Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:1387

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-03-2021
Datum publicatie
06-04-2021
Zaaknummer
C/05/376686 / HZ ZA 20-370
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 843a Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/376686 / HZ ZA 20-370

Vonnis van 24 maart 2021

in de zaak van

1 [eiser sub 1],

en

2. [eiser sub 2],

beiden wonende te [woonplaats] ([land]),

eisers,

advocaat mr. C.W. Houtman te Arnhem,

tegen

1. de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V,

gevestigd te Apeldoorn,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2]

gevestigd te [woonplaats], [gemeente],

3. [gedaagde sub 3]

wonende te [woonplaats], [gemeente],

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 4].,

gevestigd te [woonplaats], [gemeente],

gedaagden,

advocaat mr. B.M. Stroetinga te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eisende partij c.s.] en Achmea c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 25 november 2020

  • -

    de akte overlegging producties van [eisende partij c.s.]

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 4 februari 2021

  • -

    de spreekaantekeningen van [eisende partij c.s.]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij c.s.] is eigenaar van de woning aan [adres] in [woonplaats] (hierna: de woning).

2.2.

Ten tijde van de bouw van de woning in 2010 heeft [gedaagde sub 4] in opdracht van [eisende partij c.s.] installatiewerkzaamheden in de woning verricht. In juli 2019 heeft [eisende partij c.s.] [gedaagde sub 4] opnieuw ingeschakeld voor het verwijderen van een cv-installatie en het in plaats daarvan installeren van een warmtepomp in de woning. [gedaagde sub 4] heeft deze werkzaamheden uitgevoerd.

2.3.

In november 2019 is waterschade in de kelderruimte van de woning ontdekt.

2.4.

Bij brief van 15 januari 2020 heeft de advocaat van [eisende partij c.s.] [gedaagde sub 4] aansprakelijk gesteld voor de schade. In deze brief is verder onder meer het volgende opgenomen:

(...)

Zoals u weet is er onlangs waterschade ontstaan. Een deskundige van uw verzekeringsmaatschappij en een deskundige van de verzekeringsmaatschappij van cliënte zijn ter plaatse geweest en hebben de schade opgenomen. Mijn cliënte heeft nadien niet meer vernomen en is sowieso van mening dat u toerekenbaar tekortgeschoten bent in de nakoming van destijds de aannemingsovereenkomst en zeer onlangs bij de werkzaamheden die u in regie hebt uitgevoerd.

Immers is gebleken dat u destijds een pomp in de kelder niet naar behoren hebt aangesloten op het riool omdat de koppeling is losgeschoten. In de visie van mijn cliënte betreft het een onoordeelkundige montage die evenwel – door de geringe waterafvoer van overigens steeds lage temperatuur door de jaren heen – nimmer tot problemen heeft geleid totdat u onlangs de warmwaterboiler met een inhoud van 1.000 liter en met een watertemperatuur van 65 ̊ C hebt laten aflopen en nadien, korte tijd later dat nog eens moest doen met het buffervat bij de waterpomp, dat vanwege een verkeerde montage. Dat keer werd er 1.500 liter water met een watertemperatuur van 55 ̊ C afgevoerd.

Mijn cliënte wijt het loslaten van de koppeling die kennelijk onvoldoende deugdelijk was gemonteerd, niet alleen aan de grote hoeveelheid water die u met hoge druk hebt doen weglopen maar zeker ook aan de hoge temperatuur van dat water.

(...)

2.5.

Gedaagde onder 1, hierna te noemen Achmea, is de aansprakelijkheidsverzekeraar van [gedaagde sub 4].

2.6.

Bij e-mail bericht van 21 januari 2020 heeft Achmea gereageerd op de aansprakelijkstelling en informatie opgevraagd ten aanzien van de gestelde schade.

2.7.

Bij e-mailbericht van 19 februari 2020 aan de advocaat van [eisende partij c.s.] heeft Achmea de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 4] voor de schade erkend.

2.8.

Achmea heeft gedaagde onder 3, hierna te noemen [gedaagde sub 3] ingeschakeld om onderzoek te doen naar de aard en de omvang van de schade. [gedaagde sub 3] heeft het onderzoek verricht in dienst van Achmea.

2.9.

[gedaagde sub 3] is directeur-eigenaar van [gedaagde sub 2] (gedaagde onder 2).

2.10.

[gedaagde sub 3] heeft twee keer de woning bezocht en een aantal keren telefonisch met [eisende partij c.s.] over de schade gesproken.

2.11.

[eisende partij c.s.] heeft bij aannemingsbedrijf [aannemingsbedrijf X] (hierna: [aannemingsbedrijf X]) een offerte opgevraagd voor het herstellen van de schade. [aannemingsbedrijf X] heeft op 21 april 2020 een offerte uitgebracht, waarin voor de herstelwerkzaamheden een totaalprijs van € 113.099,33 is opgenomen.

2.12.

Bij e-mailbericht van 19 juni 2020 heeft Achmea de advocaat van [eisende partij c.s.] medegedeeld dat zij zich niet kon vinden in het uitgangspunt dat de cementdekvloer en alle vloertegels volledig vervangen zouden moeten worden. In het e-mailbericht heeft Achmea een aanbod aan [eisende partij c.s.] gedaan inhoudende betaling van een bedrag van € 50.000,00 tegen finale kwijting.

2.13.

Vervolgens heeft [eisende partij c.s.] bij e-mailbericht van 29 juni 2020 Achmea gevraagd om een kopie van het expertiserapport toe te sturen.

2.14.

Achmea heeft geweigerd het rapport aan [eisende partij c.s.] te verstrekken.

2.15.

Vervolgens heeft de advocaat van [eisende partij c.s.] bij e-mailbericht van 31 juli 2020 aangekondigd ter zake van vergoeding van de schade [gedaagde sub 4] en ter verkrijging van het rapport [gedaagde sub 4], [gedaagde sub 3] en Achmea in rechte te zullen betrekken.

2.16.

Bij brief van 31 augustus 2020 heeft de advocaat van [eisende partij c.s.] de conceptdagvaarding naar Achmea gezonden met de mededeling dat de dagvaarding zou worden uitgebracht wanneer niet uiterlijk een week later het bedrag van € 113.099,33 plus
€ 1.500,00 zou worden betaald.

2.17.

Bij e-mailbericht van 2 september 2020 heeft Achmea het rapport van [gedaagde sub 2] aan de advocaat van [eisende partij c.s.] toegezonden en medegedeeld dat het aanbod van € 50.000,00 was komen te vervallen.

2.18.

In het rapport van [gedaagde sub 3] is onder meer het volgende opgenomen:

(...)

Onderzoek

(...)

Bevindingen van de expert

Tijdens mijn inspectie op locatie heb ik waargenomen dat tegenpartij aan [adres] in [woonplaats] beschikt over een riante vrijstaande woning ie is opgedeeld over een begane grond met een verdieping. In het souterrain met een vloeroppervlak van circa 200m2 is een bioscoopruimte, saunaruimte, slaapkamer met aangrenzend een badkamer, een voorraadruimte, een wasruimte en een technische ruimte ingericht. Met betrekking tot deze kwestie is de technische ruimte van belang alwaar in de vloer een pompput ten behoeve van de afvoer van rioolwater is aangebracht. (...)

Omdat het rioolwater wat op kelderniveau wordt verzameld zich beneden het rioolniveau aanwezig is dient het rioolwater door middel van een pompinstallatie op het gemeentelijk rioolstelsel afgevoerd te worden.

(...)

Oorzaak

Een rubber manchet met slangkoppeling tussen de rioolafvoerbuis en de pompinstallatie is uit elkaar geschoven. Wanner dit is gebeurd is onbekend. (...)

Schade

Omvang van de schade

Verf en glad stucwerk op de binnenmuren is over een hoogte van circa 0,4m aangetast door optrekkend vocht. Mdf vloerplinten zijn door inwerking van vocht los gelaten van de muren en gaan werken (uitzetten). Dit in de hal, technische ruimte, wasruimte, opslagruimte bioscoopruimte en in het gastenverblijf. Voerbedekking in bioscoopruimte is gaan opbollen langs de wanden.

Bioscoopscherm is door een te hoge luchtvochtigheid gaan opbollen.

Daarnaast wenst de bouwkundig aannemer dat er onderzoek gedaan wordt naar de verlijming van de plavuizen vloer op de cementdekvloer en de verlijming van de wandtegels in de sauna ruimte en in de badkamer en toilet. Deze verwacht door inwerking van vocht vanaf de onderzijde dat de mogelijkheid van onthechting ontstaat.

Schadevaststelling

Tot op heden ben ik nog niet voorzien van een schadeopstelling. Vooralsnog raam ik deze op een bedrag van EUR 100.000,00 inclusief btw.

Organisatorische informatie en voortgang

Ik ben in afwachting van aanvullende informatie van tegenpartij omtrent de herstelkosten. Door de bouwkundige aannemer doet onderzoek naar de verlijming van de vloertegels en wandtegels en de mogelijke onthechting van de cementdekvloer. (...)

3 Het geschil

3.1.

[eisende partij c.s.] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. Achmea c.s. hoofdelijk zal veroordelen tot afgifte van een afschrift van alle stukken met alle bijbehorende bijlagen en daarover gevoerde correspondentie van [gedaagde sub 3] dan wel [gedaagde sub 2] aan Achmea en/of [gedaagde sub 4] met betrekking tot de schade aan de woning gelegen te [woonplaats] aan [adres],

2. zal bepalen dat Achmea c.s., indien niet binnen zeven dagen na betekening van het te wijzen vonnis aan het onder 1. gevorderde is voldaan, hoofdelijk een dwangsom verschuldigd is van € 1.000,00 per dag dan wel een gedeelte van een dag dat zij daarmee in gebreke blijven,

3. Achmea c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van dit geding en in de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis, en met bepaling dat indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd zal zijn, te rekenen vanaf de datum van het te wijzen vonnis, althans vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening.

3.2.

[eisende partij c.s.] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van de stukken. Uit de tekst van het rapport blijkt dat er tenminste nog een rapport, althans correspondentie is van [gedaagde sub 3] aan Achmea waarin [gedaagde sub 3] een oordeel geeft over de hoogte van de schade. [eisende partij c.s.] heeft die stukken nodig voor de procedure jegens [gedaagde sub 4] en voor het maken van een inschatting van het mogelijk te behalen resultaat daarvan. Gedaagden hebben ieder deze stukken onder zich, maar [eisende partij c.s.] heeft die niet gekregen.

3.3.

Achmea c.s. voert verweer. Achmea c.s. concludeert dat de vordering bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, moet worden afgewezen, en subsidiair dat opiniërende en adviserende bescheiden niet overgelegd dienen te worden, met veroordeling van [eisende partij c.s.] in de kosten van de procedure en in de nakosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Artikel 843a Rv voorziet erin dat degene die daarbij een rechtmatig belang heeft inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden, waaronder begrepen op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn voorganger partij is. Hierbij gaat het om gevallen waarin de inhoud van een schriftelijk

bewijsmiddel aan een partij in beginsel wel bekend is maar deze dat stuk niet in haar bezit heeft, terwijl zij het desbetreffende stuk bijvoorbeeld in een procedure zou willen overleggen. Artikel 843a Rv verbindt vier cumulatieve voorwaarden aan de toewijsbaarheid van een vordering tot overlegging van (afschriften van) stukken: (1) degene die de vordering instelt, dient daarbij op het moment dat hij dat doet een rechtmatig belang te hebben, (2) het moet gaan om bepaalde bescheiden (3) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of zijn rechtsvoorganger partij is, waarbij (4) degene van wie de bescheiden worden gevraagd deze te zijner beschikking of onder zijn berusting moet hebben. Door deze beperkingen kunnen zogenoemde 'fishing expeditions' worden voorkomen.

Rechtmatig belang

4.2.

De rechtbank volgt Achmea c.s. niet in haar verweer dat [eisende partij c.s.] geen rechtmatig belang heeft bij de gevraagde stukken. Een rechtmatig belang moet aanwezig worden geacht, indien de gevraagde bescheiden relevant zijn voor het bepalen van de rechtspositie van degene die om stukken verzoekt. In tegenstelling tot wat Achmea c.s. heeft betoogd is het niet nodig dat [eisende partij c.s.] voldoende aannemelijk maakt dat de onderliggende vordering slaagt. De arresten waar Achmea c.s. ter onderbouwing van haar stelling naar verwijst hebben betrekking op inbreuken op rechten van intellectuele eigendom, waarvoor een aparte regeling geldt waarin een dergelijke eis is opgenomen (artikel 1019b Rv). In de onderhavige zaak is voldoende dat [eisende partij c.s.] aannemelijk maakt dat hij mogelijk een onderliggende vordering heeft.

4.3.

Vast staat dat er in de woning waterschade is opgetreden en dat Achmea de aansprakelijkheid van haar verzekerde [gedaagde sub 4] heeft erkend. Daaruit volgt dat [gedaagde sub 4] aanspraak heeft op dekking jegens Achmea, waarmee de schade aan [eisende partij c.s.] kan worden vergoed. [eisende partij c.s.] heeft erop gewezen dat de hoogte van de schade op basis van de offerte van [aannemingsbedrijf X] en het aanbod van Achmea ver uit elkaar liggen en dat voor de inschatting van de hoogte van de schade en het nut van een procedure de gevraagde stukken van belang zijn. Daarmee is aannemelijk dat de gevraagde stukken van belang zijn voor het onderbouwen door [eisende partij c.s.] van zijn schadevordering. [eisende partij c.s.] heeft dan ook een rechtmatig belang bij verstrekking van de stukken.

Bepaalde bescheiden

4.4.

[eisende partij c.s.] vordert afgifte van stukken waarin [gedaagde sub 3] Achmea bericht over de hoogte van de schade. Achmea heeft betoogd dat de vordering te algemeen en te vaag is, waardoor sprake is van een “fishing expedition”.

Naar het oordeel van de rechtbank is de omschrijving van de gewenste bescheiden voldoende concreet om Achmea c.s. in staat te stellen te bepalen om welke bescheiden het gaat. Duidelijk is dat het om berichten aangaande de vaststelling van de schade in de woning van [eisende partij c.s.] gaat, die [gedaagde sub 3] in zijn hoedanigheid van schade-onderzoeker aan Achmea heeft verstrekt. Daarmee is voldoende afgebakend om welke stukken het gaat. Van een “fishing expedition” is geen sprake.

Rechtsbetrekking en beschikken

4.5.

Er moet sprake zijn van een rechtsbetrekking waarin [eisende partij c.s.] partij is. Vast staat dat tussen [eisende partij c.s.] en [gedaagde sub 4] een overeenkomst bestaat op basis waarvan [gedaagde sub 4] de werkzaamheden in de woning heeft uitgevoerd. De vordering uit hoofde van schadevergoeding die [eisende partij c.s.] stelt te hebben vloeit voort uit deze overeenkomst, namelijk het tekortschieten door [gedaagde sub 4] in zijn verplichtingen uit die overeenkomst. Daarmee bestaat er een rechtsbetrekking tussen [eisende partij c.s.] en [gedaagde sub 4].

Aangezien Achmea de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 4] heeft erkend, is er ook sprake van een rechtsbetrekking tussen [eisende partij c.s.] en Achmea.

4.6.

Achmea c.s. heeft als verweer gevoerd dat adviserende delen van rapporten van deskundigen niet onder een verzoek op grond van artikel 843a Rv geschaard mogen worden. [eisende partij c.s.] vraagt om stukken waarin door [gedaagde sub 3] de hoogte van het schadebedrag is vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit feitelijke/vaststellende gegevens die [gedaagde sub 3] op basis van zijn bevindingen heeft opgenomen. Ter zitting heeft Achmea c.s. erkend dat er interne stukken zijn over wat volgens [gedaagde sub 3] de schade is. Deze stukken dienen aan [eisende partij c.s.] te worden afgegeven. Vast staat dat Achmea over deze stukken beschikt. De vordering is jegens Achmea dan ook toewijsbaar voor zover het stukken betreft die zien op de vaststelling van de schade door [gedaagde sub 3].

4.7.

Volgens [eisende partij c.s.] mag ervan uit worden gegaan dat [gedaagde sub 4], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] eveneens de beschikking hebben over de gevraagde stukken. [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] (in persoon) hebben betwist dat zij beschikken over stukken of correspondentie die [gedaagde sub 3] in zijn hoedanigheid van schade-expert met Achmea heeft gewisseld. Nu [eisende partij c.s.] niet heeft onderbouwd dat de bescheiden zich (ook) onder [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] bevinden, zal de vordering jegens hen worden afgewezen.

Ter zitting is gebleken dat [gedaagde sub 3] ter vervanging van een uitgevallen collega door Achmea is ingehuurd om het onderzoek naar de schade te verrichten en de werkzaamheden niet vanuit [gedaagde sub 2] hebben plaatsgevonden. Deze laatste beschikt daarom ook niet over de stukken, zodat ook de vordering jegens haar zal worden afgewezen.

4.8.

Slotsom is dat de vordering jegens Achmea zal worden toegewezen en jegens [gedaagde sub 4], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] zal worden afgewezen.

4.9.

Nu Achmea heeft verklaard dat zij aan een veroordelend vonnis uitvoering zal geven en de rechtbank er zonder meer van uit gaat dat Achmea dit zal doen, wordt geen aanleiding gezien voor het opleggen van een dwangsom.

4.10.

Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Achmea tot afgifte van een afschrift van alle stukken met bijbehorende bijlagen en daarover gevoerde correspondentie van [gedaagde sub 3] aan Achmea met betrekking tot de vaststelling van de schade aan de woning, gelegen aan [adres] te [woonplaats],

5.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2021.

sa/St