Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:7152

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
22-03-2021
Zaaknummer
367109
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Exceptio plurium litis consortium, burengeschil

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2021/208
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/367109 / HA ZA 20-164 1552 / 1496

Vonnis van 9 december 2020

in de zaak van

1 [eiser in conventie/verweerder in reconventie sub 1],

[adres 1],

2. [eiser in conventie/verweerder in reconventie sub 2],

[adres 1],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. D.B. den Hartog te Amsterdam,

tegen

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] ,

[adres 2]

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.J.H. Post te Barneveld.

Partijen zullen hierna [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 22 april 2020,

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 24 september 2020,

  • -

    de akte van 14 oktober 2020 van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] is sinds 30 december 2005 eigenaar van een perceel op Bungalowpark [naam bungalowpark], [adres 3], kadastraal [kadastrale gegevens 1].

2.2.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] is samen met zijn partner, [naam 1], sinds 1 december 2017 eigenaar van het naastgelegen perceel op Bungalowpark [naam bungalowpark] [adres 4], kadastraal [kadastrale gegegevens 2].

2.3.

Voordat [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] de percelen verkregen stond er al een (door hun rechtsvoorgangers geplaatste) coniferenhaag tussen de percelen. In juni 2018 heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] de coniferen afgezaagd en de stompen laten staan.

2.4.

Op 9 oktober 2019 heeft [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] de heer [naam medewerker kadaster] van het Kadaster een grensreconstructie laten uitvoeren. Uit het relaas van bevindingen van de heer [naam medewerker kadaster] blijkt dat het tuinscherm met daar tegenaan de gaaswand schuin staat ten opzichte van de kadastrale erfgrens.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] vordert (samengevat) dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis voor recht verklaart en vaststelt dat de heg mandelig is, (primair) [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] veroordeelt tot het terugplaatsen van de coniferenhaag en het verwijderen van de huidige beplanting, hekwerk en vlonders, (subsidiair) [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] veroordeelt tot het verwijderen van de huidige beplanting, hekwerk en de vlonders én vervangend/nieuw hekwerk plaatst op de kadastrale erfgrenzen (beiden op straffe van een dwangsom) en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] veroordeelt in de (buitengerechtelijke) kosten.

3.2.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] stelt dat [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] ten onrechte de mede-eigenaar van zijn perceel, mevrouw [naam 1], niet heeft gedagvaard. Omdat het gaat om een processueel ondeelbare rechtsverhouding dient [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vorderingen. Daarnaast voert hij inhoudelijk verweer tegen de vorderingen van [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie].

in reconventie

3.3.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] vordert onder de voorwaarde dat één of meer van de vorderingen in conventie wordt toegewezen (samengevat) dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] (en zijn echtgenote) eigenaar zijn van het perceel op Bungalowpark [naam bungalowpark], [adres 4], waarbij de grens met het perceel [adres 3] verloopt overeenkomstig de kadastrale kaart (productie 3 en 9: stippellijn), [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] veroordeelt om binnen een maand na betekening van dit vonnis de ruimte achter de kadastrale grens te ontruimen en ontruimd te houden en ter vrije beschikking van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] te stellen en te houden, [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] gebiedt zijn medewerking te verlenen aan het oprichten op de grens van een groene erfafscheiding van maximaal 2 meter hoog (een en ander op straffe van een dwangsom) en [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] veroordeelt in de kosten.

3.4.

[eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] voert verweer.

4 De beoordeling in conventie en reconventie

4.1.

De rechtbank dient allereerst het beroep van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] op de exceptio plurium litis consortium te beoordelen. Deze exceptie kan slechts slagen indien het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing op de vordering ten aanzien van alle bij de rechtsverhouding betrokkenen hetzelfde is. Of dit het geval is hangt onder meer af van de aard van de rechtsverhouding en van de vordering, alsmede van de vraag of een uitspraak voldoende effectief is als deze niet ten opzichte van alle betrokkenen geldt (HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:411 (Erven Hoelas).

4.2.

De rechtbank heeft in het tussenvonnis 22 april 2020 [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] in overweging gegeven om de vrouw van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] (mede-eigenaar van het perceel van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie]) in het geding op te roepen. [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] heeft dat niet gedaan.

4.3.

Daarmee slaagt het verweer van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie]. Ter beoordeling ligt voor of de heg mandelig is en of [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] de coniferenhaag respectievelijk een hek dient (terug) te plaatsen op de kadastrale erfgrens en tot verwijdering van het hekwerk, de beplanting en de vlonders dient over te gaan. Als deze vorderingen zouden worden toegewezen, dan kan het vonnis niet jegens mevrouw [naam 1] ten uitvoer worden gelegd, omdat zij geen partij is in de onderhavige procedure. Daarmee is aan voornoemd criterium voldaan. [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen.

4.4.

Omdat [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vorderingen, is niet voldaan aan de voorwaarde waaronder de reconventionele vorderingen zijn ingesteld en komt de rechtbank aan beoordeling daarvan niet toe.

4.5.

[eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] worden begroot op:

- griffierecht € 937,00

- salaris advocaat € 1.086,00 (2,0 punt × tarief € 543,00)

Totaal € 2.023,00.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] niet-ontvankelijk in haar vorderingen,

5.2.

veroordeelt [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] tot op heden begroot op € 2.023,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eisende partij in conventie/verweerders in reconventie] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Steverink en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2020.