Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:6540

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-12-2020
Datum publicatie
14-12-2020
Zaaknummer
20_6455
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet. Sluiting woning in verband met zwaar illegaal vuurwerk. Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 20/6455


uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 december 2020 in de zaak tussen

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker(gemachtigde: mr. K. Wevers),

en

de burgemeester van de gemeente Winterswijk, verweerder(gemachtigde: mr. G. Siner).

Procesverloop
Bij besluit van 7 december 2020 heeft de burgemeester gelast de woning aan [locatie] in [woonplaats] van 14 december 2020 om 10:00 uur tot en met 3 januari 2021 om 10:00 uur te sluiten en gesloten te houden.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft online plaatsgevonden op 11 december 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waarover gaat deze zaak?

1. Deze zaak gaat over de sluiting van de woning van verzoeker voor de periode van 14 december 2020 10:00 uur tot en met 3 januari 2021 10:00 uur, op last van de burgemeester. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd dit besluit te schorsen.

Wat is de aanleiding van de sluiting van de woning?
2. Verzoeker, zijn echtgenote en hun minderjarige kinderen wonen in de woning aan [locatie] in [woonplaats].

2.1.

Naar aanleiding van een melding heeft de politie op 29 oktober 2020 een controle uitgevoerd bij de woning. Tijdens deze controle zijn in de schuur, de schuurzolder, de keuken, de trapkast en de zolder van de woning diverse dozen met illegaal vuurwerk aangetroffen, terwijl niet aan de veiligheidseisen (fysieke eisen aan de opslaglocatie en de veiligheidsafstand) zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit is voldaan.

Uit de bestuurlijke rapportage van de politie blijkt dat in totaal het volgende is aangetroffen:

- 76 kilogram vuurwerk categorie 1.1G;

- 184 kilogram vuurwerk categorie 1.3G;

- een gaspistool.

Daarbij is in de rapportage beschreven dat categorie 1.1G de gevaarlijkste categorie vuurwerk is, waarbij gevaar voor een massa-explosie bestaat en waarbij geldt dat er geen kwetsbare objecten (zoals woningen en winkels) in een straal van 400 meter om de opslag aanwezig mogen zijn.

2.2.

Volgens de burgemeester vormt de aanwezigheid van illegaal vuurwerk een ernstige bedreiging voor verzoeker, zijn gezin en voor de openbare orde. De burgemeester ziet daarom aanleiding verzoeker te gelasten de woning tijdelijk te sluiten, in eerste instantie voor de duur van drie maanden. Naar aanleiding van de zienswijze van verzoeker heeft de burgemeester besloten de woning van 14 december 2020 tot en met 3 januari 2021 te sluiten, de periode rondom de jaarwisseling. Hij doet dit op grond van artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet.

2.3.

Verzoeker is het niet eens met de last tot sluiting en hij heeft daartegen bezwaar gemaakt. Verzoeker wil in de tussentijd dat het bestreden besluit wordt geschorst. Daarom heeft hij een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend.

Waarover moet de voorzieningenrechter beslissen?

3. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter over het verzoek om schorsing van het besluit tot sluiting van de woning van verzoeker. Hij beoordeelt of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Is dat het geval, dan kan dat een reden zijn om het besluit van 7 december 2020 te schorsen. Om dit te beoordelen beantwoordt de voorzieningenrechter aan de hand van de argumenten die verzoeker heeft aangevoerd, de zogenoemde gronden, of de burgemeester bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot sluiting van de woning mag overgaan. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemzaak niet.

Waarom is verzoeker het niet eens met de sluiting?

4. Volgens verzoeker is geen sprake meer van een overtreding, omdat het vuurwerk in beslag is genomen en dus al geruime tijd weg is uit de woning. Daarmee is er geen concrete, zich direct aandienende, bedreigende situatie voor de gezondheid en veiligheid. Ook is er geen gevaar voor recidive. Er kan volgens verzoeker geen sanctie worden opgelegd om de overtreding geheel of gedeeltelijk te herstellen. Verzoeker voert aan dat het vuurwerk in Nederland weliswaar illegaal is, maar dit betekent niet dat het inherent gevaarlijk is. Vuurwerk gaat niet spontaan af en verzoeker wijst erop dat het vuurwerk in veel Europese landen legaal is. Verzoeker vindt het bizar dat zijn grote belangstelling voor vuurwerk volgens de burgemeester betekent dat hij een gevaar zou vormen voor zijn partner en kinderen. Volgens verzoeker is er echter nooit enige overlast geweest.

Verder voert verzoeker aan dat de termijn van de sluiting volstrekt willekeurig is en geen doel treft.

Verzoeker voert ten slotte aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen. Het is volgens hem niet mogelijk om in de coronacrisis onderdak te vinden voor hemzelf en zijn partner en de minderjarige kinderen.

Is de burgemeester bevoegd tot sluiting van de woning?

5. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord. Artikel 174a, eerste lid, van de Gemeentewet maakt dat mogelijk.

5.1.

Sluiting van een woning is slechts gerechtvaardigd bij overlast die wat betreft de risico's voor de omgeving te vergelijken is met drugsoverlast. Het moet gaan om overlast die maatschappelijk onaanvaardbare vormen heeft aangenomen en die niet met andere, minder ingrijpende middelen kan worden bestreden. Bij de totstandkoming van artikel 174a van de Gemeentewet is benadrukt dat de wetgever met "verstoring van de openbare orde" een ernstige bedreiging van de veiligheid en gezondheid van mensen in de directe omgeving van de woning voor ogen heeft gestaan.1

5.2.

Volgens vaste rechtspraak2 moet aan de hand van concrete, objectieve en verifieerbare gegevens aannemelijk worden gemaakt dat zich in de woning of op het daarbij behorende erf ernstige gedragingen voordoen en dat daardoor verschillende soorten ernstige overlast zich met grote regelmaat en langdurig voordoen. Ingeval de burgemeester aldus aannemelijk maakt dat vanuit de woning of het bijbehorende erf de openbare orde rond de woning wordt verstoord, is hij bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan. Van toepassing van deze bevoegdheid dient de burgemeester vervolgens echter af te zien indien sluiting van de woning onevenredig is. In dat verband dient de burgemeester aannemelijk te maken dat de verstoring van de openbare orde niet toereikend kan worden bestreden met minder ingrijpende maatregelen.

5.3.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat vanuit de woning en schuur van verzoeker de openbare orde rond de woning is verstoord, zoals hiervoor onder 5.1 en 5.2 bedoeld, en dat sluiting noodzakelijk is ter herstel van de openbare orde. Niet in geschil is immers dat in de woning en de schuur in totaal 260 kilogram zwaar, illegaal vuurwerk is gevonden, waarvan 76 kilogram van de zwaarste categorie. Bij dit type vuurwerk bestaat een gevaar voor een massa-explosie en geldt als voorschrift voor opslag dat in een straal van 400 meter geen kwetsbare objecten aanwezig mogen zijn. Voor de woning van verzoeker geldt dat deze is gelegen in een woonwijk in [woonplaats]. In een straal van 400 meter liggen 1686 kwetsbare objecten, waarvan 1592 woningen. Als er iets mis zou gaan met het vuurwerk kan dat dus niet alleen voor verzoeker en zijn gezin, maar ook voor heel veel anderen vérstrekkende gevolgen hebben. Dat de kans hierop heel klein is, zoals verzoeker stelt, doet daar niet aan af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat alleen al de opslag en de kans op een explosie, hoe klein ook, van deze zeer grote hoeveelheid zeer zwaar, illegaal vuurwerk in de woning en schuur een ernstige aantasting van de rechtsorde oplevert en zorgt voor sterke gevoelens van onveiligheid en angst in de omgeving.

5.4.

Verzoeker stelt dat er geen gevaar meer is, omdat het vuurwerk in beslag is genomen. De voorzieningenrechter is echter met de burgemeester van oordeel dat er een reële vrees voor herhaling is, te meer nu de jaarwisseling – dé periode om vuurwerk af te steken – voor de deur staat. De voorzieningenrechter hecht daarbij met name waarde aan de eigen verklaring van verzoeker en de conclusies van de politie. In de bestuurlijke rapportage staat immers dat de politie de kans op herhaling aannemelijk acht. Daarbij zijn met name de eigen verklaringen van verzoeker van belang. Uit de zienswijze blijkt dat verzoeker heeft verklaard dat hij van kleins af aan vuurwerkgek is, dat hij zeer geïnteresseerd is in illegaal vuurwerk en dat hij al jarenlang illegaal vuurwerk afsteekt. Dit laatste kwam ook naar voren uit de verklaring van een melder, zo blijkt uit de bestuurlijke rapportage. Daarnaast blijkt uit zijn verklaringen dat verzoeker zich niet bewust is geweest van de impact van een mogelijke ontploffing. Verder heeft hij gezegd volgend jaar vuurwerk in Duitsland te zullen gaan kopen indien de verkoop en het gebruik van vuurwerk dan nog steeds verboden is in Nederland. Hoewel verzoeker dit op de zitting genuanceerd heeft en heeft gezegd dat vuurwerk uit Duitsland niet per definitie illegaal is, schetst dit niet het beeld van een eenmalige uitschieter en een situatie die zich niet weer zal voordoen. Verzoeker heeft ook op de zitting niet weten te overtuigen dat niet gevreesd hoeft te worden dat hij nogmaals een grote hoeveelheid zwaar, illegaal vuurwerk thuis opslaat.

Is de sluiting evenredig?

6. Vervolgens is de vraag of de burgemeester had moeten afzien van het toepassen van zijn bevoegdheid, omdat de sluiting onevenredig is. Voor de beoordeling van de evenredigheid is van belang wat de gevolgen van de sluiting zijn voor verzoeker. Ook kan de vraag spelen of verzoeker een verwijt kan worden gemaakt van de overtreding.

6.1.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester niet heeft hoeven afzien van de sluiting van de woning. Voorop staat dat de gevolgen van het besluit voor verzoeker en zijn gezin, met name voor de minderjarige kinderen, zeer ingrijpend zijn. Daar moet een zwaar gewicht aan worden toegekend. Gelet op het grote gevaar dat de opslag van vuurwerk voor verzoeker, zijn gezin en omwonenden heeft opgeleverd, is de voorzieningenrechter echter van oordeel dat aannemelijk is dat de verstoring van de openbare orde niet toereikend kon worden bestreden met minder ingrijpende maatregelen dan sluiting van de woning. Daarbij is van belang dat de burgemeester er, met name met het oog op de minderjarige kinderen, voor gekozen heeft de sluiting te beperken tot de ‘vuurwerkperiode’ van 14 december 2020 tot en met 3 januari 2021 in plaats van de oorspronkelijke drie maanden. Daarmee kan in ieder geval in de periode rond de jaarwisseling geen vuurwerk worden opgeslagen in en afgestoken vanuit de woning. Voor zover verzoeker stelt dat dagelijkse surveillance of cameratoezicht zouden kunnen worden ingezet, is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit geen redelijk en werkbaar alternatief is om de verstoring van de openbare orde te herstellen.

6.2.

Gelet op de vereiste evenredigheid van de sluiting kan het passend zijn dat de burgemeester informeert naar de mogelijkheden van vervangende huisvesting. Dat heeft de burgemeester in dit geval ook gedaan. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat alternatieve huisvesting onmogelijk is. Wellicht is een verblijf bij de schoonouders van verzoeker geen optie, maar het gezin kan mogelijk wel elders verblijven. Op de zitting heeft verzoeker gezegd dat zij waarschijnlijk tijdelijk bij zijn ouders kunnen wonen. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat deze situatie niet ideaal is, is het dus niet zo dat zij op straat zullen komen te staan.

6.3.

Dit alles leidt tot de conclusie dat de burgemeester zich op het standpunt mag stellen dat het met de tijdelijke woningsluiting te dienen algemeen belang om aan de ernstige verstoring van de openbare orde een einde te maken, zwaarder weegt dan het belang van verzoekers op het ongestoord uitoefenen van hun woongenot en privéleven.

Wat is de conclusie van de voorzieningenrechter?

7. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Dat betekent dat de woning van verzoeker van 14 december 2020 om 10:00 uur tot en met 3 januari 2021 om 10:00 uur gesloten moet worden.

7.1.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid vanmr. M. Kool, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 december 2020.

De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd deze uitspraak te ondertekenen.

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Kamerstukken II 1996/97, 24 699, nr. 5.

2 ECLI:NL:RVS:2018:1836.