Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:1629

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
02-04-2021
Zaaknummer
05.311500.20, 05.081176.19 gevoegd t.t.z. en 21.001189.19 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 32-jarige man uit Zwolle voor 7 inbraken in Wageningen. Bij 4 inbraken heeft hij ook spullen buit gemaakt, zoals telefoons en laptops. De inbraken vonden grotendeels plaats in studentenwoningen en een kerk. De man heeft 6 van de inbraken in 1 nacht gepleegd. Hij was toen dronken en kan zich weinig meer herinneren van die nacht. Achteraf is hij erg geschrokken van wat hij heeft gedaan. Bij bijna alle inbraken heeft hij bloedsporen achtergelaten. Deze hebben tot een bewezenverklaring geleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05.311500.20, 05.081176.19 gevoegd t.t.z. en 21.001189.19 (tul)

Datum uitspraak : 2 april 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. K. Karakaya, advocaat in Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 05.311500.20 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen, in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een Iphone 5S telefoon, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 9] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij op of omstreeks 18 september 2020 te Wageningen, in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een Apple laptop en/of een oplader en/of een of meerdere gouden sieraden, in elk geval enig

goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 5] , en/of

- een Apple laptop en/of een oplader en/of een rugzak, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 6] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 18 september 2020 tot en met 19 september 2020 te

Wageningen, in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een JBL speaker en/of een Sony headset en/of een oplader, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 7] , en/of

- een Playstation 4 en/of Playstation 4 spel en/of een Lenovo Ideapad laptop en/of

een Samsung Galaxy tablet en/of een Samsung Galaxy S6 telefoon en/of een Tag Heuer horloge en/of een Parnis Caliber horloge en/of een portemonnee (met daarin een geldbedrag van ongeveer 45 euro, althans enig geldbedrag) en/of een spaarpot (met daarin een geldbedrag van ongeveer 400 euro, althans enig geldbedrag) en/of een Eastpack rugtas (met daarin een studentenkaart) en/of een of meerdere opladers, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 8] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg

te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 5] ,

alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] ,

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

naar de (achter)deur van die woning is gegaan en/of heeft geprobeerd die deur open te

maken/breken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen,

in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 6] ,

alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

een Playstation 4, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te

weten aan [slachtoffer 3] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg

te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 7] ,

alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] ,

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

naar de (voor)deur van die woning is gegaan en/of heeft geprobeerd die deur open te maken/breken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 05.081176.19 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 oktober 2018, in de gemeente Wageningen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de " [slachtoffer 1] ",

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

immers heeft verdachte zich naar die parochie/kerk begeven en/of (vervolgens) een ruit/raam doorgeslagen/ingeslagen en/of zich in het kantoor van de pastorie begeven;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft in beide zaken geen bewijsverweer gevoerd en refereert zich ten aanzien van de kwalificatie van de feiten.

Beoordeling door de rechtbank

Parketnummer 05.311500.201

Bewijsmiddelen

Gelet op de onderlinge samenhang zal de rechtbank de feiten 1 tot en met 6 gezamenlijk bespreken, waarbij elk bewijsmiddel – ook in zijn onderdelen - wordt gebruikt voor het feit waarop het gezien de inhoud kennelijk betrekking heeft.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in de avond/nacht van 18 op 19 september 2020 op diverse locaties in Wageningen is geweest. Hij was onder invloed van (onder meer) alcohol. Hij heeft die nacht bij zijn toenmalige vriendin in de Pomona flat in Wageningen geslapen. In de ochtend zag hij dat hij gewond was aan zijn vingers.2

Feit 1

Aangeefster [slachtoffer 9] , woonachtig aan de [adres 2] in Wageningen, zag in de nacht van 19 september 2020 een onbekende jongen met een getint uiterlijk in de slaapkamer van haar zoon staan. De jongen sprak stroperig/langzaam, alsof hij dronken was. Zijn handen waren onbedekt. De jongen vluchtte weg via de balkondeuren van de slaapkamer en rende richting het Emmapark. De iPhone 5S telefoon, die op het bed in de slaapkamer lag, bleek weg te zijn.3

Op de vloer en de binnenzijde van een ruit van de balkondeuren in bovenstaande slaapkamer werden bloedsporen aangetroffen, die bemonsterd zijn.4 De berekende frequentie van de enkelvoudige DNA-profielen in deze monsters is kleiner dan één op één miljard.5 Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met deze DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard.

Bewijsoverweging feit 1

Op grond van het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat de in de bloedsporen aangetroffen DNA-profielen, afkomstig zijn van verdachte. Bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal.

Feit 2

Aangeefster [slachtoffer 5] , woonachtig in een studentenwoning aan de [adres 3] in Wageningen, heeft verklaard dat op 18 september 2020 rond 22:30 uur alles nog in orde was. Toen zij rond middernacht weer op haar kamer kwam, zag zij dat haar portemonnee op haar bed lag. Dat klopte niet. Haar Apple laptop met oplader en diverse sieraden die in haar kamer lagen, bleken weg te zijn. Ook de Apple laptop met oplader en rugzak van medebewoner [slachtoffer 6] die op zijn kamer lagen, waren weg.6

De laptop van [slachtoffer 5] was voorzien van tracking software en gaf op 19 september 2020 rond 00:40 uur een signaal af ter hoogte van [adres 8] in Wageningen.7

[naam] (toenmalige vriendin van verdachte), woonachtig aan de [adres 9] in Wageningen, heeft bij de politie bevestigd dat zij op 18 september 2020 rond 23:45 uur samen met verdachte de Pomona flat binnenging, zoals volgens de politie op de opgevraagde camerabeelden is te zien, en dat verdachte hierbij een rugzak droeg.8 De politie heeft van de beelden waarop de rugzak is te zien, foto’s gemaakt en getoond aan [slachtoffer 6] , die hierop aan de hand van specifieke kenmerken zijn (weggenomen) rugzak heeft herkend.9

Bewijsoverweging feit 2

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal.

Feit 3

Aangever [slachtoffer 7] , woonachtig in een studentenwoning aan de [adres 4] in Wageningen, trof bij thuiskomst op 19 september 2020 een puinhoop aan op zijn kamer. Hij miste een JBL speaker, Sony headset en oplader.10 Huisgenoot [slachtoffer 8] heeft verklaard dat hij de woning op 18 september 2020 als laatste heeft verlaten. Hij had de buitendeur met de sleutel op slot gedraaid en alle ramen van de woning waren afgesloten. Bij terugkeer op

19 september 2020 zag hij dat zijn kamer was doorzocht. De volgende goederen waren weg: zijn Playstation 4 met game, Lenovo Ideapad laptop, Samsung Galaxy tablet, Samsung Galaxy S6 telefoon, Tag Heuer horloge, Parnis Caliber horloge, portemonnee (met daarin een geldbedrag van ongeveer € 40 tot € 45, spaarpot (met daarin een geldbedrag van ongeveer € 300 tot € 400 euro), een Eastpack rugtas met daarin zijn studentenkaart en twee opladers. Dezelfde dag vernam hij dat zijn studentenkaart was gevonden op een parkeerterrein aan de Pomona.11

De politie die dezelfde dag ter plaats was, zag dat een van de ruiten in de tuindeur van een kamer op de eerste etage was ingeslagen. Bij en rond het pand werden bloedsporen aangetroffen. Van de bloedsporen aangetroffen bij de klink op de buitenzijde van een buitendeur van een kamer op de begane grond, alsmede van de bloedsporen aangetroffen aan de buitenzijde van de ingeslagen ruit van bovenstaande tuindeur, zijn monsters genomen.12De berekende frequentie van de enkelvoudige DNA-profielen in deze monsters is kleiner dan één op één miljard.13

Bewijsoverweging feit 3

Op grond van het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat de in de bloedsporen aangetroffen DNA-profielen, afkomstig zijn van verdachte. Bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal door middel van braak.

Feit 4

Aangever [slachtoffer 4] , woonachtig in een studentenwoning aan de [adres 5] in Wageningen, hoorde in de nacht van 19 september 2020 gerommel bij de deur aan de achterkant van de woning. In de ochtend zag hij braakschade aan de deur in de vorm van schaafplekken. In de tuin stond een tas met daarin een Playstation 4, die van de buren bleek te zijn.14

Verbalisant die dezelfde dag ter plaatse was, zag op de deur aan de achterkant van de woning ter hoogte van het slot versplinterde, puntige beschadigingen. Op onder meer het slot van de deur en het beslag aan de buitenzijde van de buitendeur op de zolderverdieping werden bloedsporen aangetroffen. Hiervan zijn monsters genomen.15 De berekende frequentie van de enkelvoudige DNA-profielen in deze monsters is kleiner dan één op één miljard.16

Bewijsoverweging feit 4

Op grond van het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat de in de bloedsporen aangetroffen DNA-profielen, afkomstig zijn van verdachte. Bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen en tegen de achtergrond van de overige feiten die verdachte die nacht heeft gepleegd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft geprobeerd bovenstaande deur open te breken met het oogmerk een of meer goederen uit de woning weg te nemen.

Feit 5

Aangever [slachtoffer 3] , woonachtig in een studentenhuis aan de [adres 6] in Wageningen, heeft verklaard dat op 19 september 2020 omstreeks 02:30 uur nog alles intact was in de woning. In de ochtend zag hij dat de openslaande deuren naar de achtertuin open stonden en dat het hangslot op de deuren van binnenuit was verbroken. Hun Playstation 4 die aan het plafond op de zolder hing, was weg. Aangever gaat er vanuit dat het dakluik niet op slot zat. De Playstation is teruggevonden in een tas in de tuin van de buren van [adres 5] .17

Uit forensisch onderzoek blijkt er dat geen (recente) sporen van braak of verbreking aan het dakluik zijn aangetroffen. Aan onder meer de binnenzijde van de openslaande deuren en de onderzijde van de weggenomen Playstation zijn bloedsporen aangetroffen. Hiervan zijn monsters genomen.18 De berekende frequentie van de enkelvoudige DNA-profielen in deze monsters is kleiner dan één op één miljard.19

Bewijsoverweging feit 5

Op grond van het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat de in de bloedsporen aangetroffen DNA-profielen, afkomstig zijn van verdachte. Bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal door middel van inklimming.

Feit 6

Aangeefster [slachtoffer 2] , woonachtig in een studentenwoning aan [adres 7] in Wageningen, heeft verklaard dat de toegangsdeur binnen in de hal van het pand, die toegang geeft tot haar studentenwoning, op 19 september 2020 rond 01:00 uur op het nachtslot was gedraaid. In de ochtend zag zij dat een houten plaat die op de toegangsdeur zat, op de grond lag. Aangeefster zag dat er een bloedspoor liep van het pand tot aan de Hoogstraat.20

Verbalisant die dezelfde middag ter plaatse was, zag dat er een bloedspoor liep vanaf de centrale voordeur van het pand tot aan bovengenoemde toegangsdeur binnen in het pand. Er zijn monsters genomen van de bloedsporen aangetroffen op de afgebroken plaat en nabij de centrale toegangsdeur.21 De berekende frequentie van de enkelvoudige DNA-profielen in deze monsters is kleiner dan één op één miljard.22

Bewijsoverwegingen feit 6

Op grond van het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat de in de bloedsporen aangetroffen DNA-profielen, afkomstig zijn van verdachte. Bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde poging tot diefstal door middel van braak aan de toegangsdeur.

Parketnummer 05/081176.1923

Bewijsmiddelen

Aangever [aangever] , verbonden aan de kerk van de parochie [slachtoffer 1] in Wageningen, heeft verklaard dat op 14 oktober 2018 omstreeks 02:15 uur alle deuren en ramen van de kerk waren gesloten. Om 07:30 uur zag hij dat het raam in het kantoor van de kerk open was en dat het licht aan was. Aan de achterzijde van de kerk was een raam kapot.24

Uit forensisch onderzoek blijkt dat er kasten en lades in het kantoor open stonden en spullen op de grond lagen. Buiten onder het vernielde raam lagen glasscherven en stukken van een dakpan. Op de buitenkant van het vernielde raam, de radiator onder het raam en de buitenkant van de kast naast het raam, werden bloedsporen aangetroffen. Hiervan zijn monsters genomen.25 De berekende frequentie van de enkelvoudige DNA-profielen in deze monsters is kleiner dan één op één miljard.26Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met deze DNA-profielen is kleiner dan één op één miljard.

Bewijsoverwegingen

Op grond van het bovenstaande, concludeert de rechtbank dat de in de bloedsporen aangetroffen DNA-profielen, afkomstig zijn van verdachte. Bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde poging tot diefstal door middel van braak, te weten het inslaan van een ruit.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 05.311500.20 heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen, in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, een iPhone 5S telefoon, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 9] , heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij op of omstreeks 18 september 2020 te Wageningen, in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 3] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een Apple laptop en/of een oplader en/of een of meerdere gouden sieraden, in elk geval enig

goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 5] , en/of

- een Apple laptop en/of een oplader en/of een rugzak, die geheel of ten dele aan een ander

toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 6] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 18 september 2020 tot en met 19 september 2020 te

Wageningen, in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 4] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

- een JBL speaker en/of een Sony headset en/of een oplader, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 7] , en/of

- een Playstation 4 en/of Playstation 4 spel en/of een Lenovo Ideapad laptop en/of

een Samsung Galaxy tablet en/of een Samsung Galaxy S6 telefoon en/of een Tag Heuer horloge en/of een Parnis Caliber horloge en/of een portemonnee (met daarin een geldbedrag van ongeveer 45 euro, althans enig geldbedrag) en/of een spaarpot (met daarin een geldbedrag van ongeveer 400 euro, althans enig geldbedrag) en/of een Eastpack rugtas (met daarin een studentenkaart) en/of een of meerdere opladers, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 8] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg

te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 5] ,

alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] ,

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

naar de (achter)deur van die woning is gegaan en/of heeft geprobeerd die deur open te

maken/breken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen,

in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 6] ,

alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

een Playstation 4, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te

weten aan [slachtoffer 3] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg

te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

6.

hij op of omstreeks 19 september 2020 te Wageningen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om in/uit een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres 7] ,

alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] ,

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, naar de (voor)deur van die woning is gegaan en/of heeft geprobeerd die deur open te maken/breken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 05.081176.19 heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 14 oktober 2018, in de gemeente Wageningen

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of (een) goed(eren) van zijn gading, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de " [slachtoffer 1] ",

weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

immers heeft verdachte zich naar die parochie/kerk begeven en/of (vervolgens) een ruit/raam doorgeslagen/ingeslagen en/of zich in het kantoor van de pastorie begeven;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 05.311500.20 levert op:

feit 1:

Diefstal , terwijl het feit wordt gepleegd in een woning door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt.

feit 2:

Diefstal , terwijl het feit wordt gepleegd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt.

feit 3:

Diefstal , terwijl het feit wordt gepleegd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 4:

Poging tot diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

feit 5:

Diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

feit 6

Poging tot diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten van de rechthebbende bevindt, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het bewezenverklaarde in de zaak met parketnummer 05.081176.19 levert op:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek en een proeftijd van 3 jaar. Ook heeft de officier van justitie geëist dat aan verdachte de door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, met daarbij eventueel een forse taakstraf. Verder heeft de raadsman verzocht de duur van de door de reclassering geadviseerde elektronisch toezicht te beperken tot maximaal 1 jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De raadsman heeft erop gewezen dat verdachte sinds enige tijd intensief wordt begeleid door Juvenile Overcoming Trouble (JOT) en dat dit zijn vruchten begint af te werpen. Als hij terug moet in detentie, zal hij vermoedelijk zijn woonplek bij JOT en zijn uitkering kwijt raken en zullen zijn schulden oplopen. Dit is niet in het belang van de samenleving. Het gerechtshof heeft verdachte niet voor niets nog een kans gegeven en de voorlopige hechtenis geschorst, aldus de raadsman.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich in één nacht schuldig gemaakt aan 6 woninginbraken. Bij 4 inbraken heeft hij ook goederen gestolen. De inbraken vonden met name plaats in studentenwoningen. Een deel van de buitgemaakte spullen is rond de woningen teruggevonden maar een deel is ook spoorloos. Verdachte had het hoofdzakelijk voorzien op telefoons en laptops. Woninginbraken zijn ernstige feiten die diep ingrijpen in de levens van de slachtoffers en behalve financiële schade vaak ook emotionele gevolgen hebben. Verdachte heeft hier bij zijn handelen geen moment bij stilgestaan. De rechtbank rekent hem dit aan. Sommige bewoners waren op het moment van de inbraak thuis en zijn enorm geschrokken toen zij ontdekten dat er iemand binnen was geweest en aan hun spullen had gezeten. Eén bewoner heeft verdachte zelfs ’s nachts aangetroffen in haar slaapkamer. Een aantal slachtoffers voelt zich als gevolg van het handelen van verdachte nog steeds angstig en onveilig, ook in hun eigen woning. Daarnaast heeft verdachte op een eerdere datum ingebroken bij een kerk. Hij heeft niets weggenomen maar wel schade aan het gebouw veroorzaakt. Verdachte had een terugval in middelengebruik toen hij de feiten pleegde en kan zich naar eigen zeggen weinig herinneren van hetgeen hij heeft gedaan. Hij is achteraf erg geschrokken van zijn gedragingen en heeft hiervoor ter zitting verantwoordelijkheid genomen.

Kijkend naar het aantal feiten en het strafblad van verdachte - waarop onder meer veroordelingen voor soortgelijke feiten staan – is in beginsel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur aangewezen.

Uit het meest recente reclasseringsadvies van 10 maart 2021 komt het volgende naar voren. Na een moeizame periode met delictgedrag, wordt verdachte sinds een aantal maanden intensief begeleid door jongerenzorginstelling JOT. Hij verblijft op een begeleide woonvoorziening en krijgt ook begeleiding op het gebied van zinvolle dagbesteding. Met uitzondering van eerder genoemde terugval in september 2020, ontwikkelt hij zich positief. Hij houdt zich aan de afspraken en is meewerkend. Ook volgt hij een ambulante behandeling bij Tactus Verslavingszorg. Daarbij wordt onder meer ingezet op nieuwe adequate coping vaardigheden. Er is een duidelijke samenhang in het psychosociaal functioneren van verdachte, zijn verslavingsproblematiek en zijn delictgedrag. Sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis in januari 2021, heeft hij zijn traject bij JOT goed opgepakt. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Intensieve behandeling en begeleiding is noodzakelijk is om tot een blijvende positieve gedragsverandering te komen, aldus de reclassering.

Ter zitting komt verdachte intrinsiek gemotiveerd over om een nieuwe toekomst op te bouwen via JOT, zonder strafbare feiten. Hij heeft toegezegd mee te werken aan alle door de reclassering geadviseerde voorwaarden, die alles bij elkaar een zwaar pakket vormen, en ziet de noodzaak hiervan in. Bovenstaande positieve ontwikkelingen zijn echter nog pril. Mede vanuit het maatschappelijke belang om herhaling van strafbare feiten te voorkomen, wil de rechtbank deze ommekeer niet doorbreken door het opleggen van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf – naast de hierna te bespreken vordering tenuitvoerlegging die de rechtbank deels zal toewijzen.

De rechtbank zal verdachte nog een kans geven en de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf beperken tot de tijd doorgebracht in voorarrest, te weten 46 dagen. Als stok achter de deur en om verdachte te stimuleren de ingeslagen weg vast te houden, zal de rechtbank een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 404 dagen met een proeftijd van 3 jaar en daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden bestaan uit een meldplicht bij de reclassering, deelname aan CoVa of een soortgelijke gedragsinterventietraining en ambulante behandeling bij Tactus Verslavingszorg met de mogelijkheid tot een klinische opname van maximaal 7 weken, voor zover de reclassering dat nodig vindt. Ook moet verdachte verblijven in zorginstelling JOT of een soortgelijke instelling, zolang de reclassering dat nodig acht, en daarbij meewerken aan dagbesteding en elektronisch toezicht. Vanuit het oogpunt van proportionaliteit, zal de rechtbank de duur van het (sinds januari 2021) lopende elektronisch toezicht beperken tot maximaal 1 jaar van de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Tot slot moet verdachte meewerken aan een alcoholverbod en schuldhulpverlening, zolang de reclassering dit nodig vindt.

Gelet op de ernst van de zaak, zal de rechtbank daarnaast de maximale taakstraf van 240 uur opleggen aan verdachte.

Samengevat veroordeelt de rechtbank verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 450 dagen, waarvan 404 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar met oplegging van bovengenoemde voorwaarden en een taakstraf van 240 uur. Daarbij heeft de rechtbank in de oudste zaak rekening gehouden met de bepaling van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partij [slachtoffer 9] heeft in de zaak met parketnummer 05.311500.20 ter zake van feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert

€ 50,- aan materiële schade met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelden [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] hebben in de zaak met parketnummer 05.311500.20 ter zake van feit 2 ieder een vordering tot schadevergoeding ingediend. [slachtoffer 5] vordert (€ 425,56 voor de weggenomen sieraden en € 875,76 voor de weggenomen laptop =) totaal € 1.301,32 aan materiële schade en € 300,- aan smartengeld met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Benadeelde [slachtoffer 6] vordert in totaal (€ 650,- voor de weggenomen laptop, € 667,34 voor een nieuw scherm dat net op laptop was geplaatst en € 23,10 voor de weggenomen rugzak=)

€ 1.340,44 aan materiële schade en daarnaast € 300,- aan immateriële schade (smartengeld) met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Benadeelde [slachtoffer 8] heeft in de zaak met parketnummer 05.311500.20 ter zake van feit 3 een vordering tot schadeverzoek ingediend. Hij vordert een totaalbedrag van

€ 2.622,72 aan materiële schade, waarvan € 229,69 aan reparatiekosten voor de vernielde ruit, met rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van benadeelde [slachtoffer 9] overeenkomt met de aangifte en moet worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente.

Ten aanzien van de door [slachtoffer 5] gevorderde materiele schade, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat uit de bijgevoegde facturen volgt dat hierin ook de kosten voor een koptelefoon zijn begrepen, terwijl uit het dossier niet blijkt dat er een koptelefoon is weggenomen. Volgens de officier van justitie moet de vordering daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard. De overige schade, inclusief het smartengeld, kan volgens de officier van justitie worden toegewezen, waarbij zij uitkomt op een totaalbedrag van € 1.449,30 plus wettelijke rente.

Ter zake van de vordering van benadeelde [slachtoffer 6] , heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de reparatiekosten voor een nieuw beeldscherm van € 667,34 niet voor vergoeding in aanmerking komen omdat de waarde van het scherm al is verdisconteerd in de (rest)waarde van de laptop van € 650,-. Volgens de officier van justitie moet de vordering daarom op dit onderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard. De overige door benadeelde verzochte schade is naar de mening van de officier van justitie toewijsbaar. De officier komt uit op een toewijsbaar schadebedrag van totaal € 973,10 plus wettelijke rente.

Volgens de officier van justitie kan de vordering tot schadevergoeding van benadeelde [slachtoffer 8] worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 2.008,34, plus wettelijke rente. Op de in de vordering opgenomen waarde van de Ideapad moet over 3 jaar nog een afschrijvingspercentage van 20 % per jaar in mindering worden gebracht en de kostenpost ten aanzien van de spaarpot en portemonnee met inhoud moet op basis van de aangifte worden bijgesteld naar € 340, aldus de officier van justitie.

Verder heeft de officier van justitie ten aanzien van bovenstaande benadeelden oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Gelet op de draagkracht van verdachte, heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht hieraan geen gijzeling te verbinden.

Standpunt van de raadsman

Ten aanzien van de vorderingen ingediend door benadeelden [slachtoffer 9] en [slachtoffer 5] , refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Ter zake van de vordering van benadeelde [slachtoffer 6] , heeft de raadsman naar voren gebracht dat de reparatiekosten van het beeldscherm geen rechtstreekse schade betreft en dat de waarde van de laptop - na afschrijving - moet worden bijgesteld naar € 321,40. Dat een vergelijkbare laptop op Marktplaats voor € 650,- wordt aangeboden, maakt dit volgens de raadsman niet anders. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd.

De raadsman heeft verzocht om matiging van de door [slachtoffer 8] gevorderde materiële schade. Daartoe heeft hij aangevoerd dat op de waarde van de weggenomen apparatuur, zoals de Ideapad en de Samsung Galaxy tab, in het schadevergoedingsformulier ten onrechte geen afschrijvingskosten in mindering zijn gebracht. Gelet op de dossierstukken, moet de waarde van de portemonnee en spaarpot met inhoud volgens de raadsman worden beraamd op

€ 340,-. Verder heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de reparatiekosten voor de vernielde ruit niet voor toewijzing in aanmerking komen. Uit de bijgevoegde factuur en hetgeen ter zitting is besproken, volgt namelijk dat deze kosten zijn gefactureerd aan en betaald door een ander dan benadeelde, aldus de raadsman.

Overweging van de rechtbank

Gelezen in onderlinge samenhang met de aangifte, acht de rechtbank de vordering van benadeelde [slachtoffer 9] tot vergoeding van de schade van de weggenomen telefoon voldoende onderbouwd. De rechtbank zal de vordering van € 50,- dan ook toewijzen, met toekenning van de wettelijke rente met ingang van 19 september 2020.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde [slachtoffer 5] overweegt de rechtbank dat uit bijlage 2 van de vordering naar voren komt dat in de aanschafwaarde van de laptop zoals vermeld op het schadeformulier, een bedrag van € 247,89 is begrepen voor een koptelefoon (Beats Solo3). Omdat op basis van het dossier niet is vast te stellen dat in deze zaak (ook) een koptelefoon is weggenomen, zal de rechtbank dit bedrag in mindering brengen op de materiële schade zodat deze wordt vastgesteld op € 1.152,58, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 19 september 2020.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde [slachtoffer 6], overweegt de rechtbank dat de (reparatie)kosten van een nieuw beeldscherm niet zijn veroorzaakt door het bewezenverklaarde feit en dateren van daarvoor. Verder overweegt de rechtbank dat de waarde van het beeldscherm reeds is inbegrepen in de (rest)waarde van de laptop. De rechtbank zal benadeelde ten aanzien van deze kostenpost dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Omdat, zoals hierboven is vastgesteld, het beeldscherm van de laptop pas nieuw was, acht de rechtbank een schadebedrag van € 650,- voor de weggenomen laptop in dit geval voldoende onderbouwd en redelijk. De rechtbank stelt de totale materiële schade vast op € 650,- + € 23,10 voor de rugzak = € 673,10, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 19 september 2020.

De rechtbank heeft oog voor de nare psychische gevolgen van het bewezenverklaarde voor benadeelden. De in de verzoeken tot schadevergoeding beschreven psychische gevolgen voldoen echter niet aan de in de rechtspraak geldende eisen om in aanmerking te komen voor smartengeld bij vermogensfeiten als deze. De rechtbank zal benadeelden [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] daarom ten aanzien van de immateriële schade niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

De rechtbank ziet reden om de vordering van benadeelde [slachtoffer 8] te matigen. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat de reparatiekosten voor de vernielde ruit in dit geval niet voor vergoeding in aanmerking komen. Uit de bij de vordering gevoegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, is namelijk naar voren gekomen dat deze schade niet wordt gedragen door benadeelde, maar door de eigenaar van het pand. Verder is de rechtbank van oordeel dat in het schadeverzoek ten onrechte geen afschrijvingspercentages zijn toegepast bij de hierin bepaalde waarde van Ideapad. Blijkens de overgelegde facturen en hetgeen benadeelde ter zitting desgevraagd naar voren heeft aangebracht, heeft hij deze aangeschaft in 2016. De kosten voor het Playstationspel bepaalt de rechtbank op basis van de overgelegde advertentie op € 46,99. Bij elkaar opgeteld, stelt de rechtbank de materiële schade schattenderwijs vast op € 1.759,23, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 19 september 2020. De rechtbank zal de benadeelde voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Verder ziet de rechtbank aanleiding om ten aanzien van alle bovengenoemde benadeelden de schadevergoedingsmaatregel op te leggen aan verdachte, eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 19 september 2020.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging (21.001189.19)

Bij onherroepelijk geworden arrest van het hof van 28 augustus 2019 is verdachte (onder meer) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De proeftijd loopt van 12 september 2019 tot en met 11 september 2022.

Standpunten

De officier van justitie heeft de volledige tenuitvoerlegging van die straf gevorderd.

De raadsman heeft primair gepleit om de proeftijd te verlengen met 1 jaar en subsidiair om de opgelegde gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf.

Overweging van de rechtbank

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten. Verdachte was een gewaarschuwd man en hij moet hiervan de consequenties dragen. De rechtbank ziet dan ook geen reden om de opgelegde gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf. Om de hierboven beschreven prille maar positieve ommekeer niet te doorkruisen door een lange detentie, zal de rechtbank de vordering slechts gedeeltelijk toewijzen, namelijk voor de duur van 3 maanden.

Ten aanzien van de resterende 3 maanden gevangenisstraf, ziet de rechtbank aanleiding de bij de eerdere veroordeling vastgestelde proeftijd met één jaar te verlengen met handhaving van de gestelde voorwaarden, als stok achter de deur.

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6:6:21 van het Wetboek van Strafvordering.

11 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 450 (vierhonderdvijftig) dagen;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 404 (vierhonderdenvier) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

  • -

    stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich uiterlijk vijf dagen na de uitspraak meldt bij Tactus Reclassering op het adres

[adres 10] te Zwolle, telefoonnummer [telefoonnummer] , en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij deze instelling, zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- actief deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa, de leefstijltraining 24/7 of een andere gedragsinterventie, ter beoordeling van de reclassering. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;

- zich laat behandelen door de forensische polikliniek JustTact van Tactus Verslavingszorg in Zwolle of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Bij terugval in middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld waarbij sprake is van een grote kans op risicovolle situaties, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.

De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;

- verblijft in het Juvenile Overcoming Trouble (JOT) in Zwolle of een soortgelijke instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig is op het verblijfadres [adres 1] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en mede afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start hoeft verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van maximaal 17 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat 2 uur. In de weekenden heeft verdachte een aaneengesloten blok van maximaal 17 uur per dag vrij te besteden. In overleg met de reclassering zijn de tijden in het weekend aan te passen.

- meewerkt aan elektronische controle op dit locatiegebod voor de duur van maximaal 1 jaar van de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig acht. Verdachte gaat niet naar het buitenland zonder toestemming van de reclassering, omdat het voor de elektronische controle nodig is dat verdachte in Nederland blijft. Het openbaar ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen of het locatiegebod laten vervallen;

- geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek, alcoholmonitoring (alcoholband) en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;

- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

 stelt als overige voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • -

    zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;

 geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt op een taakstraf van 240 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

 gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij arrest van het hof van 28 augustus 2019 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten 3 (drie) maanden gevangenisstraf, in de zaak met parketnummer 21.001189.19;

 verlengt de proeftijd als vermeld in bovenstaand arrest van het hof van 28 augustus 2019 in de zaak met parketnummer 21.001189.19 met 1 (één) jaar;

Vorderingen benadeelde partij

 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 in de zaak met parketnummer 05.311500.20 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 9] van € 50,-

(vijftig euro) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in verband met feit 2 in de zaak met parketnummer 05.311500.20 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van

€ 1.152,58 (duizend honderdtweeënvijftig euro en achtenvijftig cent) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld;

 veroordeelt verdachte in verband met feit 2 in de zaak met parketnummer 05.311500.20 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van € 673,10, (zeshonderd drieënzeventig euro en tien cent) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en smartengeld;

 veroordeelt verdachte in verband met feit 3 in de zaak met parketnummer 05.311500.20 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] van

€ 1.759,23 (duizendzevenhonderdnegenenvijftig euro en drieëntwintig cent) aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 8] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

 veroordeelt verdachte in de kosten die benadeelden partijen [slachtoffer 9],

[slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 8] in deze procedure hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 9] een bedrag van € 50,- (vijftig euro) te betalen aan materiële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 1 dag gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 5] een bedrag van € 1.152,58 (duizend honderdtweeënvijftig euro en achtenvijftig cent) te betalen aan materiële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 21 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 6] een bedrag van € 673,10, (zeshonderd drieënzeventig euro en tien cent) te betalen aan materiële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 13 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 8] een bedrag van € 1.759,23 (duizend zevenhonderdnegenenvijftig euro en drieëntwintig cent te betalen aan materiële schade. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 september 2020 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 27 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de betreffende benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Hilberink, voorzitter, mr. P.J.C. Cremers en

mr. A.M.P.T. Blokhuis, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 april 2021.

Mr. Blokhuis is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2020579905, gesloten op 10 december 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

3 Proces-verbaal van aangifte p. 16-17, gelezen in onderlinge samenhang met bijlage goederen p. 19.

4 Proces-verbaal forensisch onderzoek woning p. 28.

5 Rapport van het NFI p. 30-34.

6 Proces-verbaal van aangifte p. 35-36 en bijlage goederen p. 38 met bijbehorende mail p. 39.

7 Proces-verbaal van bevindingen p. 52.

8 Proces-verbaal van verhoor getuige p. 47.

9 Proces-verbaal van verhoor aangever p. 42-43.

10 Proces-verbaal van aangifte p. 99 met bijlage goederen p. 101.

11 Proces-verbaal van aangifte p. 106-107 met bijlage goederen p. 108.

12 Proces-verbaal van bevindingen p. 61 en proces-verbaal forensisch onderzoek woning p. 77.

13 Rapport van het NFI p. 83-87.

14 Proces-verbaal van aangifte p. 113-114.

15 Proces-verbaal forensisch onderzoek woning p. 123.

16 Rapport van het NFI p. 125-129.

17 Proces-verbaal van aangifte p. 130-131.

18 Proces-verbaal van forensisch onderzoek woning p. 134.

19 Rapport van het NFI p. 136-141.

20 Proces-verbaal van aangifte p. 142-143.

21 Proces-verbaal forensisch onderzoek woning p. 147.

22 Rapport van het NFI p. 148-153.

23 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018464023, gesloten op 9 mei 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

24 Proces-verbaal van aangifte p. 3-4.

25 Proces-verbaal sporenonderzoek p. 8-10.

26 Rapport van het NFI p. 14-18.