Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2021:1101

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-03-2021
Datum publicatie
10-03-2021
Zaaknummer
05/107158-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling 44-jarige automobilist voor het veroorzaken van een verkeersongeval tot een taakstraf van 160 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 12 maanden. De bestuurder reed te hard, zonder te remmen en door rood licht een kruising op en heeft bij het ongeval een andere weggebruiker zwaar lichamelijk letsel toegebracht. Verweer m.b.t. vrijspraak verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/107158-20

Datum uitspraak : 9 maart 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsman: mr. A.H.T. de Haas, advocaat in Harderwijk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 februari 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 1 mei 2019 te Kesteren in de gemeente Neder-Betuwe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de Rijksweg A15 en/of gaande in de richting van de kruising van de wegen de Provincialeweg N233, de Hoofdstraat en de Oude Broekdijk, daarmede rijdende over de weg, de Provincialeweg N233,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

aldaar heeft gereden met een snelheid, ongeveer gelegen tussen de 98 en 102 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid, dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur en/of

niet, althans in onvoldoende mate, zijn snelheid heeft verminderd en/of aangepast aan de plaatselijke situatie en/of omstandigheden en/of

in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de Provincialeweg N233) en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of die kruising, de aldaar aanwezige verkeerslichten en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 gestelde gebod of verbod, door met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Provincialeweg N233) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

zonder te remmen die kruising is op- en over gereden en/of

in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Hoofdstraat) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk 1] ) niet voor heeft laten gaan en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat over die weg (de Hoofdstraat) / kruising toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk 1] ),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 mei 2019 te Kesteren in de gemeente Neder-Betuwe, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de Rijksweg A15 en/of gaande in de richting van de kruising van de wegen de Provincialeweg N233, de Hoofdstraat en de Oude Broekdijk, daarmede heeft gereden over de weg, de Provincialeweg N233 en

terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

aldaar heeft gereden met een snelheid, ongeveer gelegen tussen de 98 en 102 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid, dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur en/of

in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de Provincialeweg N233) en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 gestelde gebod of verbod, door met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Provincialeweg N233) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Hoofdstraat) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk 1] ) niet voor heeft laten gaan en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat over die weg (de Hoofdstraat)/ kruising toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk 1] ),

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 1 mei 2019 heeft een aanrijding plaatsgevonden op het kruispunt gevormd door de N233, de Hoofdstraat en de Oude Broekdijk in Kesteren, waarbij het voertuig van verdachte is gebotst tegen het voertuig van het slachtoffer (hierna: [slachtoffer] ). Verdachte reed als bestuurder van een personenauto over de N233 in Kesteren.2 Verdachte kwam uit de richting van de A15 en reed in de richting van Rhenen.3 Verdachte reed in een [merk 2] en [slachtoffer] in een [merk 1] .4

Als gevolg van de aanrijding heeft [slachtoffer] een klaplong aan zijn rechterlong en meerdere gebroken ribben opgelopen. Ten aanzien van twee ribben was sprake van een dubbele fractuur.5 Verder was sprake van een hersenschudding en een inwendige bloeding aan de linkerzijde.6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken. Verdachte had last van onverklaarbaar kortstondig wegvallen door een blackout of onverwacht ingetreden slaap. Uit het dossier volgt niet dat dit wegvallen verwijtbaar is geweest, zodat geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

Beoordeling door de rechtbank

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben in hun proces-verbaal gerelateerd dat de op de plaats van het ongeval toegestane maximumsnelheid 80 km/u bedroeg. En ook dat uit hun onderzoek is gebleken dat de bestuurder van de [merk 1] (slachtoffer) vanuit stilstand de kruising opreed, nadat het verkeerslicht voor hem groen licht begon uit te stralen. De bestuurder van de [merk 2] (verdachte) reed de kruising op, terwijl het voor hem geldende verkeerslicht al vijf seconden rood licht uitstraalde. De bestuurder van de [merk 2] (verdachte) passeerde de stopstreep met een berekende snelheid van minimaal 95 en maximaal 102 kilometer per uur.7

Getuige [getuige] heeft verklaard dat de bestuurder van de [merk 2] (verdachte) niet afremde voordat hij vol in de bestuurderszijde van het busje reed.8

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte met een te hoge snelheid over de kruising heeft gereden en daarbij, in strijd met artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een rood licht uitstralend verkeerslicht als bedoeld in artikel 68 lid 1 onder c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft gepasseerd zonder voor de aangebrachte stopstreep te stoppen als gesteld in artikel 79 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Verdachte heeft daarbij zijn snelheid niet aangepast en in strijd met artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn snelheid niet zodanig geregeld dat hij in staat was zijn personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover de weg vrij was en door hem kon worden overzien. Kortom, verdachte heeft geen oog gehad voor de weg voor hem, de verkeerslichten en het overige verkeer. Hierdoor is een verkeersongeval ontstaan.

De vragen die de rechtbank nog moet beantwoorden zijn of dit ongeval in juridische zin aan de schuld van verdachte is te wijten en hoe het letsel van [slachtoffer] moet worden geduid.

Om tot bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet te komen, is vereist dat het rijgedrag van verdachte zeer of aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig of onachtzaam was. Daarvoor moet beoordeeld worden of sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld zoals bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Gekeken moet worden naar het geheel van gedragingen van verdachte, naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Vaste rechtspraak is dat de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag geen factor is bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is geweest van onverklaarbaar kortstondig wegvallen dat niet aan verdachte kan worden verweten, zoals de raadsman heeft bepleit. De verdediging heeft geen medische oorzaak voor dit gestelde wegvallen aannemelijk gemaakt. Uit de onderzoeken die verdachte naar eigen zeggen heeft laten verrichten naar het wegvallen zijn geen relevante afwijkende bevindingen naar voren gekomen. Voor zover verdachte tijdelijk is weggevallen, oordeelt de rechtbank dat dit het gevolg moet zijn geweest van vermoeidheid. In dat geval had verdachte zich ervan bewust moeten zijn dat hij te vermoeid was om nog aan het verkeer te kunnen deelnemen en heeft hij verwijtbaar gehandeld door niettemin zijn weg te vervolgen. De door de verdediging geschetste gang van zaken neemt de schuld van verdachte dus niet weg.

Verdachte heeft met een te hoge snelheid een rood verkeerslicht gepasseerd en heeft zonder te remmen op een kruising een botsing veroorzaakt met een ander voertuig. Naar het oordeel van de rechtbank is dit samenstel van gedragingen aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijgedrag als gevolg waarvan het verkeersongeval heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft daarom schuld aan het verkeersongeval als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet.

Verder is de rechtbank van oordeel dat het letsel dat [slachtoffer] door het verkeersongeval heeft opgelopen naar normaal spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel is te beschouwen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat [slachtoffer] meerdere weken in het ziekenhuis heeft doorgebracht, waarvan enkele dagen op de afdeling Intensive Care, en meerdere operaties heeft ondergaan.9 Op 29 oktober 2020 is [slachtoffer] nog geopereerd, waarbij de eerder aangebrachte platen van zijn ribben zijn verwijderd. [slachtoffer] heeft dagelijks nog veel pijn en voor hem is het nooit meer mogelijk zijn oude functie in de bouw uit te voeren.10

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 1 mei 2019 te Kesteren in de gemeente Neder-Betuwe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de Rijksweg A15 en/of gaande in de richting van de kruising van de wegen de Provincialeweg N233, de Hoofdstraat en de Oude Broekdijk, daarmede rijdende over de weg, de Provincialeweg N233,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl ter hoogte van voormelde kruising, de aldaar geplaatste, voor hem, verdachte van toepassing zijnde en in zijn richting gekeerde verkeerslichten reeds ongeveer 5 seconden rood licht uitstraalden, inhoudende: "Stop",

aldaar heeft gereden met een snelheid, ongeveer gelegen tussen de 98 95 en 102 kilometer per uur, in elk geval met een grotere snelheid, dan de aldaar maximum toegestane snelheid van 80 kilometer per uur en/of

niet, althans in onvoldoende mate, zijn snelheid heeft verminderd en/of aangepast aan de plaatselijke situatie en/of omstandigheden en/of

in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeersteken 1990 de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg (de Provincialeweg N233) en/of die kruising kon overzien en waarover deze vrij was/waren en/of

niet, althans in onvoldoende mate op het voor hem gelegen weggedeelte van die weg en/of die kruising, de aldaar aanwezige verkeerslichten en/of het overige verkeer heeft gelet en/of is blijven letten, en/of

in strijd met het gestelde in artikel 62 van voormeld reglement geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 gestelde gebod of verbod, door met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voormeld reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Provincialeweg N233) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

zonder te remmen die kruising is op- en over gereden en/of

in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement, zonder te stoppen, door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Hoofdstraat) of op die kruising, gezien zijn, verdachtes, rijrichting dicht van rechts genaderd zijnde bestuurder van een ander motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk 1] ) niet voor heeft laten gaan en/of

is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat over die weg (de Hoofdstraat) / kruising toen dicht genaderd zijnde andere motorrijtuig (bedrijfsauto, [merk 1] ),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander/en (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van een jaar, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor zover de rechtbank tot een strafoplegging komt, verzocht verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van een straf of maatregel. Dit gelet op het doorlopen mediationtraject, de open verhoudingen tussen verdachte en het slachtoffer en de grote impact die het ongeval ook voor het gezin van verdachte heeft gehad. Mocht de rechtbank hier niet in meegaan, dan heeft de raadsman verzocht een (voorwaardelijke) geldboete op te leggen, in combinatie met een voorwaardelijke of geclausuleerde rijontzegging, in die zin dat verdachte voor zijn werk wel tot rijden bevoegd is.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte is als bestuurder van een personenauto met een te hoge snelheid, voorbij een rood licht uitstralend verkeerslicht en zonder te remmen een kruising opgereden, waardoor hij in aanrijding is gekomen met het voertuig van het slachtoffer. Het slachtoffer heeft als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel opgelopen en meerdere operaties moeten ondergaan. Zijn gezin heeft twee keer afscheid van hem moeten nemen. De eerste keer toen hij vanwege de ernst van het opgelopen letsel in coma werd gebracht en de tweede keer vanwege een zware operatie. Duidelijk is dat het slachtoffer (en zijn gezin) voor het leven is/zijn getekend. Daarnaast kan het slachtoffer zijn oude werk nooit meer uitvoeren. Verdachte is, hoewel hij deze gevolgen ook nooit gewild heeft, voor dit alles verantwoordelijk.

De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk (of ander) feit is veroordeeld. Bovendien is inmiddels sprake van een aanzienlijk tijdsverloop sinds het ongeval en is verdachte een mediationtraject met het slachtoffer aangegaan. De verhoudingen tussen verdachte en het slachtoffer (dat aanvankelijk boos was op verdachte vanwege de aanrijding) zijn daarbij voor zover mogelijk hersteld.

De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting die rechters hanteren. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een ernstige mate van schuld. Bij ernstige schuld in combinatie met zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer wordt als uitgangspunt genomen een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 12 maanden.

Gelet op het tijdsverloop, de bovengemiddelde betrokkenheid van verdachte bij het herstel van het slachtoffer en de noodzaak voor verdachte om zijn rijbewijs te behouden, ziet de rechtbank aanleiding de ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank ziet - anders dan de officier van justitie - geen aanleiding om een taakstraf voor langere duur op te leggen dan het uitgangspunt.

De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf voor de duur van 160 uren opleggen en daarnaast een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf gedurende 160 (honderdzestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen;

 ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen

te besturen voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

 bepaalt dat deze ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.S.M. van Bergen (voorzitter), mr. H.C. Leemreize en mr. J.M. Graat, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Draaijers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 maart 2021.

De griffier is buiten staat dit vonnis

te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019189071, gesloten op 30 oktober 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, p. 5 en 6 en het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse, p. 42.

3 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 26.

4 Het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse, p. 42 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 februari 2021.

5 Een schriftelijk bescheid: een specialistenbericht van het Ziekenhuis Rivierenland te Tiel van 1 mei 2019, p. 16.

6 Een schriftelijk bescheid: een specialistenbericht van het Ziekenhuis Rivierenland te Tiel van 29 mei 2019, p. 22.

7 Het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse, p. 44 en 56.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] , p. 9.

9 Een schriftelijk bescheid: een geneeskundige verklaring met bijlagen, p. 14-24.

10 Het proces-verbaal van verhoor van slachtoffer [slachtoffer] van 14 oktober 2020 (aanvullend procesdossier).