Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:7103

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-08-2020
Datum publicatie
22-02-2021
Zaaknummer
365592
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Rekest; AVG, begrip "persoonsgegevens", reikwijdte van het inzagerecht, beroep op uitzonderingsgronden. Beperking op het inzagerecht wegens (privacy)rechten en vrijheden van derden? Beperking op inzagerecht voor "interne en/of vertrouwelijke stukken”?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2021/29
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rekestnummer: C/05/365592 / HA RK 20-17

Beschikking van 24 augustus 2020

in de zaak van

[naam verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

advocaat mr. J.H. van Woudenberg te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING RECLASSERING NEDERLAND,

gevestigd te Utrecht,

verweerster,

advocaat mr. P.J. Kreijger te Amsterdam.

Partijen worden hierna [naam verzoeker] en de Reclassering genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift met de producties 1 tot en met 5;

  • -

    het verweerschrift;

  • -

    het e-mailbericht van mr. Van Woudenberg van 11 juni 2020 met producties 6, 7 en 8;

  • -

    de mondelinge behandeling. Verschenen zijn [naam verzoeker] , mr. Van Woudenberg voornoemd, [medewerker reclassering] , [medewerker reclassering] , beide werkzaam bij de Reclassering en mr. Kreijger, voornoemd.

Mr. Van Woudenberg en mr. Kreijger hebben ter zitting pleitaantekeningen overgelegd.

2 De feiten

2.1.

[naam verzoeker] is bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 18 juli 2003 veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien jaar. Op 2 mei 2014 is [naam verzoeker] voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Aan zijn vrijlating zijn algemene en bijzondere voorwaarden verbonden. Als bijzondere voorwaarde is onder meer een meldplicht bij de Reclassering opgelegd. Op 30 april 2020 zijn de bijzondere voorwaarden beëindigd en daarmee ook het toezicht van Reclassering.

2.2.

Bij brief van 13 augustus 2018 heeft [naam verzoeker] bij de Reclassering het volgende verzoek ingediend:

(…)

Mogelijk verwerkt uw organisatie persoonsgegevens van mij. Concreet wil ik graag weten of u mijn persoonsgegevens verwerkt.

Verwerkt u mijn persoonsgegevens? Dan verneem ik graag:

 om welke gegevens het gaat;

 wat het doel is van het gebruik;

 aan wie u de gegevens eventueel heeft verstrekt;

 welke passende waarborgen voor doorgifte u heeft getroffen als u deze gegevens heeft doorgegeven aan een ander land of aan een internationale organisatie;

 wat de herkomst is van de gegevens, als deze bekend is;

 hoe lang de gegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen;

 of er sprake is van geautomatiseerde besluitvorming waaronder profilering. In dat geval wil ik graag weten wat de onderliggende logica hiervan is. Wat is uw belang en wat zijn de verwachte gevolgen van deze geautomatiseerde besluitvorming voor mij?;

Ik beroep me voor mijn verzoek op artikel 12 en 15 eerste lid van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Wat vraag ik aan u?

Ik ontvang graag van u binnen een maand een antwoord op bovenstaande vragen en afschrift van alle persoonsgegevens die van mij worden verwerkt.

(…)

2.3.

Bij brief van 9 november 2018 heeft de Reclassering gereageerd op het verzoek van [naam verzoeker] en een overzicht verstrekt met daarin een weergave van documenten en notities waarin persoonsgegevens van [naam verzoeker] zijn verwerkt (hierna te noemen: het overzicht). In de brief is onder meer vermeld:

(…)

Antwoord: Reclassering Nederland verwerkt inderdaad uw persoonsgegevens bij de uitoefening van haar wettelijke reclasseringstaak. Het gaat daarbij om de volgende gegevens:

- NAW gegevens

- Geslacht, e-mailadres

- Strafrechtelijke gegevens

- Gezondheidsgegevens

- Gegevens omtrent nationaliteit

- Burgerservicenummer

- Strafrechtketennummer

- Gegevens met betrekking tot, en verkregen uit onze werkzaamheden in het kader van onze wettelijke toezichtstaak bij uw voorwaardelijke invrijheidstelling.

(…)

Tevens verzoekt u om een afschrift te ontvangen van de door Reclassering Nederland verwerkte persoonsgegevens.

In de bijlage ziet u een weergave van de documenten en notities waarin persoonsgegevens zijn verwerkt.

(…)

Gelet op de hoeveelheid informatie verzoek ik u om aan te geven van welke gegevens u afschrift wenst te ontvangen, waarbij ik u erop wijs dat de documenten waarom het gaat in overwegende mate reeds bij u in bezit zijn, nu het gaat om correspondentie, voortgangsverslagen e.d. die wij aan u en/of uw advocaat hebben verzonden.

(…)

Ik wijs u erop dat wij op enkele punten een beroep doen op de wettelijke uitzonderingen op het inzagerecht. Ten eerste hebben wij een uitzondering gemaakt voor zover het gaat om interne notities en communicatie tussen de medewerkers van Reclassering Nederland met betrekking tot uw dossier waarin mogelijk ook persoonsgegevens zijn vervat. Deze zijn ook niet vermeld in de bijlage. Tot dat besluit zijn wij gekomen op basis van de afweging van uw individuele belang tegenover het belang van de Reclassering Nederland en haar medewerkers om hun taken goed uit te kunnen voeren en hun in deze document vervatte persoonsgegevens te beschermen.

Onverkorte uitoefening van het inzagerecht zou onze interne communicatie en afstemming, en dus onze werkzaamheden ernstig kunnen bemoeilijken en te vergaande inbreuk op de rechten van de betrokkenen maken, zodat beperking van de inzage evenredig en noodzakelijk is met het oog op dit belang.

(…)

Ten tweede hebben wij een uitzondering gemaakt voor correspondentie en communicatie tussen Reclassering Nederland en het Openbaar Ministerie met betrekking tot uw dossier en de voortgang daarin, alsmede voor correspondentie met de Dienst Justitiële Inrichtingen. Wij hebben ook overleg gehad met het OM nu de correspondentie ook onderwerp is van het inzageverzoek dat u, naar wij hebben begrepen, aan het OM heeft gedaan.

Voor zover al persoonsgegevens zijn vervat in deze documenten, geldt ook hier dat onverkorte inzage daarin onze werkzaamheden én die van het OM ernstig zou belemmeren omdat een vertrouwelijke en vrije gedachtewisseling daardoor belemmerd zou worden terwijl dat voor een goede samenwerking met het OM, en uitvoering van de instructies die het OM als opdrachtgever aan ons geeft, noodzakelijk is. Deze afweging geldt evenzeer voor onze correspondentie met de DJI. Daar komt bij dat het OM haar eigen afweging moet maken bij de beoordeling van uw inzageverzoek. Dit niet alleen omdat ook de persoonsgegevens van haar eigen medewerkers betrokken zijn en het daarom primair op haar weg ligt de afweging daaromtrent te maken, maar ook gezien de specifiek voor het OM geldende wet- en regelgeving die mogelijk tot een specifieke afweging noopt. Het staat de Reclassering Nederlands dan ook niet vrij (en zou ook in strijd zijn met de “rechten van anderen” in de zin van artikel 41 lid 1 onder i UAVG) om op de eigen afwegingen van het Openbaar Ministerie vooruit te lopen en deze mogelijk zelfs te doorkruisen. Ook in dit geval resulteert een individuele belangenafweging dus in ons besluit deze informatie niet te verstrekken op grond van de uitzondering die dit mogelijk maakt.

(…)

2.4.

Bij e-mailbericht van 11 december 2018 heeft [naam verzoeker] aan de Reclassering verzocht om een afschrift te verstrekken van alle documenten die worden genoemd in het overzicht van 9 november 2018. De Reclassering heeft vervolgens het grootste gedeelte van de in het overzicht genoemde documenten in afschrift aan [naam verzoeker] verstrekt.

2.5.

Op 19 december 2018 heeft [naam verzoeker] een verzoek tot bemiddeling ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) omdat hij, kort gezegd, vindt dat de Reclassering ten onrechte niet volledig heeft voldaan aan zijn recht op inzage uit artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG).

2.6.

Bij e-mailbericht van 21 februari 2019 heeft [naam verzoeker] , onder meer het volgende aan de Reclassering bericht:

(…)

Vorige week heb ik van u een stapel afschriften gehad van documenten met persoonsgegevens naar aanleiding van mijn inzageverzoek (AVG). Bij het doornemen van de stapel is mij onder meer het volgende opgevallen.

a. De “mail [naam verzoeker] aan gemeente Apeldoorn” met nr. 9 op de overzichtlijst (“Cliëntdossier Reclassering Nederland [naam verzoeker] ”) ontbreekt in de stukken. Er is een pagina aanwezig met daarop nr. 9 die vermeldt: “ Mail [naam verzoeker] aan gemeente Apeldoorn”. De e-mail zelf ontbreekt echter (en ik kan ook niet achterhalen om welke mail het gaat).

Stukken corresponderend met de items met de nrs. 88 tot en met 93 en met nr. 97 op de overzichtlijst ontbreken. Per item is er wel een nagenoeg blanco pagina met daarop het desbetreffende nummer en een eenregelige aanduiding waar het over gaat, echter de relevante gegevens ontbreken.

De stukken met de nrs. 98 en 99 ontbreken.

Ik acht het mogelijk dat bovengenoemde afschriften van stukken abusievelijk niet zijn verstrekt. Ik verzoek u hierbij de ontbrekende stukken alsnog in kopie aan mij te doen toekomen.

(…)

2.7.

In reactie hierop heeft de Reclassering bij e-mailbericht van 4 maart 2019 onder meer het volgende aan [naam verzoeker] medegedeeld:

(…)

In reactie op uw mail het volgende:

nr. 9 op de overzichtslijst: Mail [naam verzoeker] aan gemeente [woonplaats]; deze mail heeft RN niet ontvangen, er is enkel op die datum kennis genomen dat u een mail aan de gemeente heeft gestuurd hetgeen is geregistreerd.

Nr. 90 op de overzichtslijst: Mailwisseling voortgangsverslag; is bijgevoegd als document, betreft een mailwisseling tussen u en RN. Deze mail is abusievelijk in eerste aanleg niet geprint.

Nr. 99 op de overzichtslijst, welke niet op de inventarisatielijst staat; is abusievelijk niet in de telling meegenomen, de telling op de inventarisatielijst gaat van nr. 98 naar nr. 100.

Nr. 88, 89, 91, 92 en 98 op de overzichtslijst; betreffen verslagen van meldplichtgesprekken, deze worden niet verstrekt door RN en hadden dan ook niet in de overzichtslijst meegenomen moeten worden.

(…)

2.8.

In het kader van de bemiddelingsprocedure heeft de AP zowel de Reclassering als [naam verzoeker] (schriftelijk) vragen gesteld. De Reclassering en [naam verzoeker] hebben bij brief van respectievelijk 16 juli 2019 en 31 juli 2019 op deze vragen gereageerd. Als bijlage bij de brief van [naam verzoeker] van 31 juli 2019 bevindt zich onder meer een document met als titel “indruk gesprek”.

2.9.

De bemiddelingsprocedure van de AP is in december 2019 afgesloten.

3 Het geschil

3.1.

[naam verzoeker] verzoekt de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:

3.1.1.

de Reclassering te bevelen om alsnog een compleet overzicht te verstrekken van alle stukken en opnamen waarover zij beschikt en waarin zijn persoonsgegevens zijn opgenomen, waaronder de interne notities en communicatie bij de Reclassering en de correspondentie en communicatie tussen Reclassering en het Openbaar Ministerie en de Dienst Justitiële Inrichtingen; een en ander binnen zes weken na de datum waarop de rechtbank de beschikking heeft gegeven;

3.1.2.

de Reclassering te bevelen om alsnog inzage te verlenen in alle stukken en opnamen waarover zij beschikt en waarin zijn persoonsgegevens zijn opgenomen, waaronder de interne notities en communicatie bij Reclassering en de correspondentie en communicatie tussen Reclassering Nederland en het OM en de DJI; een en ander voor zover daarin niet reeds in het kader van deze procedure inzage is verstrekt en binnen zes weken nadat [naam verzoeker] na verstrekking van het (complete) overzicht, heeft kenbaar gemaakt in welke stukken hij inzage wenst te krijgen;

3.1.3.

te bevelen dat de Reclassering een dwangsom verbeurt van € 250,- per overtreding van de in de beschikking gegeven bevelen en van € 250,- per dag dat een overtreding in de beschikking gegeven bevelen voortduurt;

3.1.4.

de Reclassering veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

[naam verzoeker] baseert zijn verzoek op het inzagerecht van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: de AVG). Kort samengevat legt [naam verzoeker] aan zijn verzoek ten grondslag dat de Reclassering met het verstrekken van de toelichting en het overzicht van 9 november 2018 slechts ten dele heeft voldaan aan zijn verzoek om inzage in de persoonsgegevens die de Reclassering van hem verwerkt. In de eerste plaats stelt [naam verzoeker] zich op het standpunt dat de Reclassering ten onrechte de volgende drie categorieën documenten in zijn geheel heeft uitgezonderd van het inzagerecht:

  • -

    de interne notities en communicatie van de Reclassering,

  • -

    de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en het OM,

  • -

    de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en de DJI.

In de tweede plaats stelt [naam verzoeker] zich op het standpunt dat in het overzicht van 9 november 2018 documenten ontbreken die niet onder de door de Reclassering uitgezonderde categorieën te brengen zijn.

4 De beoordeling

Inleiding

4.1.

Waar het in deze zaak om gaat is, kort gezegd, of en zo ja op welke wijze [naam verzoeker] aanspraak kan maken op inzage in de interne notities en communicatie tussen de medewerkers van de Reclassering en de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en het OM en de DJI.

In het kader van een door [naam verzoeker] doorlopen reclasseringstraject heeft de Reclassering persoonsgegevens van hem verwerkt. [naam verzoeker] heeft de Reclassering verzocht om inzage te geven in de verwerking van zijn persoonsgegevens. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Reclassering op 9 november 2018 een overzicht aan [naam verzoeker] verstrekt van documenten, notities en e-mails (hierna samengevat aangeduid als “documenten”) waarin persoonsgegevens van [naam verzoeker] zijn verwerkt.

Dit overzicht vermeldt het (volg)nummer, de datum en een korte aanduiding van het document. Bijvoorbeeld:

24 1-12-2014 Mailcontact met cliënt aangaande afspraak

4.2.

De Reclassering heeft de volgende drie categorieën documenten uitgezonderd van het inzagerecht van [naam verzoeker] :

  1. de interne notities en communicatie tussen de medewerkers van de Reclassering met betrekking het (de voortgang van) toezichttraject;

  2. de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en het Openbaar Ministerie (hierna: het OM) met betrekking tot (de voortgang van) het toezichttraject;

  3. de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: de DJI) met betrekking tot (de voortgang van) het toezichttraject.

De Reclassering heeft documenten die onder deze categorieën vallen (behoudens een enkele vergissing) niet vermeld op het overzicht van 9 november 2018 en ook niet aan [naam verzoeker] verstrekt.

4.3.

Het verzoek van [naam verzoeker] strekt er in de eerste plaats toe dat de Reclassering hem (alsnog) een volledig overzicht verstrekt van de documenten waarin zijn persoonsgegevens worden verwerkt, ditmaal inclusief de documenten uit de bovengenoemde drie uitgezonderde categorieën. In de tweede plaats verzoekt [naam verzoeker] om, desgewenst, ook inzage in deze documenten te verstrekken.

4.4.

Bij de beoordeling van deze zaak zal de rechtbank eerst ingaan op de vraag of het inzageverzoek ziet op “persoonsgegevens” in de zin van de AVG, daarna op de vraag de Reclassering terecht een beroep heeft gedaan op een uitzondering op het inzagerecht en tot slot op welke wijze de Reclassering inzage moet geven in de persoonsgegevens van [naam verzoeker] .

Ziet het verzoek tot inzage op “persoonsgegevens” in de zin van de AVG?

4.5.

[naam verzoeker] baseert zijn verzoek op het inzagerecht van artikel 15 AVG. Op grond van artikel 15 van de AVG heeft een betrokkene, voor zover hier van belang, het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens.

4.6.

Nu het inzagerecht beperkt is tot persoonsgegevens, is de eerste vraag die moet worden beantwoord of het verzoek tot inzage wel in alle gevallen ziet op persoonsgegevens in de zin van de AVG.

Beoordelingskader

4.7.

Artikel 4 lid 1 van de AVG bepaalt wat onder “persoonsgegevens ” moet worden verstaan:

(…)

1) “persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon.

(…)

4.8.

De uitleg van het begrip “ persoonsgegevens” is bepalend voor de reikwijdte van het inzagerecht. Door het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) wordt een ruime uitleg aan het begrip “persoonsgegevens” gegeven. In zijn arrest van 20 december 20171 heeft het HvJ EU overwogen dat het begrip persoonsgegevens zich potentieel uitstrekt tot elke soort informatie, zowel objectieve als subjectieve informatie die de betrokkene betreft. Van dat laatste is sprake als de informatie wegens haar inhoud, doel of gevolg gelieerd is aan een natuurlijk persoon. Dit betekent dat als de gegevens mede bepalend zijn voor de wijze waarop de betrokken persoon in het maatschappelijk verkeer wordt beoordeeld of behandeld die gegevens als persoonsgegevens worden aangemerkt. Niet alleen gegevens op basis waarvan een natuurlijk persoon geïdentificeerd kan worden, maar ook feitelijke of waarderende gegevens over eigenschappen, opvattingen of gedragingen van een persoon zijn dus persoonsgegevens. Voor zover dergelijke gegevens geautomatiseerd worden verwerkt of voorkomen in bestanden is het inzagerecht daarop van toepassing.

Ten aanzien van de interne notities en communicatie

4.9.

De Reclassering heeft zich op het standpunt gesteld dat de categorie “interne notities en communicatie”, meer specifiek de interne verslagen van de meldplichtgesprekken (hierna: meldplichtverslagen), geen persoonsgegevens in de zin van de AVG zijn. De Reclassering voert hiertoe aan dat een meldplichtverslag een weergave bevat van persoonlijke indrukken die de reclasseringswerker heeft van een meldplichtgesprek met een onder toezicht gestelde. Ter onderbouwing hiervan verwijst zij naar een (abusievelijk) aan [naam verzoeker] verstrekt meldplichtverslag. Dit meldplichtverslag bevindt zich ook bij de dossierstukken. De Reclassering verwijst voorts naar een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) van 17 juni 20142, waarin is geoordeeld dat een (juridische) analyse naar aanleiding van persoonsgegevens als zodanig niet kwalificeert als een persoonsgegeven.

4.10.

[naam verzoeker] stelt zich op het standpunt dat meldplichtverslagen wel degelijk persoonsgegevens van hem bevatten.

4.11.

De rechtbank overweegt als volgt. Zoals de Reclassering heeft aangegeven, vormen meldplichtgesprekken de basis voor belangrijke stappen in het toezichttraject. Ook vormen meldplichtgesprekken de basis voor de (voortgangs)rapportages aan het OM en de strafrechter. Aan de hand van de meldplichtgesprekken worden de vervolgstappen in het toezichttraject bepaald, de voortgang geëvalueerd en wordt de te volgen strategie uitgezet en eventueel, waar nodig, bijgesteld. De reclasseringswerker legt na afloop van een meldplichtgesprek zijn eerste bevindingen, indrukken, observaties en gedachten over het gesprek vast in een meldplichtverslag. Een meldplichtgesprek en het daaruit voortvloeiende meldplichtverslag dient als (ruwe) basis voor de voortgang, evaluatie en eventuele bijsturing van het toezichttraject. Bij de dossierstukken bevindt zich een meldplichtverslag van een gesprek tussen een reclasseringswerker en [naam verzoeker] . Dit verslag bevat NAW-gegevens van [naam verzoeker] (in dit geval zijn naam). Voorts bevat dit verslag informatie over zijn stemgebruik, non-verbale communicatie, de wijze waarop hij vragen (met betrekking tot zijn woonsituatie, werk en gezin) beantwoordt, de ontwikkeling in de beantwoording van die vragen en de aandachtspunten voor het volgende meldplichtgesprek. Dit meldplichtverslag weerspiegelt dus (subjectieve) aspecten van de persoonlijkheid van [naam verzoeker] en ook van zijn manier van denken. Naast NAW-gegevens, bevat een meldplichtverslag dus ook feitelijkheden en waarderingen van de reclasseringsmedewerker over [naam verzoeker] die, met inachtneming van het hiervoor onder 4.7 en 4.8 omschreven toetsingskader, als persoonsgegevens moeten worden aangemerkt. [naam verzoeker] dus in beginsel recht op inzage in deze documenten.

Ten aanzien van de communicatie tussen de Reclassering en het OM en de DJI.

4.12.

Met betrekking tot de documenten die vallen onder de categorie communicatie tussen de Reclassering en het OM en de DJI heeft de Reclassering niet betwist dat documenten (mogelijk) persoonsgegevens van [naam verzoeker] bevatten. De rechtbank zal dan ook als uitgangspunt nemen dat documenten die vallen onder deze twee categorieën persoonsgegevens van [naam verzoeker] bevatten en dat [naam verzoeker] dus in beginsel recht heeft op inzage in deze documenten.

Kan de Reclassering een beroep doen op een wettelijke uitzondering?

4.13.

De volgende vraag die moet worden beantwoord is of de Reclassering een beroep toekomt op de wettelijke uitzondering op het recht van [naam verzoeker] op inzage in zijn persoonsgegevens.

Beoordelingskader

4.14.

Op grond van artikel 23 van de AVG kan het recht op inzage worden beperkt door middel van Unierechtelijke of lidstaatrechtelijke bepalingen onder de in artikel 23 van de AVG genoemde voorwaarden en met het oog op de in die bepaling genoemde belangen. In artikel 41 van de Uitvoeringswet Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: UAVG) zijn uitzonderingen opgenomen op grond waarvan het recht op inzage buiten toepassing gelaten kan worden. De verwerkingsverantwoordelijke kan recht op inzage onder meer buiten toepassing laten en inzage weigeren als dit noodzakelijk is voor, samengevat, het functioneren van de strafrechtketen (artikel 41 UAVG lid 1 onder d), doelstellingen van algemeen belang (artikel 41 UAVG lid 1 onder e) en voor de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen (artikel 41 UAVG lid 1 onder e).

Ten aanzien van de interne notities en correspondentie

4.15.

De Reclassering heeft ten aanzien van de interne notities en communicatie een beroep gedaan op de onder 4.14 genoemde uitzonderingsbepalingen. De Reclassering wijst in dit verband op haar positie en taakuitoefening als onderdeel van de strafrechtketen. Een goede vervulling van haar wettelijk opgedragen taak kan volgens de Reclassering niet langer worden gegarandeerd wanneer inzage zou worden gegeven in haar interne notities en communicatie. De onder toezicht gestelde moet immers de instructies van de Reclassering opvolgen en de Reclassering moet, vanuit haar eigen expertise, aan de strafrechter en aan andere partijen in de strafrechtketen rapporteren, verantwoording afleggen en met hen samenwerken. Met oog op de gezagsrelatie tussen de Reclassering en de onder toezicht gestelde moet de Reclassering strategische afwegingen kunnen maken, zonder gehouden te zijn die steeds met de onder toezicht gestelde te delen. Voorts heeft de Reclassering gewezen op het belang van haar medewerkers om in volledige vrijheid te kunnen overleggen en het belang van haar medewerkers tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer.

4.16.

De rechtbank stelt het volgende voorop. In de AVG is geen specifieke uitzondering opgenomen voor het recht op inzage in “interne stukken”. Ook de onderhavige – in het dossier van [naam verzoeker] opgenomen – interne communicatie en notities vallen onder het toepassingsgebied van de AVG. Het recht op inzage kan niet op voorhand zonder meer wordt geblokkeerd omdat in de desbetreffende documenten sprake zou (kunnen) zijn van vertrouwelijke (interne) correspondentie, stukken waarin persoonlijke gedachten en/of adviezen zijn verwoord die zijn opgesteld met het oog op intern overleg en beraad, dan wel interne besluitvorming.

4.17.

De rechtbank onderkent het belang van (de medewerkers van) de Reclassering om, bijvoorbeeld na een meldplichtgesprek, in alle vrijheid observaties, gedachten en suggesties vast te leggen met het oog op collegiaal overleg of als geheugensteuntje voor de betreffende reclasseringswerker. Dat medewerkers van de Reclassering bij het uitoefenen van hun werkzaamheden in alle openheid vertrouwelijk met elkaar moeten kunnen communiceren en overleggen acht de rechtbank evident. De rechtbank begrijpt ook dat de interne notities en communicatie, in het bijzonder de meldplichtverslagen, geschreven zijn in de veronderstelling dat deze niet voor externe verspreiding in aanmerking komen. Deze omstandigheden kunnen er echter niet toe leiden dat inzage in dit soort documenten categorisch wordt geweigerd. De Reclassering moet immers ook het (fundamentele) recht van [naam verzoeker] op de bescherming van zijn persoonsgegevens in acht nemen. Zonder een nadere toelichting - die ontbreekt - valt niet in te zien waarom het verstrekken van inzage in de interne notities en correspondentie zodanige afbreuk doet aan de positie en de taakuitoefening van de Reclassering en dat een beperking van het inzagerecht een noodzakelijke en evenredige maatregel is. De rechtbank acht in dit kader van belang dat het toezichttraject van [naam verzoeker] eind april 2020 is geëindigd. De terecht door de Reclassering uitgesproken onwenselijke situatie dat door de inzage in de interne notities en correspondentie (en daarmee inzage in de strategische afwegingen en methodische werkwijze) de onder toezicht gestelde kan gaan inspelen op deze informatie en/of haar gedrag daarop kan gaan aanpassen is in onderhavig geval daarom ook niet aan de orde. De conclusie is dat de Reclassering geen beroep toekomt op de uitzonderingsgronden van artikel 41 UAVG lid 1 onder d en e.

4.18.

Het inzagerecht kan voorts beperkt worden indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van rechten en vrijheden van derden (artikel 41 UAVG lid 1 onder i.), in dit geval in het bijzonder: de privacyrechten van de reclasseringswerker. Bij een recht of vrijheid van een ander gaat het om gewichtige belangen op grond waarvan het noodzakelijk is een uitzondering te maken op het recht van de betrokkene op kennisneming. De Reclassering zal dit van geval tot geval moeten beoordelen. Het is voor de rechtbank niet mogelijk om vast te stellen in hoeverre en in welk geval die situatie zich voordoet ter zake van de documenten waarin [naam verzoeker] inzage wenst, omdat de rechtbank de inhoud van de documenten niet kent. De Reclassering mag de documenten die zij aan [naam verzoeker] ter inzage overlegt, anonimiseren, in die zin, dat de Reclassering (ter bescherming van de privacy-rechten van derden) ervoor zorgt dat uitlatingen over [naam verzoeker] niet herleidbaar zijn tot de persoon die de uitlating heeft gedaan. Wie de uitlating heeft gedaan is immers niet relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking (waarvoor de AVG bedoeld is), terwijl het wel een aantasting kan opleveren van de rechten van de persoon die de uitlating heeft gedaan. Voor zover de Reclassering het standpunt inneemt dat de indrukken, suggesties en gedachten van een medewerker van de Reclassering over [naam verzoeker] moeten worden aangemerkt als persoonsgegevens van die betreffende medewerker kan de rechtbank haar daarin niet volgen. Dat zijn immers geen gegevens op basis waarvan die medewerker geïdentificeerd kan worden, dan wel feitelijke of waarderende gegevens over eigenschappen, opvattingen of gedragingen van die medewerker.

4.19.

Het vorenstaande betekent dat het verzoek van [naam verzoeker] tot inzage in zijn persoonsgegevens die zijn opgenomen in de interne notities en communicatie, toewijsbaar is met inachtneming van hetgeen onder 4.18 en 4.30 wordt overwogen.

Ten aanzien van de correspondentie met het OM en de DJI

4.20.

Ook ten aanzien van de correspondentie tussen de Reclassering en het OM en de DJI heeft de Reclassering zich beroepen op de hiervoor onder 4.14 genoemde uitzonderingsbepalingen. De Reclassering heeft in dit verband in de eerste plaats aangevoerd dat onverkorte inzage in deze documenten de werkzaamheden van de Reclassering én die van het OM en de DJI zouden belemmeren omdat dit in de weg staat aan een vertrouwelijke en vrije gedachtewisseling, terwijl een vertrouwelijke en vrije gedachtewisseling noodzakelijk is voor een goede samenwerking met het OM en de DJI.

4.21.

De rechtbank overweegt als volgt. Evenals ten aanzien van de interne notities en communicatie, onderkent de rechtbank het belang van een vertrouwelijke en vrije gedachtewisseling tussen de Reclassering en het OM en de DJI. De Reclassering heeft haar stelling dat de belangen van de Reclassering (en het OM en de DJI) zouden worden aangetast indien inzage in de correspondentie zou moeten worden gegeven echter onvoldoende concreet onderbouwd. De enkele stelling dat inzage in de correspondentie met het OM en de DJI de vertrouwelijke en vrije gedachtewisseling zou belemmeren is daarvoor onvoldoende. De rechtbank acht ook hier van belang dat het toezichttraject van [naam verzoeker] inmiddels is geëindigd (zie hiervoor onder 4.17) waardoor inzage geen invloed heeft op een lopend toezichttraject. Voorts is van belang dat ook ten aanzien van de correspondentie tussen de Reclassering en het OM en de DJI geldt dat het inzagerecht beperkt kan worden indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van rechten en vrijheden van derden (artikel 41 UAVG lid 1 onder i.), in dit geval in het bijzonder: de privacyrechten van de medewerkers van het OM en het DJI. Hiervoor verwijst de rechtbank naar hetgeen is overwogen onder 4.1, ook op de communicatie tussen de Reclassering en het OM en de DJI van toepassing is.

4.22.

De Reclassering heeft nog aangevoerd dat [naam verzoeker] tevens een verzoek tot inzage in zijn persoonsgegevens heeft ingediend bij het OM en de DJI en dat het OM en de DJI moeten zelf een afweging naar aanleiding van dat verzoek moeten kunnen maken, zonder dat de Reclassering daarop vooruitloopt door [naam verzoeker] inzage te geven in deze documenten, aldus de Reclassering. De rechtbank gaat echter aan dit verweer voorbij, nu de Reclassering niet heeft betwist dat de Reclassering ten aanzien van de communicatie tussen het OM en de DJI (mede) verwerkingsverantwoordelijke is in de zin van de AVG en de verplichting tot het geven van inzage volgens artikel 15 van de AVG rust op de verwerkingsverantwoordelijke. De stelling van de Reclassering dat voor het OM en de DJI specifieke wet- en regelgeving geldt op grond waarvan het OM en de DJI een eigen afweging moet maken met betrekking tot een verzoek tot inzage in de persoonsgegevens maakt dit niet anders, nu de Reclassering niet nader heeft geconcretiseerd op welke wet- en regelgeving zij doelt en gesteld nog gebleken is dat die wet- en regelgeving zich mede uitstrekt tot de Reclassering.

4.23.

Het vorenstaande betekent dat het verzoek van [naam verzoeker] tot inzage in zijn persoonsgegevens die zijn opgenomen in de correspondentie en communicatie met het OM en de DJI toewijsbaar is met inachtneming van hetgeen onder 4.18 en 4.30 wordt overwogen.

Op welke wijze dient de inzage in de persoonsgegevens plaats te vinden?

4.24.

De volgende vraag die met worden beantwoord is op welke wijze de Reclassering inzage moet geven in de persoonsgegevens van [naam verzoeker] .

Verzoek 1, het verstrekken van een volledig overzicht

4.25.

[naam verzoeker] verzoekt in de eerste plaats om het vertrekken van een compleet overzicht van documenten waarin zijn persoonsgegevens voorkomen, waaronder dus de interne notities en communicatie en de correspondentie en communicatie tussen Reclassering en het OM en de DJI. De rechtbank begrijpt het verzoek van [naam verzoeker] aldus dat het overzicht dat de Reclassering op 9 november 2018 aan [naam verzoeker] heeft verstrekt, wordt aangevuld met de drie door de Reclassering uitgezonderde categorieën. Tussen partijen is niet in geschil is dat het overzicht van 9 november 2018 is bedoeld als een middel waarmee [naam verzoeker] wordt verzocht om zijn verzoek tot inzage in zijn persoonsgegevens nader te preciseren. In het overzicht worden geen, dan wel zeer beperkt, persoonsgegevens vermeld. Het overzicht vermeldt het type document, de datum en (soms) de herkomst daarvan (zie het voorbeeld hiervoor onder 4.1). Ook is op het overzicht te zien om hoeveel documenten het gaat. In het overzicht staat dus niet vermeld welke persoonsgegevens zijn verwerkt. Gesteld nog gebleken is dat informatie over data en herkomst van bijvoorbeeld interne notities en communicatie of communicatie met het OM of de DJI informatie kan prijsgeven die vertrouwelijk moet blijven of dat rechten van derden zich tegen vermelding in het overzicht kunnen verzetten. Zonder een nadere toelichting - die ontbreekt - valt niet in te zien dat het verstrekken van voornoemd overzicht ertoe kan leiden dat het belang van de Reclassering op enige wijze geschaad wordt.

4.26.

De conclusie van hetgeen hiervoor is overwogen is dat [naam verzoeker] recht heeft een volledig overzicht zoals hiervoor onder 4.25 omschreven, inclusief de interne notities en communicatie bij de Reclassering en de correspondentie en communicatie tussen Reclassering en het OM en de DJI. Het eerste verzoek van [naam verzoeker] zal dan ook worden toegewezen.

Verzoek 2, het verstrekken van inzage

4.27.

In de tweede plaats verzoekt [naam verzoeker] om hem vervolgens, desgewenst, inzage in de documenten uit het volledige overzicht te verstrekken.

Beoordelingskader

4.28.

Artikel 15 lid 3 AVG geeft recht op verstrekking van een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Stukken als zodanig zijn geen persoonsgegevens en nergens in de AVG wordt gesproken over het verstrekken van een kopie van de bescheiden waarin de persoonsgegevens zijn verwerkt. Het recht op inzage betekent dan ook niet dat de betrokkene zonder meer recht heeft op inzage in of kopieën van de stukken of dossiers waarin zijn persoonsgegevens voorkomen. Wel bestaat een recht op een volledig overzicht, in begrijpelijke vorm, van alle persoonsgegevens. Dat wil zeggen in een vorm die de betrokkene in staat stelt kennis te nemen van zijn gegevens en te controleren of zij juist zijn en zijn verwerkt in overeenstemming met de AVG. Voor zover daaraan kan worden voldaan met een andere vorm van verstrekking kan de betrokkene aan de AVG niet het recht ontlenen om een afschrift te verkrijgen van het originele document of bestand waarin de gegevens staan3. In welke concrete materiële vorm de gegevens moeten worden verstrekt is daarom afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.

4.29.

Voor zover documenten niet alleen NAW-gegevens bevatten, maar ook meerdere feitelijke en waarderende gegevens over eigenschappen of gedragingen van natuurlijke personen lenen dergelijke gegevens zich niet goed voor opname in een overzicht. Gelet op de uitspraken van de Hoge Raad in de Dexia-zaak4 heeft een betrokkene in beginsel dan ook recht op een (eventueel deels zwartgemaakte) kopie van de documenten waarin die gegevens zijn opgenomen, omdat dat de meest effectieve wijze is waarop voldaan kan worden aan de verplichting zo volledig en duidelijk mogelijk informatie te verschaffen aan de hand waarvan de rechtmatigheid en juistheid van de gegevens kan worden gecontroleerd.

4.30.

Uit het onder 4.28 en 4.29 weergegeven toetsingskader vloeit voort dat [naam verzoeker] recht heeft op een overzicht van de onderliggende persoonsgegevens. Daarbij moet de Reclassering mededelen wat de doeleinden zijn van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft, en de ontvangers van deze gegevens, alsmede de beschikbare herkomst van de gegevens. [naam verzoeker] kan niet zonder meer aanspraak maken op integrale kennisneming en verstrekking van documenten; hij heeft in beginsel slechts recht op inzage in zijn persoonsgegevens die aan hem moeten worden verstrekt in een “begrijpelijke vorm”. Ten aanzien van de meldplichtverslagen heeft de rechtbank hiervoor onder 4.11 vastgesteld dat deze feitelijke en waarderende gegevens over eigenschappen of gedragingen van [naam verzoeker] bevatten. Deze gegevens lenen zich in beginsel niet voor opname in een overzicht. Voor het controleren van de juistheid van de persoonsgegevens en de rechtmatigheid van de verwerking van deze persoonsgegevens is meer contextuele informatie nodig. De Reclassering dient dus een afschrift (kopie) te verstrekken van (het gedeelte van) het document waarin de persoonsgegevens van [naam verzoeker] zijn opgenomen. De Reclassering mag de documenten die zij aan [naam verzoeker] ter inzage overlegt, anonimiseren, in die zin, dat de Reclassering (ter bescherming van de privacy-rechten van derden) ervoor zorgt dat uitlatingen over [naam verzoeker] niet herleidbaar zijn tot de persoon die de uitlating heeft gedaan. Wie de uitlating heeft gedaan is immers niet relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de gegevensverwerking (waarvoor de AVG bedoeld is), terwijl het wel een aantasting kan opleveren van de rechten van de persoon die de uitlating heeft gedaan.

4.31.

Het vorenstaande betekent dat het verzoek van [naam verzoeker] om inzage te geven in zijn persoonsgegevens die zijn opgenomen in de interne notities en communicatie en de communicatie tussen de Reclassering en het OM en de DJI toewijsbaar is met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 4.30.

Overige ontbrekende documenten

4.32.

[naam verzoeker] stelt dat in het overzicht van 9 november 2018 documenten ontbreken die niet onder de door de Reclassering gehanteerde weigeringsgronden te brengen zijn. Dit blijkt volgens [naam verzoeker] uit de inhoud van documenten en verslagen die de Reclassering wel op het overzicht heeft vermeld en aan [naam verzoeker] heeft verstrekt. [naam verzoeker] geeft ter illustratie hiervan (zowel in het verzoekschrift als tijdens de mondelinge behandeling) voorbeelden gegeven van documenten die volgens [naam verzoeker] persoonsgegevens van hem bevatten en ten onrechte niet op het overzicht van 9 november 2018 zijn vermeld en/of aan [naam verzoeker] zijn verstrekt. Enkele van deze documenten heeft de Reclassering op een later moment, al dan niet naar aanleiding van het verzoekschrift, alsnog aan [naam verzoeker] verstrekt. Hieruit blijkt volgens [naam verzoeker] dat de Reclassering dat het door de Reclassering verstrekte overzicht van 9 november 2018 niet volledig is.

4.33.

De Reclassering heeft erkend dat zij met de brief van 9 november 2018 onvolledig is geweest, maar zij heeft inmiddels een aantal ontbrekende documenten alsnog aan [naam verzoeker] verstrekt en/of aangegeven dat zij deze documenten alsnog aan [naam verzoeker] zal verstrekken. Ten aanzien van een aantal door [naam verzoeker] genoemde voorbeelden heeft de Reclassering toegelicht dat zij niet over deze documenten beschikt. De Reclassering kan geen inzage in documenten geven waarover zij niet beschikt. Het is aan [naam verzoeker] om feiten en omstandigheden te stellen waaruit blijkt dat de Reclassering wel degelijk over deze documenten beschikt.

Documenten met nummers 88, 89, 91, 92 en 98

4.34.

[naam verzoeker] maakt nog aanspraak op verstrekking van de documenten op het overzicht van 8 november 2018 met de nummers 88, 89, 91, 92 en 98. De Reclassering heeft in dit verband aangevoerd dat deze documenten zien op meldplichtgesprekken waarbij [naam verzoeker] zich bij de Reclassering meldde zonder een inhoudelijk gesprek aan te gaan. Van deze “gesprekken” is geen verslag gemaakt. De Reclassering heeft deze contactmomenten wel op het overzicht van 8 november 2018 weergegeven met de omschrijving “meldplicht kaal”. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de stelling van de Reclassering te twijfelen. Uit niets blijkt dat de Reclassering over de verzochte documenten beschikt. Dit lijkt op niet meer dan een vermoeden te zijn gebaseerd. Dit deel van het verzoek van [naam verzoeker] zal dan ook worden afgewezen.

Geluidsopnamen van meldplichtgesprekken

4.35.

Ten aanzien van het verzoek van [naam verzoeker] om inzake in de geluidsopnamen (en eventuele transcripties daarvan) van de meldplichtgesprekken heeft de Reclassering aangevoerd dat zij deze geluidsopnamen niet heeft bewaard en zij dus niet beschikt over de door [naam verzoeker] gevraagde opnamen, anders dan de transcripties van de geluidsopnamen die zij al aan [naam verzoeker] heeft verstrekt. Tegenover de stelling van de Reclassering dat zij niet beschikt over opnamen of transcripties heeft [naam verzoeker] niet aannemelijk gemaakt dat de Reclassering daarover wel beschikt. Het inzageverzoek ten aanzien van deze gegevens is dan ook niet toewijsbaar.

Dwangsom

4.36.

Voor het verbinden van een dwangsom aan deze veroordeling ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding. Niet is gebleken dat de Reclassering voornemens is niet aan de veroordeling te voldoen.

4.37.

De Reclassering zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [naam verzoeker] worden begroot op € 304,00 aan griffierecht en € 1.086,00 (2 x € 543,00) aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

beveelt de Reclassering om binnen zes weken na het wijzen van deze beschikking aan [naam verzoeker] een compleet overzicht te verstrekken van alle stukken en opnamen waarover zij beschikt en waarin persoonsgegevens van [naam verzoeker] zijn opgenomen, daaronder begrepen de interne notities en communicatie bij de Reclassering en de correspondentie en communicatie tussen de Reclassering en het Openbaar Ministerie en de Dienst Justitiële Inrichtingen;

5.2.

beveelt de Reclassering om binnen zes weken na het verstrekken van het complete overzicht zoals bedoeld onder 5.1 inzage te geven in zijn persoonsgegevens, voor zover [naam verzoeker] dit kenbaar heeft gemaakt, zulks met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 4.18, 4.21 en 4.30 is overwogen;

5.3.

veroordeelt de Reclassering in de proceskosten en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [naam verzoeker] op € 1.390,00;

5.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken en in het openbaar uitgesproken door mr. J.R. Veerman in tegenwoordigheid van de griffier op 24 augustus 2020.

1 HvJ EU 20 december 2017, ECLI:EU:C:2017:994

2 HvJ EU 17 juli 2014, ECLI:EU:C:2014:2081, inz. IND

3 HvJ EU 17 juli 2014, ECLI:EU:C:2014:2081, inz. IND

4 HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4663, ECLI:NL:HR:2007:AZ4664, ECLI:NL:HR:2007:BA3529 inz. Dexia