Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:5209

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
28-09-2020
Datum publicatie
06-10-2020
Zaaknummer
05.077005.20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor groot aantal inbraken en diefstallen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/077005-20

Datum uitspraak : 28 september 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

thans gedetineerd in de P.I. Arnhem te Arnhem,

raadsman: mr. P. Buikes, advocaat te Apeldoorn.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6 juli 2020 en 14 september 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een geldbedrag van ongeveer 32 euro (muntgeld) en/of

-een pakje zware shag (John Player Special) en/of

-een of meerdere modelauto's en/of

-een mondharmonica en/of

-sigaren,

in elk geval enig goed/geldbedrag,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] ,

heeft weggenomen in/uit een schuur en/of garage, gelegen aan de

[adres 2]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met

het oogmerk bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere

deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

-dreigend met een bezem in de richting van die [slachtoffer 1] te zwaaien

en/of

-dreigend al zwaaiend met een bezem in de richting van die [slachtoffer 1] te

lopen;

2

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een witte koptelefoon met Bluetooth apparaatje en/of

-een zwart mapje met APK papieren en/of

-zwarte handschoenen,

in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] ,

heeft weggenomen in/uit een auto (die geparkeerd stond bij de woning,

gelegen aan de [adres 3] )

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-twee lederen jassen en/of

-een gouden ring en/of

-een Italiaans paspoort en/of

-diverse diepvriesproducten en/of

-diverse levensmiddelen en/of

-een stekkerdoos en/of

-een geruite broek en/of

-een handdoek en/of

-een pot pindakaas,

in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] ,

heeft weggenomen in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

4

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een fiets (Stella) en/of

-een fiets (Giant Twist),

in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] ,

heeft weggenomen in/uit een schuur, gelegen aan de [adres 5]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

5

hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2020 tot en met 21 maart

2020 te Harderwijk, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een jas en/of

-een grijze broek en/of

-een sjaal en/of

-laarsjes en/of

-een of meerdere brillenkokers inclusief brillen en/of

-een lifehamer en/of

-een fles wijn,

in elk geval enig goed,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] ,

heeft weggenomen in/uit een auto,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het feit ontkend. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [slachtoffer 1] heeft als volgt verklaard.

Op 21 maart 2020 omstreeks 21.45 uur zag hij in de garage/schuur van zijn woning aan de [adres 2] in Apeldoorn een onbekende man staan. Toen hij de man aanriep, kwam die met een bezem in zijn richting gelopen, waarbij hij met de bezem slaande bewegingen naar aangever maakte. Na een korte schermutseling lukte het de man om langs aangever te komen. De man wilde op een fiets gaan zitten die op de oprit stond. Aangever zag een andere man meerdere keren heen en weer lopen op straat. De man die uit de garage kwam, ging er uiteindelijk vandoor. De andere man, die een oranje jas droeg, kwam de oprit oplopen richting aangever. Op de oprit werd die man door de politie aangehouden.

Uit de garage waren de volgende spullen weggenomen: een pakje zware shag (merk John Player Special), een hoeveelheid muntgeld, modelauto’s2,sigaren 3 en een mondharmonica4.

Medeverdachte [medeverdachte] werd kort na het feit aangehouden op loopafstand van de plaats delict. Hij had een snee in zijn hand die hevig bloedde, het bloed druppelde op de grond.5

Op de plaats delict zijn bloedsporen aangetroffen, onder andere op de deur van een kluis in het pand van aangever, op een doos die in het pand stond en op de grond voor het pand.6 Het NFI heeft DNA-onderzoek gedaan naar die bloedsporen. De uitkomst daarvan was dat het celmateriaal afkomstig kan zijn van medeverdachte [medeverdachte] . De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met de DNA-profielen van het bloed is

kleiner dan één op één miljard.7 De rechtbank neemt deze conclusie over en concludeert op basis van de matchkans dat de bloedsporen afkomstig zijn van [medeverdachte] .

Uit het vorenstaande concludeert de rechtbank dat [medeverdachte] de persoon was die door aangever is overlopen en geweld heeft gebruikt tegen aangever. De rechtbank heeft geen enkele redenen om te twijfelen aan de verklaring van aangever met betrekking tot het gebeurde.

Verdachte is direct na het feit aangehouden op de oprit van het pand.8 Bij zijn fouillering werd een fietssleutel aangetroffen. Die fietssleutel paste op het slot van een damesfiets van het merk Stella, die op de oprit van de woning van aangever stond. Aan het stuur van die fiets hingen tassen. In één van de tassen werd een doosje sigaren aangetroffen dat eigendom was van aangever en drie modelauto’s, ook eigendom van aangever.9 De fiets was eerder die avond door verdachte gestolen.10

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met [medeverdachte] de diefstallen heeft gepleegd.

Het door [medeverdachte] gepleegde geweld kan niet worden toegerekend aan verdachte. Verdachte was daarbij niet aanwezig en evenmin kan worden gezegd dat het geweld bijvoorbeeld voorzienbaar voor verdachte is geweest. Daarom kan niet worden gezegd dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [medeverdachte] bij het feit geweld zou gebruiken.

Feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 maart 2020 zijn uit de auto van [slachtoffer 2] , die geparkeerd stond aan de [adres 3] in Apeldoorn, een witte koptelefoon met bluetoothapparaatje, een zwart mapje met APK papieren en zwarte handschoenen gestolen.11

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

De koptelefoon met bluetoothapparaatje en het mapje met autopapieren zijn aangetroffen in een fietstas van een fiets, merk Giant, die is aangetroffen op de oprit van de woning van aangever.12

Deze fiets is tegelijk gestolen met de eerdergenoemde door verdachte gestolen Stella fiets.13

De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte deze spullen samen met [medeverdachte] heeft gestolen. Aangezien uit feit 1, gepleegd in dezelfde straat, volgt dat verdachte en [medeverdachte] samen optrokken bestaat er geen twijfel dat verdachte en de medeverdachte samen de fietsen hebben gestolen (hierna nog te bespreken feit 4) en ook de diefstal uit de auto samen hebben gepleegd.

Feit 3

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 maart 2020 is ingebroken in de woning van [slachtoffer 3] aan de [adres 4] in Apeldoorn. Daarbij is een keukenraam gebroken en zijn de volgende spullen weggenomen:

twee leren jassen, een gouden ring, een Italiaans paspoort, diverse diepvriesproducten, diverse levensmiddelen, een stekkerdoos, een geruite broek, een handdoek en een pot pindakaas.14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de woning van aangever is binnengegaan door een keukenraam te breken. Hij had daar eten en een jas meegenomen.15

In een tas die aan de door verdachte gestolen Stella fiets hing werden onder meer twee lederen jassen, diepvriesproducten en diverse levensmiddelen aangetroffen.16 Aangever herkende deze goederen als de zijne.17

Daarnaast werd in de tassen op of aan de eerdergenoemde Giant fiets een verlengsnoer (stekkerdoos), een geruite broek, een handdoek, sandalen en koffiemelk aangetroffen.18 Zoals eerder vastgesteld was de Giant fiets gestolen door medeverdachte [medeverdachte] .

Aangever herkende de broek, handdoek en sandalen als spullen van hem die waren weggenomen bij de inbraak.19

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] de inbraak heeft gepleegd.

Feit 4

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 21 maart 2020 zijn in Apeldoorn uit een schuur van de woning aan de [adres 5] in Apeldoorn twee fietsen weggenomen van [slachtoffer 4] , een Stella en een Giant, type Twist.20

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat hij de fiets heeft meegenomen.21

De fiets van het merk Giant is teruggevonden op de oprit van het pand [adres 2] in Apeldoorn.22 In de fietstassen bevonden zich voorwerpen die uit de auto behorende bij [adres 3] waren weggenomen (feit 2) 23 en voorwerpen die bij de inbraak in de woning aan de [adres 4] in Apeldoorn waren weggenomen (feit 3). Gelet op het onder feit 2 en 3 overwogene, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen de twee fietsen hebben gestolen.

Feit 5

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Tussen 20 en 21 maart 2020 is in Harderwijk ingebroken in de auto van [slachtoffer 5] en
[slachtoffer 6] . Een ruitje van de auto was ingeslagen en uit de auto waren verschillende goederen weggenomen, waaronder een jas, een grijze broek, een sjaal, laarsjes, brillenkokers, drie brillen en een fles wijn. Ook werd uit de laadruimte een rood met zwarte tas weggenomen met daarop de tekst “SHOPPING is my passion”. 24

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Op 21 maart 2020 troffen verbalisanten van politie verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in Harderwijk aan terwijl zij gehurkt tegen het rechtervoorwiel van een auto aanzaten. Bij het zien van één van de verbalisanten doken de mannen in elkaar. Bij het rechtervoorwiel van de auto stond een boodschappentas met meerdere goederen.25 De tas was een rode tas met opdruk “SHOPPING is my passion”. In de tas zaten glassplinters en goederen die door aangevers zijn herkend als de uit hun auto weggenomen goederen.26

Verdachte heeft verklaard dat medeverdachte [medeverdachte] en hij de tas hebben gevonden. Verdachte noch medeverdachte [medeverdachte] kan echter vertellen waar en wanneer dat was of enig ander detail geven over de gang van zaken. Verdachte heeft enkele uren na de diefstal gestolen goederen onder zich zonder dat hij daarvoor een aannemelijke verklaring heeft. Onder die omstandigheden kan het ervoor worden gehouden dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan diefstal van de goederen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte ook deze inbraak samen met [medeverdachte] heeft gepleegd.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een geldbedrag van ongeveer 32 euro (muntgeld) en/of

-een pakje zware shag (John Player Special) en/of

-een of meerdere modelauto's en/of

-een mondharmonica en/of

-sigaren,

in elk geval enig goed/geldbedrag,

dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] ,

heeft weggenomen in/uit een schuur en/of garage, gelegen aan de

[adres 2]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met

het oogmerk bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere

deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

-dreigend met een bezem in de richting van die [slachtoffer 1] te zwaaien

en/of

-dreigend al zwaaiend met een bezem in de richting van die [slachtoffer 1] te

Lopen.

2

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een witte koptelefoon met Bluetooth apparaatje en/of

-een zwart mapje met APK papieren en/of

-zwarte handschoenen,

in elk geval enig goed,

die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] ,

heeft weggenomen in/uit een auto (die geparkeerd stond bij de woning,

gelegen aan de [adres 3] )

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-twee lederen jassen en/of

-een gouden ring en/of

-een Italiaans paspoort en/of

-diverse diepvriesproducten en/of

-diverse levensmiddelen en/of

-een stekkerdoos en/of

-een geruite broek en/of

-een handdoek en/of

-een pot pindakaas,

in elk geval enig goed,

die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 3] ,

heeft weggenomen in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;.

4

hij op of omstreeks 21 maart 2020 te Apeldoorn, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een fiets (Stella) en/of

-een fiets (Giant Twist),

in elk geval enig goed,

die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] ,

heeft weggenomen in/uit een schuur, gelegen aan de [adres 5]

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

5

hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2020 tot en met 21 maart

2020 te Harderwijk, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een jas en/of

-een grijze broek en/of

-een sjaal en/of

-laarsjes en/of

-een of meerdere brillenkokers inclusief brillen en/of

-een lifehamer en/of

-een fles wijn,

in elk geval enig goed,

die geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] ,

heeft weggenomen in/uit een auto,

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen

goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 4 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de helft van de door de officier van justitie geëiste straf voorwaardelijk op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 27 juli 2020.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan vijf gekwalificeerde diefstallen op één dag. In een ware strooptocht werd alles wat men maar kon stelen gestolen, waarbij verdachte en zijn mededader kennelijk geen moment stil hebben gestaan bij de schade en het ongemak dat dit veroorzaakte bij de slachtoffers. Het eigen gewin was het enige dat telde. Zelfs een aanhouding eerder die nacht door de politie weerhield verdachte en zijn mededader er niet van na hun heenzending opnieuw op dievenpad te gaan. Daar komt bij dat verdachte reeds eerder is veroordeeld voor meerdere gekwalificeerde diefstallen en nog maar enkele weken op vrije voeten was. Die veroordeling heeft hem er niet van weerhouden opnieuw te gaan stelen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voor deze feiten alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 10 maanden passend. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie om het verschil tot uitdrukking te brengen met de medeverdachte, die bij één van de feiten geweld heeft gebruikt en daarnaast nog voor twee feiten meer wordt veroordeeld.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] hebben zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder respectievelijk feit 1 en feit 3 bewezenverklaarde feiten. [slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 244,99, te vermeerderen met de wettelijk rente. Lovadina vordert een bedrag van € 2.070,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van [slachtoffer 1] toe te wijzen en Lovadina niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering nu deze onvoldoende onderbouwd is.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging acht de vordering van [slachtoffer 1] toewijsbaar en verzoekt Lovadina niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Beoordeling door de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde handelen het gevorderde bedrag aan schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering van [slachtoffer 1] is niet door de verdediging weersproken en de vordering van Lovadina is onvoldoende gemotiveerd door de verdediging weersproken. De vorderingen zijn voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 21 maart 2020.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 244,99 (tweehonderdvierenveertig euro en negenennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] een bedrag te betalen van € 244,99 (tweehonderdvierenveertig euro en negenennegentig cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 4 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 2.070,- (tweeduizendzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] een bedrag te betalen € 2.070,- (tweeduizendzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 30 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.A.M. Janssen, voorzitter mr. C. Kleinrensink en mr. Y. Yeniay-Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2020.

De griffier is buiten staat dit

vonnis mede te ondertekenen

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland opgemaakte proces-verbaal, SKN 11365542, gesloten op 13 mei 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte, p. 108-109; proces-verbaal van verhoor aangever, p. 161-162.

3 Proces-verbaal van bevindingen, p. 151.

4 Bewijs van ontvangst, p. 164.

5 Proces-verbaal van aanhouding, p. 332.

6 Proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, p. 113.

7 NFI-rapport p. 117-118

8 Proces-verbaal aanhouding, p. 286.

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 150-151.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 314.

11 Proces-verbaal van aangifte, p. 173-174.

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 175

13 Proces-verbaal van aangifte, p. 177.

14 Proces-verbaal van aangifte p. 190-191; proces-verbaal van verhoor aangever, p. 192.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 314

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 198-200.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 200.

18 Proces-verbaal van bevindingen, p. 201-202.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 203.

20 Proces-verbaal van aangifte, p. 176-177.

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 315

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 198.

23 Proces-verbaal van aangifte, p. 173-174.

24 Proces-verbaal van aangifte, p. 45-46.

25 Proces-verbaal van bevindingen, p. 35.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 39; fotoblad, p. 40-44; proces-verbaal van aangifte, p. 46.