Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:1317

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-03-2021
Datum publicatie
19-03-2021
Zaaknummer
05/881689-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt zowel een 29-jarige man uit Polsbroek als een 30-jarige man uit Maarssen tot een gevangenisstraf van 7 jaar voor het plegen van een gewelddadige woningoverval op een destijds 84-jarig slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/881689-18

Datum uitspraak : 19 maart 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. R.D.A. van Boom, advocaat in Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

Hij op of omstreeks 9 oktober 2016 te Harderwijk, althans in Nederland, omstreeks de periode tussen 03.00u tot en met 04.39u, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een horloge van het merk en/of type [merk 1] ,

-een horloge van het merk en/of type [merk 2] ,

-een horloge van het merk [merk 3]

-een horloge van het merk [merk 4] ,

-één of meer (andere) horloges,

-een (brandwerend) kistje met daarin 2300 gulden, testamenten, volmachten, een

trouwboekje van de ouders van voornoemde [slachtoffer] , 2000 euro (in een envelop van
ING), 300 euro (in een envelop van ABN-AMRO), een bruine leren portemonnee met een

ING-pas t.n.v. [slachtoffer] , een monsterbriefje van de grote vaart,

-2 (gouden) munten/tientjes,

-20 munten van 5,- (bijzondere uitgave),

-Een potje oude munten,

-één of meer (reserve)sleutels, behorende bij één of meer personenauto's van het merk
[merk 3] en/of voornoemde woning,

-een gouden [merk 5] herenring,

-een gouden zegelering, met afbeelding van een hert/eikenblaadjes,

-een gouden ring (met de poortgod [naam 1] )

-een ring et een blauwe steen ( [merk 6] ),

-papieren/documenten met betrekking tot (schadevergoeding in verband met) aandelen

in [naam 2] ,

-een boek van [naam 2] , getiteld "Voorzorg en de Vruchten",

-een set gouden manchetknopen,

-eigendomspapieren van het huis en de grond,

-oude brieven,

-rapporten van school,

-een paspoort op naam van [slachtoffer] , met nummer [nummer] ,

-een koffer met daarin een [merk 7] camera, met bijbehorende lenzen en/of

-één of meer (andere) camera's,

in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten toebehoorden, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn /hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking
en/of inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (tegen) voornoemde [slachtoffer] :

-met fel licht in de ogen te schijnen, met de kennelijke bedoeling om hem daarmee te

verblinden en/of te desoriënteren,

-(met kracht en/of hardhandig) vast te pakken,

-tegen/op de grond te gooien, duwen en/of smijten,

-tegen de grond te slaan en/of te stompen,

-één of meermalen (met kracht), tegen/in de armen en/of benen en/of borstkas en/of de

rug en/of de buik en/of het gezicht en/of het hoofd, althans het lichaam, te slaan,

stompen, schoppen, trappen en/of knijpen,

- ( strak) vast te binden met een touw aan de polsen en/of enkels ,

-een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, (met de scherpe kant) onder de

neus en/of op de keel en/of hals te zetten en/of waarbij het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] van achteren bij de haren werd vastgehouden en omhoog getild

-één of meermalen met een stroomstootwapen schokken toe te dienen, via zijn benen

en/of gezicht, althans zijn lichaam,

-één of meermalen te overgieten met water en/of water in het gezicht te gooien,

-(met het volle gewicht) op de borst(kas) van voornoemde [slachtoffer] te gaan staan, en/of

met kracht met de voeten druk uit te oefenen op de borst(kas) van voornoemde [slachtoffer] ,

-één of meermalen (op dwingende en/of intimiderende toon) te zeggen en/of

schreeuwen, zakelijk weergegeven, 'dat hij moest praten', althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking,

-één of meermalen (op dwingende en/of intimiderende toon) te zeggen en/of
schreeuwen en/of te vragen, zakelijk weergegeven, ‘waar is de kluis?’, althans woorden
van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
-door op en/of over de trap(treden) op vloeibaar wasmiddel gelijkende vloeistof, althans
vloeistof, te gieten, kennelijk met de bedoeling om voornoemde [slachtoffer] de vlucht en/of
het zoeken van hulp te bemoeilijken dan wel om voornoemde [slachtoffer] ten val te brengen
bij het gebruiken van de trap,

en/of

hij op of omstreeks 9 oktober 2016 te Harderwijk, althans in Nederland, omstreeks de periode
tussen 03.00u tot en met 04.39u, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in
een woning aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door
geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van
-een horloge van het merk en/of type [merk 1] ,

-een horloge van het merk en/of type [merk 2] ,

-een horloge van het merk [merk 3]

-een horloge van het merk [merk 4] ,

-één of meer (andere) horloges,

-een (brandwerend) kistje met daarin 2300 gulden, testamenten, volmachten, een

trouwboekje van de ouders van voornoemde [slachtoffer] , 2000 euro (in een envelop van
ING), 300 euro (in een envelop van ABN-AMRO), een bruine leren portemonnee met een

ING-pas t.n.v. [slachtoffer] , een monsterbriefje van de grote vaart,

-2 (gouden) munten/tientjes,

-20 munten van 5,- (bijzondere uitgave),

-Een potje oude munten,

-één of meer (reserve)sleutels, behorende bij één of meer personenauto's van het merk
[merk 3] en/of voornoemde woning,

-een gouden [merk 5] herenring,

-een gouden zegelering, met afbeelding van een hert/eikenblaadjes,

-een gouden ring (met de poortgod [naam 1] )

-een ring et een blauwe steen ( [merk 6] ),

-papieren/documenten met betrekking tot (schadevergoeding in verband met) aandelen

in [naam 2] ,

-een boek van [naam 2] , getiteld "Voorzorg en de Vruchten",

-een set gouden manchetknopen,

-eigendomspapieren van het huis en de grond,

-oude brieven,

-rapporten van school,

-een paspoort op naam van [slachtoffer] , met nummer [nummer] ,

-een koffer met daarin een [merk 7] camera, met bijbehorende lenzen en/of

-één of meer (andere) camera's,

in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] toebehoorden,
door:
(tegen) voornoemde [slachtoffer] :
-met fel licht in de ogen te schijnen, met de kennelijke bedoeling om hem daarmee te

verblinden en/of te desoriënteren,

-(met kracht en/of hardhandig) vast te pakken,

-tegen/op de grond te gooien, duwen en/of smijten,

-tegen de grond te slaan en/of te stompen,

-één of meermalen (met kracht), tegen/in de armen en/of benen en/of borstkas en/of de

rug en/of de buik en/of het gezicht en/of het hoofd, althans het lichaam, te slaan,

stompen, schoppen, trappen en/of knijpen,

- ( strak) vast te binden met een touw aan de polsen en/of enkels ,

-een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, (met de scherpe kant) onder de

neus en/of op de keel en/of hals te zetten en/of waarbij het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] van achteren bij de haren werd vastgehouden en omhoog getild

-één of meermalen met een stroomstootwapen schokken toe te dienen, via zijn benen

en/of gezicht, althans zijn lichaam,

-één of meermalen te overgieten met water en/of water in het gezicht te gooien,

-(met het volle gewicht) op de borst(kas) van voornoemde [slachtoffer] te gaan staan, en/of

met kracht met de voeten druk uit te oefenen op de borst(kas) van voornoemde [slachtoffer] ,

-één of meermalen (op dwingende en/of intimiderende toon) te zeggen en/of

schreeuwen, zakelijk weergegeven, 'dat hij moest praten', althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking,

-één of meermalen (op dwingende en/of intimiderende toon) te zeggen en/of
schreeuwen en/of te vragen, zakelijk weergegeven, ‘waar is de kluis?’, althans woorden
van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
-door op en/of over de trap(treden) op vloeibaar wasmiddel gelijkende vloeistof, althans
vloeistof, te gieten, kennelijk met de bedoeling om voornoemde [slachtoffer] de vlucht en/of
het zoeken van hulp te bemoeilijken dan wel om voornoemde [slachtoffer] ten val te brengen
bij het gebruiken van de trap,
en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen
goederen onder zijn /hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking
en/of inklimming.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair eerste alternatief ten laste gelegde feit, namelijk het medeplegen van diefstal met geweld. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Het begin van het onderzoek, de review en het DNA-onderzoek hebben niets opgeleverd wat redengevend kan zijn richting verdachte. Wat het DNA-onderzoek betreft, kan afgezien van vragen over het DNA-onderzoek zelf, worden gesproken van een match, maar dat heeft niets te maken met een begin van bewijs van de toedracht. Daarnaast moet men voorzichtig zijn met bewijs dat voortkomt uit een Werken Onder Dekmantel-traject. Verdachte is onschuldig en kan daarom ook geen alternatief scenario aandragen zonder te speculeren. Ook als wordt uitgegaan van de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] is er nog geen begin van bewijs voor het medeplegen.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beoordeling in de onderhavige zaak stelt de rechtbank voorop dat zij ook rekening heeft gehouden met de overwegingen in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] . Vanwege de samenhang tussen beide zaken, zijn die overwegingen ook bij de beoordeling in onderhavige zaak opgenomen.

De overval

Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij in de nacht van 9 oktober 2016 rond 03.00 uur plotseling wakker werd van glasgerinkel in zijn woning aan de [adres 2] in Harderwijk. Toen hij de overloop op liep, zag hij voor zich een paar schaduwen van personen staan. Aangever kon de personen niet goed zien, omdat zij een zaklamp in hun handen hadden en daarmee in zijn richting schenen waardoor hij werd verblind. Aangever zag dat de ruit op de overloop bij het balkon kapot was.

De personen renden naar hem toe, pakten hem vast en smeten hem op de grond. Aangever zag toen dat het twee mannen waren.

Eén van hen vroeg aangever diverse malen waar de kluis was in zijn woning. De mannen begonnen aangever te schoppen en te slaan over zijn hele lichaam. Eén van de mannen schopte hem vaak hard met zijn schoenen op de borst en ging met zijn schoenen met zijn volle gewicht op het borstbeen van aangever staan. Dit deed hij steeds met kracht, zodat alle lucht uit de longen van aangever werd geperst. Aangever zag en voelde dat de andere man hem hard tegen zijn benen schopte. Hij werd steeds op zijn hoofd en borst geslagen, geknepen en geschopt.

Eén van de mannen ging via de trap naar beneden en de andere man bleef bij aangever staan. Aangever hoorde veel lawaai en gerommel van de benedenverdieping komen, zag dat de man weer naar boven kwam en vervolgens de slaapkamer doorzocht en daarna naar de zolderkamer liep. Op een gegeven moment werd aangever alleen gelaten.

Eén van de mannen kwam terug en begon de enkels en polsen van aangever met een touw vast te binden. Vervolgens spande de man een verbindingstouw tussen de enkels en polsen van aangever. Het touw is niet van aangever. De mannen doorzochten daarna met zijn tweeën de woning.

Eén van de mannen kwam terug en had een jachtmes van aangever in zijn handen. De man knielde naast aangever en pakte het hoofd van aangever van achteren bij de haren vast. Hij tilde het hoofd van aangever naar de borst van aangever toe en aangever zag en voelde dat de man het lemmet van het mes met de scherpe zijde tegen de onderzijde van de neus van aangever hield. Vervolgens hield de man het scherpe lemmet tegen de keel van aangever aan. De man zei dreigend tegen aangever: “praten, praten”. Aangever reageerde niet meer en hield zich slap.

Hij hoorde dat de mannen weer het huis inliepen en de kamers doorzochten.

Een paar keer voelde aangever dat de mannen hem met een taser schokken gaven op zijn gezicht en door zijn pyjamabroek heen op zijn benen. Ook voelde aangever dat er water in zijn gezicht werd gegooid. Eén van de mannen sneed de touwen van de polsen van aangever door en rukte met geweld het polshorloge van [merk 1] , van de pols van aangever.2

Om 04.38.59 uur heeft aangever 112 gebeld.3 Aangever zag dat er een enorme ravage was aangericht in de slaapkamer en daarna zag aangever dat de brandwerende kist, met daarin een trouwboekje van zijn ouders, testamenten, 2000 euro in een ING-envelop, 300 euro in een ABN-envelop, een bruine leren portemonnee met daarin een ING-pas op naam van aangever en een monsterbriefje van de grote vaart, niet meer in de berging stond. Toen de politie bij de woning was, strompelde aangever naar de trap en probeerde naar beneden te komen. Halverwege gleed aangever van de trap, omdat die erg glad was van een bepaalde vloeistof.4

Naast het polshorloge van [merk 1] en de brandwerende kist met inhoud zijn de hierna volgende goederen weggenomen uit de woning van aangever: een horloge van [merk 2] , een gouden zegelring met afbeelding van een hert/eikenblaadjes,5 een paspoort op naam van aangever met nummer [nummer] ,6 twintig munten van € 5,- (bijzondere uitgave), een potje oude munten, twee antieke gouden tientjes, papieren met betrekking tot schadevergoeding in verband met aandelen in [naam 2] , een gouden ring met de poortgod [naam 1] , een [merk 3] -horloge, sleutels van drie auto’s van het merk [merk 3] met reservesleutels, huissleutels en reservesleutels, een stel gouden manchetknopen, een gouden [merk 5] -herenring, een ring met blauwe steen ( [merk 6] ), eigendomspapieren van het huis en de grond, oude brieven, rapporten van school, een Frans horloge, een [merk 4] -horloge, een kwarts horloge,7 een koffer met daarin een [merk 7] camera inclusief lenzen en drie andere oude camera’s.8

Uit het onderzoek aan de letsels bij aangever op 13 oktober 2016 blijkt dat aangever bloeduitstortingen heeft over zijn aangezicht, borst, rug, onderbuik links, bovenarm rechts, onderarm links, pols links, bovenbeen en heup rechts en heup/bil links. De bloeduitstorting op de rechter bovenarm heeft een patroon dat doet denken aan afdrukken van vingers. Verder is thermisch letsel vastgesteld over de heup/het bovenbeen rechts, een snijverwonding onder de neus en schaaf-/barstverwondingen over het achterhoofd.

Door de forensisch arts is geconcludeerd dat de letsels passen bij de door aangever beschreven toedracht en geweldsinwerkingen, waaronder het gebruik van de taser. Het verhaal van aangever is plausibel en er zijn geen inconsistenties.9

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat aangever [slachtoffer] het slachtoffer is geworden van een zeer gewelddadige woningoverval waarbij diverse goederen zijn weggenomen. Vervolgens ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] de daders zijn.

Het DNA-onderzoek
Tijdens het sporenonderzoek op 9 oktober 2016 in de woning van aangever werd onder meer een touw/koord (hierna: touw) in beslag genomen (SIN AAIH8570NL) dat boven op de trap lag en doorgesneden leek te zijn.10 Dit touw is vervolgens op 20 oktober 2016 door verbalisanten onderzocht en daarbij zagen zij dat er meerdere knopen in het touw zaten. Het touw is toen onder meer rondom knoop 2 (SIN AAJL9635NL) en rondom knoop 3 bemonsterd (SIN AAJL9636NL).11 Door de Forensische Opsporing zijn kort na de overval foto’s van het touw gemaakt en deze foto’s zijn aan aangever getoond. Aangever heeft verklaard dat het touw op de foto’s sterk lijkt op het touw dat is gebruikt bij de overval.12 Verder is op 9 oktober 2016 in het ziekenhuis de pyjama van aangever veilig gesteld (SIN AAJO7035NL). Deze pyjama is vervolgens op 20 oktober 2016 door verbalisanten onderzocht en bemonsterd, onder meer op een plek aan de achterkant van de rechter bovenarm (SIN AAJL9628NL).13

In 2016 zijn voor onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) opgestuurd onder meer de bemonstering van de pyjama aan de achterkant van de rechter bovenarm (SIN AAJL9628NL) alsmede de bemonstering rondom knoop 1 (SIN AAJL9634NL). De bemonsteringen rondom knoop 2 (SIN AAJL9635NL) en rondom knoop 3 (SIN AAJL9636NL) zijn in 2016 niet ingestuurd en toen dus niet onderzocht.

Blijkens het NFI-rapport van 7 december 2016 werd in de wel ingestuurde bemonsteringen celmateriaal aangetroffen waarvan het DNA-profiel matcht met dat van het slachtoffer. In de DNA-profielen van (onder meer) de bemonstering SIN AAJL9628NL#01 waren toen één of enkele pieken van relatief geringe intensiteit zichtbaar waarvan niet in alle gevallen duidelijk is of het DNA-kenmerken van minimaal een andere persoon of technische artefacten zijn. Deze pieken waren (vooralsnog) niet geschikt om te betrekken bij een vergelijkend DNA-onderzoek. Tevens werd daarbij door het NFI opgemerkt dat er mogelijkheden waren voor aanvullend onderzoek over additionele DNA-kenmerken in het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering SIN AAJL9628NL#01 (kort gezegd: de pyjama).14

De rechtbank leidt uit het dossier af dat in februari 2018 is besloten om het onderzoek te reviewen, omdat er tot dat moment geen aanknopingspunten waren gevonden in de richting van mogelijke daders. Vanuit de review werd ingezet op nader forensisch onderzoek aan de reeds afgenomen en hiervoor beschreven bemonsteringen van het touw en de pyjama.

De bemonsteringen rondom knoop 2 (SIN AAJL9635NL) en rondom knoop 3 (SIN AAJL9636NL) zijn daarop door het NFI blijkens het rapport van 8 augustus 2018 onderzocht. In de bemonstering rondom knoop 2 (SIN AAJL9635NL#01) werd een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen aangetroffen, waarvan het afgeleide DNA-hoofdprofiel van het slachtoffer kan zijn en waarvan de DNA-nevenkenmerken niet geschikt waren voor vergelijkend DNA-onderzoek.

In de bemonstering rondom knoop 3 met SIN AAJL9636NL#01 werd een DNA-mengprofiel van minimaal drie personen aangetroffen. Daaruit is een DNA-mengprofiel van twee personen afgeleid waarbij de overige DNA-kenmerken niet geschikt waren voor vergelijkend DNA-onderzoek. Het DNA-mengprofiel SIN AAJL9636NL#01 voldoet niet aan de criteria voor opname in de Nederlandse DNA-databank en is daarom niet opgenomen. Wel is dit DNA-mengprofiel op 27 juli 2018 door het NFI eenmalig vergeleken met de in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken aanwezige DNA-profielen van personen. Hierbij is gericht gezocht naar de persoon die naast aangever een relatief grote hoeveelheid DNA heeft bijgedragen aan deze bemonstering. Er is vervolgens een overeenkomst gevonden met het DNA-profiel van [verdachte] . Dit betekent volgens het NFI dat [verdachte] de donor kan zijn die naast het slachtoffer een relatief grote hoeveelheid DNA aan deze bemonstering (rondom knoop 3 met SIN AAJL9636NL#01) heeft bijgedragen. Vervolgens heeft het NFI aan de hand van hypotheses geconcludeerd dat het DNA-mengprofiel SIN AAJL9636NL#01 meer dan één miljard keer waarschijnlijker is wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering een relatief grote hoeveelheid DNA bevat van aangever en [verdachte] , dan wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering een relatief grote hoeveelheid DNA bevat van aangever en een onbekende persoon.15

Vanwege de hiervoor genoemde DNA-hit op [verdachte] heeft de politie onderzocht met wie hij in 2016 door de politie was gecontroleerd en van wie er al een DNA-profiel in de DNA-databank was opgenomen.16 Uit de politiesystemen volgt dat [verdachte] in 2016 getuige was van een mishandeling waarvan [medeverdachte] aangifte heeft gedaan en dat [verdachte] in 2017 samen met [medeverdachte] is gezien bij een verdachte situatie.17 Van [medeverdachte] bleek het DNA-profiel reeds te zijn opgenomen in de DNA-databank. Gelet op deze omstandigheden werd [medeverdachte] door het Openbaar Ministerie aangemerkt als “potential”.

Vervolgens is het “gehele” touw (twee lange stukken en een klein wit touwtje, met in totaal vijf knopen; met hernummering naar SIN AAIH8570NL) begin 2019 voor nader onderzoek naar het NFI gestuurd. Tevens is gevraagd om de bemonstering van de pyjama met SIN AAJL9628NL te onderwerpen aan een aanvullend DNA-onderzoek. Het NFI is gevraagd vier personen, van wie al een DNA-profiel in de DNA-databank was opgenomen, in het DNA-onderzoek te betrekken, onder wie [medeverdachte] en [verdachte] .18

De uitkomsten van dit DNA-onderzoek zoals weergegeven in het NFI-rapport van 21 maart 2019 zijn naar het oordeel van de rechtbank belastend voor medeverdachte [medeverdachte] , gelet op de aangetroffen matches en de genoemde zeldzaamheidswaarden. Ten aanzien van de rechtmatigheid en bruikbaarheid van deze onderzoeksresultaten en gezien de verwevenheid van de zaken, overweegt de rechtbank mede naar aanleiding van het gevoerde verweer inzake medeverdachte [medeverdachte] als volgt.

De rechtbank stelt voorop dat de opname van het DNA-profiel van [medeverdachte] in de DNA-databank voor strafzaken een gegeven is en dat de rechtbank geen reden heeft om aan te nemen dat die opname destijds onrechtmatig zou zijn geweest. Verder stelt de rechtbank op basis van artikel 14 lid 1 van het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken vast dat er een DNA-databank voor strafzaken is die tot doel heeft het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten. Kenmerkend voor de databank is dat daarin opgenomen profielen van veroordeelde personen kunnen worden vergeleken met DNA-sporen in (opnieuw) lopende onderzoeken.

De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden staat er in dit geval naar het oordeel van de rechtbank niet aan in de weg dat het DNA-mengprofiel uit de bemonstering van één of meer sporen in deze specifieke strafzaak mocht worden vergeleken met het DNA-profiel van (onder meer) [medeverdachte] op een moment dat hij nog niet als verdachte werd aangemerkt.

Uit de hiervoor aangehaalde NFI-rapporten blijkt immers dat de DNA-profielen die werden verkregen uit de bemonstering rondom knoop 2 (SIN AAJL9635NL#01) en de pyjama (aan de achterkant van de rechter bovenarm; SIN AAJL9628NL) eerder (nog) niet geschikt waren voor vergelijkend DNA-onderzoek, naar de rechtbank begrijpt: (ook) met profielen opgenomen in de DNA-databank. In het geval in een eerdere onderzoeksfase uit bemonsteringen wel DNA-profielen waren verkregen die geschikt waren voor opname in de DNA-databank danwel vergelijking met in de DNA-databank aanwezige profielen, dan zou een dergelijke match of hit als vanzelf, dus zonder enige inbreuk op verdachtes rechten, tot stand zijn gekomen.

Dat er niet eerder een match is gemeld, betreft dus een toevallige omstandigheid, waarop noch [medeverdachte] noch het Openbaar Ministerie invloed heeft kunnen uitoefenen. Het belang van [medeverdachte] om niet als mogelijke dader in beeld te komen door eerdere vergelijkingstechnische beperkingen zoals hiervoor beschreven, is geen belang dat de artikelen 6 en 8 EVRM, dan wel de beginselen van een goede procesorde beogen te beschermen.

Onder deze omstandigheden moet het toelaatbaar worden geacht dat er opdracht wordt gegeven tot een specifieke vergelijking van sporen met het DNA-profiel van “potentials”, gelet op de ernst van de verdenking, de vaststelling dat het onderzoek was vastgelopen en dat niet is gebleken dat op dat moment minder verstrekkende opsporingsmogelijkheden voorhanden waren die uitzicht boden op het ophelderen van de overval.

Naar het oordeel van de rechtbank is het betreffende DNA-onderzoek dan ook rechtmatig geweest en kan de uitkomst daarvan worden gebruikt voor het bewijs. Het gaat daarbij om de volgende onderzoeksresultaten.

Het DNA-hoofdprofiel van het DNA-mengprofiel in de bemonstering van de pyjama met SIN AAJL9628NL kan blijkens het onderzoek van het NFI afkomstig zijn van aangever. De DNA-nevenkenmerken kunnen afkomstig zijn van [medeverdachte] en ten minste één onbekende persoon. Door het NFI is aan de hand van vergelijking van hypotheses geconcludeerd dat het verkregen DNA-mengprofiel meer dan één miljard keer waarschijnlijker is wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever, [medeverdachte] en één willekeurige onbekende persoon, dan (de hypothese waar is dat) wanneer de bemonstering DNA bevat van aangever en twee willekeurige onbekende personen.19

Het NFI heeft daarnaast het stuk touw tussen knoop 1 en knoop 5 bemonsterd (SIN AAIH8570NL#02) en daarin vervolgens een DNA-mengprofiel van ten minste twee personen aangetroffen. Het DNA-hoofdprofiel kan afkomstig zijn van aangever en de DNA-nevenkenmerken kunnen afkomstig zijn van [medeverdachte] . Het NFI heeft aan de hand van vergelijking van hypotheses geconcludeerd dat het verkregen DNA-mengprofiel meer dan één miljard keer waarschijnlijker is wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever en [medeverdachte] , dan wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever en één willekeurige onbekende persoon.20

Verder heeft het NFI het stuk touw nabij knoop 2 (SIN AAIH8570NL#06 en SIN AAIH8570NL#07) en aan de binnenkant van knoop 2 (SIN AAIH8570NL#08) bemonsterd.

In de bemonstering met SIN AAIH8570NL#06 is een DNA-mengprofiel van ten minste drie personen aangetroffen, waarvan het DNA-hoofdprofiel van aangever kan zijn en de DNA-nevenkenmerken van [medeverdachte] en ten minste één andere persoon. Dit verkregen DNA-mengprofiel is volgens het NFI aan de hand van een vergelijking van hypotheses circa één miljoen keer waarschijnlijker wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever, [medeverdachte] en één willekeurige onbekende persoon, dan wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever en twee willekeurige onbekende personen.
In de bemonstering met SIN AAIH8570NL#07 is een DNA-mengprofiel van ten minste drie personen aangetroffen, waarvan het DNA-hoofdprofiel van aangever kan zijn en de DNA-nevenkenmerken van [medeverdachte] en ten minste één andere persoon. Dit verkregen DNA-mengprofiel is volgens het NFI aan de hand van een vergelijking van hypotheses meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever, [medeverdachte] en één willekeurige onbekende persoon, dan wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever en twee willekeurige onbekende personen.
In de bemonstering met SIN AAIH8570NL#08 is een DNA-mengprofiel van ten minste twee personen aangetroffen en een gering aantal pieken/DNA-kenmerken die kunnen duiden op de aanwezigheid van een derde persoon. Het DNA-hoofdprofiel kan van aangever zijn en de DNA-nevenkenmerken van [medeverdachte] . Dit verkregen DNA-mengprofiel is volgens het NFI aan de hand van een vergelijking van hypotheses circa 75 miljoen keer waarschijnlijker wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever, [medeverdachte] en één willekeurige onbekende persoon, dan wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever en twee willekeurige onbekende personen.

Ook is door het NFI onderzoek gedaan naar de bemonstering rondom knoop 2 (SIN AAJL9635NL). In deze bemonstering is een DNA-mengprofiel van ten minste drie personen aangetroffen, waarvan het DNA-hoofdprofiel van aangever kan zijn en de DNA-nevenkenmerken van [medeverdachte] en ten minste één andere persoon. Dit verkregen DNA-mengprofiel is volgens het NFI aan de hand van een vergelijking van hypotheses meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever, [medeverdachte] en één willekeurige onbekende persoon, dan wanneer (de hypothese waar is dat) de bemonstering DNA bevat van aangever en twee willekeurige onbekende personen.21

De rechtbank stelt op basis van het voorgaande vast dat uit het DNA-onderzoek naar de bemonsteringen van de knopen in het touw volgt dat één DNA-hit is opgetreden met [verdachte] en vijf met [medeverdachte] . Wat de verdediging namens [verdachte] heeft opgeworpen over het DNA-onderzoek, waaronder de bemonstering, is zodanig algemeen geformuleerd, dat het geen aanleiding geeft voor twijfel aan de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en evenmin aan de uitkomsten daarvan.

Daarnaast is uit het DNA-onderzoek naar de bemonstering van de pyjama op de plek aan de achterkant van de rechter bovenarm één DNA-hit opgetreden met [medeverdachte] . De bewijswaardes die het NFI heeft gekoppeld aan de DNA-hits hebben naar het oordeel van de rechtbank een (zeer) hoge zeldzaamheidswaarde. Bovendien gaat het om DNA-hits die zijn opgetreden na bemonsteringen van delictgerelateerde plekken, namelijk van de pyjama bij de rechter bovenarm ter hoogte waarvan op het lichaam van aangever tevens door de forensisch arts een bloeduitstorting is waargenomen met een patroon dat doet denken aan afdrukken van vingers en bij en in de knopen van het touw dat is aangetroffen vlak na de overval en waarvan aangever heeft verklaard dat het touw sterk lijkt op het touw dat is gebruikt bij de overval. De plekken waarop het touw is bemonsterd, zijn bovendien delictgerelateerd, omdat het is gebruikt om aangever vast te binden.

De rechtbank stelt verder vast dat [medeverdachte] in de nacht van de overval naar eigen zeggen zeer nabij de plaats delict is geweest (stellend dat hij als chauffeur diende voor inbrekers in de woning) alsmede dat [verdachte] in die periode een relatie had met [naam 3] , waarbij de laatste veel in de woning naast die van aangever verbleef, zoals hierna nader uiteengezet. De rechtbank concludeert dan ook dat het hier gaat om dadersporen en dat [verdachte] en [medeverdachte] deze sporen hebben achtergelaten in de woning van aangever tijdens het plegen van de overval. Dat uit het dossier naar voren komt dat door de daders van de overval op enig moment wellicht handschoenen zijn gedragen, doet aan deze conclusie niet af.

Wat betreft het door verdachte gevoerde verweer ten aanzien van het ontstaan van de sporen op het touw overweegt de rechtbank nog dat dit verweer een hoog theoretisch gehalte kent en verdachte hierover geen concrete en verifieerbare verklaring heeft afgelegd, anders dan het touw mogelijk van een bouwplaats komt waar hij met [medeverdachte] heeft gewerkt. Van een volwaardig alternatief scenario is derhalve geen sprake.

Het Werken Onder Dekmantel (WOD)-traject
De rechtbank leidt uit het dossier af dat toen na de review nader forensisch onderzoek aanknopingspunten opleverde voor de verdenking van [verdachte] en [medeverdachte] , onder meer is besloten om na aanhouding van [medeverdachte] op 11 februari 2020 een kortdurend WOD-traject in te zetten op [medeverdachte] en [verdachte] . Daarbij is getracht om undercover stelselmatig informatie in te winnen en voor ruis te zorgen.

Mede naar aanleiding van het namens medeverdachte [medeverdachte] gevoerde verweer ten aanzien van het WOD-traject overweegt de rechtbank alhier ambtshalve als volgt. De rechtbank is van oordeel dat de overval in deze zaak een zeer ernstig feit betreft, waarbij veel en grof geweld is gebruikt. Daarnaast staat vast dat het onderzoek eerder is vastgelopen, waarna een review heeft gezorgd voor nieuwe aanknopingspunten die wezen in de richting van [verdachte] en [medeverdachte] . Dit alles maakt dat de inzet van het WOD-traject naar het oordeel van de rechtbank voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Verder is de rechtbank van oordeel dat de processen-verbaal die door de informatie-inwinner zijn opgemaakt voldoende informatief en gedetailleerd zijn. Dat de gesprekken tussen de informatie-inwinner en [medeverdachte] niet (auditief) zijn opgenomen, is geen verplichting en gegeven de situatie waarin de gesprekken plaatsvonden een verdedigbare keuze geweest van het onderzoeksteam. De beoordelingsruimte om een dergelijke keuze te maken kwam het onderzoeksteam toe.

Verder stelt de rechtbank op basis van het dossier vast dat het WOD-traject ten aanzien van [medeverdachte] één dag is ingezet, dat de informatie-inwinner op die dag drie relatief korte contactmomenten met [medeverdachte] heeft gehad en dat [medeverdachte] na het eerste contactmoment is gehoord in het bijzijn van zijn raadsman. In de twee gesprekken met de informatie-inwinner daarna heeft [medeverdachte] nog informatie met hem gedeeld. Uit de hierna weergegeven processen-verbaal van de informatie-inwinner blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat verdachte die inwinner spontaan, zelfstandig en vrijwillig informatie over de overval heeft verstrekt en dat enkele eenvoudige vragen daartoe genoeg waren. Van aansporing of uitoefening van enige (emotionele) druk om te verklaren is niet gebleken. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen deze omstandigheden niet de conclusie dat de gesprekken tussen [medeverdachte] en de informatie-inwinner feitelijk neerkomen op een verhoorsituatie.

Tot slot overweegt de rechtbank dat ook de verdediging van [verdachte] de betrokken verbalisanten over dit WOD-traject uitgebreid heeft kunnen ondervragen bij de rechter-commissaris. De aldaar afgelegde verklaringen stroken op het niveau van de relevante bijzonderheden met de informatie die door hen is opgenomen in de processen-verbaal van bevindingen naar aanleiding van de WOD-contacten met verdachte en het WOD-traject.

De inhoud van de verklaringen die [medeverdachte] heeft afgelegd tegenover de informatie-inwinner acht de rechtbank aldus als bewijsmiddel toelaatbaar en betrouwbaar en deze verklaringen zullen dan ook worden gebruikt voor het bewijs.

Op 11 februari 2020 kreeg verbalisant [code verbalisant] de opdracht om sociaal contact te maken met [medeverdachte] en informatie bij hem in te winnen over de overval. Die dag om 09.00 uur maakte [code verbalisant] contact met de Marokkaanse jongen (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte] ) op de luchtplaats. [code verbalisant] hoorde [medeverdachte] zeggen dat hij was aangehouden voor een feit uit 2016, een overval, en dat hij wel wist waar het over ging. Hij had namelijk niets anders gedaan in 2016. [code verbalisant] hoorde [medeverdachte] verder zeggen dat het vast geen DNA kon zijn, omdat ze anders toch allang bij hem waren gekomen. [medeverdachte] zei dat ze niks meer hadden van die tijd en dat ze alles weg hebben gemaakt, ook de telefoons. [code verbalisant] vroeg aan [medeverdachte] of hij de overval in Apeldoorn heeft gepleegd. Daarop antwoordde [medeverdachte] dat het feit was gepleegd in Harderwijk. [medeverdachte] gaf verder aan dat wel vijf personen ervan wisten en dat ze dit met vier personen hadden gedaan. Eén van zijn vrienden, die ook mee was tijdens de overval, heeft een vriendin en die heeft hem gezegd dat ze dit moesten doen. [medeverdachte] zei dat hij wel 10 jaar kon krijgen voor een overval. Op de vraag van [code verbalisant] of er iets met de mensen was gebeurd, gaf [medeverdachte] aan dat ze die wel klappen hebben gegeven en dat hij letsel had. Hij weet wat daar is gebeurd.22

Rond 14.45 uur spraken [code verbalisant] en [medeverdachte] elkaar weer op de luchtplaats. [medeverdachte] zei dat het om DNA ging, dat dat op een touw was gevonden en dat hij daar vanaf wilde komen. [medeverdachte] noemde een aantal opties. [code verbalisant] vroeg aan hem wat er met het touw was gebeurd, waarop [medeverdachte] zei dat ze de man hadden vastgebonden met het touw en dat hij dat samen heeft gedaan met de vriend van dat meisje. [code verbalisant] zag dat [medeverdachte] met zijn armen en handen een gebaar maakte alsof hij iemand vast maakte. Verder gaf [medeverdachte] aan dat ook DNA was gevonden op de pyjama van het slachtoffer en hij vroeg of dat kon doordat ze het slachtoffer nat hadden gemaakt. Even later zei [medeverdachte] dat hij op een formulier over DNA-mengprofielen had gezien dat de namen van zijn vriend en diens vriendin ook op die lijst stonden. [code verbalisant] vroeg of zij ook met hen was mee gegaan. Daarop zei [medeverdachte] dat dat niet zo was en dat zij buren is van het slachtoffer en daarnaast woont. [medeverdachte] vertelde verder dat hij van de rechercheurs had gehoord dat ze een ring had willen verkopen bij een juwelier. [code verbalisant] vroeg vervolgens of zij sieraden hadden meegenomen uit het huis, waarop [medeverdachte] dat bevestigde.23

De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van [medeverdachte] zoals die zijn vastgelegd in de door de informatie-inwinner ambtsedig opgemaakte processen-verbaal van bevindingen. Ook heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de verklaringen van [medeverdachte] verkeerd zijn gehoord of verkeerd zijn opgeschreven. De rechtbank acht de processen-verbaal – en de verklaringen van [medeverdachte] die daarin zijn opgenomen – dan ook betrouwbaar en stelt vast dat deze verklaringen daderinformatie bevatten. Bovendien blijkt daaruit naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte] als dader aan de overval heeft deelgenomen gezien de inhoud van zijn verklaringen over onder meer het vastbinden, het nat gooien en dergelijke en niet “slechts” als chauffeur van de inbrekers, zoals hij heeft verklaard.

De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of [verdachte] de vriend is met de vriendin over wie [medeverdachte] in zijn gesprekken met de informatie-inwinner heeft verklaard.
Uit de politiesystemen is gebleken dat [verdachte] sinds 2016 een relatie heeft met [naam 3] .24 In 2020 hadden zij nog steeds een relatie, wat volgt uit een getapt telefoongesprek van 25 januari 2020 waarin zij tegen elkaar zeggen dat zij van elkaar houden en uit een getapt telefoongesprek van 20 februari 2020 waarin [naam 3] aan het CJIB meldt dat haar vriend [verdachte] is aangehouden.25 Uit de GBA blijkt dat sinds 2000 op de [adres 3] , de directe woning naast de woning van aangever, onder meer [naam 4] en [naam 5] woonachtig zijn. [naam 4] is de broer van de vader van [naam 3] .26 Op 22 maart 2016 is in de woning aan de [adres 3] veel administratie aangetroffen, gericht aan [naam 3] , met als adres vermeld [adres 3] te Harderwijk.27 Op basis van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] de vriend is over wie [medeverdachte] heeft verklaard.

Conclusie

Op basis van de hiervoor beschreven bewijsmiddelen – in onderlinge samenhang bezien – is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] en [medeverdachte] degenen zijn die zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van de woningoverval. Uit de aangifte volgt dat de woningoverval is gepleegd door (ten minste) twee personen (die in de woning waren) en dat aangever door deze personen is vastgebonden met een touw. Op basis van het DNA-onderzoek naar de bemonsteringen van het touw en de pyjama van aangever heeft de rechtbank geconcludeerd dat de DNA-hits dadersporen betreffen en dat [verdachte] en [medeverdachte] deze sporen hebben achtergelaten in de woning van aangever tijdens het plegen van de overval. Ten slotte heeft [medeverdachte] tegenover een informatie-inwinner onder meer verklaard dat hij samen met een vriend de man heeft vastgebonden met een touw. Deze vriend bleek [verdachte] te zijn.

De rechtbank overweegt dat aangever wisselend heeft verklaard over het postuur en de lengte van de mannen, waarbij relevant moet worden geacht dat hij tijdens de overval vooral op de grond heeft gelegen en hij zijn bril niet op had. Het verweer van de verdediging als zou verdachte niet in het signalement passen, wordt om die reden verworpen.

Uit de aangifte volgt dat de rollen die deze daders bij de overval hebben gehad onderling inwisselbaar waren. Beide daders hebben geweld toegepast en beide daders hebben de woning doorzocht. Dat geweld onderdeel moet zijn geweest van het plan van de daders blijkt in elk geval uit het meenemen van het touw, van de taser en van het door beide daders toepassen van dat geweld. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [medeverdachte] en [verdachte] de woningoverval tezamen en in vereniging hebben gepleegd. De vraag of en zo ja er meer daders bij de overval betrokken zijn geweest, zoals mogelijk volgt uit de verklaring van [medeverdachte] en hoe hun aandeel dan te kwalificeren valt (medepleger of medeplichtige), valt buiten het directe bereik van deze strafzaak.

Het primair, eerste alternatief, ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld is wettig en overtuigend bewezen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair, eerste alternatief, tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Hij op of omstreeks 9 oktober 2016 te Harderwijk, althans in Nederland, omstreeks de periode tussen 03.00u tot en met 04.39u, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, aan de [adres 2] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een horloge van het merk en/of type [merk 1] ,

-een horloge van het merk en/of type [merk 2] ,

-een horloge van het merk [merk 3]

-een horloge van het merk [merk 4] ,

-één of meer (andere) horloges,

-een (brandwerend) kistje met daarin 2300 gulden, testamenten, volmachten, een

trouwboekje van de ouders van voornoemde [slachtoffer] , 2000 euro (in een envelop van
ING), 300 euro (in een envelop van ABN-AMRO), een bruine leren portemonnee met een

ING-pas t.n.v. [slachtoffer] , een monsterbriefje van de grote vaart,

-2 (gouden) munten/tientjes,

-20 munten van 5,- (bijzondere uitgave),

-een potje oude munten,

-één of meer (reserve)sleutels, behorende bij één of meer personenauto's van het merk
[merk 3] en/of voornoemde woning,

-een gouden [merk 5] herenring,

-een gouden zegelring, met afbeelding van een hert/eikenblaadjes,

-een gouden ring (met de poortgod [naam 1] )

-een ring met een blauwe steen ( [merk 6] ),

-papieren/documenten met betrekking tot (schadevergoeding in verband met) aandelen

in [naam 2] ,

-een boek van [naam 2] , getiteld "Voorzorg en de Vruchten",

-een set gouden manchetknopen,

-eigendomspapieren van het huis en de grond,

-oude brieven,

-rapporten van school,

-een paspoort op naam van [slachtoffer] , met nummer [nummer] ,

-een koffer met daarin een [merk 7] camera, met bijbehorende lenzen en/of

-één of meer (andere) camera's,

in elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn medeverdachten toebehoorden, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door (tegen) voornoemde [slachtoffer] :

-met fel licht in de ogen te schijnen, met de kennelijke bedoeling om hem daarmee te

verblinden en/of te desoriënteren,

-(met kracht en/of hardhandig) vast te pakken,

-tegen/op de grond te gooien, duwen en/of smijten,

-tegen de grond te slaan en/of te stompen,

-één of meermalen (met kracht), tegen/in de armen en/of benen en/of borstkas en/of de

rug en/of de buik en/of het gezicht en/of het hoofd, althans het lichaam, te slaan,

stompen, schoppen, trappen en/of knijpen,

- (strak) vast te binden met een touw aan de polsen en/of enkels ,

-een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, (met de scherpe kant) onder de

neus en/of op de keel en/of hals te zetten en/of waarbij het hoofd van voornoemde

[slachtoffer] van achteren bij de haren werd vastgehouden en omhoog getild

-één of meermalen met een stroomstootwapen schokken toe te dienen, via zijn benen

en/of gezicht, althans zijn lichaam,

-één of meermalen te overgieten met water en/of water in het gezicht te gooien,

-(met het volle gewicht) op de borst(kas) van voornoemde [slachtoffer] te gaan staan, en/of

met kracht met de voeten druk uit te oefenen op de borst(kas) van voornoemde [slachtoffer] ,

-één of meermalen (op dwingende en/of intimiderende toon) te zeggen en/of

schreeuwen, zakelijk weergegeven, 'dat hij moest praten', althans woorden van gelijke

dreigende aard en/of strekking,

-één of meermalen (op dwingende en/of intimiderende toon) te zeggen en/of
schreeuwen en/of te vragen, zakelijk weergegeven, ‘waar is de kluis?’, althans woorden
van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
-door op en/of over de trap(treden) op vloeibaar wasmiddel gelijkende vloeistof, althans
vloeistof, te gieten, kennelijk met de bedoeling om voornoemde [slachtoffer] de vlucht en/of
het zoeken van hulp te bemoeilijken dan wel om voornoemde [slachtoffer] ten val te brengen
bij het gebruiken van de trap.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen en waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van het voorarrest. Verder heeft de officier van justitie om opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevraagd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis heeft de verdediging aangevoerd dat de persoonlijke omstandigheden die reden waren voor de schorsing onverkort aanwezig zijn en dat er geen grond is die maakt dat de schorsing moet worden opgeheven.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan een zeer gewelddadige overval op een destijds 84-jarige man. Nadat zij zich middenin de nacht de toegang tot zijn woning hadden verschaft, hebben zij extreem geweld gebruikt tegen het slachtoffer en bovenmatig veel schade toegebracht in de woning. Zij hebben een taser en een touw meegenomen, het slachtoffer vervolgens vastgebonden met dit touw, terwijl zij hem ook meerdere keren hebben geschopt, geslagen, geknepen en met de taser bewerkt. Ook hebben zij het slachtoffer bedreigd met een mes van het slachtoffer zelf, door het lemmet van dit mes tegen de neus en keel van het slachtoffer aan te houden. Het slachtoffer heeft veel verwondingen aan het geweld overgehouden. Toen het slachtoffer zich uiteindelijk slap hield en niet meer reageerde, werd er nog water in zijn gezicht gegooid. Het niets ontziende geweld op het geboeide bejaarde slachtoffer heeft trekken van een marteling.

Verdachte en zijn mededader hebben bij de overval vele goederen buitgemaakt, waaronder verschillende gouden sieraden en horloges. Daarnaast hebben zij vele (zinloze) vernielingen verricht aan het interieur van de woning van het slachtoffer. Verdachte en zijn mededader hebben een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, te meer omdat de eigen woning bij uitstek de plaats is waar iemand zich veilig moet voelen. Dit soort overvallen zorgt bovendien voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent verdachte dit feit dan ook zwaar aan. Verdachte wordt ook verweten dat hij met zijn proceshouding geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen.

Bij het bepalen van de straf neemt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt. Voor een overval op een woning met ander geweld dan licht geweld/bedreiging wordt gemiddeld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren opgelegd. Als strafvermeerderende factoren weegt de rechtbank mee dat sprake is van medeplegen, dat het gaat om een kwetsbaar slachtoffer van een hoge leeftijd, dat het slachtoffer door het toegepaste ernstige geweld met onder meer een mes en een taser veel bloeduitstortingen en verschillende (brand)wonden heeft opgelopen, dat er veel schade in de woning is toegebracht en dat de overval is gepleegd tijdens de voor de nachtrust bestemde tijd.

De rechtbank overweegt nog dat het tijdsverloop in deze zaak geen strafmatigende factor is, gezien de ernst van de overval en de proceshouding van verdachte.

Verder heeft de rechtbank gelet op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 december 2020, waaruit volgt dat verdachte onder meer in januari 2017 is veroordeeld voor het plegen van een vermogensdelict en in juli 2016 voor het plegen van een mishandeling van een ambtenaar in functie. Met deze veroordelingen is sprake van recidive. Voor deze feiten heeft verdachte geldboetes opgelegd gekregen. Vanwege de veroordeling in 2017 constateert de rechtbank dat artikel 63 Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Verder heeft de rechtbank gelet op het advies van Reclassering Nederland van 20 april 2020.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie een passende straf is. De rechtbank ziet geen aanleiding om hier in strafmatigende zin van af te wijken en zal verdachte dan ook veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van het voorarrest.

Gezien de ernst van de bewezen overval en gelet op de omstandigheid dat verdachte ter zitting desgevraagd niet concreet heeft kunnen of willen aangeven waarom de situatie van zijn vriendin ( [naam 3] ) nog steeds zodanig is dat zijn aanwezigheid thuis nodig is, zal de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen. Het strafvorderlijk belang van voorlopige hechtenis dient weer te prevaleren boven het gestelde persoonlijke belang.

8 De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het bewezen verklaarde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 13.986,15 aan materiële schade en € 7.000,-- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is verzocht om de daders hoofdelijk aansprakelijk te stellen en om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Overweging van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is, een en ander zoals hierna nader overwogen en beslist.

Materiële schade

De benadeelde partij heeft verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten in verband met de installatie van een beveiligingssysteem en in verband met het jaarlijks onderhoud van deze installatie over de jaren 2017 tot en met 2021.

In beginsel acht de rechtbank de kosten van het aanbrengen van een beveiligingssysteem na een overval niet toewijsbaar, aangezien de schade niet in voldoende rechtstreeks verband staat met het strafbare feit. Het gaat namelijk niet om herstelschade, want de kosten worden gemaakt ter voorkoming van een nieuwe overval. De rechtbank overweegt in dit geval echter dat het om een brute en gewelddadige overval gaat en dat uit het medisch verslag van de huisarts en de POH-GGZ van 8 juni 2020, dat ter onderbouwing bij de vordering van de benadeelde partij is gevoegd, volgt dat de benadeelde partij pas weer een gevoel van veiligheid voor zichzelf heeft kunnen bewerkstelligen door de aanleg van een veiligheidssysteem. De rechtbank is dan ook van oordeel dat in dit geval het psychisch herstel van de benadeelde partij is gediend bij de installatie van het beveiligingssysteem, waardoor de gemaakte kosten in verband met die installatie in het onderhavige geval in rechtstreeks verband staan met de overval. Dit geldt ook ten aanzien van de gemaakte abonnementskosten meldkamer over de jaren 2017 tot en met 2021. Deze schadeposten zijn voldoende onderbouwd en het bedrag komt redelijk voor. Verdachte en zijn mededader zijn voor deze schade naar burgerlijk recht aansprakelijk, dus de vordering zal tot € 12.285,-- worden toegewezen.

De kosten voor het onderhoud van het beveiligingssysteem zelf en het abonnement brandmelding zal de rechtbank vanwege een te ver verwijderd verband met het delict niet toewijzen maar de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk verklaren.

Smartengeld

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) onder meer recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen deze categorie van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Door de overval heeft de benadeelde immers (ook) lichamelijk letsel opgelopen. Dit is aan verdachte en zijn mededader toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 7.000,-- begroten.

Overig

Verdachte is wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag aan smartengeld vanaf 9 oktober 2016 (datum feit) en over het toegewezen bedrag aan materiële schade vanaf 14 januari 2021 (datum vordering).

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn mededader ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn mededader de schade heeft vergoed.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;

  • -

    veroordeelt verdachte in verband met het bewezen verklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 12.285,-- aan materiële schade en € 7.000,-- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag aan smartengeld vanaf 9 oktober 2016 en over het toegewezen bedrag aan materiële schade vanaf 14 januari 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

  • -

    veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

  • -

    legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 12.285,-- aan materiële schade en € 7.000,-- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag aan smartengeld vanaf 9 oktober 2016 en over het toegewezen bedrag aan materiële schade vanaf 14 januari 2021 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als deze bedragen niet worden betaald, kunnen 131 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. P.J.C. Cremers en

mr. A.M.P.T. Blokhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2021.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016498625, gesloten op 12 mei 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 250, het proces-verbaal van bevindingen, p. 253, het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 261-264 en het proces-verbaal van bevindingen, p. 357.

3 Het proces-verbaal van bevindingen van de melding van de meldkamer, p. 245A.

4 Het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 264-265.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 357.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 363.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 366-367 en het proces-verbaal van verhoor getuige H. Holleman, p. 402.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 377-378.

9 De letselrapportage van 2 februari 2017, p. 297, 303 en 304.

10 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 427 en de kennisgeving van inbeslagneming, p. 433.

11 Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 499-500.

12 Het proces-verbaal van verhoor aangever, p. 288.

13 Het proces-verbaal sporenonderzoek, p. 497-498.

14 Het NFI-rapport van 7 december 2016, p. 517-518.

15 Het NFI-rapport van 8 augustus 2018, p. 530-532.

16 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 572-574.

17 Het proces-verbaal informatie [verdachte] , p. 667.

18 Het proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoek, p. 563-565.

19 Het NFI-rapport van 21 maart 2019, p. 577-578.

20 Het NFI-rapport van 21 maart 2019, p. 575-577 en 579.

21 Het NFI-rapport van 12 maart 2020, p. 603-604.

22 Het proces-verbaal van bevindingen van [code verbalisant] , p. 857-858.

23 Het proces-verbaal van bevindingen van [code verbalisant] , p. 862-864.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 645.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 728 met bijlagen 11, p. 743, en 12, p. 744.

26 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 875-876.

27 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 877.