Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:5830

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
04-11-2020
Datum publicatie
06-11-2020
Zaaknummer
C/05/365969 / HZ ZA 20-67
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Dekkingsgeschil. Niet is komen vast te staan dat als gevolg van storing klimaatcomputer gewasschade is ontstaan groter dan het eigen risico.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/365969 / HZ ZA 20-67

Vonnis van 4 november 2020

in de zaak van

de vennootschap onder firma

[eiseres] ,

gevestigd te [plaats],

eiseres,

advocaat mr. M.A. Mak te Alkmaar,

tegen

de naamloze vennootschap

ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde,

advocaat mr. E.H. Verweij te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Achmea worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de e-mail van de rechtbank van 22 april 2020 waarin zij [eiseres] in de gelegenheid heeft gesteld bij akte op een aantal in de e-mail genoemde onderwerpen te reageren en daarbij aandacht te besteden aan een aantal in de e-mail geformuleerde vragen, en waarin Achmea in de gelegenheid is gesteld bij antwoordakte te reageren op de akte van [eiseres]

  • -

    de akte beantwoorden vragen rechtbank tevens bevattende verduidelijking/wijziging eis van [eiseres]

  • -

    de antwoordakte beantwoorden vragen rechtbank tevens bevattende verduidelijking/ wijziging eis van Achmea

  • -

    het overzicht producties van mr. Mak ten behoeve van de skypezitting van 24 september 2020

  • -

    het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 24 september 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is een veredelaar en kweker van onder andere Hypericum, Lysimachia en Physalis. Zij voorziet bloemkwekers in binnen- en buitenland van jong materiaal van deze rassen. De veredeling, vermeerdering, onderzoek en opkweek van het stekmateriaal vindt plaats bij [eiseres] in een speciaal hiervoor ontwikkelde kas. Deze kas is voorzien van klimaatbeheersing. Een zogenoemde klimaatcomputer – bestaande uit drie met elkaar verbonden computers – regelt en controleert de temperatuur, lichtinval (door scherminstallaties) en luchtvochtigheid in de kas.

2.2.

Achmea is een verzekeraar.

2.3.

Voor de risico’s die gepaard gaan met het exploiteren van de handelskwekerij heeft [eiseres] een “Bedrijven Compact Polis Agrarisch” bij Achmea afgesloten.

Volgens het polisblad, gedateerd 1 januari 2015 (productie 3 bij dagvaarding) is onder meer “Bedrijfsstagnatie” verzekerd. Op pagina 6 van de polis staan onder “Bedrijfsstagnatie” onder meer vermeld de rubrieken 301 en 302 (“gewas binnen (Boomkwekerijgewassen)”). Rubriek 301 ziet op de stekken en rubriek 302 op de zogenoemde moerplanten.

Op rubriek 302 is onder meer de clausule 023 (“Direct aanwezige waarde”) van toepassing. Op pagina 19 van de polis staat als definitie van “Direct aanwezige waarde” vermeld: “In afwijking van de vermelde uitkeringstermijn van 52 weken bedraagt de uitkeringstermijn 0 weken. Hierdoor is uitsluitend de materiele schade verzekerd.

2.4.

Op de verzekering van [eiseres] zijn van toepassing de “Verzekeringsvoorwaarden Bedrijven Compact Polis Agrarisch”, versie 5.4, januari 2015 (productie 4 bij dagvaarding).

2.5.

Op 27 maart 2015 heeft de kop van Noord-Holland, waar ook het bedrijf van [eiseres] is gevestigd, te kampen gehad met een stroomstoring. Daardoor functioneerden de drie computers die het klimaat regelen in de kas van [eiseres] niet goed. Ook na het verhelpen van de stroomstoring bleven de problemen bij de drie computers en hun onderlinge samenwerking aanhouden.

2.6.

Op 28 maart 2015 heeft [eiseres] het probleem met de computers gemeld bij de Rabobank Wieringerwerf, haar assurantietussenpersoon. Deze heeft op 1 april 2015 een telefonische melding gedaan bij Achmea. De telefoonnotitie van mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1]), medewerker van Achmea, van dit telefoongesprek (productie 6 bij dagvaarding), luidt onder meer als volgt:

“(…)

Schademelder : Tussenpersoon

(…)

reparatie aan klimaatcomputer

Verz denkt zelf rond € 1000

Mail sturen dat de nota kan insturen.”

2.7.

[eiseres] heeft de firma [naam 2] ingeschakeld voor het herstel van de computers. De kosten voor de bijstand van de firma [naam 2] zouden door Achmea worden vergoed. Aangezien de problemen met de computers niet konden worden verholpen, is uiteindelijk op 21 oktober 2015 een nieuwe klimaatcomputer geïnstalleerd, waarna alles weer goed functioneerde.

2.8.

Bij e-mail van 10 april 2015 (productie 2 bij antwoord) heeft [naam 1] namens Achmea [eiseres] onder meer het volgende bericht:

Er zou schade zijn aan een klimaatcomputer. Uw tussenpersoon gaf aan dat de reparatie ongeveer € 1000 gaat kosten. Voor de beoordeling van deze schade heb ik wat meer informatie nodig. Graag ontvang ik van u de reparatienota en de werkbonnen. En ik zou graag een foto van de beschadigde onderdelen ontvangen. (…)”

2.9.

Op 13 april 2015 heeft [eiseres] telefonisch contact opgenomen met Achmea. De telefoonnotitie die mevrouw [naam 3], de medewerker van Achmea met wie de heer [eiseres] dan spreekt, van dit gesprek heeft gemaakt (productie 10 bij dagvaarding) luidt onder meer als volgt:

“(…)

- Verzekerde wil ook nog 4 uur eigen arbeid claimen voor het voorkomen van meer schade, gaat om werkzaamheden om alles aan de gang te houden, zodat er geen gewasschade zou ontstaan.

- Vraagt of dit ook verzekerd is, dat laat ik aan de behandelaar over. (…)”

2.10.

Op 26 oktober 2015 heeft Achmea [eiseres] een herinneringsmail gestuurd (productie 4 bij antwoord) omdat zij nog geen reactie heeft ontvangen op haar verzoek van 10 april 2015 (zie 2.8) met het verzoek om voor 1 december 2015 te reageren. Daarbij is medegedeeld dat bij geen reactie Achmea aanneemt dat de schade lager is dan het eigen risico van € 500,00 en dat het dossier gesloten wordt. Diezelfde dag heeft [eiseres] telefonisch contact opgenomen met Achmea en heeft zij Achmea laten weten dat er inmiddels een nieuwe computer is aangeschaft wegens aanhoudende problemen na de reparatie.

2.11.

Op 2 en 17 november 2015 heeft de heer [naam 4], een door Achmea ingeschakelde technisch taxateur (hierna: [naam 4]), [eiseres] bezocht om de schade aan de computers op te nemen. Tijdens het bezoek op 2 november 2015 is zijdelings gesproken over gewasschade. Het bezoekrapport van die datum (onderdeel van productie 11 bij dagvaarding) vermeldt onder meer: “Gewasschade onder eigen risico”. [naam 4] heeft de schade aan de klimaatcomputer vastgesteld op € 4.666,10 exclusief btw. Dit bedrag, met aftrek van € 500,00 eigen risico, heeft Achmea aan [eiseres] vergoed.

2.12.

Na navraag door [eiseres] bij Rabobank Wieringerwerf, heeft deze haar begin 2016 laten weten dat de gewasschade wel zou zijn gedekt als die groter was geweest dan het eigen risico.

2.13.

Bij e-mail van 2 februari 2016 (productie 5 bij antwoord) heeft Rabobank Wieringerwerf aan Achmea laten weten dat bij [eiseres] sprake is van achterstand in gewassen, met het verzoek aan Achmea om contact op te nemen met [eiseres].

2.14.

Op 9 februari 2016 heeft [eiseres] aan Achmea gemeld dat zij meer schade heeft geleden dan haar eigen risico, en dat zij deze schade wil claimen.

2.15.

Achmea heeft daarop een expert (de heer [naam 5]; hierna: [naam 5]) benoemd om onderzoek te doen naar de gestelde gewasschade. [naam 5] heeft [eiseres] op 19 februari 2016 bezocht en op 9 maart 2016 een rapport uitgebracht (productie 6 bij antwoord), dat onder meer luidt als volgt:

“(…)

Schade

Zoals ik het zie is er geen schade aangetoond als gevolg van de stroomstoring en het uitvallen van de klimaatcomputer. Nu bijna een jaar na de schade is dit niet meer te zien en zeker niet om een verband te leggen met een minder gunstig klimaat. Botrytis en meeldauw komen elk jaar wel in meer of mindere mate voor en behoort tot de normale teeltrisico’s die ook te bestrijden zijn.

Verzekerde geeft desgevraagd aan dat hij alle bestellingen heeft kunnen uitleveren aan zijn klanten. Hij geeft aan dat zijn normale omzet + 10% jaarlijkse groei te hebben behaald. Hij geeft alleen aan dat de omzet nog hoger zou kunnen zijn. Dit heeft verzekerde niet aantoonbaar gemaakt.

In bijgaande schadeopgave van verzekerde spreekt hij over € 24.218,00 schade. Dit betreft een lijst met opgave van prijzen + licentiebedragen. Het betreft een opgave van tellingen van hemzelf van vorig jaar (2015) die niet te controleren zijn op juistheid.

(…)”

2.16.

Bij brief van 18 maart 2016 (productie 12 bij dagvaarding) heeft Achmea aan [eiseres] meegedeeld dat de schade niet onder de dekking van de verzekering valt. De brief luidt onder meer als volgt:

“(…)

Er zijn diverse redenen waarom wij niet tot vergoeding overgaan.

Teeltplanschade, dus minder opbrengsten door een schade, is niet verzekerd Er was aan de planten bij het eerste bezoek geen schade te zien, u heeft hiervoor getekend Schade in de vorm van minder opbrengsten is niet aangetoond.

Een verband tussen uitval van de computer en een gewasschade is niet aangetoond.

(…)”

2.17.

Bij e-mail van 2 februari 2017 (productie 9 bij dagvaarding) heeft mevrouw [naam 1] van Achmea aan de heer Venema van Rabobank Wieringerwerf onder meer geschreven:

“(…) Uw vraag over wat wordt bedoeld met “gewasschade blijft onder het eigen risico”, kan ik eenvoudig beantwoorden

Dit betekent dat de gewasschade niet hoger is dan het eigen risico van € 2.250,- en dat dit met verzekerde is besproken. Dit betreft een bezoekverslag ondertekend door verzekerde. Uit een gespreksnotitie, naar aanleiding van een telefoongesprek met verzekerde van 13 april 2015, in mijn dossier blijkt overigens ook dat verzekerde 4 uur eigen arbeid wilde claimen. Toen is ook aan verzekerde meegedeeld dat deze schade onder het eigen risico blijft en niet wordt uitgekeerd. Pas op 9 februari 2016 is verzekerde hierop teruggekomen (…)”

2.18.

Bij e-mail van 6 maart 2017 (productie 8 bij antwoord) heeft Rabobank namens [eiseres] aan Achmea meegedeeld dat [eiseres] zijn claim tegen de tegenpartij ([naam 2], rechtbank) gaat intrekken en heeft Achmea verzocht om het dossier te heropenen, omdat [eiseres] nog steeds van mening is dat door uitval van de klimaatcomputer haar gewassen meer schade hebben opgelopen dan het eigen risico en zij een agrarisch taxateur heeft ingeschakeld in een poging om die schade aan te tonen.

2.19.

Ter begroting van haar schade heeft [eiseres] een schade-expert ingeschakeld, te weten [naam 7], in de persoon van de heer [naam 6]. [naam 7] heeft op 2 mei 2017 een rapport uitgebracht (productie 13 bij dagvaarding), waarin zij de schade van [eiseres] begroot op € 103.478,62. Volgens het rapport bestaat de schade uit de volgende posten:

- schade in de moerplanten: € 20.295,00

- schade bij de stekproductie: € 34.385,00

- schade door gemiste licentieopbrengsten: € 45.605,00

- indirecte schade (extra arbeid/bestrijdingsmiddelen): € 693,62

- indirecte schade (kosten opstellen rapport): € 2.500,00

2.20.

[naam 7] heeft verder in haar rapport onder meer vermeld dat zij het causale verband niet vaststelt, omdat zij de schade die is ontstaan in 2015 niet heeft gezien en niet heeft kunnen beoordelen. Gezien de verstrekte informatie lijkt het haar aannemelijk dat de schade een gevolg is van de problemen met de klimaatcomputer.

2.21.

Bij e-mail van 31 mei 2017 (productie 10 bij antwoord) heeft Achmea aan [eiseres] onder meer meegedeeld dat het rapport van [naam 7] geen aanleiding geeft om haar afwijzende standpunt te herzien, omdat met de rapportage zowel het causaal verband als de omvang van de schade niet is aangetoond en geen verzekerde schade aan het gewas is waargenomen. Verder vermeldt de e-mail dat het door [naam 7] begrote schadebedrag verbaast, omdat het sterk afwijkt van het bedrag dat [eiseres] zelf noemde in februari 2016.

2.22.

Bij brief van haar toenmalige advocaat van 20 december 2017 (productie 11 bij antwoord) heeft [eiseres] bij Achmea opnieuw aanspraak gemaakt op een schade-uitkering inzake de vermeende gewasschade.

2.23.

In reactie hierop heeft Achmea bij brief van 25 januari 2018 (productie 17 bij dagvaarding) laten weten dat polisdekking ontbreekt, omdat het causaal verband tussen de storing in de klimaatcomputer op 27 maart 2015 en de gevorderde gewasschade niet aannemelijk is gemaakt en van de storing in de klimaatcomputer geen alarm is ontvangen. De gewasschade is dus niet verzekerd, aldus de brief.

2.24.

Bij brief van 25 oktober 2018 heeft Achmea aan [eiseres] meegedeeld dat zij zal overgaan tot beëindiging van de verzekeringsovereenkomst per contractvervaldatum, 1 januari 2019. Uiteindelijk is de verzekeringsovereenkomst beëindigd per 1 april 2019.

2.25.

Bij brief van 29 augustus 2019 (productie 14 bij dagvaarding) van haar huidige advocaat heeft [eiseres] aangevoerd dat de schade volgens haar is gedekt onder de verzekering en dat zij aanspraak maakt op vergoeding van die schade door Achmea. [eiseres] verzoekt Achmea, en voor zover nodig sommeert zij haar, het bedrag van € 103.478,62 binnen veertien dagen aan [eiseres] te vergoeden, bij gebreke waarvan zij zal overgaan tot dagvaarding.

2.26.

Bij e-mail van 23 september 2019 (productie 15 bij dagvaarding) heeft de advocaat van Achmea namens Achmea verweer gevoerd onder verwijzing naar eerdere correspondentie en heeft zij aan [eiseres] laten weten dat zij verder geen inhoudelijk verweer wenst te voeren.

3 Het geschil

3.1.

Na verduidelijking/wijziging van eis vordert [eiseres] dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. primair: Achmea veroordeelt om aan haar te betalen het bedrag van € 103.728,62, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;

  2. subsidiair: Achmea veroordeelt om aan haar te betalen het bedrag aan geschatte schade (artikel 6:97 BW) te vermeerderen met de wettelijke handelsrente althans de wettelijke rente te rekenen vanaf de dag van de dagvaarding, althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan geschatte schade;

  3. Achmea hoofdelijk en tegen behoorlijk bewijs van kwijting veroordeelt in de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover indien deze kosten niet binnen twee weken na het te wijzen vonnis zijn voldaan.

3.2.

[eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Achmea uit hoofde van de verzekeringsovereenkomst is gehouden haar schade te vergoeden. [eiseres] betoogt dat zij de schade tijdig bij Achmea heeft gemeld, maar dat Achmea haar heeft laten weten dat de schade niet was gedekt omdat deze voor haar eigen risico kwam. Nadat de schade was geleden en het bewijsmateriaal was afgevoerd, is het [eiseres] duidelijk geworden dat de schade wel werd gedekt. De schade kan nu nog slechts worden aangetoond door middel van een schaderapport dat is gebaseerd op aannames. Dat is te wijten aan Achmea en komt dus ook voor rekening van Achmea, aldus [eiseres]. Door [eiseres] niet uit te leggen wat werd bedoeld met “eigen risico”, is Achmea haar zorgplicht niet nagekomen en heeft zij haar rechten verwerkt een beroep te doen op het feit dat de schade niet meer (goed) kan worden aangetoond, zo voert [eiseres] aan. [eiseres] meent dat Achmea daarom tot uitkering van de schadevergoeding als verwoord in het schaderapport moet overgaan.

3.3.

Achmea voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

3.4.

De rechtbank zal hierna nader ingaan op de stellingen van partijen, voor zover voor de beoordeling van belang.

4 De beoordeling

4.1.

De vraag die voorligt, is of [eiseres] recht heeft op vergoeding door Achmea van de gestelde gewasschade als gevolg van de stroomstoring. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de gestelde schade onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst valt, zoals opgenomen onder 301 teeltplanschade en 302 moerplanten.

4.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Achmea op basis van de bepalingen van de verzekeringsovereenkomst op goede gronden geweigerd de gestelde gewasschade van [eiseres] te vergoeden. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

4.3.

Achmea voert als verweer aan dat teeltplanschade, waarvan volgens [eiseres] sprake is, is uitgesloten van verzekeringsdekking. Achmea verwijst daartoe naar de verzekeringsvoorwaarden (productie 4 bij dagvaarding), waarin op pagina 21 van de begrippenlijst als definitie van teeltplanschade bij gewassen binnen en gewassen buiten is opgenomen: “Het financiële verlies dat verzekerde lijdt na een gedekte gebeurtenis die als gevolg heeft dat de normaal te verwachten brutojaaropbrengst van de verzekerde gewassen over de uitkeringstermijn niet wordt gerealiseerd door het niet of niet tijdig realiseren van de geplande teelten waardoor voor de verzekerde schade ontstaat. Hieronder is niet begrepen de directe schade.” Op de dekking voor de gestelde gewasschade is volgens de polis clausule 23 van toepassing. Deze clausule houdt in dat de uitkeringstermijn voor direct aanwezige waarde – in afwijking van de vermelde uitkeringstermijn van 52 weken – 0 weken bedraagt, waardoor uitsluitend de materiële schade is verzekerd (zie hierboven 2.3). Alleen directe, materiële schade aan het gewas is dus verzekerd. Achmea stelt zich op het standpunt dat [eiseres] geen bewijs heeft overgelegd van directe, materiële schade aan het gewas die in causaal verband staat tot de stroomuitval op 27 maart 2015.

4.4.

Dit verweer slaagt. Op zichzelf staat vast dat de stroomstoring heeft geleid tot uitval van de klimaatcomputer in de kas van [eiseres]. Ook is op zichzelf niet in geschil dat de stroomuitval gewasschade tot gevolg kan hebben gehad. Het ligt echter op de weg van [eiseres] als verzekerde en als de partij die stelt dat Achmea tot uitkering van die schade moet overgaan, om het bestaan van die schade aan te tonen.

4.5.

Het had voor de hand gelegen dat [eiseres] dit had gedaan door de gewasschade – waarvan volgens haar op 13 april 2015 al sprake was – direct na constatering (via de Rabobank) bij Achmea te melden en haar te verzoeken de schade te komen opnemen. Dat heeft [eiseres] echter niet gedaan. Zij betoogt weliswaar dat zij in het telefoongesprek met mevrouw [naam 3] van Achmea op 13 april 2015 melding heeft gemaakt van gewasschade en dat mevrouw [naam 3] toen heeft gezegd dat de gewasschade voor [eiseres] eigen risico kwam, maar dat blijkt niet uit de telefoonnotitie die mevrouw [naam 3] van dat gesprek heeft gemaakt (zie 2.9). Volgens die notitie is in het gesprek uitsluitend gesproken over kosten van eigen arbeid ter voorkóming van eventuele gewasschade, en niet over op dat moment al bestaande gewasschade en evenmin over het eigen risico.

4.6.

De verwijzing in dit verband door [eiseres] naar de e-mail van mevrouw [naam 1] van Achmea van 2 februari 2017 (zie 2.17) leidt niet tot een ander oordeel. De e‑mail luidt als volgt: “Uw vraag over wat wordt bedoeld met “gewasschade blijft onder het eigen risico”, kan ik eenvoudig beantwoorden

Dit betekent dat de gewasschade niet hoger is dan het eigen risico van € 2.250,- en dat dit met verzekerde is besproken. Dit betreft een bezoekverslag ondertekend door verzekerde. Uit een gespreksnotitie, naar aanleiding van een telefoongesprek met verzekerde van 13 april 2015, in mijn dossier blijkt overigens ook dat verzekerde 4 uur eigen arbeid wilde claimen. Toen is ook aan verzekerde meegedeeld dat deze schade onder het eigen risico blijft en niet wordt uitgekeerd. Pas op 9 februari 2016 is verzekerde hierop teruggekomen.” De vraag is waarop het woord ‘Toen’ terugslaat. Door de plaatsing direct na de datum van 13 april 2015 lijkt het erop dat op 13 april 2015 ter sprake is geweest dat schade onder het eigen risico blijft, maar gelet op de inhoud van de telefoonnotitie van 13 april 2015 is dit niet logisch. Daar wordt gesproken over het voorkómen van gewasschade. Bovendien is niet duidelijk waarop mevrouw [naam 1] zich daarbij – een kleine twee jaar nadat het bewuste telefoongesprek heeft plaatsgevonden, dat zij bovendien niet zelf heeft gevoerd – baseert. Een meer aannemelijke uitleg is dat ‘Toen’ terugslaat op het begin van de e-mail waarin staat: “Dit betekent dat de gewasschade niet hoger is dan het eigen risico van € 2.250,- en dat dit met verzekerde is besproken. Dit betreft een bezoekverslag ondertekend door verzekerde.” Dit ziet op het bezoek van 2 november 2015 van [naam 4] aan [eiseres].

4.7.

Gezien het voorgaande is niet komen vast te staan dat namens Achmea aan [eiseres] op 13 april 2015 is meegedeeld dat de gewasschade voor [eiseres] eigen risico kwam. [naam 4] heeft in het bezoekrapport van 2 november 2015 opgenomen: “gewasschade onder eigen risico”. Dit bezoekrapport heeft [eiseres] ter plekke ondertekend en [naam 4] heeft een kopie van dit rapport bij [eiseres] achtergelaten. [naam 4] heeft over dit bezoek ter zitting verklaard dat er vooral gesproken is over de klimaatcomputer en dat vastgesteld is dat de gewasschade voor zover aanwezig onder het eigen risico bleef. [eiseres] heeft dit niet gemotiveerd betwist. Daarom wordt de stelling van [eiseres] gepasseerd dat Achmea haar in de waan heeft gebracht dat gewasschade voor [eiseres] eigen risico kwam en dat [eiseres] daarom niet eerder melding heeft gemaakt van de gewasschade. Voor zover de stelling is dat [eiseres] niet zou weten hoe het eigen risico werkt, wordt dat niet geloofwaardig geacht. Achmea heeft in de periode van 2002 tot 2013 een viertal schades aan [eiseres] uitgekeerd onder inhouding van het eigen risico. Ook op de schade-uitkering voor de klimaatcomputer is een eigen risico van € 500,00 in mindering gebracht.

4.8.

[eiseres] heeft pas op 9 februari 2016, een klein jaar na de stroomstoring, haar gestelde gewasschade voor het eerst gemeld bij Achmea (zie 2.14). Het gewas dat door de stroomstoring zou zijn getroffen, was toen echter logischerwijs al geruime tijd niet meer voorhanden. Dit had tot gevolg dat daarnaar geen onderzoek meer kon worden gedaan, zodat de omvang van de gewasschade en de oorzaak daarvan niet meer konden worden vastgesteld. Dat blijkt ook uit het rapport van [naam 5] van 9 maart 2016 (zie 2.15).

4.9.

Bij gebreke van de betreffende stekken en plantjes is voorstelbaar dat technische informatie nog wel enige duidelijkheid over het bestaan, de aard en de omvang van de gestelde gewasschade zou kunnen opleveren. Aan de hand van uitdraaien van de klimaatcomputer zou een deskundige mogelijkerwijs kunnen beoordelen of gewasschade kan zijn opgetreden door de stroomstoring bij [eiseres] en, zo ja, wat voor schade en in welke omvang dat kan zijn geweest. [eiseres] heeft echter geen uitdraaien van de klimaatcomputer aan Achmea verstrekt en/of in de onderhavige procedure in het geding gebracht. Ter zitting heeft [eiseres] in dit verband verklaard dat dergelijke uitdraaien of overzichten er niet meer zijn. Ter zitting heeft de expert [naam 5] nog verklaard dat hij de heer [eiseres] tijdens zijn bezoek aan de kwekerij op 19 februari 2016 specifiek heeft gevraagd of er teeltrapporten, uitdraaien, foto’s, verkooplijsten enzovoort voorhanden waren, maar dat de heer [eiseres] hem niets heeft aangeleverd waaruit hij enige schade zou kunnen afleiden.

4.10.

Ook andere informatie – zoals over de invloed van (wijzigingen in) de klimaatomstandigheden op het gewas, mogelijk al heersende ziektes bij de stekken en planten en de mate van waarschijnlijkheid dat de gestelde achteruitgang in de stekken en planten is veroorzaakt door een verstoring in de klimaatcomputer – ontbreekt. Voor zover [eiseres] in dit verband verwijst naar haar jaarrekeningen, geldt in de eerste plaats dat zij deze niet in het geding heeft gebracht, hoewel dat op haar weg had gelegen. Voor zover in deze jaarrekeningen inderdaad, zoals [eiseres] aanvoert, dalende licentie- en verkoopopbrengsten zijn terug te vinden, geldt dat daaruit niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat deze zijn toe te schrijven aan de verstoring van de klimaatcomputer. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat [eiseres] in haar akte beantwoorden vragen rechtbank tevens bevattende verduidelijking/wijziging eis zelf heeft aangevoerd dat meer dan gebruikelijk sprake was van schimmel. Niet valt uit te sluiten dat de dalende licentie- en verkoopopbrengsten hiermee verband houden. Bij gebreke van de vorenbedoelde informatie is het ook niet mogelijk om de gestelde gewasschade vast te stellen aan de hand van een theoretische bepaling van de mate van waarschijnlijkheid dat de gewasschade is ontstaan door storing in de klimaatcomputer. Het horen van getuigen, zoals door [eiseres] aangeboden, lost dat niet op.

4.11.

De rechtbank neemt bij het voorgaande ten slotte nog in aanmerking dat, indien daadwerkelijk sprake was van substantiële gewasschade, niet valt in te zien waarom [eiseres] daarvan dan geen melding heeft gemaakt tijdens de beide bezoeken van de expert [naam 4] aan zijn bedrijf in november 2015. [naam 4] heeft hierover ter zitting gezegd dat hij samen met de heer [eiseres] tot de conclusie is gekomen dat de mogelijke schade dermate laag was dat die nooit boven het eigen risico zou uitkomen. [eiseres] heeft dit vervolgens niet weersproken. De heer [eiseres] heeft ter zitting in dit verband wel gezegd dat hij [naam 4] niet heeft geïnformeerd over de gewasschade in de voorafgaande periode, omdat hij dacht dat die schade niet gedekt was. Die stelling gaat echter niet op, gelet op hetgeen de rechtbank in 4.7 heeft overwogen, namelijk dat niet is komen vast te staan dat Achmea aan [eiseres] heeft meegedeeld dat de gewasschade voor eigen risico kwam. Er was dan ook geen reden voor de heer [eiseres] om te denken dat de schade niet was gedekt en om er daarom geen melding van te maken aan [naam 4].

4.12.

De slotsom is dat niet is komen vast te staan dat [eiseres] als gevolg van de stroomstoring gewasschade heeft geleden die onder de dekking van de verzekeringsovereenkomst valt en die tot schade-uitkering door Achmea moet leiden.

Hierop stranden de vorderingen van [eiseres] al. Wat partijen over en weer meer of anders hebben aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel en blijft daarom buiten bespreking.

4.13.

[eiseres] is de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten dragen. De rechtbank begroot deze kosten aan de kant van Achmea op:

- griffierecht € 4.131,00

- salaris advocaat 4.267,50 (2,5 punten × tarief € 1.707,00)

Totaal € 8.398,50

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Achmea tot op heden begroot op € 8.398,50,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2020.

JE/St