Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:2252

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-04-2021
Datum publicatie
04-05-2021
Zaaknummer
05/006431-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt 7 jongeren tot (voorwaardelijke) cel- en taakstraffen. In deze strafzaken speelt het fenomeen pedojagen een rol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/006431-21

Datum uitspraak : 12 april 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsman: mr. J.A.B.H.M. Willemse, advocaat in Ulft.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 12 april 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] op of omstreeks 12 oktober 2020 in de gemeente Arnhem, openlijk, te weten op/aan de Rijnkade, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in de centrale hal van het perceel Rijnkade 10, in vereniging geweld heeft/hebben gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] ,

welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen van die [slachtoffer] en/of het zeggen/roepen tegen die [slachtoffer] ‘pedo’,

terwijl dit door hem/hen gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een bloedende oogkas en een bloedende lip voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan, teneinde in geval van onraad die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] te kunnen waarschuwen;

althans, dat

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] op of omstreeks 12 oktober 2020 in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft/hebben mishandeld door die [slachtoffer] meerdere malen, althans eenmaal (met kracht) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of elders op het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest door opzettelijk in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van het misdrijf op de uitkijk te gaan staan, teneinde in geval van onraad die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 3] en/of die [medeverdachte 4] te kunnen waarschuwen.

2 De standpunten

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat [verdachte] moet worden vrijgesproken.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] op 12 oktober 2020 met enkele anderen naar de Rijnkade in Arnhem is gegaan en dat [slachtoffer] toen slachtoffer is geworden van geweld. [verdachte] heeft verklaard dat hij buiten op een muurtje heeft gezeten en dat, toen hij ging kijken bij de anderen, het geweld afgelopen was. Hoewel [verdachte] in zijn laatste verhoor op vragen van de politie heeft verklaard dat hij op de uitkijk zat, heeft hij tijdens de zitting verteld dat dit niet klopt. Hij heeft niet op de uitkijk gestaan en daar was ook geen afspraak met de anderen over gemaakt. De rechtbank gelooft deze verklaring van [verdachte] , met name nu ook uit de verklaringen van de andere verdachten niet blijkt van een dergelijke afspraak. Omdat [verdachte] ook naar het oordeel van de rechtbank geen enkele (andere) bijdrage heeft geleverd aan het geweld en daar ook niet behulpzaam bij is geweest, zal de rechtbank hem vrijspreken.

4 De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter en kinderrechter, mr. D.S.M. Bak en mr. M. Rietveld, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme en

mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter terechtzitting van deze rechtbank op 12 april 2021.

mr Rietveld en de griffiers zijn buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen