Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:5091

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
29-09-2020
Zaaknummer
0514657419
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 136 Wetboek van het Militair Strafrecht. De meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem heeft een militair vanwege het opzettelijk negeren van de dienstvoorschriften, waardoor in uitzendgebied een ongewild schot is gelost, veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 30 uren, te vervangen door 15 dagen hechtenis. Hierbij was gemeen gevaar voor personen en goederen te duchten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/146574-19

Datum uitspraak : 28 september 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 14 september 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij als militair, op of omstreeks 18 juni 2019, te of nabij [plaats 1] , in elk geval in Afghanistan, opzettelijk het dienstvoorschrift VS 7-511 Pistool Glock 17JB, waarin onder "2. Veiligheidsmaatregelen" (onder andere) was voorgeschreven dat in de volgende gevallen de veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden :

 Bij het in ontvangst nemen van het wapen.

 Voor het in gebruik nemen van het wapen.

 Voor het uiteennemen.

 Voor iedere wapeninspectie.

en waarin onder "Uitvoering" (onder andere) was voorgeschreven dat :

 het wapen met de loop in een veilige richting met de vinger gestrekt langs de beugelkrop gehouden dient te worden.

 gecontroleerd dient te worden of er een patroonmagazijn geplaatst is.

 wanneer er een patroonmagazijn geplaatst is deze uit het wapen genomen dient te worden en gecontroleerd dient te worden of zich hierin munitie bevindt.
- (vervolgens) de slede naar achteren getrokken dient te worden.
- gecontroleerd dient te worden of de kamer leeg is.
- de slede onder geleide naar voren gegaan dient te laten worden en de trekker overgehaald dient te worden.

En waarin onder "3. Algemene Veiligheidsregels" (onder andere) was voorgeschreven dat :

 Personeel dat het pistool in gebruik of in beheer heeft, op de hoogte moet zijn van de veiligheidsregels en er op toe moet zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.

 Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, het wapen behandeld moet worden alsof het geladen is, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is.

 Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin het wapen verkeert, hij dan de veiligheidsmaatregelen moet nemen niet heeft opgevolgd,

hierin bestaande dat hij toen aldaar in een (onderhouds)tent op [plaats 2] een pistool (Glock 17) ter hand heeft genomen (om wapenonderhoud te plegen) zonder dat hij, verdachte, als gebruiker van dit pistool, het wapen heeft behandeld alsof het geladen was omdat uitwendig niet te zien was of het ontladen was en/of zonder dat hij, verdachte, (voldoende) heeft gecontroleerd of er een patroonmagazijn geplaatst was en/of zonder dat hij, verdachte, het geplaatste patroonmagazijn uit het wapen heeft verwijderd en gecontroleerd heeft of zich hierin munitie bevond en/of zonder dat hij, verdachte, (voldoende) gecontroleerd heeft of de kamer van het wapen leeg was en/of zonder dat hij, verdachte, het wapen met de loop in een veilige richting heeft gehouden, de slede van dat pistool naar achteren heeft getrokken en deze vervolgens heeft losgelaten en/of de trekker heeft overgehaald, althans heeft beroerd, waarbij/waarna er door hem, verdachte, met dat pistool een schot met dat wapen werd gelost, althans uit dat wapen een patroon werd afgevuurd terwijl daarvan/daardoor gemeen gevaar voor personen, te weten de zich in dezelfde ruimte bevindende [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of eventuele zich buiten de tent/het tentzeil bevindende personen, in elk geval voor andere personen, en/of terwijl daarvan/daardoor gemeen gevaar voor goederen, te weten de bodempla(a)t(en) en/of het tentzeil van die ruimte en/of de zich in die ruimte bevindende goederen (waaronder meubilair en/of militaire (onderhouds)materialen), te duchten is geweest;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij als militair, op of omstreeks 18 juni 2019, te of nabij [plaats 1] , in elk geval in Afghanistan, in ernstige mate nalatig het dienstvoorschrift VS 7-511 Pistool Glock 17JB, waarin onder "2. Veiligheidsmaatregelen" (onder andere) was voorgeschreven dat in de volgende gevallen de veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden :

 Bij het in ontvangst nemen van het wapen.

 Voor het in gebruik nemen van het wapen.

 Voor het uiteennemen.

 Voor iedere wapeninspectie.

en waarin onder "Uitvoering" (onder andere) was voorgeschreven dat :

 het wapen met de loop in een veilige richting met de vinger gestrekt
langs de beugelkrop gehouden dient te worden.

 gecontroleerd dient te worden of er een patroonmagazijn geplaatst is.

 wanneer er een patroonmagazijn geplaatst is deze uit het wapen genomen dient te worden en gecontroleerd dient te worden of zich hierin munitie bevindt.

 (vervolgens) de slede naar achteren getrokken dient te worden.

 gecontroleerd dient te worden of de kamer leeg is.

 de slede onder geleide naar voren gegaan dient te laten worden en de ttrekker overgehaald dient te worden.

En waarin onder "3. Algemene Veiligheidsregels" (onder andere) was voorgeschreven dat :

 Personeel dat het pistool in gebruik of in beheer heeft, op de hoogte moet zijn van de veiligheidsregels en er op toe moet zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.

 Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, het wapen behandeld moet worden alsof het geladen is, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is.

 Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin het wapen verkeert, hij dan de veiligheidsmaatregelen moet nemen niet heeft opgevolgd,

hierin bestaande dat hij toen aldaar in een (onderhouds)tent op [plaats 2] een pistool (Glock 17) ter hand heeft genomen (om wapenonderhoud te plegen) zonder dat hij, verdachte, als gebruiker van dit pistool, het wapen heeft behandeld alsof het geladen was omdat uitwendig niet te zien was of het ontladen was en/of zonder dat hij, verdachte, (voldoende) heeft gecontroleerd of er een patroonmagazijn geplaatst was en/of zonder dat hij, verdachte, het geplaatste patroonmagazijn uit het wapen heeft verwijderd en gecontroleerd heeft of zich hierin munitie bevond en/of zonder dat hij, verdachte, (voldoende) gecontroleerd heeft of de kamer van het wapen leeg was en/of zonder dat hij, verdachte, het wapen met de loop in een veilige richting heeft gehouden, de slede van dat pistool naar achteren heeft getrokken en deze vervolgens heeft losgelaten en/of de trekker heeft overgehaald, althans heeft beroerd, waarbij/waarna er door hem, verdachte, met dat pistool een schot met dat wapen werd gelost, althans uit dat wapen een patroon werd afgevuurd terwijl daarvan/daardoor gemeen gevaar voor personen, te weten de zich in dezelfde ruimte bevindende [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of eventuele zich buiten de tent/het tentzeil bevindende personen, in elk geval voor andere personen, en/of terwijl daarvan/daardoor gemeen gevaar voor goederen, te weten de bodempla(a)t(en) en/of het tentzeil van die ruimte en/of de zich in die ruimte bevindende goederen (waaronder meubilair en/of militaire (onderhouds)materialen), is ontstaan.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 18 juni 2019 heeft verdachte als militair in de rang van kapitein bij de Koninklijke Landmacht, een schot gelost met zijn dienstwapen Glock 17. Dit gebeurde in de onderhoudstent van [plaats 2] , te [plaats 1] , Afghanistan. In de onderhoudstent waren op dat moment de volgende personen aanwezig: [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] .2 Tevens bevonden er zich personen in de nabijheid van de tent.3 Door de kogelinslag is schade ontstaan aan de vloerplaat van de onderhoudstent.4

In het dienstvoorschrift VS 7-511 Pistool Glock 17JB staan in de veiligheidsmaatregelen – voor zover relevant – de volgende veiligheidsregels beschreven:

“2. Veiligheidsmaatregelen

Neem in de volgende gevallen de veiligheidsmaatregelen:

Bij het in ontvangst nemen.

Voor het in gebruik nemen.

Voor het uiteennemen.

Voor iedere wapeninspectie.

Uitvoering:

Houdt het wapen met de loop in een veilige richting met de vinger gestrekt langs de beugelkrop.

Controleer of er een patroonmagazijn is geplaatst.

Neem wanneer er een patroonmagazijn is geplaatst deze uit het wapen en controleer of zich hierin munitie bevindt.

Trek de slede naar achteren.

Controleer of de kamer leeg is.

De slede onder geleide naar voren laten gaan en haal de trekker over.

Controleer patroonmagazijntassen, overige patroonmagazijnen en munitie.

3. Algemene veiligheidsregels

Personeel dat het pistool in gebruik of in beheer heeft, moet op de hoogte zijn van de veiligheidsregels en er op toezien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.

Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, moet het wapen behandeld worden alsof het geladen is, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is.

(...)

Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin het wapen

verkeerd, moet hij de veiligheidsmaatregelen nemen.”

Verdachte was bekend met het hierboven genoemde dienstvoorschrift. Verdachte was opgeleid voor de Glock 17 en is kort voor het incident opgetreden als schietinstructeur.5 Zijn dienstwapen was technisch in orde.6

Op het kamp werd het wapen, de Glock 17, standaard halfgeladen gedragen. 7

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat hij er met zijn gedachten niet bij was ten tijde van het incident, maar dat geen sprake is geweest van opzet.

Beoordeling door de militaire kamer

Verdachte heeft verklaard dat hij op het kamp – terwijl hij druk in gesprek was met [naam 4] – van de eettent naar zijn slaaptent is gelopen om zijn tas met spullen op te halen om wapenonderhoud te kunnen plegen. Vervolgens zijn ze samen naar de onderhoudstent gelopen. Verdachte heeft zijn dienstwapen uit zijn holster genomen, de slede naar achter getrokken en weer losgelaten. Daarna heeft hij het wapen afgedrukt. Verdachte heeft geen gebruik gemaakt van de op het kamp aanwezige ontlaadpijpen en hij heeft tijdens deze handelingen in de onderhoudstent niet in de kamer gekeken. Hij heeft het pistool wel in de meest veilige richting gericht gehouden, waardoor de afgeschoten kogel links naast verdachte in de grond terecht is gekomen.8

Uit het dienstvoorschrift volgt dat verdachte voor het uiteennemen van het wapen om wapenonderhoud te plegen eerst de veiligheidsmaatregelen had moeten uitvoeren. Verdachte heeft dit verzuimd door bij het ter hand nemen van het wapen het niet te behandelen alsof het geladen was door niet te controleren of er een patroonmagazijn in het wapen was geplaatst. Door dit niet te controleren heeft verdachte vervolgens ook verzuimd om het patroonmagazijn uit het wapen te verwijderen en te controleren of hier zich munitie in bevond. Verdachte heeft verder niet gecontroleerd of de kamer leeg was alvorens hij de trekker heeft overgehaald en geen gebruik gemaakt van de op het kamp aanwezige zijnde ontlaadpijpen.9

Op grond van het vorenstaande concludeert de militaire kamer dat verdachte het dienstvoorschrift VS 7-511 Pistool Glock 17JB niet heeft opgevolgd door niet de veiligheidsmaatregelen na te leven bij het uiteennemen van het wapen waardoor het ongewilde schot is gelost.

De militaire kamer dient vervolgens te beoordelen of verdachte opzet had, al dan niet in voorwaardelijke zin, op het overtreden van het dienstvoorschrift, zoals primair ten laste is gelegd. Met de officier van justitie en de verdachte is de militaire kamer van oordeel dat geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot “vol” opzet te concluderen. De vraag die vervolgens aan de orde komt is of sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Voorwaardelijk opzet is aanwezig indien verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij het ten laste gelegde feit begaat, in dit geval de niet-naleving van een dienstvoorschrift.

De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht.

De militaire kamer overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte is samen met [naam 4] bewust afgeweken van de (directe) looproute naar de onderhoudstent. Verdachte is namelijk vanaf de eettent eerst naar de slaaptent gelopen, omdat hij zijn tas met onderhoudsspullen nodig had om wapenonderhoud te plegen. Ondertussen waren zij in gesprek over het plegen van het wapenonderhoud.10 Verdachte heeft gedurende de tijd dat hij onderweg was van de eettent via zijn slaaptent naar de onderhoudstent geen gebruik gemaakt van enig ontlaadpunt op het kamp.11 Dit terwijl verdachte van plan was om wapenonderhoud te gaan plegen en hij wist dat dit gebruik van een ontlaadpunt voorgeschreven was voor het ontladen van het wapen12 en terwijl hij wist dat het wapen standaard halfgeladen werd gedragen op het kamp.13 De militaire kamer trekt reeds hieruit de conclusie dat verdachte zich welbewust niet heeft gehouden aan de geldende voorschriften.

Vervolgens zijn verdachte en zijn collega [naam 4] gearriveerd in de onderhoudstent. In deze tent heeft verdachte zijn wapen uit zijn holster gehaald. [naam 1] heeft verdachte op of kort na dat moment nog gewaarschuwd dat verdachte voorzichtig moest zijn en het wapen op de grond moest richten .14 Desondanks heeft verdachte vervolgens de slede van het wapen naar achteren getrokken en – zonder te kijken in de kamer – afgedrukt. Verdachte heeft op geen enkel moment gecontroleerd of het patroonmagazijn zich in het wapen en/of een patroon zich in de kamer bevond.15 Verdachte heeft door deze handelwijze bewust de veiligheidsvoorschriften genegeerd, terwijl hij hiervan wel op de hoogte was en hiervoor ook alle gelegenheid heeft gehad. Zelfs is hij eerder die dag als schietinstructeur voor zijn collega’s opgetreden, waarbij hij hen heeft gewezen op de veiligheidsvoorschriften.16

De militaire kamer is van oordeel dat verdachte door aldus te handelen opzettelijk heeft gehandeld. Verdachte heeft immers van meet af aan bewust de veiligheidsvoorschriften niet nageleefd.

Dat verdachte door het gesprek was afgeleid, er met zijn gedachten niet bij was dan wel vermoeid was van de lange dag, maakt dit oordeel niet anders. Deze omstandigheden kunnen naar het oordeel van de militaire kamer eerder als voeding van de bewuste aanvaarding door verdachte van de aanmerkelijke kans worden gezien dan dat deze voor hem ontlastend zouden zijn. Zoals hiervoor opgemerkt is verdachte een geoefend militair, gestationeerd in vijandelijk gebied. Verdachte kent als instructeur als geen ander zowel de veiligheidsvoorschriften als de gevaren van vuurwapens. Van verdachte had dan eerder verwacht mogen worden dat hij, als hij zo vermoeid was, zich extra voorzichtig zou hebben gedragen ten tijde van het plegen van wapenonderhoud aan zijn eigen wapen.

Wat betreft de vraag of het schot ook gemeen gevaar voor anderen en/of gemeen gevaar voor goederen opleverde, overweegt de militaire kamer als volgt. Verdachte bevond zich in een tent, samen met vijf andere collega’s. Verdachte stond aan de onderhoudstafel en [naam 4] zat aan zijn rechterkant naast hem. Verdachte richtte – nadat hij diverse handelingen aan zijn wapen had verricht en vervolgens de trekker overhaalde en het schot afging – zijn wapen links naar beneden op de grond.17 [naam 5] bevond zich op ongeveer 2,15 meter afstand aan de linkerzijde van verdachte.18 De kogelpunt is in de vloer terecht gekomen, maar is niet aangetroffen.19 In de tent waren, behalve de collega-militairen, ook meubels en wapenonderhoudsmiddelen aanwezig.20 De militaire kamer constateert, gelet op de stenige ondergrond, dat de kogelpunt richting zijn collega’s en/of de aanwezige goederen had kunnen ricocheren, dan wel door het tentdoek had kunnen gaan met gevaar voor zich buiten de tent bevindende personen of goederen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat een afketsende kogel een ongecontroleerde richting aan kan nemen. Derhalve is de militaire kamer van oordeel dat door het schot zowel gemeen gevaar voor de binnen en buiten de tent aanwezige personen als gemeen gevaar voor goederen te duchten was.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij als militair, op of omstreeks 18 juni 2019, te of nabij [plaats 1] , in elk geval in Afghanistan, opzettelijk het dienstvoorschrift VS 7-511 Pistool Glock 17JB, waarin onder "2. Veiligheidsmaatregelen" (onder andere) was voorgeschreven dat in de volgende gevallen de veiligheidsmaatregelen genomen dienen te worden :

 Bij het in ontvangst nemen van het wapen.

 Voor het in gebruik nemen van het wapen.

 Voor het uiteennemen.

 Voor iedere wapeninspectie.

en waarin onder "Uitvoering" (onder andere) was voorgeschreven dat :

 het wapen met de loop in een veilige richting met de vinger gestrekt langs de beugelkrop gehouden dient te worden.

 gecontroleerd dient te worden of er een patroonmagazijn geplaatst is.

 wanneer er een patroonmagazijn geplaatst is deze uit het wapen genomen dient te worden en gecontroleerd dient te worden of zich hierin munitie bevindt.

 (vervolgens) de slede naar achteren getrokken dient te worden.

 gecontroleerd dient te worden of de kamer leeg is.

 de slede onder geleide naar voren gegaan dient te laten worden en de trekker overgehaald dient te worden.

En waarin onder "3. Algemene Veiligheidsregels" (onder andere) was voorgeschreven dat :

 Personeel dat het pistool in gebruik of in beheer heeft, op de hoogte moet zijn van de veiligheidsregels en er op toe moet zien dat deze regels nauwkeurig worden nageleefd.

 Voordat de veiligheidsmaatregelen worden genomen, het wapen behandeld moet worden alsof het geladen is, omdat uitwendig niet te zien is of het ontladen is.

 Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin het wapen verkeert, hij dan de veiligheidsmaatregelen moet nemen niet heeft opgevolgd,

hierin bestaande dat hij toen aldaar in een (onderhouds)tent op [plaats 2] een pistool (Glock 17) ter hand heeft genomen (om wapenonderhoud te plegen) zonder dat hij, verdachte, als gebruiker van dit pistool, het wapen heeft behandeld alsof het geladen was omdat uitwendig niet te zien was of het ontladen was en/of zonder dat hij, verdachte, (voldoende) heeft gecontroleerd of er een patroonmagazijn geplaatst was en/of zonder dat hij, verdachte, het geplaatste patroonmagazijn uit het wapen heeft verwijderd en gecontroleerd heeft of zich hierin munitie bevond en/of zonder dat hij, verdachte, (voldoende) gecontroleerd heeft of de kamer van het wapen leeg was en/of zonder dat hij, verdachte, het wapen met de loop in een veilige richting heeft gehouden, de slede van dat pistool naar achteren heeft getrokken en deze vervolgens heeft losgelaten en/of de trekker heeft overgehaald, althans heeft beroerd, waarbij/waarna er door hem, verdachte, met dat pistool een schot met dat wapen werd gelost, althans uit dat wapen een patroon werd afgevuurd terwijl daarvan/daardoor gemeen gevaar voor personen, te weten de zich in dezelfde ruimte bevindende [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of eventuele zich buiten de tent/het tentzeil bevindende personen, in elk geval voor andere personen, en/of terwijl daarvan/daardoor gemeen gevaar voor goederen, te weten de bodempla(a)t(en) en/of het tentzeil van die ruimte en/of de zich in die ruimte bevindende goederen (waaronder meubilair en/of militaire (onderhouds) materialen), te duchten is geweest.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

als militair opzettelijk een dienstvoorschrift niet opvolgen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor personen of goederen te duchten is.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van 500 euro, bij niet betaling te vervangen door 10 dagen hechtenis. Hierbij heeft de officier van justitie opgemerkt dat hij zijn eis heeft afgestemd op de eerder uitgevaardigde strafbeschikking.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft aangevoerd dat hij de geldboete te hoog vindt, gelet op de omstandigheden waaronder het incident heeft plaatsgevonden. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn financiële situatie en de gevolgen van het gebeurde voor het vervolg van zijn carrière bij Defensie. Hij is immers gerepatrieerd en is druk bezig om majoor te worden.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 19 augustus 2020.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is een ervaren en getraind militair en hij was op de hoogte van de voorgeschreven veiligheidsregels die gelden ten aanzien van de Glock 17. Verdachte heeft desondanks en ondanks zijn ruime ervaring met de Glock 17, ten gevolge van het opzettelijk negeren van de dienstvoorschriften, in uitzendgebied, een ongewild schot gelost. Dit schot heeft slechts schade aan de bodemplaat van de tent veroorzaakt, maar er was wel een gemeen gevaar voor personen en goederen te duchten. Dit is een ernstig feit. Immers, de naleving van de veiligheids-voorschriften is in het belang van andere militairen en zelfs van het functioneren van de krijgsmacht als geheel. Militairen mogen binnen Defensie een veilige werkomgeving verwachten en daar dient iedere individuele militair aan bij te dragen. Daartoe dient elke militair de veiligheidsvoorschriften zorgvuldig in acht te nemen. Van een militair als verdachte – temeer nu hij officier is en hij destijds ook nog eens fungeerde als schietinstructeur – mag dan ook worden verlangd dat hij zich te allen tijde aan de veiligheidsregels houdt. Daarnaast dient er rekening mee te worden gehouden dat alle militairen onder dezelfde stressvolle omstandigheden werken als verdachte in het uitzendgebied. Stressvolle of vermoeiende werkomstandigheden mogen geen excuus zijn voor nalatigheid of erger.

Anderzijds houdt de militaire kamer er bij de bepaling van de straf rekening mee dat verdachte ten gevolge van dit incident zijn werkzaamheden moest afbreken en is gerepatrieerd naar Nederland. Ook zijn hem sindsdien toeslagen onthouden en heeft hij tot heden geen promotie gekregen, met alle financiële consequenties van dien. Verdachte had daarnaast een bijzondere positie ter plaatse in de overleggen met het Afghaanse leiderschap. Verdachte heeft ter zitting aanbevelingsbrieven van zijn kolonel en van een Zweedse majoor overgelegd, die zien op zijn toenmalige werkzaamheden in Afghanistan. Hieruit leidt de militaire kamer af dat verdachte in het kader van de internationale coalitie tot grote tevredenheid heeft gefunctioneerd.

De militaire kamer acht, gelet op de ernst van het gedrag van verdachte en op eerder opgelegde straffen in vergelijkbare gevallen, een onvoorwaardelijke taakstraf passend.

De militaire kamer houdt daarbij enigszins rekening met de omstandigheid dat er een strafbeschikking is uitgevaardigd en waartegen verdachte onderhavig verzet heeft gedaan. Hierdoor zal immers een zekere verwachting bij hem zijn gewekt over de straf die hem te wachten staat.

Op basis van alle voorgaande overwegingen acht de militaire kamer een taakstraf van 30 uren passend en geboden. De militaire kamer merkt hierbij nog op dat het passend is in het kader van de militaire strafrechtspleging een eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis, die zal worden gesteld op 15 dagen, te doen uitvoeren in het Militair Penitentiair Centrum te Stroe.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 4 en 136 van het Wetboek van Militair Strafrecht.

9 De beslissing

De meervoudige militaire kamer:

vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf gedurende 30 (dertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter) en mr. G.W.B. Heijmans, rechters,

en kapitein ter zee logistieke dienst mr. F.E. Venema, militair lid, in tegenwoordigheid van

mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank

op 28 september 2020.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de Koninklijke Marechaussee, Landelijk Tactisch Commando, Brigade Buitenland Missies, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27QM/19-800005, gesloten op 26 juni 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 september 2020, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] p. 18-19, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] p. 23, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] p. 27-28, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] p. 33 en het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 5] p. 37.

3 Het proces-verbaal van bevindingen p. 63, alsmede het schriftelijk bescheid zijnde een plattegrond behorende bij het proces-verbaal van bevindingen p. 65.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 63.

5 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 september 2020, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 53-54 en p. 55.

6 Het schriftelijk bescheid ’Glock inspectie tbv marechaussee onderzoek’ d.d. 19 juni 2019, p. 84.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 86.

8 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 14 september 2020, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 55-56.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 86.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] , p. 33.

11 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 86.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 57.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 86.

14 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , p. 19, het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] p. 28 en het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] , p. 33.

15 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 september 2020.

16 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 september 2020.

17 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 4] , p. 33.

18 Het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 56, alsmede het schriftelijk bescheid zijnde een reconstructiefoto 19, p. 76 en het proces-verbaal van bevindingen p. 63.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 63.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 86.