaagde] daarom onmogelijk om [eiser] (en zijn gezelschap) in de periode van 3 april tot en met 10 maart 2020 te ontvangen in het vakantiehuis. [gedaagde] is daardoor tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, waardoor [eiser] de overeenkomst rechtsgeldig mocht ontbinden.

Subsidiair doet [eiser] een beroep op onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW. De coronacrisis is pas na het sluiten van de overeenkomst ontstaan en partijen hebben deze omstandigheid niet verdisconteerd in de overeenkomst. Mede gelet op de omstandigheid dat [eiser] niet heeft bijgedragen aan het ontstaan van de onvoorziene omstandigheid en de ongelijkheid tussen partijen, moet het risico volledig voor rekening van [gedaagde] komen. [eiser] vordert daarom dat de kantonrechter de overeenkomst ontbindt.

[gedaagde] is daarnaast in beide gevallen een bedrag van € 255,85 verschuldigd voor de kosten die [eiser] heeft moeten maken wegens deze procedure.

3.3.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. Op dit verweer wordt hierna voor zover relevant nader ingegaan.

4 De beoordeling

De bevoegdheid en het toepasselijk recht

4.1.

Omdat [eiser] zijn woonplaats in het buitenland heeft, zal ambtshalve worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht op het voorliggende geschil van toepassing is.

4.2.

[gedaagde] heeft haar woonplaats in Nederland. Nederland is lidstaat van de Europese Unie. Op grond van de EEX-Verordening (EU) Nr. 1215/2012 wordt de gedaagde partij in beginsel opgeroepen voor een gerecht van de lidstaat waarin zij woont. Een grondslag voor afwijking van deze hoofdregel is niet gesteld of gebleken. Dat betekent dat de Nederlandse rechter in dit geval rechtsmacht heeft. Gelet op de woonplaats van [gedaagde] is de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem bevoegd van de vordering kennis te nemen.

4.3.

Er is sprake van huur van een onroerende zaak waarop artikel 4 lid 1 onder c van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van toepassing is. Daarin is onder meer bepaald dat de overeenkomst die de huur van een onroerend goed tot onderwerp heeft, wordt beheerst door het recht van het land waar het onroerend goed is gelegen. Een grond voor afwijking hiervan is niet gebleken. Het gehuurde is in Nederland gelegen, zodat in dit geval Nederlands recht van toepassing is.

De inhoudelijke beoordeling

4.4.

[gedaagde] voert terecht aan dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming aangezien zij het vakantiehuis, ondanks de coronapandemie, ter beschikking heeft gesteld. Noch het Besluit over sluiting van eet- en drinkgelegenheden, noch de oproep van de burgemeester van Schiermonnikoog 17 maart 2020, noch de Noodverordening van de veiligheidsregio Fryslân stonden aan dit feitelijk ter beschikking stellen van het vakantiehuis aan [eiser] in de weg. De primair aangevoerde grondslag kan niet tot toewijzing van het gevorderde leiden.

4.5.

Vervolgens is het de vraag of het beroep van [eiser] op onvoorziene omstandigheden slaagt. In artikel 6:258 lid 1 BW staat – samengevat – dat de rechter op vordering van een partij de gevolgen van een overeenkomst kan ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden die van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. De rechter moet bij de toets of er sprake is van onvoorziene omstandigheden, in verband met het uitgangspunt dat afspraken bindend zijn, terughoudend zijn.

4.6.

Dat de corona pandemie onvoorzien was, zoals [eiser] stelt, geeft op zichzelf niet de doorslag. Of de omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst voorzienbaar waren, is namelijk niet beslissend. Het gaat er om van welke veronderstellingen partijen zijn uitgegaan toen zij de overeenkomst sloten en of zij stilzwijgend de mogelijkheid van onvoorziene omstandigheden hebben verdisconteerd1.

Bepalend voor beantwoording van die vraag is welke zin partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijze aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Uit de algemene voorwaarden die partijen zijn overeengekomen volgt dat partijen onder ogen hebben gezien dat er zich onvoorziene omstandigheden konden voordoen die van invloed zouden zijn op de overeenkomst. In artikel 12 staat wat de gevolgen zullen zijn als de uitvoering van de overeenkomst wordt verhinderd door omstandigheden buiten de wil van verhuurder, ‘daaronder mede begrepen oorlogsgevaar, blokkades, brand, overstromingen en andere storingen of gebeurtenissen.’ Voor de huurder is in artikel 10 van de algemene voorwaarden de mogelijkheid benoemd om zich te verzekeren tegen het risico van annulering. [eiser] heeft verder geen andere feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit de conclusie zou volgen dat hij redelijkerwijs mocht verwachten dat de pandemie niet tot zijn contractrisico zou behoren. Het beroep van [eiser] op onvoorziene omstandigheden gaat niet op.

4.7.

Dit betekent dat er ook subsidiair geen rechtsgrond is voor de vorderingen van [eiser] , zodat deze worden afgewezen.

4.8.

[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Hierbij zal rekening worden gehouden met de omstandigheid dat [gedaagde] zelf de conclusie van antwoord heeft genomen. De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op € 187,- aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op

1 TM, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 968 en MvA II, Parl. Gesch. BW Boek 6, p. 973