Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:2279

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
06-05-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
9100964
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet algemeen directeur houdt stand. Werkgever heeft onjuiste informatie van werknemer gekregen. Werknemer heeft werkgever daarmee op een dwaalspoor gezet. Werknemer krijgt geen bonussen of meerwaarderegeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0564
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 9100964 \ HA VERZ 21-42 \ 498

uitspraak van 6 mei 2021

beschikking

in de zaak van

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij in het verzoek

verwerende partij in het tegenverzoek

gemachtigde mr. E.M. Hoogeveen te Haarlem

en

de besloten vennootschap Topparken Holding B.V.

gevestigd te Lunteren

verwerende partij in het verzoek

verzoekende partij in het tegenverzoek

gemachtigde mr. T.J. van Veen te Ede

Partijen worden hierna [verzoeker] en Topparken genoemd.

1 De procedure

Deze blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties 1 tot en met 28 van [verzoeker] ;

- het verweerschrift tevens (voorwaardelijk) tegenverzoek met producties 29 tot en met 47 van Topparken;

- de producties 29 tot en met 44 aan de zijde van [verzoeker] , ontvangen per e-mail op 19 april 2021;

- de aantekeningen van de mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 20 april 2021, waar namens [verzoeker] zijn verschenen zijn gemachtigden mr. E.M. Hoogeveen en mr. J.P. Koets. [verzoeker] is niet verschenen, maar heeft de zitting online gevolgd. Namens Topparken zijn verschenen de heer [statutair directeur 1] (statutair directeur), mevrouw [statutair directeur 2] (statutair directeur) en de heer [financieel manager] (financieel manager in dienst van Topparken), bijgestaan door mr. T.J. van Veen. Beide gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen welke zijn overgelegd.

2 De feiten

2.1.

Statutair bestuurders (en aandeelhouders) van Topparken zijn: [statutair directeur 1] , dochter [statutair directeur 2] en zoon [aandeelhouder] .

2.2.

[verzoeker] was intensief bevriend met de in 2017 overleden echtgenoot van [statutair directeur 2] . Na genoemd overlijden heeft [verzoeker] in de loop van 2018 (in toenemende mate) een rol gekregen binnen het bedrijf van Topparken. Dat heeft ertoe geleid dat hij in begin 2019 op basis van een overeenkomst van opdracht, via zijn persoonlijke vennootschap [bedrijf] , als interimmanager bij Topparken werkzaam is geweest. [verzoeker] was eveneens intensief bevriend met [financieel manager] , financieel adviseur. [financieel manager] heeft aanvankelijk op basis van een overeenkomst van opdracht voor Topparken gewerkt en is sinds medio 2020 als financieel manager bij Topparken in dienst.

2.3.

Op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst is [verzoeker] met ingang van [datum indiensttreding] in dienst getreden van Topparken tegen een salaris van € 20.833,33 bruto per maand. Voorafgaand aan het sluiten van die arbeidsovereenkomst hebben partijen gesproken over de wederzijdse wensen als het ging om de in het kader van de arbeidsovereenkomst te maken afspraken. Van dat gesprek is op een A4-tje door [financieel manager] verslag opgemaakt.

2.4.

Op zondag 29 november 2020 appte [statutair directeur 2] aan [verzoeker] een foto met een link naar RTV Drenthe nieuws met de titel ‘fraudezaak [naam 1] bijna afgerond’. Daarbij stelde zij [verzoeker] de vraag: ‘Hoe zit dit [verzoeker] [smiley]’ en ‘Loopt die zaak nog?’ Waarop [verzoeker] reageert: ‘Oud nieuws, 10 jaar geklede. 2012.’ Daarop reageert [statutair directeur 2] : ‘Weet ik maar loopt het nog’. Daarop stuurt [verzoeker] haar een publicatie over de [naam 1] -zaak, met als titel ‘ [naam 1] -zaak: [titel] ’.

2.5.

Op 7 december 2020 stuurt [verzoeker] per WhatsApp om 18.52 uur een foto van een deel van een – kennelijk – opgemaakt reclasseringsrapport met daarin de volgende tekst:

“4. Delictverleden

Analyse van het Uittreksel Justitiele Documentatie (UJD)

“Blijkens het UJD is de heer [verzoeker] niet eerder door justitie veroordeeld. Ook na onderhavige verdenking in 2013 is betrokkene niet in beeld gekomen bij Justitie.”

2.6.

Onder dit bericht staat: ‘Van David bij deze’. ‘David’ is mr. D. Nieuwenhuis, de voormalige strafrechtadvocaat van [verzoeker] .

2.7.

Om 19.41 uur diezelfde dag appt [financieel manager] aan [verzoeker] :

“ [naam 2] ; je hoeft mij niet te overtuigen….ik geloof je op je woord.

Het gaat om [statutair directeur 1] ; als je hem kan overtuigen stopt het gezeur. Ik kan hem niet overtuigen: “jij bent zijn vriend, maar dit kan de zaak toch schaden? “Wat ik ook zeg: hij neemt het niet aan!”

2.8.

Bij brief van 12 januari 2021 heeft Topparken [verzoeker] onder meer het volgende geschreven:

“[...] 9. Alle voornoemde feiten leveren op zichzelf voor cliënte voldoende dringende redenen op voor een ontslag op staande voet (met onmiddellijke ingang). Cliënte wenst dan ook de arbeidsverhouding met u met onmiddellijke ingang te beëindigen.

10. U bent- met instemming van cliënte - op dit moment opgenomen in een kliniek in Spanje. Conform uw verzoek bent u niet ziek gemeld doch ontheven van de verplichting tot het verrichten van werkzaamheden teneinde - op kosten van cliënte - in Spanje “even bij te komen". U keert op 28 januari 2021 terug in Nederland.

11. Uiteraard wenst cliënte u in de gelegenheid te stellen te reageren op al het geen hiervoor is vermeld. Teneinde dat te kunnen doen stelt cliënte u in de gelegenheid tot het bijwonen van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van cliënte op 28 januari 2021 [....]. U wordt middels deze brief [...] nadrukkelijk voor deze vergadering opgeroepen, zowel in uw hoedanigheid van werknemer van cliënte als in uw hoedanigheid van bestuurder (voor zover van toepassing) teneinde uw mening te geven en uw advies uit te brengen inzake het enig agendapunt van die vergadering: het voorgenomen ontslag van u als algemeen directeur van cliënte, met onmiddellijke ingang. [...]"

2.9.

In januari 2021 is [verzoeker] gedurende een aantal weken, op kosten van Topparken, opgenomen geweest in een kliniek in Spanje in verband met zijn oververmoeidheidsklachten. Het was de bedoeling dat hij op 28 januari 2021 zou terugkeren naar Nederland. [verzoeker] is eerder, op of rond 20 januari 2021, teruggekeerd in verband met een bezoek aan een medisch specialist.

2.10.

Op 13 januari 2021 mailt [verzoeker] aan [financieel manager] onder meer:

“[…]

In de brief [van 12 januari 2021, toevoeging kantonrechter] staan zaken die naar ik meen feitelijk onjuist zijn en alsmede wordt in Dat verband ook jou naam genoemd.

[…]

Dan wordt er door de advocaat genoemd dat jij stukken van mij overlegd hebt inzake o.a. de [naam 1] kwestie vanuit het verleden.- 2012 – het een en ander hebben jij en ik eerder over gesproken, voor zover mij bekend was dit allemaal al lang bekend overigens ! doch ik heb jou geen opdracht gegeven om stukken van mij aan derden te verstrekken, waarbij jij mij ook verteld hebt dat je geen stukken aan de advocaat noch de werkgever gegeven hebt. Los daarvan gaan zaken nu door elkaar en een eigen leven leiden….

Kan je dit bevestigen dat je geen stukken hebt verstrekt aan de werkgever noch de advocaat en los daarvan gaat dit iets over een zaak uit 2012 en jij inhoudelijk daar strafrechtelijke te weinig van weet?

Dan tot slot wil je mij de separate aandelen en winst aandelen overeenkomst opsturen die door jou opgemaakt is en tussen partijen is overeengekomen en gesloten is. Zou je zulks nogmaals willen bevestigen nu jij als enige getuige bij dat gesprek, dat zulks overeengekomen is met terugwerkende kracht naar 1-1-2020, immers ik kan niet meer bij mijn. e-mail en los daarvan was jij de enige onafhankelijke getuige die bij de afspraken aanwezig was.

[…]”

2.11.

[financieel manager] reageert per e-mail van 13 januari 2021 als volgt:

“[…]

2/ stukken rechtszaak; deze stukken, van jou ontvangen fototjes via Whats-app, heb ik zoals toen besproken laten zien aan de aandeelhouders. Het was, en is, voor mij niet duidelijk waarover dat precies gaat, maar deze stukken zouden jou “vrijpleiten”, zo had ik begrepen.

Voor het overige weet ik niet hoe ik op jouw opmerkingen moet reageren, en dus laat ik dat ook maar achterwege.

[…].”

2.12.

[statutair directeur 2] heeft zich, samen met haar zoon, op 21 januari 2021 - zonder toestemming van [verzoeker] - door een openstaande deur toegang tot de woning van [verzoeker] verschaft, terwijl hij, zijn vrouw en kinderen thuis waren en - in ieder geval - de werklaptop van [verzoeker] meegenomen. Na inschakeling van de politie is deze laptop aan [verzoeker] teruggegeven. Uit professioneel onderzoek is gebleken dat de harde schijf van de laptop onherstelbaar is beschadigd en alle daar opstaande gegevens zijn verwijderd.

2.13.

Bij brief van 28 januari 2021 schrijft Topparken aan [verzoeker] , voor zover van belang:

"[...]

3. Eind november/begin december 2020 is cliënte (via derden) ter ore gekomen dat u mogelijkerwijs betrokken zou zijn bij of zich zelfs schuldig zou hebben gemaakt aan het plegen van een of meer misdrijven (verduistering/witwassen/oplichting). Daarnaar gevraagd zijnde ontkende u aanvankelijk tegenover cliënte iedere vorm van betrokkenheid.

4. Uit nader door cliënte verricht onderzoek bleek dat u weldegelijk bent veroordeeld voor het medeplegen van verduistering en witwassen. Na deze ontdekking is een bespreking bij cliënte belegd op 7 december 2020 [...]. Bij gelegenheid van deze bespreking heeft u aangegeven dat u bent vrijgesproken. Cliënte heeft u verzocht daarvan bewijs aan te leveren. Voor cliënte was en is (uiteraard) relevant dat haar algemeen directeur zich niet schuldig maakt of heeft gemaakt aan ernstige misdrijven en/of zelfs nog een gevangenisstraf zou moeten uitzitten.

5. Ter voldoening aan het verzoek van cliënte om bewijs van uw vrijspraak te leveren heeft u op diezelfde dag (7 december 2020) aan [financieel manager] een tweetal mails (met een bijlage) doorgestuurd die afkomstig zouden zijn van de advocaat die u in uw zaak zou hebben bijgestaan, mr. Nieuwenhuis. De bijlage betreft een uitspraak van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden in een artikel 12 Sv. zaak. Met het doorzenden van de mails die u van uw advocaat zou hebben ontvangen poogt u aan te tonen dat er sprake is geweest van een "onrechtmatige veroordeling in 2019" en dat er geen sprake is van welke veroordeling dan ook.

6. Reeds bij het werpen van een eerste blik op de door u aan cliënte toegezonden en hiervoor genoemde documenten blijkt dat u zich ten bewijze van uw stelling dat u bent vrijgesproken heeft bediend van valselijk opgemaakte documenten. Immers [....]

8. Alles overziende is er voor cliënte geen andere conclusie te trekken dan dat u met betrekking tot uw informatie over uw strafrechtelijk verleden en/of de vraag of tegen u nog een strafzaak aanhangig is onwaarheid heeft verklaard door mede te delen dat u bent vrijgesproken, althans heeft gepoogd cliënte op een dwaalspoor te brengen, waarbij gebruik is gemaakt van één of meer valselijk opgemaakte geschriften. U bent daardoor het vertrouwen dat uw werkgever in u zou moeten stellen volstrekt onwaardig geworden.

9. In het vorenstaande is voor cliënte een dringende reden gelegen op grond waarvan u door middel van deze brief met onmiddellijke ingang c.q. zonder inachtneming van een opzegtermijn (op staande voet) wordt ontslagen.[....]

13. Gelet op het vorenstaande is inmiddels ook duidelijk geworden dat u relevante informatie voorafgaand aan uw indiensttreding bij cliënte voor haar heeft verzwegen, te weten dat u strafrechtelijk veroordeeld bent tot een gevangenisstraf van zes maanden en deze gevangenisstraf door u kennelijk nog niet is ondergaan.

14. In de tweede plaats is gebleken dat u over de maand augustus door uw persoonlijke besloten vennootschap ter zake van managementactiviteiten ten behoeve van cliënte een bedrag van € 25.207,23 inclusief btw in rekening gebracht heeft en aan die vennootschap heeft doen betalen. Uiteraard mist deze betaling iedere rechtsgrond aangezien u vanaf 1 augustus 2020 salaris van cliënte genoot, zulks anders dan gedurende de periode daarvoor.

15. In de derde plaats is gebleken dat u door cliënte een bedrag van € 12.947,- heeft laten betalen aan [K] advocaten, terwijl deze betaling kennelijk betrekking heeft op een tegen uzelf persoonlijk lopende strafzaak. […]

16. Ook deze laatste feiten vormen voor cliënte, zowel ieder afzonderlijk als in onderlinge samenhang bezien evenals het hiervoor sub 8 genoemde feit een dringende reden om de arbeidsverhouding met u met onmiddellijke ingang, derhalve zonder inachtneming van enige opzegtermijn c.q. op staande voet te beëindigen.[...]

18. In verband met het aan u in deze brief gegeven ontslag op staande voet bent u jegens cliënte schadeplichtig. [...]."

2.14.

Op 18 juli 2020 heeft [bedrijf] , de persoonlijke vennootschap van [verzoeker] , aan Topparken een factuur gestuurd ten bedrage van € 25.206,93 ter zake ‘Vaste maand fee directie werkzaamheden, 14e maand zoals overeengekomen salaris fee juli 2020, algemeen directeur’. [verzoeker] heeft dit bedrag ook door Topparken laten uitbetalen. Op 18 augustus 2020 heeft [bedrijf] , de persoonlijke vennootschap van [verzoeker] aan Topparken een factuur gestuurd ten bedrage van € 25.207,93 onder vermelding van ‘Vaste maand fee directie werkzaamheden zoals overeengekomen eind factuur algemeen directeur - periode jul / aug.’ Op 2 augustus 2019 is van de bankrekening van het bedrijf van Topparken een bedrag van € 12.947,00 overgemaakt aan [K] Advocaten, de advocaat van [verzoeker] in de strafzaak.

2.15.

[verzoeker] is in juli 2019 door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van verduistering en medeplegen van witwassen in of omstreeks 2013 (in de media vaker aangeduid als de ‘zaak [naam 1] ’). [verzoeker] heeft daartegen hoger beroep ingesteld, welke hoger beroep nog loopt.

2.16.

[verzoeker] is het afgelopen half jaar (meermaals) onderzocht in verband met klachten van vermoeidheid, stress en hartkloppingen. Cardiaal zijn geen afwijkingen gevonden. De cardioloog schrijft in zijn conclusie van 5 maart 2021 na onderzoek:

“Uitgebreid klachtenpatroon dat het best te duiden is onder de noemer autonome dysregulatie in het kader van chronische stress / burn-out.

Bij cardiale analyse (ECG, echo, CT, MRI) geen verklaring voor de klachten gevonden.

Bij ritmeobservatie nachtelijke episodes van Wenckebach blok, dit is fysiologisch.

Beleid:

geruststelling

gezonde leefstijl en stressreductie nastreven

patiënt overweegt consultatie van een osteopaat om beter met de klachten om te kunnen gaan

terugverwijzing naar de eerste lijn.”

3 Het geschil

3.1.

Het verzoek van [verzoeker]

verzoekt om bij beschikking, samengevat,

Primair,

het ontslag op staande voet (of beide ontslagen op staande voet) te vernietigen en Topparken te verplichten [verzoeker] toe te laten de overeengekomen werkzaamheden te verrichten zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- per dag dat Topparken daarmee in gebreke blijft,

Topparken te veroordelen tot betaling van het salaris aan [verzoeker] van € 20.833,33 bruto per maand te vermeerderen met emolumenten, de auto van de zaak aan hem ter beschikking te stellen, zulks vanaf 1 januari 2021, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, alsmede Topparken te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het achterstallig salaris;

Subsidiair,

Topparken te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, doorbetaling van het salaris van € 20.833,33 bruto per maand vanaf 1 januari 2021 tot 12 januari 2021, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een billijke vergoeding van € 900.000,-, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag, alsmede Topparken te veroordelen tot afgifte van een deugdelijke eindafrekening van het dienstverband, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat Topparken daarmee in gebreke blijft;

Primair en subsidiair,

Topparken te veroordelen tot betaling van de bonus over 2019 van € 100.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente van 50% ex artikel 7:625, de bonus over 2020, binnen vier weken nadat de jaarrekening over 2020 is vastgesteld en de hoogte van de bonus over 2020 dus is bepaald, alsmede tot betaling van € 110.000,- bruto ter zake de overeengekomen meerwaarderegeling.

3.2.

Het verweer van Topparken

Topparken heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring, althans onbevoegdverklaring voor zover het de verzoeken van [verzoeker] onder sub 11, 12 en 13 (de vorderingen tot betaling van bonnussen en uitkering op grond van meerwaarderegeling) betreft en tot afwijzing van alle verzoeken met, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [verzoeker] in de kosten van de procedure.

3.3.

Het (voorwaardelijk) tegenverzoek van Topparken

Topparken verzoekt, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, samengevat,

[verzoeker] te veroordelen aan Topparken te betalen een bedrag van € 20.833,33 ter zake de gefixeerde schadevergoeding, alsmede voor recht te verklaren dat Topparken bevoegd is het aan [verzoeker] nog toekomende salaris tot 28 januari 2021 met deze schadevergoeding te verrekenen;

voorwaardelijk, te weten voor het geval het aan [verzoeker] verleende ontslag op staande voet van 28 januari 2021 wordt vernietigd, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden met ingang van de datum waarop de beschikking zou worden gegeven, zonder toekenning aan [verzoeker] van een transitie- of een billijke vergoeding;

[verzoeker] te veroordelen in de kosten van de procedure.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover nodig, worden ingegaan.

4 Beoordeling

Het verzoek van [verzoeker] en van Topparken zal gelet op de directe samenhang gezamenlijk worden beoordeeld.

4.1.

Omvang van het geschil

4.1.1.

De gemachtigde van [verzoeker] heeft ter zitting zijn primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet ingetrokken, heeft in de beëindiging van de arbeidsovereenkomst berust en zijn subsidiaire verzoek, als primair verzoek, gehandhaafd. [verzoeker] verzoekt thans derhalve, stellende dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven, Topparken te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding van € 900.000,-, alsmede tot betaling van het achterstallig loon over de periode van 1 januari tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd.

4.1.2.

Nu [verzoeker] (alsnog) in de beëindiging van de arbeidsovereenkomst berust, zal, ook als het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven mocht blijken te zijn, aan het voorwaardelijk verzoek van Topparken tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet meer kunnen worden toegekomen. De arbeidsovereenkomst is immers hoe dan ook, op de datum waarop het ontslag op staande voet is gegeven, geëindigd. Derhalve resteert van het (tegen)verzoek van Topparken te beoordelen de vordering ter zake de gefixeerde schadevergoeding.

4.2.

Datum ontslag op staande voet

Anders dan namens [verzoeker] is betoogd behelst de brief van Topparken van 12 januari 2021 geen ontslag op staande voet maar een geuit voornemen daartoe. Hoezeer de zinsnede ‘Cliënte wenst dan ook de arbeidsverhouding met u met onmiddellijke ingang te beëindigen’ (ook) begrepen kan worden als een directe beëindiging, blijkt uit het vervolg van de brief dat het een voornemen daartoe betreft. [verzoeker] wordt immers uitgenodigd om ter zake het voorgenomen ontslag zijn advies uit te brengen (als statutair bestuurder, indien van toepassing) en verweer te voeren als [verzoeker] (algemeen directeur). Dit betekent dat [verzoeker] , anders dan namens hem is bepleit, eerst bij brief van 28 januari 2021 op staande voet is ontslagen. Hierna zal dan ook beoordeeld worden of dat ontslag rechtsgeldig is gegeven.

4.3.

Onverwijldheid

Voorzover [verzoeker] heeft aangevoerd dat het ontslag niet onverwijld is gegeven wordt dat verweer verworpen. Topparken heeft hem in de gelegenheid gesteld om, op de oorspronkelijk geplande dag van zijn terugkeer uit Spanje op 28 januari 2021, tijdens de algemene vergadering (ava) zijn advies uit te brengen1 over en als [verzoeker] verweer te voeren tegen het voorgenomen ontslag op staande voet. Begrijpelijkerwijs heeft Topparken het moment van geplande terugkeer voor dat gesprek afgewacht. De daarmee verstreken tijd tussen het door Topparken op 12 januari 2021 aangekondigde voornemen tot ontslag en het op 28 januari 2021 gegeven ontslag op staande voet kan Topparken niet worden tegengeworpen in het kader van de onverwijldheidstoets. Topparken heeft gegeven de omstandigheden voortvarend genoeg gehandeld. Daarbij speelt mee dat [verzoeker] niet aan het werk was, dus niet gezegd kan worden dat hij niet langer gehandhaafd kon worden. Dat [verzoeker] onverhoopt, voor Topparken aanvankelijk onbekend gebleven, eerder is teruggekeerd naar Nederland doet hieraan niet af.

4.4.

Dringende reden?

In de brief van 28 januari 2021 worden als redenen, zowel ieder voor zich als gezamenlijk, voor het ontslag op staande voet - samengevat - genoemd dat [verzoeker] :

- met betrekking tot zijn strafrechtelijk verleden en/of de vraag of tegen hem nog een strafzaak aanhangig is onwaarheid heeft verklaard door mede te delen te zijn vrijgesproken, althans heeft gepoogd Topparken op een dwaalspoor te brengen, waarbij gebruik is gemaakt van één of meer valselijk opgemaakte geschriften;

- zonder enige rechtsgrond via zijn vennootschap [bedrijf] een factuur aan Topparken heeft gestuurd ten bedrage van € 25.207,23 inclusief btw;

- de kosten van zijn eigen advocaat in de strafzaak ten bedrage van € 12.947,- zonder toestemming heeft laten betalen door Topparken.

4.5.

Onjuiste informatie/dwaalspoor in contact met [statutair directeur 2] en daarmee Topparken?

4.5.1.

Gelet op de vraag op 29 november 2020 per WhatsApp van [statutair directeur 2] (zie hiervoor r.o. 2.4) was het duidelijk dat zij, naar aanleiding van een bericht in de media over veroordelingen in de [naam 1] -zaak, informatie van [verzoeker] wilde over zijn betrokkenheid en meer specifiek wat zijn strafrechtelijke status was. [verzoeker] had, zeker gelet op zijn functie van algemeen directeur bij Topparken, op die vraag eerlijk moeten antwoorden. Hij had openheid van zaken moeten geven over de in 2019 uitgesproken veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen ter zake van verduistering en witwassen in de zaak [naam 1] en niet mogen volstaan met de mededeling ‘oud nieuws’. Dat [statutair directeur 2] daarop reageerde met ‘weet ik (…)’ maakt zulks niet anders. Anders dan namens [verzoeker] is bepleit blijkt daaruit niet dat [statutair directeur 2] van de veroordeling op de hoogte was. Niet alleen heeft [statutair directeur 2] dat ter zitting gemotiveerd betwist (zij wist dat [verzoeker] in 2012/2013 ‘iets strafrechtelijks’ had gehad, maar zij had begrepen dat dat allang afgewikkeld was), maar ook uit het volledige bericht ‘weet ik maar loopt het nog2?’ had het [verzoeker] duidelijk moeten zijn dat zij meende niet volledig geïnformeerd te zijn. En als [verzoeker] meende dat zij al wel van die veroordeling op de hoogte was, waarom heeft hij dat dan niet gewoon aan haar medegedeeld, en er aan gerefereerd dat het de veroordeling uit 2019 (ter zake een strafrechtelijke kwestie in of omstreeks 2012/2013) betrof waar zij al bekend mee was? Dat doet [verzoeker] niet, hij stuurt haar een bericht uit de media met als titel ‘ [naam 1] -zaak: [titel] ’, in welke Belgische zaak [verzoeker] geen verdachte was. Door haar niet te informeren over de veroordeling in Nederland en haar naar de Belgische [naam 1] -zaak te verwijzen heeft [verzoeker] [statutair directeur 2] niet alleen niet volledig, maar ook onjuist geïnformeerd, althans haar op een dwaalspoor gezet.

4.5.2.

Ook het verweer van [verzoeker] dat niet alleen [statutair directeur 2] , maar Topparken als Topparken, al voor zijn indiensttreding in 2020 op de hoogte was van zijn strafrechtelijke veroordeling is door Topparken gemotiveerd betwist. Nu [verzoeker] zijn verweer niet heeft onderbouwd, Topparken dat verweer gemotiveerd heeft betwist, en het verweer niet strookt met de vraag van [statutair directeur 2] en [verzoeker] ’s eigen reactie daarop, zal het worden verworpen. Dat die vraag - toen al - zou zijn ingegeven om een situatie te creëren om [verzoeker] vanwege zijn burn-out gerelateerde klachten te ontslaan is niet gebleken en evenmin waarschijnlijk. Immers pas in december 2020 is tussen partijen gesproken over de medische situatie van [verzoeker] , hetgeen heeft geleid tot de opname in een kliniek in Spanje, betaald door Topparken.

4.5.3.

Met de door [verzoeker] aan [statutair directeur 2] gegeven antwoorden heeft hij jegens haar, en daarmee jegens Topparken, niet de waarheid gesproken en haar op een dwaalspoor gezet. Reeds dat levert, gelet op de functie van [verzoeker] als algemeen directeur, een dringende reden op als bedoeld (in de eerstgenoemde reden) in de ontslagbrief van 28 januari 2021.

4.6.

Onjuiste informatie/dwaalspoor in contact [financieel manager] en daarmee Topparken

4.6.1.

Nu Topparken het ontslag mede en in belangrijke mate heeft onderbouwd met de stelling dat [verzoeker] naar aanleiding van aan hem gestelde vragen over zijn strafrechtelijke positie tijdens een gesprek op 7 december 2020 valselijk opgemaakte berichten op naam van mr. Nieuwenhuis aan [financieel manager] zou hebben gestuurd om te bewijzen dat hij was vrijgesproken en [verzoeker] zulks betwist, zal ook die aan het ontslag ten grondslag gelegde reden worden beoordeeld.

4.6.2.

[verzoeker] betwist dat er op 7 december 2020 een gesprek met Topparken heeft plaatsgevonden. Volgens [verzoeker] was dat op 17 december 2020. Niet alleen in de stukken maar ook ter zitting hebben [statutair directeur 1] en [financieel manager] er in volhard dat de bespreking op 7 december 2020 heeft plaatsgevonden. De enkele niet onderbouwde betwisting daarvan door [verzoeker] wordt verworpen. Hij had zijn verweer eenvoudig kunnen onderbouwen met een schriftelijke verklaring van zijn schoonvader, de heer [schoonvader] . Immers die heeft [verzoeker] , daarover zijn partijen het eens, naar het gesprek gereden. Dat [verzoeker] heeft aangeboden zijn schoonvader te laten horen volstaat niet als onderbouwing. Temeer niet omdat het verweer van [verzoeker] dat het gesprek niet op 7 maar op 17 december 2020 heeft plaastgevonden niet strookt met de in de avond van 7 december 2020 op de telefoon van [financieel manager] ontvangen brief op naam van mr. Nieuwenhuis, de (voormalige) strafrechtadvocaat van [verzoeker] . Ontvangen in WhatsApp contact met [verzoeker] . Het verweer van [verzoeker] dat die brief niet door hem aan [financieel manager] is gestuurd, door [verzoeker] onderbouwd met screenshots van het WhatsApp verkeer met [financieel manager] en waarin die brief niet is terug te vinden wordt desondanks verworpen. Want die brief is niet alleen in de screenshots van datzelfde WhatsAppverkeer van [financieel manager] wel terug te vinden, ook ter zitting heeft de kantonrechter het WhatsApp verkeer op en omstreeks 7 december 2020 tussen [financieel manager] en [verzoeker] op de telefoon van [financieel manager] bekeken. Die kwam volledig overeen met de door Topparken in het geding gebrachte screenshots. Dit betekent dat het er voor gehouden moet worden dat [verzoeker] , in vervolg op het gesprek dat tussen partijen op 7 december 2020, in aanwezigheid van [financieel manager] , heeft plaastgevonden, zijn ‘onschuld’ heeft willen aantonen door op naam/briefpapier van mr. Nieuwenhuis een print van een brief per WhatsApp aan [financieel manager] te sturen. Een brief die, gelet op de tekst, zoals door Topparken is gesteld, niet van een advocaat afkomstig kan zijn. Onder meer het herhaaldelijk gebruikte woord ‘sepo’ in plaats van ‘sepot’ en de foutieve spelling van ‘justitiële documentatie’ wijzen op een vervalsing. Het verweer dat die brief niet in vervolg op het gesprek op 7 december 2020 door [verzoeker] aan [financieel manager] is gestuurd, wordt verworpen.

4.6.3.

[verzoeker] heeft wel erkend dat hij [financieel manager] op 7 december 2020 een bericht per WhatsApp heeft gestuurd met daarin een deel van een reclasseringsrapport (zie hiervoor bij de feiten r.o. 2.5) waarin gerefereerd werd naar, kort gezegd, zijn blanco strafblad. Dat was, aldus [verzoeker] , niet om zijn onschuld te bewijzen naar aanleiding van vragen van Topparken als thans in geding, maar om Topparken informatie te geven die nodig was voor het verkrijgen van hypotheek voor de woning, eigendom van [statutair directeur 1] en welke [verzoeker] van hem zou kopen. Topparken heeft betwist dat die informatie aan [financieel manager] is gestuurd in verband met de noodzakelijke financiering. Het WhatsAppverkeer daarvoor en daarna wijst er niet op dat die informatie naar [financieel manager] is gestuurd in verband met een beoogde hypotheekaanvraag. Ook dat verweer wordt verworpen.

4.6.4.

[financieel manager] en daarmee Topparken is aldus door [verzoeker] op een dwaalspoor gezet door aan hem de ongedateerde ‘ontlastende’ informatie van de Justitiele Documentatie Dienst, verwoord in het reclasseringsrapport, op 7 december 2020 in de avond toe te sturen. Informatie waaruit moest blijken dat er strafrechtelijk niets aan de hand was met [verzoeker] , dit terwijl die informatie evident niet strookt met de realiteit, de veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen (en niet zoals de advocaat van [verzoeker] ter zitting betoogde, het mindere ‘medeplichtigheid’) van verduistering en witwassen (in, ook anders dan de gemachtigde van [verzoeker] ter zitting wilde doen geloven, de zaak [naam 1] ). Dat [verzoeker] stelt hoger beroep te hebben ingesteld doet hieraan niet af. Ook dat er hoger beroep is ingesteld had [verzoeker] Topparken gewoon kunnen zeggen, zeker als Topparken, zoals namens [verzoeker] bij herhaling is aangevoerd, van alles al voor indiensttreding op de hoogte was.

4.7.

Dringende reden, geldig ontslag op staande voet

4.7.1.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is voldoende komen vast te staan dat [verzoeker] met betrekking tot zijn strafrechtelijk verleden en/of de vraag of tegen hem nog een strafzaak aanhangig is onwaarheid heeft gesproken, alsook dat hij Topparken op een dwaalspoor heeft gezet. De eerste aan het ontslag door Topparken ten grondslag gelegde dringende reden is derhalve door het gedrag van [verzoeker] jegens [statutair directeur 2] (en dus Topparken), maar ook jegens [financieel manager] (en dus Topparken) voldoende komen vast te staan. Dat gedrag levert een rechtsgeldige dringende reden op voor het gegeven ontslag op staande voet.

4.7.2.

Het tijdens de mondelinge behandeling - in aanwezigheid van de pers - op het allerlaatste moment, na de schorsing, voor het eerst namens [verzoeker] gevoerde verweer, dat [verzoeker] geen informatie aan Topparken kon verstrekken omdat hij een deal heeft met het OM althans daarover in gesprek was/is en hij daarover vanuit oogpunt van geheimhouding niet met Topparken mocht spreken maakt zulks niet anders. Het is niet geloofwaardig maar vooral niet afdoende om het gedrag van [verzoeker] jegens Topparken te rechtvaardigen en de dringende reden aan het gegeven ontslag te ontnemen. Niet geloofwaardig omdat een veroordeling in geval van een deal met het OM niet wordt uitgesproken, en een uitgesproken veroordeling door een latere deal niet ongedaan gemaakt kan worden. Dat [verzoeker] het OM mogelijk/kennelijk helpt bij het rond krijgen van andere strafzaken, zoals blijkt uit een brief van zijn huidige strafrechtadvocaat, moge zo zijn maar ontneemt niet de dringende reden aan het gegeven ontslag. En dat [verzoeker] daar uit oogpunt van vertrouwelijkheid niet met Topparken over zou hebben kunnen praten, maar zijn advocaat dat ter zitting in aanwezigheid van twee journalisten wel vertelt, en dit verweer eerst vlak voor het sluiten van de zitting te berde brengt, is moeilijk te begrijpen.

4.7.3.

Ook de omstandigheid dat Topparken, althans [statutair directeur 2] , zich de toegang tot de woning van [verzoeker] heeft verschaft en - in ieder geval - de werklaptop van [verzoeker] heeft meegenomen is weliswaar onrechtmatig en, naar zich vooralsnog laat aanzien, strafbaar, maar dat ontneemt niet de rechtsgeldigheid aan het ontslag op staande voet. Evenmin is ter zake van het eerste aan het ontslag op staande voet gelegde verwijt voldoende onderbouwd gesteld of gebleken van bewijsnood bij [verzoeker] als gevolg van de door Topparken meegenomen en onklaar gemaakte laptop. Dat sprake is van bedreigingen door Topparken is weliswaar gesteld maar in deze procedure niet aannemelijk geworden.

4.8.

Transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding

Het hiervoor aangehaalde gedrag levert reeds een dringende reden op voor een ontslag op staande voet. De twee overige in de ontslagbrief genoemde gronden kunnen daarom, bij gebrek aan belang, onbesproken blijven. Nu het gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zullen de vorderingen van [verzoeker] ter zake de transitievergoeding, gefixeerde schadevergoeding en billijke vergoeding moeten worden afgewezen.

4.9.

Gefixeerde schadevergoeding door [verzoeker] te betalen

[verzoeker] is, nu het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, aan Topparken de gevorderde gefixeerde schadevergoeding verschuldigd. [verzoeker] zal tot betaling daarvan, te weten € 20.833,33 bruto worden veroordeeld.

4.10.

Loonbetaling en eindafrekening

Nu de arbeidsovereenkomst op 28 januari 2021 rechtsgeldig is geëindigd zal de vordering van [verzoeker] tot loonbetaling te vermeerderen met emolumenten worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging zal, gelet op de malversaties door [verzoeker] die tot het ontslag en stopzetten van de loonbetaling aanleiding hebben gegeven, worden gematigd tot nihil. Wettelijke rente is niet gevorderd. Topparken zal, zoals bij tegenverzoek gevraagd, deze loonbetaling mogen verrekenen met de door [verzoeker] te betalen gefixeerde schadevergoeding, zoals hiervoor vermeld. Topparken zal ook veroordeeld worden tot afgifte van een deugdelijke eindafrekening van het dienstverband. De verzochte dwangsom met betrekking tot deze eindafrekening wordt afgewezen. Er is geen enkele aanwijzing dat Topparken niet aan deze veroordeling zal voldoen.

4.11.

Nevenverzoeken van [verzoeker] ter zake bonussen c.a.

[verzoeker] is in zijn verzoeken om Topparken te veroordelen tot betaling van de bonussen over 2019 en 2020, alsmede de vordering tot uitbetaling van de meerwaarderegeling wel ontvankelijk. Het betreft immers nevenverzoeken als bedoeld in artikel 7:686a lid 3 BW, anders dan Topparken heeft bepleit. Evenwel zullen deze verzoeken bij gebrek aan enige grondslag moeten worden afgewezen. In de arbeidsovereenkomst staat over een recht op de gevorderde bonussen en de meerwaarderegeling niets vermeld. De niet getekende gesprekaantekeningen van een gesprek op 9 juli 2020, opgesteld door [financieel manager] , die [verzoeker] ter onderbouwing van deze vorderingen in het geding heeft gebracht, kunnen in ieder geval niet als (voldoende) grondslag daarvoor dienen. Weliswaar is die notitie, zo heeft Topparken bevestigd, door [financieel manager] gemaakt naar aanleiding van een gesprek dat partijen voor de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst hebben gevoerd, maar behelst hetgeen daarin is genoteerd niet meer of anders dan de wensen die partijen over en weer hebben genoemd, zonder dat die wensen ook tot daadwerkelijke afspraken hebben geleid. Gelet op dit verweer en de omstandigheid dat in de arbeidsovereenkomst op geen enkele wijze wordt gerefereerd aan bonussen of een meerwaarderegeling, dienen de vorderingen ter zake, bij gebrek aan grondslag, te worden afgewezen.

4.12.

Proceskosten

[verzoeker] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, zowel in het verzoek als in het tegenverzoek.

5 Beslissing

De kantonrechter,

5.1.

Op het verzoek van [verzoeker]

Veroordeelt Topparken om aan [verzoeker] te betalen het salaris van € 20.833,33 bruto per maand over de periode van 1 tot 28 januari 2021, met dien verstande dat Topparken bevoegd is dit te verrekenen met de hierna vermelde door [verzoeker] aan Topparken te betalen gefixeerde schadevergoeding;

Wijst alle overige verzoeken van [verzoeker] af;

Veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van Topparken begroot op € 996,- aan salaris voor de gemachtigde;

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

5.2.

Op het verzoek van Topparken

Veroordeelt [verzoeker] om aan Topparken te betalen een bedrag van € 20.833,33 ter zake de gefixeerde schadevergoeding, welk bedrag Topparken mag verrekenen met het loon dat Topparken nog aan [verzoeker] dient te betalen als hiervoor vermeld;

Veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van Topparken begroot op € 498,- aan salaris voor de gemachtigde;

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af hetgeen Topparken meer of anders heeft verzocht.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2021.

1 voor het geval [verzoeker] zich op het standpunt zou stellen statutair bestuurder te zijn, waartoe de tekst van de arbeidsovereenkomst aanleiding kon geven.

2 Onderstreping kantonrechter