Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:1982

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
22-04-2021
Zaaknummer
C/05/378358 / HZ ZA 20-406
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid van aannemer. Deskundige rapport nodig voor beoordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/378358 / HZ ZA 20-406

Vonnis van 21 april 2021

in de zaak van

1 [eisende partij sub 1] ,

en

2. [eisende partij sub 2],

beiden wonende te [woonplaats] ( [land] ),

eisers,

advocaat mr. C.W. Houtman te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde partij]

gevestigd te [woonplaats] , [gemeente] ,

gedaagde,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eisende partij c.s.] . en [gedaagde partij] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 30 december 2020

  • -

    de akte tot in het geding brengen van een productie tevens houdende wijziging van eis

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 4 februari 2021

  • -

    de spreekaantekeningen van [eisende partij c.s.] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij c.s.] . is eigenaar van de woning aan [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning).

2.2.

Ten tijde van de bouw van de woning in 2010 heeft [gedaagde partij] in opdracht van [eisende partij c.s.] . installatiewerkzaamheden in de woning verricht. In juli 2019 heeft [eisende partij c.s.] . [gedaagde partij] opnieuw ingeschakeld voor het verwijderen van een cv-installatie en het in plaats daarvan installeren van een warmtepomp in de woning. [gedaagde partij] heeft deze werkzaamheden uitgevoerd.

2.3.

In november 2019 is waterschade in de kelderruimte van de woning ontdekt.

2.4.

Bij brief van 15 januari 2020 heeft de advocaat van [eisende partij c.s.] . [gedaagde partij] aansprakelijk gesteld voor de schade. In deze brief is verder onder meer het volgende opgenomen:

(...)

Zoals u weet is er onlangs waterschade ontstaan. Een deskundige van uw verzekeringsmaatschappij en een deskundige van de verzekeringsmaatschappij van mijn cliënte zijn ter plaatse geweest en hebben de schade opgenomen. Mijn cliënte heeft nadien niet meer vernomen en is sowieso van mening dat u toerekenbaar tekortgeschoten bent in de nakoming van destijds de aannemingsovereenkomst en zeer onlangs bij de werkzaamheden die u in regie hebt uitgevoerd.

Immers is gebleken dat u destijds een pomp in de kelder niet naar behoren hebt aangesloten op het riool omdat de koppeling is losgeschoten. In de visie van mijn cliënte betreft het een onoordeelkundige montage die evenwel – door de geringe waterafvoer van overigens steeds lage temperatuur door de jaren heen – nimmer tot problemen heeft geleid totdat u onlangs de warmwaterboiler met een inhoud van 1.000 liter en met een watertemperatuur van 65 ̊ C hebt laten aflopen en nadien, korte tijd later dat nog eens moest doen met het buffervat bij de waterpomp, dat vanwege een verkeerde montage. Dat keer werd er 1.500 liter water met een watertemperatuur van 55 ̊ C afgevoerd.

Mijn cliënte wijt het loslaten van de koppeling die kennelijk onvoldoende deugdelijk was gemonteerd, niet alleen aan de grote hoeveelheid water die u met hoge druk hebt doen weglopen maar zeker ook aan de hoge temperatuur van dat water.

(...)

2.5.

Bij e-mail bericht van 21 januari 2020 heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde partij] , Achmea Schadeverzekeringen N.V. (hierna: Achmea), gereageerd op de aansprakelijkstelling en informatie opgevraagd ten aanzien van de gestelde schade.

2.6.

Bij e-mailbericht van 19 februari 2020 aan de advocaat van [eisende partij c.s.] . heeft Achmea de aansprakelijkheid van [gedaagde partij] voor de schade erkend.

2.7.

Achmea heeft [deskundige 1] (hierna: [deskundige 1] ), directeur-eigenaar van [deskundige bureau 1] , ingeschakeld om onderzoek te doen naar de aard en de omvang van de schade. [deskundige 1] heeft het onderzoek verricht in dienst van Achmea.

2.8.

[deskundige 1] heeft twee keer de woning bezocht en een aantal keren telefonisch met [eisende partij c.s.] . over de schade gesproken.

2.9.

[eisende partij c.s.] . heeft bij [aannemingsbedrijf 1] een offerte opgevraagd voor het herstellen van de schade. [aannemingsbedrijf 1] heeft op 21 april 2020 een offerte uitgebracht, waarin voor de herstelwerkzaamheden een totaalprijs van € 113.099,33 is opgenomen.

2.10.

Bij e-mailbericht van 19 juni 2020 heeft Achmea de advocaat van [eisende partij c.s.] . medegedeeld dat zij zich niet kon vinden in het uitgangspunt dat de cementdekvloer en alle vloertegels volledig vervangen zouden moeten worden. In het e-mailbericht heeft Achmea een aanbod aan [eisende partij c.s.] . gedaan inhoudende betaling van een bedrag van € 50.000,00 tegen finale kwijting.

2.11.

Vervolgens heeft [eisende partij c.s.] . bij e-mailbericht van 29 juni 2020 Achmea gevraagd om een kopie van het expertiserapport toe te sturen.

2.12.

Achmea heeft geweigerd het rapport aan [eisende partij c.s.] . te verstrekken.

2.13.

Vervolgens heeft de advocaat van [eisende partij c.s.] . bij e-mailbericht van 31 juli 2020 aangekondigd ter zake van vergoeding van de schade [gedaagde partij] en ter verkrijging van het rapport [gedaagde partij] , [deskundige 1] en Achmea in rechte te zullen betrekken.

2.14.

Bij brief van 31 augustus 2020 heeft de advocaat van [eisende partij c.s.] . de conceptdagvaarding naar [gedaagde partij] gezonden met de mededeling dat zowel Achmea, [gedaagde partij] , [deskundige 1] en [deskundige 1] Expertise zouden worden gedagvaard ter verkrijging van het rapport.

2.15.

Bij e-mailbericht van 2 september 2020 heeft [gedaagde partij] het rapport van [deskundige 1] aan de advocaat van [eisende partij c.s.] . toegezonden en medegedeeld dat het aanbod van
€ 50.000,00 was komen te vervallen.

2.16.

In het rapport van [deskundige 1] is onder meer het volgende opgenomen:

(...)

Inleiding

Op 23 november 2019 is geconstateerd dat de pompput in de kelderruimte vol stond met rioolwater.

(...)

Andere verzekeringen

Bij deze zaak is tevens de opstalverzekeraar van partijen betrokken. (...) Door deze verzekeraar is een opstal expert benoemd van Sedgwick. Op 15 januari 2020 heb ik mondeling van deze expert vernomen dat HDI geen dekking biedt op de opstalpolis voor de ontstane waterschade. Omdat het om een sluimerende waterschade zou gaan zou de ontstane waterschade niet gedekt zijn op de opstalpolis.

Voorval

Medio oktober/november 2019 werd een rioollucht waargenomen die afkomstig was vanuit de technische ruimte in de kelderruimte. Op 23 november 2019 werd waargenomen dat de pompput in de kelderruimte volledig vol stond met rioolwater. Daarnaast is optrekkend vocht in de binnenmuren in het souterrain geconstateerd.

(...)

Onderzoek

(...)

Bevindingen van de expert

Tijdens mijn inspectie op locatie heb ik waargenomen dat tegenpartij aan [adres] in [woonplaats] beschikt over een riante vrijstaande woning die is opgedeeld over een begane grond met een verdieping. In het souterrain met een vloeroppervlak van circa 200m2 is een bioscoopruimte, saunaruimte, slaapkamer met aangrenzend een badkamer, een voorraadruimte, een wasruimte en een technische ruimte ingericht. Met betrekking tot deze kwestie is de technische ruimte van belang alwaar in de vloer een pompput ten behoeve van de afvoer van rioolwater is aangebracht. (...)

Omdat het rioolwater wat op kelderniveau wordt verzameld zich beneden het rioolniveau aanwezig is dient het rioolwater door middel van een pompinstallatie op het gemeentelijk rioolstelsel afgevoerd te worden.

Tijdens onze rondgang heb ik optrekkend vocht waargenomen in alle binnenmuren in het souterrain gedeelte. Verder bol staande vloerbedekking in de bioscoopruimte en opgezwollen mdf plinten op verschillende plekken. Ook is het bioscoopscherm aangetast als gevolg van de aanwezigheid van een te hoge luchtvochtigheid in de ruimte. Het scherm is niet meer egaal vlak. (...)

Oorzaak

Een rubber manchet met slangkoppeling tussen de rioolafvoerbuis en de pompinstallatie is uit elkaar geschoven. Wanner dit is gebeurd is onbekend. De laatste visuele inspectie van de pomp door [eisende partij sub 1] zelf dateert van medio april 2019.

Schade

Omvang van de schade

Verf en glad stucwerk op de binnenmuren is over een hoogte van circa 0,4m aangetast door optrekkend vocht. Mdf vloerplinten zijn door inwerking van vocht los gelaten van de muren en gaan werken (uitzetten). Dit in de hal, technische ruimte, wasruimte, opslagruimte bioscoopruimte en in het gastenverblijf. Vloerbedekking in de bioscoopruimte is gaan opbollen langs de wanden.

Bioscoopscherm is door een te hoge luchtvochtigheid gaan opbollen.

Daarnaast wenst de bouwkundig aannemer dat er onderzoek gedaan wordt naar de verlijming van de plavuizen vloer op de cementdekvloer en de verlijming van de wandtegels in de sauna ruimte en in de badkamer en toilet. Deze verwacht door inwerking van vocht vanaf de onderzijde dat de mogelijkheid van onthechting ontstaat.

Schadevaststelling

Tot op heden ben ik nog niet voorzien van een schadeopstelling. Vooralsnog raam ik deze op een bedrag van EUR 100.000,00 inclusief btw.

Organisatorische informatie en voortgang

Ik ben in afwachting van aanvullende informatie van tegenpartij omtrent de herstelkosten. Door de bouwkundige aannemer doet onderzoek naar de verlijming van de vloertegels en wandtegels en de mogelijke onthechting van de cementdekvloer. Daarnaast begreep ik van de opstal expert dat deze verwacht dat hij opnieuw opdracht zal krijgen om zijn onderzoek voort te zetten. Dit mede omdat de afwijzingsreden van de opstalverzekeraar discutabel zou zijn.

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij c.s.] . vordert – na wijziging van eis – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. voor recht zal verklaren dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor door [eisende partij c.s.] . geleden schade als gevolg van ondeugdelijk installatiewerk,

2. [gedaagde partij] zal veroordelen om aan [eisende partij c.s.] . tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen een bedrag van € 139.338,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2019, althans vanaf 19 februari 2020, althans vanaf de datum van dagvaarding, steeds tot aan de dag van algehele voldoening,

3. [gedaagde partij] zal veroordelen om aan [eisende partij c.s.] . te voldoen de buitengerechtelijke kosten van € 1.920,59, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,

4. [gedaagde partij] zal veroordelen in de kosten van het geding en in de nakosten, beide te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis, en met bepaling dat indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd zal zijn, te rekenen vanaf de datum van het te wijzen vonnis, althans vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.

3.2.

[eisende partij c.s.] . legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde partij] een rubber manchet met slangkoppeling tussen de rioolafvoerbuis en de pompinstallatie ondeugdelijk heeft geïnstalleerd, waardoor die manchet is losgeschoten ten tijde van het lozen van grote hoeveelheden warm water uit de warmwaterboiler. Het water had een temperatuur van 65 ̊ C en dat kon de ondeugdelijke aansluiting niet doorstaan. Hierdoor is in de woning waterschade ontstaan. [gedaagde partij] is aansprakelijk voor deze schade. [eisende partij c.s.] . heeft in december 2020 zelf een expert ingeschakeld, [deskundige bureau 2] (hierna: [deskundige bureau 2] ), die de schade heeft vastgesteld op een bedrag van € 139.338,78 inclusief btw. [gedaagde partij] dient dit bedrag aan [eisende partij c.s.] . te betalen. Ook is [gedaagde partij] de wettelijke rente over dat bedrag verschuldigd, en moet zij de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van
€ 1.920,59 voldoen, conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

[gedaagde partij] voert verweer. Zij betwist de schadeposten waarvan [eisende partij c.s.] . vergoeding vordert. De kosten voor vervanging van de tegelvloer en de cementdekvloer zijn onterecht in rekening gebracht. Er is geen noodzaak om de tegelvloer en de onderliggende cementdekvloer te vervangen. Daar komt bij dat niet duidelijk is of er daadwerkelijk schade is ontstaan aan de vloer door de wateroverlast. Ook de gevorderde bedragen met betrekking tot de overige schadeposten worden betwist, omdat daarbij is uitgegaan van de nieuwwaarde, terwijl [gedaagde partij] tot vergoeding daarvan niet gehouden is. Er dient een aftrek “nieuw voor oud” te worden toegepast. Verder betwist [gedaagde partij] dat zij een vergoeding verschuldigd is voor het niet kunnen gebruiken van het souterrain gedurende een periode, omdat niet is gesteld of gebleken dat [eisende partij c.s.] . daardoor vermogensnadeel heeft geleden. De gevorderde buitengerechtelijke kosten is [gedaagde partij] ook niet verschuldigd. [gedaagde partij] concludeert dat de vorderingen van [eisende partij c.s.] . bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, moeten afgewezen, met veroordeling van [eisende partij c.s.] . in de kosten van deze procedure en in de nakosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Achmea heeft de aansprakelijkheid van haar verzekerde [gedaagde partij] erkend voor de schade van [eisende partij c.s.] . die is ontstaan als gevolg van de ondeugdelijke aansluiting van de warmtepomp op de rioolafvoer. Nu gelet hierop de aansprakelijkheid van [gedaagde partij] geen onderwerp van geschil is, heeft [eisende partij c.s.] . geen belang bij de onder 1. gevorderde verklaring voor recht. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

4.2.

Omdat van de kant van [gedaagde partij] aansprakelijkheid voor schade van [eisende partij c.s.] . is erkend, gaat het in de onderhavige zaak alleen over de hoogte van de schade. [eisende partij c.s.] . heeft haar vordering gebaseerd op het rapport van [deskundige bureau 2] , waarin de schade is vastgesteld op een bedrag van € 139.338,78. Hierin is het door [aannemingsbedrijf 1] geoffreerde bedrag van € 113.099,33 meegenomen. In het rapport van [deskundige bureau 2] is onder meer het volgende opgenomen:

(...)

Schadeomvang

Opstal

Doordat de pompput na het loskomen van de manchet continu vol water heeft gestaan is het zandcement in de kelder verzadigd geraakt met water. Hierdoor is onder meer schade ontstaan aan de vloerafwerking, wanden en wandafwerking. De wanden zijn grotendeels voorzien van stucwerk, gedeeltelijk betegeld in de badkamer en toilet en in de bioscoopzaal voorzien van wandbekleding. Door inzet van droogapparatuur is het vochtniveau van de wanden op acceptabel niveau gekomen. Voor het herstel moeten de plinten worden verwijderd waarna loszittende wandtegels, wandbekleding en loszittend stucwerk verwijderd kunnen worden. De wanden kunnen vervolgens worden hersteld waarna ze gestukadoord, betegeld, bekleed en van nieuwe plinten voorzien kunnen worden.

Op de vloeren goed te kunnen drogen zal de vloerafwerking verwijderd moeten worden. Het tapijt zal verwijderd moeten worden en ook zal de lijmlaag van de vloer verwijderd moeten worden zodat de onderliggende zandcementvloer goed kan drogen. De vloertegels, die over het grootste gedeelte van de kelder aanwezig zijn, zullen verwijderd moeten worden. De reden hiervoor is, is dat er meerdere tegels hol klinken, wat duidt op onthechting.

Deze onthechting doet zich met name voor op de locatie bij de trapopgang op korte afstand van de pompput waar ook het vocht in de wanden hoog is opgetrokken. Dezelfde grote tegels zijn aanwezig op de begane grond van de woning waar geen enkele tegel hol klinkt. Dit schetst een goed beeld van de kwaliteit van bouwen en het gegeven dat de tegels buiten de getroffen ruimten wel volledig vast liggen.

Verder heeft de aannemer, [aannemingsbedrijf 1] , zijn lijmleverancier [leverancier] ingeschakeld om advies uit te brengen. Deze firma stelt dat lijmlagen op cementaire ondergronden die gedurende langere tijd aan hoge vochtwaarden zijn blootgesteld kunnen onthechten en ook op langere termijn nog kunnen deformeren. Om deze redenen zijn wij van mening dat de tegelvloer verwijderd moeten worden. Al zou de tegelvloer, die over het gehele oppervlak dorpelloos is doorgelegd in 1 vlak, nog gedeeltelijk te behouden zijn dan zou dit niet wenselijk zijn omdat tegels uit een andere productieronde niet hetzelfde brandpatroon bevatten hetgeen afbreuk doet aan het zeer hoge afwerkingsniveau.

Ook zal de ondervloer nog vochtig zijn doordat deze is afgesloten met een waterdichte tegellaag, om het vocht uit de vloer te krijgen zal de tegel verwijderd moeten worden.

De ingeschakelde aannemer heeft met het door hem ingeschakelde sloopbedrijf een plan gemaakt om de vloertegels te verwijderen. Gezien het grote formaat van de tegels is het volgens de aannemer en de sloper onmogelijk om de tegels te verwijderen zonder de zandcementvloer met er in opgenomen vloerverwarmingsleidingen te beschadigen. Om dit snel en praktisch uit te voeren zal de vloer worden ingezaagd zodat deze in handzame blokken kan worden verwijderd en afgevoerd. Na uitvoering van de sloopwerkzaamheden kan in het betreffende gedeelte nieuwe vloerverwarming en zandcementvloer worden aangebracht. Na droging kunnen nieuwe tegels worden aangebracht.

(...)

schadevaststelling is gebaseerd op de herstel offerte van [aannemingsbedrijf 1] . uit [woonplaats] . Wij hebben de offerte gecontroleerd en hebben deze als marktconform beoordeeld. (...)

Inboedel

Na voldoende droging kan nieuw tapijt worden aangebracht op de vloer en de wanden in de getroffen ruimtes. Vanwege het zeer hoge vochtgehalte is het bioscoopscherm gaan vervormen. Deze zal daarom vervangen moeten worden. Om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren zal de inboedel uit de volledige kelderruimte tijdelijk elders opgeslagen moeten worden. (...)

Bijkomende kosten

Omdat [eisende partij sub 1] de kelderruimte gedurende de eerste periode van droging van circa 2,5 maand en de periode van het herstel circa 3,5 maand niet heeft kunnen gebruiken, hebben wij de huurwaarde van het huis becijferd. De huurwaarde van de kelder schatten wij in op 200m2 à € 12,50 = € 2.500 per maand.

Om het bouwproces soepel te laten verlopen en de voortgang te bewaken zal inzet van een bouwbegeleider gewenst zijn. Wij hebben deze kosten opgenomen in onze schadecalculatie.

4.3.

Een belangrijk deel van de door [aannemingsbedrijf 1] geoffreerde kosten betreft de verwijdering en vervanging van de tegelvloer en de cementdekvloer. [gedaagde partij] betwist dat de tegelvloer en de daaronder liggende cementdekvloer volledig moeten worden vervangen. Zij bestrijdt dat de kwaliteit van de verlijming is afgenomen omdat de bovenliggende tegels zijn blootgesteld aan vocht. Volgens [gedaagde partij] kan het hol klinken van vloertegels op de twee plekken veroorzaakt worden door een niet-egale opvulling met tegellijm onder de tegels, maar houdt dit geen verband met de wateroverlast. [deskundige bureau 2] heeft in haar rapport niet vastgesteld dat in dit geval de lijmlaag onder de tegels is onthecht als gevolg van de wateroverlast, maar slechts een algemene opmerking gemaakt dat dit kan gebeuren door vochtinwerking. Gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde partij] kan voorshands niet worden vastgesteld dat de tegels in de betreffende vloer los zijn komen te liggen door de wateroverlast, en dat de tegelvloer alsmede de onderliggende cementdekvloer met daarin liggende vloerverwarming dienen te worden vervangen als gevolg van de vochtinwerking. De rechtbank heeft behoefte aan voorlichting door een deskundige op dit punt.

4.4.

De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van zandcementvloeren en tegelvloeren en stelt voor de navolgende vragen voor te leggen:

  1. Kan het vocht als gevolg van de wateroverlast zijn doorgedrongen in de zandcementvloer?

  2. Kan er sprake zijn van onthechting van lijmlagen onder de tegels die zijn aangebracht op de zandcementvloer wanneer die vloer langere tijd aan hoge vochtwaarden is blootgesteld?

  3. Duiden de hol klinkende tegels op een dergelijke onthechting als gevolg van de wateroverlast, of kan dit hol klinken ook veroorzaakt zijn door een niet-egale opvulling met tegellijm onder de tegel, zonder dat er van vochtinwerking sprake is geweest?

  4. Is het voor het kunnen laten drogen van de onderliggende zandcementvloer nodig dat de tegelvloer wordt verwijderd?

  5. Dient de gehele tegelvloer te worden vervangen of volstaat de vervanging van alleen de losliggende tegels?

  6. Indien u vaststelt dat gedeeltelijke vervanging van losliggende tegels mogelijk is, kunnen er dan vervangende tegels worden geplaatst gelijksoortig aan de bestaande tegels, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het hoge afwerkingsniveau dat deze woning kenmerkt? Zo ja, om hoeveel tegels gaat het en wat zijn de kosten van vervanging?

  7. Indien u vaststelt dat de tegels verwijderd moeten worden; is dat mogelijk zonder de zandcementvloer en de daarin liggende vloerverwarmingsleidingen te beschadigen?

Zo ja, wat zijn de kosten daarvan?

8. Indien u vaststelt dat de gehele vloer (inclusief zandcementvloer en vloerverwarming) verwijderd dient te worden, wat zijn de kosten daarvan en wat zijn de kosten van het opnieuw aanbrengen van die vloer?

9. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

4.5.

Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten – bij voorkeur na gezamenlijk overleg - over het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n) en over de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen. Indien partijen zich wensen uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n), dienen zij daarbij aan te geven over welke deskundige(n) zij het eens zijn, dan wel tegen wie zij gemotiveerd bezwaar hebben. De rechtbank zal de zaak hiertoe naar de rol verwijzen.

4.6.

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) in beginsel door de eisende partij moet worden gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door [eisende partij c.s.] . moeten worden betaald.

4.7.

De rechtbank zal de verdere beoordeling van de vordering aanhouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 12 mei 2021 voor het nemen van een akte door beide partijen waarin zij zich uitlaten over de aangekondigde deskundigenrapportage,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2021.

sa/st