Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:6366

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-12-2020
Datum publicatie
03-12-2020
Zaaknummer
20-6329
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Schorsing afwijzing aanvraag deelname aan experiment gesloten coffeeshopketen. Teler mag alsnog in afwachting van het besluit op zijn bezwaar deelnemen aan de loting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 20/6329

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 december 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster], te [woonplaats], verzoekster,

en

de minister voor Medische Zorg en Sport

en

de Minister van Justitie en Veiligheid, verweerders (de ministers),

(gemachtigde: mr. E. van Brandwijk en mr. I.S. Westra).

Procesverloop

Bij besluit van 27 november 2020 hebben de ministers de aanvraag van verzoekster om te worden aangewezen als teler voor het Experiment gesloten coffeeshopketen, afgewezen.

Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft online plaatsgevonden op 2 december 2020. Aanwezig waren mr. J. Goemans en [verzoekster] namens verzoekster en de gemachtigden van de ministers. De behandeling op de zitting is geschorst en vervolgens voortgezet op 3 december 2020. Aanwezig waren mr. J. Goemans en [verzoekster]. Namens verweerders was aanwezig
mr. E.E. Schaake.
Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het besluit van 27 november 202 tot twee weken nadat de ministers op het bezwaar hebben beslist;

- wijst het verzoek af voor zover gericht tegen de beslissing om de loting op 3 december 2020 te laten plaatsvinden

- draagt de ministers op het betaalde griffierecht van € 354,- aan verzoekster te vergoeden;

Overwegingen

De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

Waarover gaat deze uitspraak?

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter over het verzoek om een voorlopige voorziening in verband met de afwijzing door de ministers van de aanvraag van verzoekster tot deelname als teler aan het experiment gesloten coffeeshopketen. Partijen zijn het er over eens dat verzoekster voldoende spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. Vandaag vindt de loting plaats tussen de aanvragers van wie de aanvraag nog niet is afgewezen. Uit die loting komen 10 aanvragen met wie het traject van aanwijzing als teler in het kader van het experiment wordt voortgezet. Omdat de aanvraag van verzoekster is afgewezen mag verzoekster niet deelnemen aan de loting.

1.1.

De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak of het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft. Als het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft, beoordeelt hij vervolgens of er reden is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.2.

Verzoekster richt haar verzoek ook op de beslissing waarbij de datum van de loting is vastgesteld. Op dat verzoek gaat de voorzieningenrechter hierna onder 6.1 in.

Wat is het toetsingskader?

2. Deelname als teler aan het experiment gesloten coffeeshopketen is geregeld in artikel 5 van de Wet experiment gesloten coffeeshopketen en de daarop gebaseerde paragraaf 3 van het Besluit experiment gesloten coffeeshopketen (Besluit). Op grond van artikel 19, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit kan een aanvraag om aanwijzing als teler worden afgewezen indien het advies van de burgemeester over de consequenties van een eventuele aanwijzing van de aanvraag als teler voor de openbare orde of veiligheid in de betreffende gemeente hiertoe aanleiding geeft.

2.1.

De ministers hebben beleidsruimte om al dan niet onder toepassing van artikel 19, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit een aanvraag af te wijzen. Het bezwaar heeft een redelijke kans van slagen indien de ministers niet in redelijkheid tot de afwijzing van de aanvraag hebben kunnen komen. Deze toets is terughoudend: hebben de ministers alle betrokken belangen op zodanig evenwichtige wijze afgewogen dat in redelijkheid tot afwijzing van de aanvraag kon worden overgegaan.

Waarom wijst verweerder de aanvraag af?

3. Verzoekster heeft als beoogde locatie de [locatie] in [woonplaats] in de gemeente [woonplaats]. Daarom heeft de burgemeester van deze gemeente advies uitgebracht. De burgemeester heeft geadviseerd om de aanvraag van verzoekster om als teler deel te mogen nemen aan het Experiment gesloten coffeeshopketen, af te wijzen omdat er om verschillende redenen sprake zal zijn van aantasting van de openbare orde en veiligheid in de gemeente [woonplaats], wanneer verzoekster op de beoogde locatie cannabis mag telen. Kort samengevat baseert de burgemeester haar advies op de bereikbaarheid van de locatie (goed bereikbaar en ongeveer 500 meter vanaf auto- en snelwegen). Deze ligging verhoogt het risico op een overval of inbraak en op sabotage van het productieproces aanzienlijk. Het door verzoekster ingediende beveiligingsplan neemt dit risico niet weg, dit kan ook niet want de ligging is een vaststaand gegeven en is niet te wijzigen. Daarnaast verhoogt het gebrek aan sociale controle op het bedrijventerrein ’s avonds en ’s nachts de kans op inbraken. De locatie ligt naast een groot tuincentrum, waarbij bezoekers het parkeerterrein verlaten via een weg die ongeveer 50 meter van de ingang van de locatie ligt. Omdat veel mensen de (legale) kweek van cannabis met criminele activiteiten verbinden, wordt hun gevoel voor veiligheid aangetast. Dit leidt indirect ook tot aantasting van de openbare orde en veiligheid. Het advies is door de burgemeester voorgelegd aan de lokale driehoek. In die driehoek hebben politie en het openbaar ministerie gewezen op deze risico’s.

3.1.

De ministers overwegen in hun beoordeling dat zij in principe het advies van de burgemeester volgen, mits het advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarvan begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Omdat het advies aan deze criteria voldoet, zien de ministers aanleiding om de aanvraag af te wijzen. De ministers kennen aan het belang van de openbare orde en veiligheid een zwaarder gewicht toe dan aan het (financiële) belang van verzoekster om een nieuw recht vergund te krijgen ten behoeve van een experiment dat in beginsel tijdelijk van duur is.

Wat is de beoordeling van de voorzieningenrechter?

4. De ministers baseren hun besluit op het advies van de burgemeester. De burgemeester is uit hoofde van de functie degene die de openbare orde en de veiligheid in zijn gemeente kan beoordelen. Het ligt dus voor de hand dat het advies van de burgemeester een zwaarwegende rol heeft in de besluitvorming van de ministers.

4.1.

Maar het advies moet wel voldoen aan een aantal voorwaarden. De ministers moeten er zich van vergewissen dat het advies naar de wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk en concludent is. Het advies moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig onderzoek en deugdelijk gemotiveerd zijn. Dat is vaste rechtspraak.1 Omdat het hier gaat om de locatie zoals die door verzoekster zal worden ingericht, ligt het daarbij voor de hand dat de burgemeester verzoekster in de gelegenheid stelt zijn zienswijze in te brengen. Indien dat niet plaatsvindt, ligt het voor de hand dat de ministers toepassing geven aan artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht en verzoekster in de gelegenheid stellen een zienswijze in te dienen.

4.2.

In dit geval is het advies niet onderbouwd met onderliggende stukken en is verzoekster niet voorafgaand aan het advies gehoord. In het advies is vervolgens wel vermeld dat de ligging vlakbij autowegen en snelwegen het risico op een overval of inbraak en op sabotage van het productieproces aanzienlijk verhoogt, maar wordt niet uitgelegd waarom dat zo is. Ook is vermeld dat het door verzoekster ingediende beveiligingsplan dit risico niet wegneemt. Dat laatste kan volgens het advies niet want de ligging is een vaststaand gegeven en is niet te wijzigen. Beide vermeldingen worden niet uitgelegd. Bij de vermelding dat het gebrek aan sociale controle op het bedrijventerrein ’s avonds en ’s nachts de kans op inbraken verhoogt is ook geen uitleg opgenomen en niet betrokken dat het bedrijventerrein beveiliging kent.

Dit in samenhang met de mededeling van de gemachtigden van de ministers dat de interdepartementale beoordeling van het beveiligingsplan positief is geweest, leidt tot het oordeel dat de ministers niet zonder nadere uitleg van de burgemeester van het advies mochten uitgaan. Dat advies is in de huidige vorm ontoereikend gemotiveerd.

4.3.

Verzoekster is niet door de burgemeester in de gelegenheid gesteld zijn om een zienswijze naar voren te brengen. Dat is ook niet door de ministers gebeurd.

5. Gelet op de in 4.2 en 4.3 geconstateerde gebreken hebben de ministers (nog) niet in redelijkheid tot de afwijzing van de aanvraag kunnen komen. Het bezwaar maakt dus een redelijke kans van slagen. Weliswaar kunnen die gebreken wellicht in bezwaar worden hersteld, maar als het bezwaar gegrond is omdat het herstellen van die gebreken niet lukt, dan blijft verzoekster uitgesloten van deelname als teler aan het experiment. Dat is voor de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Onder 5.1 legt hij uit wat daarvoor redengevend is.

5.1.

Het besluit tot afwijzing van de aanvraag is op 27 november 2020 bekendgemaakt, de loting vindt vandaag (3 december 2020) plaats. Door de geplande datum van de loting, die de ministers niet wensen uit te stellen, is het onmogelijk dat zij vóór de loting een beslissing nemen op het bezwaar van verzoeker. Als de loting plaatsvindt zonder dat verzoekster daaraan heeft kunnen deelnemen, kan een eventueel gegrond bezwaar er niet meer toe leiden dat verzoekster aan het experiment kan deelnemen. Daarmee wordt verzoekster de kans op effectieve rechtsbescherming ontnomen. Een schorsing van de afwijzing leidt in dit stadium alleen tot deelname aan de loting. De gevolgen daarvan zijn niet onomkeerbaar. Als de aanvraag wordt uitgeloot staat de uitkomst vast. Als de aanvraag wordt ingeloot, kan verzoeker pas daadwerkelijk als teler aan het experiment deelnemen onder de voorwaarde dat alsnog positief op zijn bezwaar en dus zijn aanvraag wordt beslist. Als het bezwaar van verzoeker ongegrond wordt verklaard, kan verzoeker alsnog niet als teler deelnemen aan het experiment. In dat geval kan een deelnemer die na de loting op de wachtlijst is geplaatst de plek overnemen. Slagen de ministers er wel in de gebreken te herstellen, dan kan dus alsnog de afwijzing van de aanvraag worden gehandhaafd. Het belang van verzoekster om wel deel te nemen aan de loting weegt daarom voor de voorzieningenrechter zwaarder dan het belang van de ministers om verzoekster niet te laten deelnemen aan de loting.

Wat is de conclusie van de voorzieningenrechter?

6. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toewijst en de voorlopige voorziening treft dat het besluit tot afwijzing van de aanvraag is geschorst tot twee weken nadat de ministers op het bezwaar hebben beslist. Verzoekster kan alsnog deelnemen aan de loting.

6.1.

Het alsnog kunnen deelnemen aan de loting is al voldoende reden om het verzoek om schorsing van de beslissing tot vaststelling van de datum van de loting af te wijzen. De voorzieningenrechter zal daarom niet beoordelen of tegen die beslissing rechtsmiddelen openstaan.

6.2.

Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moeten de ministers aan verzoekster het griffierecht vergoeden.2 Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Deze uitspraak is uitgesproken op 3 december 2020 door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier.

De voorzieningenrechter en de griffier zijn niet in staat dit proces-verbaal te ondertekenen.

Een afschrift van dit proces verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

1 Zie bijvoorbeeld ABRvS 30 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1674 en CRvB 30 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2017:2226.

2 Hierbij is van belang dat verzoeker de nog te ontvangen nota voor het griffierecht eerst zelf moet voldoen.