Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:1104

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-03-2021
Datum publicatie
29-03-2021
Zaaknummer
C/05/374560 / HZ ZA 20-316
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Aankoopkeuring van paard. Dierenarts ziet anatomische variatie over het hoofd. Aansprakelijkstelling door opdrachtgever. Beroep op de op het voorblad van het keuringsrapport opgenomen exoneratieclausule met handtekening van opdrachtgever?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/374560 / HZ ZA 20-316 / 988/871

Vonnis in verzet van 10 maart 2021

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. F. Arts te Nijmegen,

tegen

1 de maatschap DIERENARTSENPRAKTIJK DOETINCHEM-ZEDDAM,

gevestigd te Zeddam,

2. [gedaagde 2],

wonende te Doetinchem,

gedaagden,

eisers in het verzet,

advocaat mr. E. Jagt te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres] en gezamenlijk DAP c.s. worden genoemd. Afzonderlijk worden partijen DAP en [gedaagde 2] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de verzetprocedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 26 augustus 2020

  • -

    de akte overlegging producties 17 tot en met 27, tevens akte vermeerdering van eis van [eiseres] .

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling, gehouden op 22 oktober 2020

  • -

    de faxbericht van 5 november 2020 van DAP c.s. met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] heeft op 6 mei 2018 een paard gekocht voor € 25.000,00. [eiseres] heeft met de verkoper afgesproken dat het paard op 9 mei 2018 klinisch en röntgenologisch zal worden gekeurd. In de koopovereenkomst is bepaald dat als zich veterinaire bezwaren voordoen en de dierenarts geen positief aankoopadvies verstrekt, de koopovereenkomst van rechtswege ontbonden zal zijn.

2.2.

[gedaagde 2] , dierenarts en één van de maten bij DAP, heeft op 9 mei 2018 de klinische en röntgenologische keuring verricht in opdracht en voor rekening van [eiseres] . [gedaagde 2] heeft de resultaten van de keuring op een voorgedrukt onderzoeksrapport handgeschreven ingevuld en heeft positief geadviseerd. Op het voorblad van het keuringsrapport staat, voor zover relevent, het volgende:

Onderzoeksrapport

(…)

Graad van africhting: Z1dress

Gebruiksdoel (volgens verklaring opdrachtgever): fokkerij /sport”.

(…)

Dierenartsenpraktijk (stempel) CONCLUSIE :
ZEDDAM Positief advies obv

EQUINE CLINIC klinische & röntgenologische keuring

(…) (…)

1. De keuringsdierenarts en/of de dierenartsenpraktijk is niet

aansprakelijk voor enige schade - vermogens- en gevolgschade

daaronder uitdrukkelijk begrepen - veroorzaakt door het

uitvoeren van de keuring dan wel door onjuistheden of

onvolledigheden in het opstellen van dit keuringsrapport tenzij

vaststaat dat deze schade te wijten is aan opzet of grove schuld

van de keuringsdierenarts.

2. (…)

3. De aansprakelijkheid zal te allen tijde beperkt zijn tot het

bedrag op de aansprakelijkheidsverzekering in voorkomend

geval aanspraak op uitkering geeft. (…)

4. (…)

5. (…)

6. Opdrachtgever en/of derden dienen klachten over het uitvoeren

van de keuring danwel onjuistheden en onvolledigheden van dit

keuringsrapport binnen bekwame tijd op straffe van verval van

ieder vorderingsrecht jegens de keuringsdierenarts en/of

dierenartsenpraktijk schriftelijk te melden aan hun wederpartij en

deze tot vergoeding van schade aan te spreken onder gelijktijdige

verstrekking van een afschrift van deze melding aan de

dierenartsenpraktijk.

Handtekening opdrachtgever:

Hier heeft [eiseres] haar handtekening geplaatst.

En op de tweede pagina:

(…)

Röntgenonderzoek van andere onderdelen/nevenbevindingen:

Opnamen hals - rug: geen bemerking.

Andere opmerkingen:
*1 Linksvoor minimaal toontredende stand acceptabel

*2 Rechtsvoor buitenzijde klein knobbeltje boven sesamschede. Oude wond  niet pijnlijk: geen enkel klinisch risico.

2.3.

Na de aankoop van het paard heeft [eiseres] problemen bemerkt bij het berijden daarvan en heeft zij contact opgenomen met DAP c.s. Vervolgens heeft [gedaagde 2] het paard op 26 september 2018 klinisch onderzocht. In het medisch dossier van het paard, zoals overgelegd door DAP c.s., staat op 26 september 2018 onder andere vermeld:


“paard in mei gekocht (…). Na paar weken kwam zadelmaker en gaf aan dat merrie scheef was in bespiering.

In verband met werk en warme zomer heeft [eiseres] [ [eiseres] , rechtbank] weinig gereden deze zomer. Nu loopt ze tegen beperking aan dat merrie scheef is, in linker schouder loopt en problemen heeft met contragalop. Dit valt haar tegen. Ze is wat verbolgen over feit dat ze hier tijdens klinische keuring niet op gewezen is. Ze heeft deze merrie voor 25.000 euro gekocht. Nu lijkt het een probleem met rijden te hebben. Zo kan ze Z1 proef niet doorkomen. (…)

KO; (…) weinig bespiering, mn bovenlijn. Palpatie niet gevoelig. Rug en hals no latero en ventorflexie. No beweging SI.

(…)

Advies; onder begeleiding goed doortrainen, zorgen voor spieropbouw. (…) Bij geen verbetering de komende 6-8 weken, of erger worden van de klachten verder onderzoek (met name van belang hoe merrie is als ze wel arbeid gehad heeft. Het kan zijn dat beperking bovenkomt bij intensievere training).

2.4.

In datzelfde medisch dossier staat verder bij 30 december 2019 vermeld:


“(…) Paard loopt nog niet naar wens, gevoel scheefheid vanuit bekken.

Rugbespiering nog steeds matig.

(…) Mevrouw is door osteo.. geadviseerd naar Heesch te gaan voor nader onderzoek bekken ivm verdenking bandenletsel agv veulenen voor aankoop.

2.5.

Op 6 januari 2020 heeft [eiseres] het paard laten onderzoeken door het Sporthorse Medical Diagnostic Centre (hierna: het SMDC) in Heesch. In de Patiëntinformatie van diezelfde datum wordt onder andere vermeld dat bij klinisch onderzoek is gebleken dat het paard algemeen arm bespierd is. Verder vermeldt dit rapport dat röntgenologisch onderzoek een forse step tussen de 6e en 7e halswervel (C67) laat zien en dat op deze locatie sprake is van een duidelijke incongruentie (afvlakking kom C6) en een asymmetrische, te smalle tussenwervelruimte met een milde omvangstoename van facetgewrichten C67 en C7T1. Echografisch onderzoek laat zien dat in de hals sprake is van een matige ontsteking in beide facetgewrichten C67S en SMDC acht het aannemelijk dat de afwijkende vorm van de 6e halswervel aangeboren is. De vernauwing van de tussenwervelruimte gaat vermoedelijk gepaard met een afwijkende tussenwervelschijf, deze is echter niet in beeld te brengen. De instabiliteit die door deze afwijking veroorzaakt wordt, is zichtbaar als de step. Als gevolg hiervan vertoont de merrie de symptomen van incoördinatie (ataxie) en balansverlies. Door de hals te stabiliseren door deze vast te zetten, ontwikkelt de bespiering in hals en rug zich niet, aldus SMDC.

2.6.

[eiseres] heeft de resultaten van het onderzoek door SMDC eind januari 2020 aan DAP c.s. kenbaar gemaakt.

2.7.

[eiseres] heeft het paard op 28 februari 2020 laten taxeren door [naam]. [naam] schat op peildatum 6 mei 2018 de onderhandse waarde van het paard op € 4.000,00 ex btw en de executiewaarde op € 2.250,00 ex btw.

2.8.

Bij brief van 2 maart 2020 heeft [eiseres] DAP c.s. aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van een door DAP c.s. gemaakte beroepsfout. De door SMDC vastgestelde gebreken had [gedaagde 2] in het kader van de aankoopkeuring moeten zien en benoemen. Ook had geen positief aankoopadvies mogen worden gegeven. [gedaagde 2] heeft niet gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mocht worden verwacht. DAP wordt als opdrachtnemer en [gedaagde 2] als uitvoerend keurder aansprakelijk gesteld.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] heeft in de verstekprocedure met zaaknummer / rolnummer 370464 / HZ ZA 20-217 een verklaring voor recht gevorderd dat DAP en [gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het niet vaststellen van afwijkingen tijdens de aankoopkeuring op 9 mei 2018 van het paard en het geven van een positief koopadvies, met hoofdelijke veroordeling van DAP c.s. tot betaling van een schadevergoeding van € 45.374,45, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2018 en met veroordeling van DAP c.s. in de (na)kosten.

3.2.

[eiseres] baseert haar vorderingen op de volgende stellingen. DAP c.s. heeft bij de aankoopkeuring van het paard op 9 mei 2018 een beroepsfout gemaakt door afwijkingen in de halswervel (C67), afvlakking van kom C6 en een asymmetrische en te smalle tussenwervelruimte niet vast te stellen en te vermelden. Daarnaast had DAP c.s. moeten opmerken en melden dat het paard een opvallend matige ontwikkeling van bespiering in de hals heeft. Deze afwijkingen hadden moeten leiden tot een negatief aankoopadvies. Dan zou [eiseres] niet tot koop van het paard zijn overgegaan en geen (verzorgings)kosten hebben hoeven maken. Omdat DAP c.s. is tekortgeschoten in de nakoming, zich niet als goed opdrachtnemer heeft gedragen en onrechtmatig heeft gehandeld, is zij gehouden de schade (bestaande uit de koopsom, onderzoekskosten en (verzorgings)kosten) te vergoeden.

3.3.

Bij verstekvonnis van 24 juni 2020 zijn de vorderingen van [eiseres] integraal toegewezen en is DAP c.s. veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 2.119,54.

3.4.

DAP c.s. vordert nu in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van [eiseres] alsnog worden afgewezen. Zij voert daartoe allereerst aan dat [eiseres] geen vorderingsrecht heeft omdat zij niet tijdig heeft geklaagd (artikel 6:89 BW). Verder beroept DAP c.s. zich op de overeengekomen exoneratie en voert aan dat zij niet aansprakelijk kan worden gehouden. Ook ontbreekt volgens DAP c.s. het causaal verband tussen de gestelde beroepsfout (het niet signaleren van een anatomische variatie) en de gestelde schade nu ook bij ontdekking hiervan een positief aankoopadvies zou zijn gegeven. Tot slot betwist DAP c.s. de omvang van de gestelde schade en beroept zij zich op eigen schuld aan de zijde van [eiseres] nu de klachten mogelijk versterkt zijn door de matige trainingsintensiteit.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat DAP c.s. in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen. Verder heeft [eiseres] haar eis in deze verzetprocedure vermeerderd met aanvullende kosten in die zin dat zij thans € 51.647,44 in plaats van € 45.374,45 aan schadevergoeding vordert.

4.2.

Partijen hebben een overeenkomst van opdracht gesloten tot het doen van een aankoopkeuring. [eiseres] stelt dat DAP c.s. deze aankoopkeuring niet naar behoren heeft verricht en vordert om die reden schadevergoeding. Het meest verstrekkende verweer van DAP c.s. is dat [eiseres] niet tijdig over de aankoopkeuring heeft geklaagd.

Klachtplicht

4.3.

Artikel 6:89 BW bepaalt dat op een gebrek in de prestatie geen beroep kan worden gedaan als er niet binnen bekwame tijd na het ontdekken van het gebrek is geklaagd. Ratio van deze bepaling is bescherming van de schuldenaar tegen te late en daardoor moeilijk te betwisten klachten, doordat hij erop mag rekenen dat de schuldeiser met bekwame spoed onderzoekt of de prestatie aan de verbintenis beantwoordt en, indien dit niet het geval blijkt te zijn, dit, eveneens met spoed, aan de schuldenaar meedeelt. Dit geldt niet alleen voor verbintenissen tot het geven van zaken (zoals een overeenkomst van huur) maar ook voor verbintenissen tot het verrichten van diensten (zoals een overeenkomst van opdracht). De klachttermijn gaat lopen zodra de schuldenaar het gebrek in de prestatie heeft ontdekt of deze had moeten ontdekken. Er is geen eenduidige termijn voor te geven; wat tijdig is hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij is de verstreken tijd een factor, maar niet doorslaggevend. Beoordeeld moet worden of het belang van de schuldenaar door het verstrijken van de tijd is geschaad.

4.4.

DAP c.s. stelt dat [eiseres] met het telefonisch contact eind januari 2020 en met haar aansprakelijkstelling van 2 maart 2020 te laat zou hebben geklaagd omdat zij zichzelf in haar dagvaarding op het standpunt stelt dat het paard ten tijde van de aankoop dan wel zeer kort daarna bepaalde klachten vertoonde die niet in het keuringsrapport waren opgenomen. De rechtbank kan DAP c.s. daarin niet volgen. [eiseres] heeft op 26 september 2018 bij DAP c.s. geklaagd dat zij tijdens de keuring niet is gewezen op scheeflopen van het paard en problemen met de contragalop. Zij is toen echter, zoals [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling onweersproken heeft verklaard, door [gedaagde 2] gerustgesteld dat een en ander met training goed zou komen. Hoewel [gedaagde 2] onder verwijzing naar het medisch dossier stelt dat hij daarbij zou hebben vermeld dat [eiseres] bij geen verbetering van de klachten binnen 6 tot 8 weken verder onderzoek zou moeten laten verrichten, betwist [eiseres] dat dit is meegedeeld. [eiseres] voert daarbij onweersproken aan dat spieropbouw meer tijd nodig heeft en dat zij is teruggegaan in klasse vanuit de gedachte dat zij het samen met het paard moest gaan leren. Eerst toen [eiseres] na een jaar nog geen verbetering bemerkte, heeft [eiseres] op 30 december 2019 wederom bij DAP c.s. ter sprake gebracht dat het paard nog niet naar wens liep. Daarbij heeft zij aan DAP c.s. meegedeeld dat zij op advies van een osteopaat nader onderzoek wilde laten verrichten in Heesch bij SMDC. Eerst op of kort na 6 januari 2020 werd [eiseres] bekend met de resultaten van het uitgevoerde onderzoek waarna zij kort daarna, eind januari 2020, contact heeft opgenomen met DAP c.s. Gelet op deze omstandigheden waarbij [eiseres] heeft geklaagd en werd gerustgesteld alsmede de aard van de afwijking die, zoals DAP c.s. zelf aanvoert, bij de aankoopkeuring niet zichtbaar zou zijn geweest althans bij het paard niet voor klachten zorgde, kon van [eiseres] redelijkerwijs niet verwacht worden dat zij het nader onderzoek door SMDC eerder liet verrichten. Zoals hiervoor onder 4.3. is overwogen, is een lange periode van stil zitten immers niet doorslaggevend. DAP c.s. wijst er weliswaar op dat tijdig klagen bij een levend wezen essentieel is omdat klachten een gevolg kunnen zijn van (een combinatie van) de algemene conditie, de wijze waarop een paard wordt verzorgd en bereden en hoe eventuele klachten worden behandeld, is niet gebleken dat DAP c.s. in haar verdedigingsbelangen wordt geschaad. Immers, bij de aankoopkeuring zijn foto’s gemaakt op basis waarvan zou kunnen worden beoordeeld of DAP c.s. bij de aankoopkeuring afwijkingen over het hoofd heeft gezien die hadden moeten worden vermeld of die hadden moeten leiden tot een negatief aankoopadvies. Gelet hierop wordt het verweer van DAP c.s. dat [eiseres] niet tijdig zou hebben geklaagd, gepasseerd.

Exoneratieclausule

4.5.

Vervolgens ligt de vraag voor of DAP c.s. jegens [eiseres] aansprakelijk is als gevolg van het feit dat [gedaagde 2] bij de aankoopkeuring volgens [eiseres] heeft nagelaten afwijkingen van het paard vast te stellen en te benoemen en daarmee is tekortgeschoten bij de uitvoering van de overeenkomst van opdracht tot keuring. De beantwoording van deze vraag wordt beïnvloed door het antwoord op de vraag of het beroep van DAP c.s. slaagt op de exoneratieclausule zoals vermeld op het voorblad van het keuringsrapport. Als dit beroep slaagt, is DAP c.s. alleen aansprakelijk voor zover sprake is van opzet of grove schuld van DAP c.s.

4.6.

[eiseres] voert aan dat de op het voorblad van het keuringsrapport afgedrukte exoneratieclausule (zie 2.2) als algemene voorwaarden in de zin van artikel 6:231 sub a BW moeten worden beschouwd. De exoneratieclausule is niet uiterlijk vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand gesteld, aldus [eiseres] en daarmee niet rechtsgeldig overeengekomen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] daaraan toegevoegd dat uitsluiting van aansprakelijkheid onredelijk bezwarend is nu feitelijk de kern van de prestatie wordt uitgesloten.

DAP c.s. heeft aangevoerd dat de op het voorblad van het keuringsrapport geformuleerde exoneratieclausule een onlosmakelijk deel uitmaakt van de tekst van het keuringsrapport en dat [eiseres] voor de ontvangst van het keuringsrapport haar handtekening onder de exoneratieclausule heeft gezet. De exoneratieclausule is dus rechtsgeldig overeengekomen, aldus DAP c.s. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde 2] toegelicht dat het keuringsformulier op deze wijze al 20 jaar gebruikt wordt door keuringsartsen.

4.7.

Een exoneratieclausule zoals hier op het voorblad van het keuringsrapport is afgedrukt kan deel uitmaken van algemene voorwaarden in de zin van artikel 6:231 sub a BW en wordt op grond van artikel 6:237 sub f BW vermoed onredelijk bezwarend te zijn als de wederpartij een consument is. Dan is van belang dat de algemene voorwaarden bij het aangaan van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand zijn gesteld.

Deze regeling van de algemene voorwaarden sluit niet uit dat dezelfde exoneratieclausule apart wordt overeengekomen bij een overeenkomst van opdracht. De opdrachtverstrekking tot keuring is mondeling aan DAP c.s. gedaan. Met het plaatsen van de exoneratieclausule op het voorblad van het keuringsrapport inclusief aanduiding voor de plaats van de handtekening maakt DAP c.s. duidelijk dat zij alleen met deze voorwaarde de keuringsovereenkomst wil uitvoeren. Door de ondertekening heeft [eiseres] haar akkoord op deze voorwaarde gegeven. Dat zij de exoneratieclausule mogelijk niet heeft gelezen, komt voor haar risico. Met de opvallende lay-out van het voorblad en de aparte plaats van ondertekening heeft [eiseres] voldoende gelegenheid gehad om bij [gedaagde 2] naar de betekenis te informeren als haar dat onduidelijk was. De exoneratieclausule maakt dus deel uit van de overeenkomst van opdracht tot keuring.

4.8.

Wat betreft de vraag of sprake is van opzet of grove schuld overweegt de rechtbank het volgende. DAP c.s. heeft over de röntgenologische keuring opgemerkt dat voor de beoordeling van de benen van een paard op basis van wetenschappelijk onderzoek een classificatiesysteem bestaat met de daarbij behorende kreupelheidrisico’s en een leidraad waarin nauwkeurig is opgenomen welke anatomische variaties acceptabel zijn dan wel een verhoogd risico geven op eventuele problemen in de toekomst. Dit bestaat (nog) niet voor de beoordeling van röntgenfoto’s van de hals van een paard. [gedaagde 2] erkent dat hij de anatomische variatie op locatie C6/7 niet heeft opgemerkt. Dat zou echter volgens hem niet tot een ander aankoopadvies hebben geleid, omdat deze variatie frequent voorkomt en bij een klinisch gezond sportpaard geen relevant risico geeft. Van opzet of grove schuld is daarom geen sprake. [eiseres] heeft met overlegging van de resultaten van het onderzoek van SMDC onvoldoende onderbouwd dat opzet of grove schuld wel aan de orde is.

4.9.

De slotsom is dat DAP c.s. een beroep op de exoneratie toekomt. De vordering van [eiseres] tot vergoeding van schade zal daarom worden afgewezen.

4.10.

Het verstekvonnis zal op grond van het vorenstaande worden vernietigd. De vorderingen van [eiseres] zullen alsnog worden afgewezen.

4.11.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verstek- en verzetprocedure worden verwezen. De eventuele kosten van het betekenen van het verstekvonnis en van het uitbrengen van de verzetdagvaarding zullen echter op grond van het bepaalde in artikel 141 Rv voor rekening van DAP c.s. komen, omdat deze kosten een gevolg zijn van het feit dat DAP c.s. in eerste instantie niet is verschenen. De door [eiseres] te vergoeden kosten aan de zijde van DAP c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 656,00

- salaris advocaat 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 2.804,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

vernietigt het door deze rechtbank op 24 juni 2020 onder zaaknummer / rolnummer C/05/370464 / HZ ZA 20-217 gewezen verstekvonnis,

en opnieuw beslissend

5.2.

wijst de vorderingen af,

5.3.

veroordeelt DAP c.s. in de kosten die zijn veroorzaakt door het aanvankelijk niet verschijnen, aan de zijde van [eiseres] begroot op de eventuele kosten van de betekening van het verstekvonnis,

5.4.

veroordeelt [eiseres] in de overige kosten van de verstekprocedure, aan de zijde van DAP c.s. tot aan deze uitspraak begroot op nihil, en in de overige kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van DAP c.s. tot op heden begroot op € 2.804,00,

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2021.

Coll: PM