Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:1103

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10-03-2021
Datum publicatie
15-03-2021
Zaaknummer
C/05/362165 / HZ ZA 19-136
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Alles-in-één-polis van Interpolis. Klein zakelijk gebruik?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/362165 / HZ ZA 19-136

Vonnis van 10 maart 2021

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats], gemeente Tilburg,

eiser,

advocaat mr. R.B.J.M. van der Linden te Veldhoven,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. tevens handelend onder de naam INTERPOLIS,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en Interpolis genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    het tussenvonnis van 11 maart 2020

  • -

    het bericht van 29 april 2020 van Interpolis met producties 7 t/m 12

  • -

    de akte 20 mei 2020 van Interpolis

  • -

    de akte van 3 juni 2020 van [eiser]

  • -

    de antwoordakte van 1 juli 2020 van [eiser]

  • -

    de antwoordakte van 1 juli 2020 van Interpolis

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 12 november 2020

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is eigenaar van het woonhuis met bijgebouwen aan het adres de [adres] te [woonplaats].

2.2.

[eiser] heeft via bemiddeling van Rabobank Hart van Brabant te Oisterwijk als tussenpersoon een ‘Interpolis Alles in één polis’ afgesloten bij Interpolis. De rubrieken die onder de polis vallen zijn:

  • -

    een woonhuisverzekering met de voorwaarden (WOO-RV-50-171) met als verzekerd object de vrijstaande woning aan de [adres] te [woonplaats],

  • -

    een inboedelverzekering met voorwaarden (INB-RV-50-171),

  • -

    een aansprakelijkheidsverzekering met de voorwaarden (AVP-RV-02-171).

2.3.

Sinds 1 september 2014 verhuurt [eiser] 74 m2 van zijn bijgebouwen aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Wellnesshoeve Pura Suerte B.V. (hierna: Pura Suerte). Het verhuurde oppervlakte bestaat uit een wellnessruimte van 50,58 m2 in een bijgebouw met een totale oppervlakte van 111,57 m2 (hierna: het bijgebouw) en een losse sauna van 21,66 m2 (productie 8 bij dagvaarding). Pura Suerte exploiteert een wellnesshoeve in het bijgebouw, de sauna en op een gedeelte van het perceel van [eiser] (hierna: de Wellnesshoeve). De directeur en enige aandeelhouder van Pura Suerte is C.W. Beheer B.V. Uiteindelijk is [eiser] de Ultimate Beneficial Owner (UBO), de uiteindelijke begunstigde, van Pura Suerte. De gemeente heeft bij besluit van 24 mei 2017 aan [eiser] vergunning verleend voor het vestigen van voornoemde wellnesshoeve aan huis. De vergunning is verleend onder de voorwaarde dat de oppervlakte van de bedrijfslocatie minder dan 80m2 is.

2.4.

In de verzekeringsvoorwaarden (WOO-RV-50-171) behorende bij de woonhuisverzekering (productie 2 bij dagvaarding) staat, voor zover in deze zaak van belang, het volgende:

1. Wie zijn verzekerden?

Verzekeringnemer = u

Persoon die deze verzekering heeft afgesloten.

Andere eigenaars van de woning.

(…)

3 Welke veranderingen meldt u binnen 14 dagen?

(…)

Het gebruik van de woning verandert.

- U gaat bijvoorbeeld de woning voor zakelijke doeleinden gebruiken.

4 Wat als u deze veranderingen niet binnen 14 dagen meldt?

Wij betalen geen schade.

  • -

    Als wij door de verandering de verzekering gestopt hadden.

  • -

    Als wij door de veranderingen de verzekering aangepast hadden.

- Volgens de nieuwe voorwaarden was de schade niet verzekerd.

Wij betalen maar een deel van een schade.

Als wij door de veranderingen de verzekering aangepast hadden.

- Volgens de nieuwe voorwaarden was de schade wel verzekerd.

Als wij door de verandering de premie verhoogd hadden.

- Wij betalen dan volgens de verhouding in de premie: wat betaalt u nu en wat had u moeten betalen.

(…)

11. Wanneer is schade aan de woning verzekerd als verzekerde de woning (gedeeltelijk) verhuurt?

Bij alle schades genoemd onder ‘Wanneer is schade aan de woning verzekerd?”.

Als de verzekerde de woning of maximaal 4 kamers als woonruimte verhuurt.

- De woning is het woonadres van de huurder(s).

- Er is een schriftelijke huurovereenkomst.

(…)

12. Wanneer is schade aan de woning verzekerd als verzekerde de woning (gedeeltelijk) zakelijk gebruikt?

Bij alle schades genoemd onder ‘Wanneer is schade aan de woning verzekerd?”.

  • -

    Als verzekerde het bijgebouw van de woning of maximaal 2 kamers in de woning kleinschalig zakelijk gebruikt.

  • -

    Het gaat om gebruik als kantoor-, bedrijfs-, of praktijkruimte van psycholoog, schoonheidsspecialist, kapper, pedicure, administratiekantoor.

(…)

14. Wanneer is schade en het gevolg van schade niet verzekerd?

(…)

Bij schade als de verzekerde de gehele woning verhuurt en deze wordt als bedrijf gebruikt .”

2.5.

In de verzekeringsvoorwaarden (INB-RV-50-171) behorende bij de inboedelverzekeringverzekering (productie 3 bij dagvaarding) staat, voor zover in deze zaak van belang, het volgende:

“ (…)

3. Wie zijn verzekerden bij een meerpersoonshuishouden?

Verzekeringsnemer = u

De persoon die deze verzekering heeft afgesloten.

De personen met wie u samenwoont.

(…)

4 Welke veranderingen meldt u binnen 14 dagen?

(…)

Het gebruik van de woning verandert.

- U gaat bijvoorbeeld de woning voor zakelijke doeleinden gebruiken.

5 Wat als u deze veranderingen niet binnen 14 dagen meldt?

Wij betalen geen schade.

  • -

    Als wij door de verandering de verzekering gestopt hadden.

  • -

    Als wij door de verandering de verzekering aangepast hadden.

Volgens de nieuwe voorwaarden was de schade niet verzekerd.

Wij betalen geen schade of maar een deel van een schade.

  • -

    Als wij door de verandering de premie verhoogd hadden.

  • -

    Als wij door de verandering de verzekering aangepast hadden.

(…)

6 Wat is verzekerd?

De inboedel

De verplaatsbare spullen van een verzekerde

(…)

- Ook bedrijfsinventaris.

  • -

    Verzekerde heeft een bedrijf, kantoor of praktijk aan huis

  • -

    (…)

  • -

    Maximaal € 25.000,-.

De verplaatsbare spullen van iemand anders.

- (…)

- Maximaal € 25.000,00

- (…)

- Niet: spullen van een bedrijf.

2.6.

In de verzekeringsvoorwaarden (AVP-RV-50-171) behorende bij de aansprakelijkheidsverzekering (productie 4 bij dagvaarding) staat, voor zover in deze zaak van belang, het volgende:

8 Wanneer is aansprakelijkheid verzekerd?

Een verzekerde veroorzaakt de schade.

  • -

    Door iets te doen. Of juist niet te doen.

  • -

    Alleen als particulier. Niet voor werk.

En een verzekerde is aansprakelijk voor de schade.

In Nederland en in het buitenland volgens de wetten en regels van het land.

(…)

10 Wat is verzekerd?

Let op: als een schade verzekerd is, dan onderzoeken wij eerst of een verzekerde volgens de wet aansprakelijk is.

Schade aan zaken van een ander. (…)

Schade aan personen. (…)

13 Wat is niet verzekerd?

(…)

Schade aan zaken van derden die een verzekerde gebruikt, leent of verzorgt.

2.7.

In de nacht van 30 op 31 maart 2019 is er brand ontstaan in het bijgebouw. Het bijgebouw en de daar aanwezige inventaris is door de brand grotendeels teniet gegaan.

2.8.

Op 3 april 2019 is door [naam 2] (hierna: [naam 2]), in opdracht van Interpolis, technisch onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand. De bevindingen van [naam 2] zijn vastgelegd in een rapport van 11 juli 2019 Productie 1 bij conclusie van antwoord). Het rapport vermeldt met betrekking tot de oorzaak van de brand, voor zover in deze zaak van belang, het volgende:

“ (…) Gelet op het aangetroffen algemene brandbeeld en dat van de verdieping in het bijzonder, wordt de ontspanningsruimte als ontstaansgebied van de onderhavige brand aangemerkt. (…).

4.3

Expertise ontstaansgebied brand

In de ontspanningsruimte kan vanwege de verregaande destructie het exacte brandverloop niet meer worden gereconstrueerd. Derhalve kon aldaar op basis van alleen het brandschadebeeld geen specifieker ontstaansgebied en/of de ontstaansplaats van de brand worden vastgesteld. Derhalve werd besloten de plaatsen te onderzoeken waar sprake was van een afwijkend brandpatroon/- beeld ten opzichte van de direct omgeving (geen egale aantasting c.q. verbranding). (…)

In het voorste gedeelte van de ontspanningsruimte was sprake van een derde onderzoekwaardige plaats en wel de eerder genoemde doorbranding in de houten verdiepingsvloer. Deze doorbranding was naast een spant gepositioneerd (foto 70). (…). Aan de rand van de doorbranding in de vloer werden restanten van elektrische installatiedraden en van steeklasverbindingen aangetroffen. In tegenstelling tot achter de koelkasten werden op deze restanten wel sporen van elektrische sluiting aangetroffen (foto’s 71 t/m 74). Elektrische sluiting kan zowel een oorzaak als een gevolg zijn van brand doch kan alleen ontstaan als sprake is van elektrische spanning/stroom. Derhalve is aannemelijk dat de brand eerder op het voorste gedeelte van de ontspanningsruimte heeft gewoed dan op het achterste gedeelte daarvan c.q. in de hoek linksachter (bar/koelkasten). (…)”

7 Samenvatting en conclusie

(…)

  • -

    de op de verdieping gesitueerde ontspanningsruimte (benaming rapporteur) als ontstaansgebied van de onderhavige brand wordt aangemerkt;

  • -

    (…)

  • -

    in de ontspanningsruimte door rapporteur een drietal plaatsen als onderzoekwaardig werden aangemerkt waaronder een lokale doorbranding in de houten vloer;

  • -

    rondom deze doorbanding restanten van elektrische bedrading en van steeklasverbindingen werden aangetroffen welke sporen van elektrische sluiting toonden;

  • -

    elektrische sluiting zowel een oorzaak als een gevolg kan zijn van brand doch alleen kan ontstaan als sprake is van elektrische spanning of stroom;

  • -

    op de andere twee onderzoekwaardige plaatsen geen bijzonderheden werden aangetroffen in relatie tot het ontstaan van de onderhavige brand;

  • -

    (…)

Resumerend wordt dan ook gesteld, dat de exacte oorzaak van het ontstaan van de onderhavige brand in technische zin niet is vastgesteld. Het is als meest waarschijnlijk te achten dat sprake is geweest van een elektrisch technische brandoorzaak.

2.9.

Door ing. [naam 1] is in opdracht van Interpolis een expertiserapport brand d.d. 2 juli 2019 opgesteld (productie 11 bij dagvaarding). In het rapport staat voor zover in deze zaak van belang het volgende vermeld:

Geheel onder voorbehoud van polisdekking stelde ik in goed overleg met verzekerde de totale schade vast op € 352.145,-- inclusief BTW.

Specificatie:

Opstal

  • -

    herstelkosten € 225.088,-- inclusief BTW (zie bijlage)

  • -

    herstelkosten elektrische poort € 4.529,-- inclusief BTW

  • -

    schoonmaak kosten restanten € 4.850,-- inclusief BTW

  • -

    stutten muur / afdekken dak € 3.824,-- inclusief BTW

Inboedel:

  • -

    particuliere inboedel € 74.765,-- inclusief BTW (deels dagwaarde)

  • -

    inventaris Pura Suerte € 36.160,-- exclusief BTW (deels dagwaarde)

  • -

    afvoeren inboedel/inventaris € 2.919,-- inclusief BTW (…)

Akkoord verzekerde

Verzekerde is schriftelijk akkoord met de bovengenoemde schadebedragen (bijlage).

(…)

De vaststelling van het schadebedrag door de expert, is onder het uitdrukkelijk voorbehoud, dat de in de verzekeringsvoorwaarden en/of het polis blad vermelde bepalingen over de regeling en vergoeding van de schade onverminderd blijven gelden. De verzekeraar erkent met deze vaststelling dus geen polis dekking.

2.10.

Bij brief van 18 april 2019 (productie 15 bij dagvaarding) heeft Interpolis aan [eiser] gemeld dat zijn schade niet onder de dekking van de woonhuisverzekering valt. In dit bericht staat onder andere het volgende:

Waarom betalen wij uw schade niet?

Onder de particuliere woonhuisverzekering verzekeren wij geen bedrijfsmatige activiteiten. De enige uitzondering hierop is wanneer verzekerde het bijgebouw van de woning (of maximaal 2 kamers in de woning) kleinschalig zakelijk gebruikt. Het gaat hier om gebruik als kantoor-, bedrijfs-, of praktijkruimte van psycholoog, schoonheidsspecialist, kapper, pedicure, administratiekantoor. Daarvan is geen sprake: (…)

U leest het voorgaande na in de artikelen 1,3 4, en 12 van de Verzekeringsvoorwaarden Woonhuis (model WOO-RV-171). Voor wat betreft de inboedelverzekering leest u dit na in de artikelen 2,4 en 5 Verzekeringsvoorwaarden Inboedel (model INB-RV-50-171).

2.11.

Op 29 juni 2019 heeft [eiser] verweer gevoerd tegen de afwijzing. Op 19 juni 2019 heeft Interpolis haar standpunt herhaald en tevens dekking op grond van de aansprakelijkheidsverzekering afgewezen omdat zij geen aansprakelijkstelling van [eiser] hadden ontvangen.

2.12.

Per brief van 12 augustus 2019 heeft Pura Suerte [eiser] aansprakelijk gesteld voor de schade aan haar inventaris ad € 36.160,000 en een onbepaald bedrag aan bedrijfsschade als gevolg van het tenietgaan van het bijgebouw.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat -, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, dat de rechtbank bij vonnis:

1. voor recht verklaart dat [eiser] voor de schade als vermeld in het lichaam van de dagvaarding aanspraak kan maken op polisdekking uit hoofde van de ten processe bedoelde verzekeringsovereenkomsten in de Alles in één polis te weten een woonhuisverzekering, een inboedelverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering met polisnummer 00098355526;

2. Interpolis veroordeelt de verzekeringsovereenkomst na te komen en tot vergoeding van de schade die [eiser] heeft geleden en vergoeding van schade aan derde, te weten de besloten vennootschap Wellnesshoeve Pura Suerte B.V. een en ander als gevolg van de brand op 30/31 maart 2019 tot de in de betreffende polis genoemde maxima vermeerderd met rente en kosten;

3. alsmede Interpolis veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten advocaat ten belope van € 131,-- zonder betekening en € 199,-- in geval van betekening.

3.2.

[eiser] legt het volgende ten grondslag aan zijn vorderingen. Toen hij het bijgebouw zakelijk ging gebruiken, heeft [eiser] contact gehad met de Rabobank. De Rabobank deelde mee dat [eiser] geen andere verzekeringen hoefde af te sluiten. De Rabobank en Interpolis zijn zodanig nauw met elkaar verbonden dat [eiser] ervan mag uitgaan dat Interpolis hier ook van op de hoogte was. [eiser] heeft het zakelijk gebruik uitgevoerd in de vorm van een besloten vennootschap maar feitelijk is dit vergelijkbaar met het zakelijk gebruik als eenmanszaak. [eiser] is de UBO en voerde zelf met zijn partner de werkzaamheden uit. Er was wel iemand in dienst, maar dat was alleen als oproepkracht als hij en zijn partner verhinderd waren. De wellnesshoeve valt onder kleinschalig zakelijk gebruik aan huis bij de gemeente en alleen daarvoor is de vergunning verleend. Het gaat om een kleine wellness waar mensen over het algemeen met twee personen tegelijk komen. Er is één keer een groep van zes mensen geweest. Incidenteel maakte deze mensen gebruik van een masseuse, schoonheidsspecialist of kapper. Die kregen daar een kleine vergoeding voor, dat was tientjeswerk. Er was ook geen horecavergunning en er mocht geen alcohol geschonken worden. Als een keer iemand een tosti wilde, werd dat bij een café in de buurt opgehaald. De infraroodcabine, het prieel en het zwembad werden privé al gebruikt voordat de wellness activiteit zakelijk startte. De stoppenkast was toen ook al uitgebreid. De wellness wordt privé meer gebruikt dan zakelijk. Er is dan ook geen sprake van een vergroot risico. Daarnaast staat ook in de polisvoorwaarden niet omschreven dat er geen sprake is van dekking in geval van zakelijk gebruik dat verder gaat dan kleinschalig zakelijk gebruik. De polisvoorwaarden dienen in het voordeel van [eiser] uitgelegd te worden. Verder verwijst Interpolis naar correspondentie die in de digitale inbox van Rabobank is geplaatst. Ingevolge de code die samenwerking tussen Achmea enerzijds en de Rabobank anderzijds beheerst, is het niet toegestaan om op deze wijze te communiceren.

[eiser] is aansprakelijk voor de schade die Pura Suerte heeft geleden. [eiser] kan haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet meer nakomen waardoor Pura Suerte bedrijfsschade heeft opgelopen. Daarnaast is [eiser] aansprakelijk voor de schade op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Toen [naam 2] ter plaatse was, heeft hij gezegd dat de brand is ontstaan bij een lasdop die zich in het privé gedeelte van het bijgebouw bevindt. [eiser] is daarom aansprakelijk voor de schade aan de inboedel van Pura Suerte, voor zover deze niet al onder zijn inboedelverzekering gedekt zou zijn. Ten slotte heeft Interpolis nooit onderzoek gedaan naar het gebruik van de woonhuisverzekering en daarmee haar onderzoeksplicht geschonden, aldus [eiser].

3.3.

Interpolis voert verweer. Interpolis verzekert geen bedrijfsmatige activiteiten op de woonhuis- en inboedelverzekering, tenzij er sprake is van kleinschalig gebruik door de verzekerde zelf. In het geval van [eiser] is daarvan geen sprake. [eiser] gebruikte het bijgebouw niet zelf, dat werd gebruikt door een B.V. aan wie [eiser] het gebouw (grotendeels) verhuurde en daarnaast werd het bijgebouw gebruikt door een aantal zelfstandigen zoals een pedicure, kapster en schoonheidsspecialiste. Het betrof een volwaardig saunabedrijf met meerdere faciliteiten zoals een kapsalon, meerdere sauna’s (Finse sauna, stoombad, infrarood sauna), manicure, pedicure, schoonheidssalon, massagesalon, bar, restaurant, jacuzzi, barbecue-/grillhut en zwembad. Uit de Facebookpagina van Pura Suerte blijkt dat er groepen tot 20 personen ontvangen konden worden. Dit is niet te vergelijken met kleinschalig zakelijk gebruik zoals vermeld in de polisvoorwaarden.

Bij het aangaan van de verzekering gebruikte [eiser] het bijgebouw niet zakelijk. Op grond van de polisvoorwaarden is [eiser] verplicht om te melden dat het gebruik van de woning wijzigt. Interpolis had bij wetenschap van het veranderde gebruik door [eiser] geen particuliere verzekering afgesloten. [eiser] had dan een bedrijfsmatige verzekering moeten afsluiten met een hogere premie en andere voorwaarden. In geval van een saunabedrijf zou er in ieder geval een preventieclausule op de polis zijn gekomen die zou verplichten tot een technische inspectie en elektrakeuring in verband met het hoge brandrisico bij een saunabedrijf.

De schade van Pura Suerte is niet verzekerd. Een B.V. is als rechtspersoon geen verzekerde onder de particuliere verzekering. Spullen van iemand anders zijn weliswaar verzekerd onder de inboedelverzekering maar niet als het spullen van een bedrijf betreft. De schade van Pura Suerte valt ook niet onder de aansprakelijkheidsverzekering. Er is geen sprake van bedrijfsschade en bovendien is onder de aansprakelijkheidsverzekering alleen schade aan zaken en personen en geen bedrijfsschade verzekerd. Met betrekking tot de inventaris van Pura Suerte geldt dat op grond van artikel 13 expliciet van de verzekering is uitgesloten zaken die een verzekerde gebruikt, leent of verzorgt, ook bij schade aan zaken waar een verzekerde een overeenkomst voor heeft waaronder huur. [eiser] pretendeert zelf degene te zijn die feitelijk de bedrijfsmatige activiteiten verricht. Het betreft dus zaken van Pura Suerte die [eiser] gebruikt voor de exploitatie. Ten slotte is [eiser] niet op grond van artikel 6:174 BW en evenmin op andere gronden aansprakelijk voor de schade die Pura Suerte geeft opgelopen. De schade is bovendien ontstaan in de ontspanningsruimte die door Pura Suerte zakelijk werd gebruikt waardoor zij zelf op grond van artikel 6:181 BW aansprakelijk is als bedrijfsmatig gebruikster, aldus Interpolis.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Inleidende opmerkingen

4.1.

[eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat Interpolis en de Rabobank zodanig nauw met elkaar verbonden zijn dat hij ervan mocht uitgaan dat hetgeen hij aan Rabobank heeft medegedeeld ook bij Interpolis bekend was.

Op zich brengt de relatie van de Rabobank als assurantietussenpersoon en Interpolis/ Achmea als verzekeraar mee dat de tussenpersoon de voor de verzekering relevante mededelingen aan de verzekeraar zal doorgeven. Interpolis heeft betwist dat aan haar is doorgegeven dat bij [eiser] sprake is van klein zakelijk gebruik. [eiser] heeft zijn stelling niet nader onderbouwd en evenmin in de procedure een verklaring van de Rabobank overgelegd waaruit een bevestiging blijkt dat hij deze wijziging van bestemming heeft doorgegeven. Mocht [eiser] aan de Rabobank de bestemmingswijziging wel hebben doorgegeven, dan is de omstandigheid dat dit niet bij Interpolis bekend was mogelijk het gevolg van een tekortkoming in de relatie [eiser]/Rabobank. Dat kan zonder nadere onderbouwing niet aan Interpolis worden tegengeworpen.

4.2.

Verder heeft [eiser] zich op het standpunt gesteld dat Pura Suerte tevens verzekerd is onder zijn verzekeringen omdat de feitelijke uitvoering van de wellnesshoeve vergeleken kan worden met een eenmanszaak en [eiser] degene was die feitelijk de werkzaamheden uitvoerde. De rechtbank volgt [eiser] niet in dit standpunt. Pura Suerte is als B.V., een zelfstandige rechtspersoon die zelf rechtshandelingen kan verrichten waarbij op naam van de B.V. contracten kunnen worden gesloten, waaronder ook verzekeringsovereenkomsten. [eiser] heeft immers als natuurlijk persoon met zichzelf handelend voor Pura Suerte een huurovereenkomst afgesloten, handelend voor Pura Suerte zichzelf als natuurlijk persoon aansprakelijk gesteld en was directeur/aandeelhouder door middel van een holdingconstructie. Dit betekent dat Pura Suerte niet gezien kan worden als verzekeringsnemer op de polissen van [eiser]. Vanaf 4.4 en verder zal per verzekering de consequentie van voornoemde beoordeling besproken worden.

4.3.

Bovendien heeft [eiser] gesteld dat hij nooit polisvoorwaarden per post heeft ontvangen. Volgens Interpolis heeft [eiser] de correspondentie ontvangen in de digitale inbox behorende bij Rabobankieren. Als reactie daarop heeft [eiser] gesteld dat hij daar niet vaak in kijkt, maar dat op grond van de regelgeving het niet is toegestaan om bankzaken en verzekeringszaken op deze manier te vermengen. [eiser] heeft geen juridische grondslag aan deze stellingen ten gronde gelegd. Zonder nadere onderbouwing kan niet geconcludeerd worden dat de werkwijze van Interpolis in strijd is met enige regelgeving. Daarbij komt dat [eiser] geen rechtsgevolgen heeft verbonden aan het niet ontvangen van polisvoorwaarden. Omdat [eiser] zijn vorderingen baseert op de door hem in het geding gebrachte polisvoorwaarden, oordeelt de rechtbank dat de onder 2.2 vermelde polisvoorwaarden de tussen partijen geldende polisvoorwaarden zijn.

Dekking onder de woonhuisverzekering

4.4.

De schade van [eiser] is onder te verdelen in schade aan de opstal en schade aan de inboedel van [eiser] en Pura Suerte. De schade aan de opstal is het grootst. Tussen partijen is niet in discussie dat het bijgebouw (gedeeltelijk) zakelijk werd gebruikt. Op grond van de polisvoorwaarden van de woonhuisverzekering ( 2.4 ) is schade aan de woning verzekerd als er sprake is van kleinschalig zakelijk gebruik van de woning. De rechtbank passeert het verweer van [eiser] dat er bij niet-kleinschalig gebruik ook dekking is omdat dit niet specifiek is uitgesloten in de polisvoorwaarden. Uit de tekst van de polisvoorwaarden blijkt voldoende duidelijk dat Interpolis heeft bedoeld om een beschrijving te geven van wanneer zakelijk gebruik verzekerd is, en dat zakelijk gebruik dat niet onder de beschrijving valt niet verzekerd is. Dit sluit ook aan bij de ratio van de woonhuisverzekering, dit is immers in beginsel een particuliere verzekering en geen zakelijke verzekering.

Kleinschalig zakelijk gebruik?

4.5.

Kleinschalig zakelijk gebruik wordt in de polisvoorwaarden als volgt omschreven:

Wanneer is schade aan de woning verzekerd als verzekerde de woning (gedeeltelijk) zakelijk gebruikt?

Bij alle schades genoemd onder ‘Wanneer is schade aan de woning verzekerd?

  • -

    Als verzekerde het bijgebouw van de woning of maximaal 2 kamers in de woning kleinschalig zakelijk gebruikt.

  • -

    Het gaat om gebruik als kantoor-, bedrijfs-, of praktijkruimte van psycholoog, schoonheidsspecialist, kapper, pedicure, administratiekantoor.

Voornoemde opsomming is geen limitatieve opsomming. De vraag is of de wellness van [eiser] gezien kan worden als kleinschalig gebruik van het bijgebouw zoals hiervoor beschreven. De rechtbank is van oordeel dat de wellness in dit geval niet gezien kan worden als kleinschalig zakelijk gebruik. Hieronder volgt de toelichting.

4.6.

Interpolis heeft in de eerste plaats aangevoerd dat nooit van kleinschalig zakelijk gebruik sprake is als het zakelijk gebruik in de vorm van een rechtspersoon wordt uitgevoerd. De rechtbank passeert dit verweer. Uit de tekst van de polisvoorwaarden blijkt niet dat het zakelijk gebruik uitsluitend in de vorm van een eenmanszaak mag worden uitgevoerd. Ook het gebruik van het woord ‘u’ of ‘verzekerde’ maakt niet dat [eiser] had moeten begrijpen dat zakelijk gebruik niet meer verzekerd was als dit werd uitgevoerd in de vorm van een rechtspersoon. Voor de gegeven voorbeelden in de polis is het niet ongebruikelijk om de betreffende activiteit in een praktijk B.V. onder te brengen. Anders dan Interpolis stelt zegt de rechtsvorm B.V. op zich niets over de vraag of sprake is van kleinschalig zakelijk of grootschalig zakelijk gebruik. Daarbij komt dat het door Interpolis gedekte risico, schade aan het woonhuis, niet afhankelijk is van de rechtsvorm waarin het zakelijk gebruik plaatsvindt.

4.7.

Het gebruik van het bijgebouw door [eiser] valt echter niet onder kleinschalig zakelijk gebruik. De in de polisvoorwaarden genoemde voorbeelden zijn allemaal voorbeelden van een persoon die het bijgebouw of maximaal 2 kamers van de woning zelf zakelijk gebruikt. In deze zaak heeft [eiser] het bijgebouw verhuurd. Op grond van artikel 11 van de polisvoorwaarden is dekking bij verhuur van de woning beperkt tot verhuur voor woonruimte. Daarnaast worden er zakelijke activiteiten uitgevoerd door [eiser], zijn vrouw en een werkneemster. [eiser] heeft aangevoerd dat de werkneemster alleen als oproepkracht in dienst was voor het geval dat [eiser] en zijn vrouw sporadisch niet beschikbaar zijn. Dit betekent echter wel dat de activiteiten intensiever zijn dan wanneer één iemand de werkzaamheden uitvoert. Dan zouden deze activiteiten immers bij afwezigheid van die persoon niet uitgevoerd worden. Verder bood Pura Suerte onbetwist wellness-activiteiten aan zoals massage, pedicure, schoonheidssalon en kapper. Geen van deze activiteiten werd aangeboden door [eiser] zelf in persoon, hiervoor werden derden ingehuurd. Uit het rapport van [naam 2] blijkt dat voor deze activiteiten separate ruimtes waren ingericht in het bijgebouw. Het bijgebouw werd dus zakelijk gebruikt als sauna en bood de mogelijkheid van een schoonheidsspecialist, een kapper, een pedicure en massage. De rechtbank acht daarom het gebruik van het bijgebouw door [eiser] niet vergelijkbaar met de in de polisvoorwaarden genoemde voorbeelden van de verzekerde die de zakelijke activiteiten zelf uitvoert.

4.8.

[eiser] heeft nog aangevoerd dat het risico niet is verhoogd ten opzichte van het gebruik privé. Voor het zakelijk gebruik was er al een sauna en zwembad aanwezig en de ruimte wordt volgens [eiser] vaker privé dan zakelijk gebruikt. Het zakelijk gebruik komt echter bovenop het privégebruik en zorgt dus voor een intensiever gebruik van de faciliteiten. Bovendien gaat het om activiteiten waarbij hitte, vocht en elektrische apparaten betrokken zijn. Dit zijn alle risico verhogende factoren voor schade aan de opstal, welk risico verhoogd wordt als er vaker gebruik wordt gemaakt van de faciliteiten.

4.9.

Dat de wellnesshoeve wel als kleinschalig wordt gezien door de gemeente en dat de wellnesshoeve voor een wellnesscentrum kleinschalig is, maakt voornoemd oordeel niet anders. Kleinschalig in het kader van vergunningverlening door de gemeente kan niet zonder meer op één lijn worden gesteld met het begrip kleinschalig in de zin van de verzekeringsvoorwaarden. De vraag of sprake is van kleinschalig zakelijk gebruik moet worden beoordeeld aan de hand van de verzekeringsovereenkomst die voor het woonhuis van een particulier is afgesloten. Het gaat om het verschil in risico tussen wonen zonder zakelijk gebruik en wonen met zakelijk gebruik. Ook het standpunt van [eiser] dat de polisvoorwaarden in zijn voordeel moeten worden uitgelegd wordt gepasseerd. Voor zover de bepaling omtrent kleinschalig zakelijk gebruik al onduidelijk zou zijn, acht de rechtbank voldoende duidelijk dat het zakelijk gebruik van [eiser] niet als kleinschalig in de zin van de polisvoorwaarden is aan te merken.

4.10.

Conclusie is daarom dat Interpolis op goede gronden vergoeding van de opstalschade heeft geweigerd omdat er geen sprake was van kleinschalig zakelijk gebruik van het bijgebouw.

4.11.

Volledigheidshalve merkt de rechtbank nog op dat de schade eveneens op goede gronden is geweigerd omdat [eiser] niet, althans niet aan Interpolis, heeft medegedeeld dat hij de woning zakelijk is gaan gebruiken. Op grond van artikel 3 van de polisvoorwaarden is [eiser] verplicht om binnen 14 dagen te melden dat hij de woning voor zakelijke doeleinden gaat gebruiken. Op grond van artikel 4 van de polisvoorwaarden betaalt Interpolis geen schade als zij door de verandering de verzekering gestopt had. Interpolis heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat zij de zakelijke activiteiten van [eiser] niet onder de particuliere verzekering had verzekerd, maar dat Pura Suerte een bedrijfsmatige polis had moeten afsluiten met andere voorwaarden, waaronder een preventieclausule, onder betaling van een hogere premie. Als een verzekering is afgesloten met behulp van een tussenpersoon, gaat de zorgplicht van Interpolis niet zo ver dat zij zonder enige indicatie zelf actief moet onderzoeken of het gebruik van het woonhuis gewijzigd is.

Dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering

4.12.

Op grond van de polisvoorwaarden behorende bij de aansprakelijkheidsverzekering vergoedt Interpolis, kort samengevat, schade aan zaken en personen waarvoor [eiser] op grond van de Nederlandse wet aansprakelijk is. Interpolis heeft gemotiveerd betwist dat zuivere vermogensschade als gevolg van contractuele verplichtingen die niet meer kunnen worden nagekomen onder ‘schade aan zaken en personen’ valt zoals omschreven in de polisvoorwaarden. [eiser] heeft niet onderbouwd waarom de bedrijfsschade van Pura Suerte desondanks wel onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering valt. Interpolis heeft daarom op goede gronden geweigerd om de bedrijfsschade van Pura Suerte te vergoeden.

4.13.

Naast bedrijfsschade heeft Pura Suerte tevens schade aan haar inboedel opgelopen als gevolg van de brand. Volgens [eiser] is hij hiervoor aansprakelijk omdat de brand volgens Biesboor is ontstaan bij de lasdop die zich in het privé gedeelte van de opstal bevindt en [eiser] daarom op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk is. In het rapport van [naam 2] wordt echter aangegeven dat de exacte oorzaak van de brand technisch niet meer achterhaald kan worden. Tevens is opgenomen dat de brand waarschijnlijk in de ontspanningsruimte is ontstaan. Op grond van artikel 6:181 BW is Pura Suerte als bedrijfsmatige gebruiker van de opstal kwalitatief aansprakelijk voor gebreken aan de opstal. Omdat de exacte oorzaak van de brand niet is gevonden, kan niet worden vastgesteld dat de brand in het privé gedeelte van het bijgebouw is ontstaan. Als al zou komen vast te staan dat de brand is ontstaan in het privé gedeelte, zoals [eiser] heeft gesteld, staat hiermee nog niet vast dat de brand het gevolg is van een gebrek aan het bijgebouw. Omdat de aansprakelijkheid van [eiser] niet kan worden vastgesteld, heeft Interpolis op goede gronden dekking onder de aansprakelijkheidsverzekering afgewezen.

Dekking onder de inboedelverzekering

4.14.

Zoals reeds overwogen kan Pura Suerte niet worden gezien als verzekeringsnemer van de inboedelverzekering. De inboedel van Pura Suerte valt ook niet als ‘zaken van een ander’ onder de dekking van de inboedelverzekering omdat op grond van artikel 6 van de polisvoorwaarden zaken van een bedrijf expliciet zijn uitgesloten.

4.15.

[eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat als de inboedel van Pura Suerte niet onder de dekking van de inboedelverzekering valt, de inboedel moet worden gezien als inboedel in zijn eigendom die hij in gebruik heeft gegeven aan Pura Suerte. Eigen zaken van [eiser] zijn wel vergoed onder de inboedelverzekering, aldus [eiser]. De rechtbank passeert dit verweer. Het is weliswaar toegestaan om primair en subsidiair juridisch tegenstrijdige standpunten in te nemen maar in dit geval neemt [eiser] een tegenstrijdig standpunt in over de (rechts)feiten, namelijk wie de eigenaar is van de inboedel. Omdat in het rapport van Vermeltfoort, dat door [eiser] is ondertekend, wordt gesproken over de inboedel van Pura Suerte, omdat Pura Suerte [eiser] aansprakelijk heeft gesteld voor de schade aan haar inboedel en omdat [eiser] zelf primair het standpunt inneemt dat de inboedel eigendom is van Pura Suerte stelt de rechtbank vast dat Pura Suerte eigenaar is van de inboedel. [eiser] heeft niet gemotiveerd waarom hij juridisch de eigenaar zou zijn en niet Pura Suerte, in tegenstelling tot zijn primaire standpunt. Interpolis heeft daarom op goede gronden vergoeding van de schade aan de inboedel van Pura Suerte geweigerd.

4.16.

In het schaderapport is ook een schadebedrag van € 74.765,-- inclusief btw begroot aan schade ‘particuliere inboedel’. Interpolis heeft de schade aan de opstal en de inboedel gezamenlijk afgewezen omdat er sprake zou zijn van zakelijk gebruik van het bijgebouw dat niet valt onder kleinschalig zakelijk gebruikt. Met betrekking tot de schade aan de inboedel heeft zij verwezen naar de artikelen 2, 4 en 5 van de inboedelverzekering. In de polisvoorwaarden van de inboedelverzekering wordt echter nergens genoemd dat schade aan de particuliere inboedel alleen verzekerd is bij kleinschalig zakelijk gebruik van het woonhuis, deze definitie is uitsluitend te vinden in de polisvoorwaarden van de woonhuisverzekering. Artikel 4 van de polisvoorwaarden van de inboedelverzekering is vergelijkbaar met artikel 3 van de woonhuisverzekering en verplicht de verzekeringsnemer om te melden dat het gebruik van de woning verandert, bijvoorbeeld als de woning voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt. Zoals reeds overwogen heeft [eiser] deze mededelingsplicht, die gelijkluidend is met de verplichting bij de woonhuisverzekering, geschonden. Interpolis heeft echter met betrekking tot de inboedelverzekering niet gemotiveerd waarom zij schade aan een particuliere inboedel die zich in een bijgebouw van het woonhuis bevindt dat gedeeltelijk zakelijk wordt gebruikt, niet zou verzekeren onder de particuliere inboedelverzekering. De motivering van Interpolis zag uitsluitend op de vraag of zij een woonhuis dat niet kleinschalig zakelijk wordt gebruikt, zou verzekeren onder de woonhuisverzekering. Het voorlopige oordeel van de rechtbank is daarom dat Interpolis niet op de juiste gronden dekking van de schade aan de particuliere inboedel heeft geweigerd. De discussie heeft zich echter in deze zaak niet specifiek op deze schade gericht. [eiser] heeft in het algemeen vergoeding van al zijn schade gevorderd op basis van zijn alles-in-één polis waarbij de grootste kostenpost de schade aan de opstal was. De discussie tussen partijen heeft voornamelijk gezien op de vraag of sprake was van kleinschalig zakelijk gebruik zonder dat er daarbij een verschil werd gemaakt tussen de woonhuis- en de inboedelverzekering. Om proceseconomische redenen zal daarom aan beide partijen de gelegenheid worden gegeven om hun standpunt over de vraag of de schade aan de particuliere inboedel onder de inboedelverzekering is verzekerd nader toe te lichten.

4.17.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 24 maart 2021 voor het nemen van een akte door [eiser] over hetgeen is vermeld onder 4.16, waarna de wederpartij op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen,

5.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2021.

LS/St