Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:6379

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-11-2020
Datum publicatie
07-12-2020
Zaaknummer
C/05/378769 / FA RK 20-3853
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging. Verwijzing naar uitspraak Hoge Raad van 25 september (ECLI:NL:HR:2020:1508). Ambulante verplichte zorg gecombineerd met het ‘opnemen in een accommodatie’, waarvoor als voorwaarde geldt dat ambulante verplichte zorg niet meer volstaat en het opnemen in een accommodatie noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. In dat geval hoeft er ook geen nieuwe (recente) medische verklaring opgesteld te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Zaakgegevens: C/05/378769 / FA RK 20-3853

Datum mondelinge uitspraak: 9 november 2020

Beschikking machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Wvggz

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [plaats] , op grond van een zorgmachtiging, geldend tot en met 21 november 2020,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. E.A.C. Sandberg te Vorden.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op
3 november 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 9 november 2020.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

mw. [naam] , als psychiater verbonden aan Iriszorg;

mw. [naam 2] , als ambulant behandelaar verbonden aan Iriszorg.

1.4.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet gehoord.

2 Beoordeling

2.1.

Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het niet toegestaan betrokkene persoonlijk te bezoeken. Dit levert voor betrokkene en andere aanwezigen een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Om die reden is besloten betrokkene via beeldbellen te horen.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol. Daarnaast is er sprake van een obsessief compulsieve stoornis.

2.3.

Het gedrag dat uit de stoornis voortvloeit, leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

ernstig lichamelijk letsel;

ernstige psychische schade;

ernstige verwaarlozing;

het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

2.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.

2.5.

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat het naar omstandigheden goed gaat en dat zij het gebruik van alcohol volledig onder controle heeft. Af en toe gaat het nog wel eens mis, maar de laatste keer is lang geleden. Betrokkene wil weg van de woonplek waar zij nu verblijft en op zichzelf wonen in een appartement.
De advocaat heeft primair gepleit voor afwijzing van de vormen van verplichte zorg, voor zover die verband houden met een eventuele opname in een accommodatie. Deze categorie vormen van zorg kunnen – indien nodig – worden verleend op grond van artikel 8:11 Wvggz (tijdelijke verplichte zorg), waarna er om een wijziging van de zorgmachtiging kan worden verzocht. Een opname is voor betrokkene namelijk contra-geïndiceerd vanwege haar angstklachten. Subsidiair heeft de advocaat gepleit voor toewijzing van alle vormen van verplichte zorg, waarbij de opnameafhankelijke vormen van zorg voor (telkens) maximaal drie weken worden verleend. Ook moet er dan een onafhankelijk medisch deskundige naar betrokkene kijken.

2.6.

De behandelaren hebben aangegeven dat het een stuk beter gaat met betrokkene dan een jaar geleden, maar dat betrokkene nog wel een aantal keren is teruggevallen in alcoholgebruik (laatste keer was anderhalve week geleden). Betrokkene maakt stapjes, maar het gaat langzaam. Het gaat gemiddeld twee keer per maand mis. Er is een afspraak met haar gemaakt dat zij in dat geval binnen een week weer moet stoppen, anders wordt betrokkene opgenomen in de kliniek. Deze afspraak lijkt enigszins effect te hebben. De situatie is echter nog erg kwetsbaar, ook vanwege de woonomgeving die voor veel prikkels zorgt bij betrokkene. Daarom wordt er momenteel gezocht naar een appartement voor betrokkene waar zij beschermd kan wonen. Gelet op deze zoektocht en het huidige toestandsbeeld van betrokkene, is een zorgmachtiging van twaalf maanden van belang. Die periode is nodig om betrokkene verder te stabiliseren.

Over de vormen van verplichte zorg hebben de behandelaren aangegeven dat de volgende vormen alleen verleend hoeven te worden bij een eventuele klinische opname:

- het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen,

- het beperken van de bewegingsvrijheid,

- onderzoek aan kleding of lichaam,

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen,

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen,

- het opnemen in een accommodatie.

Van deze vormen van zorg zal alleen in het uiterste geval gebruik worden gemaakt, omdat er zeer snel ingegrepen moet kunnen worden als betrokkene (langer dan een week) fors alcohol drinkt. Anders is het risico dat de lichamelijke toestand van betrokkene zo snel verslechterd dat zij komt te overlijden.

2.7.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene kampt nog altijd met een forse alcoholverslaving die zij niet onder controle heeft. Betrokkene valt regelmatig terug in overmatig alcoholgebruik en heeft dan de neiging om uit contact te treden met de hulpverlening en haar persoonlijke verzorging achterwege te laten, terwijl zij zichzelf niet kan redden zonder hulp. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg en de daarbij aangegeven duur noodzakelijk zijn, mede gelet op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van zorg bestaan uit:

het uitoefenen van toezicht op betrokkene, voor de maximale duur van 12 maanden;

het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, voor de maximale duur van 12 maanden;

het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen, alleen in het geval van opname in een accommodatie;

het beperken van de bewegingsvrijheid, alleen in het geval van opname in een accommodatie;

onderzoek aan kleding of lichaam, alleen in het geval van opname in een accommodatie;

onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, alleen in het geval van opname in een accommodatie;

het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, alleen in het geval van opname in een accommodatie;

het opnemen in een accommodatie, indien betrokkene in de ambulante setting dermate terugvalt in alcoholgebruik en het opnemen in een accommodatie noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden, telkens voor zo kort als mogelijk en zo lang als noodzakelijk.

De rechtbank acht het, gelet op de ernst van de problematiek, van belang dat er snel kan worden ingegrepen als betrokkene terugvalt in fors alcoholgebruik. De rechtbank gaat daarmee voorbij aan het verweer van de advocaat en verwijst in dat verband naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 september 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1508) waaruit volgt dat het mogelijk is dat in een zorgmachtiging ambulante verplichte zorg wordt gecombineerd met verplichte zorg die bestaat in het ‘opnemen in een accommodatie’, waarbij voor laatstgenoemde vorm van zorg als voorwaarde geldt dat ambulante verplichte zorg niet meer volstaat en het opnemen in een accommodatie noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden (r.o. 3.1.3).

Gelet op deze uitspraak is de rechtbank van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen, met dien verstande dat van de aan de opname verbonden vormen van verplichte zorg alleen gebruik gemaakt kan worden wanneer betrokkene klinisch moet worden opgenomen. In dat geval hoeft er volgens de Hoge Raad ook geen nieuwe (recente) medische verklaring opgesteld te worden (r.o. 4.2).

2.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.9.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden, om welke reden de rechtbank zal beslissen als hierna vermeld.

3 . Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 2.7. kunnen worden getroffen;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 8 november 2021.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2020 door mr. C.M. Koopman, rechter, in tegenwoordigheid van S.C. Dijksterhuis, griffier, en de schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 23 november 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.