Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:5069

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
14-09-2020
Datum publicatie
13-10-2020
Zaaknummer
8651810
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zieke werknemer verblijft in buitenland zonder toestemming werkgever en komt niet terug. Ontbinding arbeidsovereenkomst vanwege niet meewerken door werknemer aan re-integratieverplichtingen. Geen transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1211
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 8651810 \ HA VERZ 20-50 \ 498

uitspraak van 14 september 2020

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Protempo B.V.

gevestigd te Nijmegen

verzoekende partij

gemachtigde mr. K.W.A. Wools te Elst

en

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

gemachtigde mr. R.J.G. Pronk te Oud-Beijerland

Partijen worden hierna Protempo en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift ontvangen op 16 juli 2020;

  • -

    het verweerschrift ontvangen op 31 augustus 2020;

  • -

    de brief van 2 september 2020 aan de zijde van Protempo met producties;

  • -

    de fax van 3 september 2020 aan de zijde van [gedaagde] ;

  • -

    aantekeningen van de mondelinge behandeling die, vanwege de corona maatregelen per Skype heeft plaatsgevonden op 7 september 2020, en waar beide partijen bijgestaan door hun gemachtigde zijn verschenen. Mr. Wools heeft het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen welke hij op voorhand per mail aan de rechtbank ter beschikking heeft gesteld. De griffier heeft van hetgeen verder is besproken aantekening bijgehouden.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is, nadat hij vanaf 18 juni 2018 via een uitzendbureau bij Protempo heeft gewerkt, aansluitend op 1 juni 2019 in dienst getreden van Protempo in de functie van magazijnmedewerker op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het laatstverdiende salaris bedraagt € 2.153,23.

2.2.

[gedaagde] is sinds 12 augustus 2019 arbeidsongeschikt wegens ziekte. Er is sindsdien geregeld contact geweest tussen [gedaagde] en de bedrijfsarts. Naar aanleiding van het spreekuurcontact op 2 september 2019 heeft de bedrijfsarts in het daarvan opgemaakte verslag (samengevat) vermeld dat [gedaagde] arbeidsongeschikt is voor het eigen werk, aangepaste werkzaamheden kan verrichten voor een beperkt aantal uren per dag (2 uur per dag bestaande uit bijvoorbeeld computerwerkzaamheden of toezicht houden, lichte werkzaamheden verrichten waarbij [gedaagde] zijn armen niet teveel hoeft te bewegen) en dat het belangrijk is dat [gedaagde] werkt in een schone omgeving. Voorts wordt melding gemaakt van een op korte termijn te verwachten medische interventie (operatie). Op dat moment was binnen het bedrijf van Protempo geen passend werk voor [gedaagde] voorhanden, zo blijkt uit het door partijen opgestelde plan van aanpak van 6 september 2019.

2.3.

In november 2019 is [gedaagde] , na overleg met de bedrijfsarts, voor een kortdurend verblijf naar Bulgarije, zijn geboorteland, vertrokken. De bedrijfsarts schrijft ter zake in zijn verslag van 14 november 2019:

Betrokkene heeft een medische ingreep ondergaan waarvan hij herstellende is. Naar verwachting zal dit herstel meerdere weken in beslag nemen.

Omdat hij op dit moment verzorging nodig heeft om tot een goed herstel te komen, wil hij, mede op advies van de behandelaar, naar zijn familie in Bulgarije.

Ik en de arts zien hier medisch gezien geen belemmeringen voor.”

2.4.

In de probleemanalyse van 14 november 2019 staat dat er op dat moment geen mogelijkheden zijn om te starten met de re-integratie omdat de focus volledig is gericht op herstel na een uitgevoerde medische ingreep.

2.5.

In het spreekuurverslag van de bedrijfsarts van 13 januari 2020 staat voor zover hier van belang:

“Het is belangrijk dat hij kan herstellen in een schone omgeving.

De heer [gedaagde] is 100% arbeidsongeschikt voor het eigen werk.

Hij zou mogelijk voor een zeer beperkt aantal uren per week wat passend werk kunnen doen met de randvoorwaarden zoals genoemd bij het spreekuur van 2.9.2019.

Ik heb begrepen dat de werkgever en de heer [gedaagde] reeds samen hebben gekeken naar mogelijkheden voor passend werk: echter er zijn geen passende functies op kantoor ivm niet beheersen van de Nederlandse taal.

De verwachting is dat het ziekteverlof langdurig zal zijn.”

2.6.

In de schriftelijke bijstelling plan van aanpak WIA van 13 januari 2020 staat onder meer vermeld:

“Sadly, at the moment there are still no possibilities for working. A clean environment is still very important for recovery.

To keep in contact [gedaagde] will visit the office at the following dates: there will be contact every two weeks (approximately).”

2.7.

Op 30 maart 2020 schrijft de bedrijfsarts dat hij tweemaal geprobeerd heeft [gedaagde] te bereiken, hetgeen niet gelukt is. De bedrijfsarts checkt bij Protempo of het telefoonnummer wel klopt.

2.8.

Op 13 mei 2020 appt Protempo aan [gedaagde] dat hij lange tijd niet van hem heeft gehoord, hij stukken van de bedrijfsarts heeft ontvangen en nodigt hij [gedaagde] uit voor een kop koffie de vrijdag daarop, om 11.00 uur. Protempo vermeldt voorts dat dan gelijk enige documenten in verband met de arbeidsongeschiktheid getekend kunnen worden.

[gedaagde] appt daarop dat hij denkt dat Protempo ergens boos over is omdat hij sinds de laatste keer geen antwoord van Protempo heeft gekregen. [gedaagde] laat in die app voorts weten in Bulgarije te zijn en vraagt of Protempo de documenten per e-mail kan sturen, dan wel hem kan bellen om meer informatie te geven. [gedaagde] laat, desgevraagd, via Whatsapp weten inmiddels een maand in Bulgarije te verblijven.

2.9.

Bij e-mail van 15 mei 2020 schrijft Protempo zowel in het Engels als in het Nederlands onder meer het volgende aan [gedaagde] :

“Beste [gedaagde] ,

In navolging van ons contact via WhatsApp van 13 mei 2020, berichten wij u het volgende.

U bent sinds 12 augustus 2020 arbeidsongeschikt en verricht sindsdien geen werkzaamheden. De laatste contacten met de bedrijfsarts zijn geweest op 13 januari, 6 april en 12 mei 2020. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat u volledig arbeidsongeschikt bent voor eigen werk, doch dat u wel, voor een beperkt aantal uren, geschikt kan zijn voor aangepaste werkzaamheden, waarbij met name wordt gewezen op fijn-motorische handelingen. De bedrijfsarts heeft aangekondigd een inzetbaarheidsprofiel te zullen opstellen.

Van belang is dat u tijdens uw arbeidsongeschiktheid verplicht bent om mee te werken aan - en beschikbaar te zijn voor - re-integratieactiviteiten. Onderdeel daarvan is het contact houden met ons, het bezoeken van ons kantoor voor een kort gesprek (een zogenaamd “koffiemoment”), maar ook het beschikbaar zijn voor eventuele passende arbeid die u wel zou kunnen verrichten. Nu die passende arbeid ook door de bedrijfsarts is geadviseerd (namelijk fijn-motorische handelingen), dient u beschikbaar te blijven om dergelijke werkzaamheden, zodra die voorhanden zijn, te verrichten.

Eergisteren heeft u ons gemeld dat u sinds begin april 2020 in het buitenland schijnt te verblijven. U bent, naar eigen zeggen, vertrokken naar Bulgarije en u geeft aan daar nog steeds te zijn. Hoewel u tijdens ziekte verplicht bent om voor een dergelijk verblijf in het buitenland toestemming te vragen aan ons, heeft u dit verblijf niet aan ons gemeld. Als u die toestemming had gevraagd, dan had u die toestemming ook niet gekregen, aangezien dit de re-integratieverplichtingen belemmert.

Uw ongeoorloofde verblijf in het buitenland, heeft er inmiddels voor gezorgd dat u een verzoek van ons voor een koffiemoment voor vandaag heeft moeten afwijzen. U heeft laten weten dat u vrijdag niet bij ons kantoor kunt komen, omdat u in Bulgarije zit. Dat uw verblijf in het buitenland de re-integratie belemmert, staat dus inmiddels vast.

Het voorgaande maakt dat wij u het volgende melden:

1. U krijgt bij deze een officiële waarschuwing voor het feit dat u zonder toestemming bent vertrokken naar het buitenland. Die toestemming had u voorafgaand aan uw vertrek moeten vragen en verkrijgen. Ook als u uw verblijf in Bulgarije beschouwt als vakantie, dan had u daarvoor vakantie moeten aanvragen. Dat heeft u niet gedaan. Los van de re-integratieverplichtingen, heeft u hiermee in strijd gehandeld met de arbeidsovereenkomst en met de op u rustende verplichtingen als werknemer.

2) Wij sommeren u om per direct terug te keren naar Nederland, en om daarmee uw ongeoorloofde afwezigheid op te heffen. Mocht u uiterlijk op 19 mei 2020 niet in Nederland terug zijn, dan stoppen wij uw loonbetaling op basis van het adagium “geen arbeid, geen loon”. Bovendien dient u er rekening mee te houden dat wij alsdan zullen overgaan tot het geven van een ontslag op staande voet, op grond van het feit dat u ondanks deze waarschuwing niet voldoet aan deze sommatie.

3) Wij sommeren u om per 19 mei 2020 weer beschikbaar te zijn voor uw re-integratieverplichtingen. Ook dat betekent dat u alsdan dus weer terug in Nederland dient te zijn, zodat wij vervolgens op zeer korte termijn een voortgangsgesprek omtrent re-integratie op ons kantoor kunnen plannen. Bovendien dient u er rekening mee te houden dat wij direct na het gereed komen van het inzetbaarheidsprofiel een vorm van passende arbeid zullen aanbieden, die u verplicht bent om te verrichten. Deze passende arbeid zal uiteraard in lijn zijn met de door de bedrijfsarts aangegeven beperkingen.

Mocht u op 19 mei 2020 niet beschikbaar zijn voor uw re-integratieverplichtingen, dan zullen wij het loon stopzetten.

4) Wij hebben op de website Luchthaven Schiphol gezien dat er op 16, 17 en 19 mei vluchten aankomen vanuit Sofia in Bulgarije.(…)

Graag zien wij uiterlijk op 19 mei 2020 het bewijs tegemoet dat u weer in Nederland bent. Vervolgens zullen wij u zo spoedig mogelijk uitnodigen voor een nader gesprek op ons kantoor”.

2.10.

[gedaagde] is de Nederlandse taal niet, de Engelse taal wel machtig.

2.11.

Bij e-mail van 22 mei 2020, eveneens zowel in het Engels als het Nederlands aan [gedaagde] gestuurd, schrijft Protempo:

“Beste [gedaagde] ,

Met onze mail van 15 mei 2020 hebben wij u (kort gezegd) gesommeerd om uiterlijk 19 mei 2020 weer terug te zijn in Nederland en om vanaf die dag weer beschikbaar te zijn voor het uitvoeren van uw re-integratieverplichtingen. (...)

Op dinsdag 19 mei 2020 heeft de heer [naam] u gevraagd waar u bent. U heeft hem telefonisch gemeld dat u nog steeds in Bulgarije bent en dat u volgens uw Bulgaarse arts niet in staat zou zijn om te reizen. Dat laatste blijkt evenwel niet uit het laatste verslag van de bedrijfsarts. In het verslag van 20 mei 2020 (naar aanleiding van een telefonisch contact tussen u en de bedrijfsarts op die dag) staat helder dat in staat bent om vanuit uw huis of vanuit kantoor aangepaste werkzaamheden te verrichten. Uit het verslag blijkt niet dat u niet zou kunnen reizen.

Wij stellen aldus vast dat u niet heeft voldaan aan onze sommatie en aldus nog steeds niet beschikbaar bent voor uw re-integratieverplichtingen.

(…)

Uw ongeoorloofde verblijf in Bulgarije is aldus niet alleen in strijd met de arbeidsovereenkomst en uw algemene verplichtingen als werknemer. Maar bovendien werkt u niet mee aan het uitvoeren van voorschriften en maatregelen die erop gericht zijn om u passende arbeid te laten verrichten. Op grond van(…) heeft u aldus vanaf 19 mei 2020 geen recht meer op loon.

(…)

Nu u geen recht heeft op loon vanaf 19 mei 2020, zullen wij het loon vanaf die dag aldus ook niet aan u betalen. U heeft pas weer recht op loon vanaf de dag dat u beschikbaar bent om uitvoering te geven aan uw re-integratieverplichtingen. Dat betekent dat u aldus weer in Nederland moet zijn en bovendien gehoor moet geven aan de verplichtingen zoals hierboven opgesomd.

(...)

Verder sommeren wij u nogmaals om per direct, doch uiterlijk binnen een week na heden, terug te keren naar Nederland en om uitvoering te geven aan uw re-integratieverplichtingen. Mocht u niet aan deze sommatie voldoen, dan dient u er rekening mee te houden dat wij overgaan tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst.”

2.12.

[gedaagde] is niet meer naar Nederland gekomen en heeft een afspraak eind juni bij de behandelend arts in Nederland, waarbij (op enig moment) een tweede noodzakelijke medische ingreep zou plaatsvinden, afgezegd.

2.13.

Protempo heeft vervolgens een deskundigenoordeel aangevraagd op 16 juni 2020 over de re-integratie-inspanningen van [gedaagde] . Bij brief van 9 juli 2020 heeft het UWV het volgende deskundigenoordeel gegeven:

“Volgens u werkt uw werknemer onvoldoende mee aan zijn re-integratie. Uw werknemer vindt echter dat hij genoeg doet. Ons oordeel is dat uw werknemer inderdaad onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie. In de bijgevoegde rapportage van onze arbeidsdeskundige leest u meer over onze motivering”.

2.14.

Uit het bij het deskundigenoordeel gevoegde arbeidsdeskundigerapport blijkt dat de arbeidsdeskundige Protempo en [gedaagde] (telefonisch) heeft gesproken. Voorts blijkt dat de arbeidsdeskundige de bedrijfsarts om actuele informatie heeft verzocht middels een mail op 3 juli 2020 waarin staat:

“Net telefonisch contact met genoemde klant die nog in Bulgarije verblijft.

Klant geeft aan “mentaal” niet in staat te zijn om te kunnen werken.

Hij heeft telefonisch contact met u gehad.

Heb klant gewezen op rechten en plichten bij ziekmelding.

Klant is werkzaam bij Protempo BV te Nijmegen.

Vraag aan u is of hij nog arbeidsmogelijkheden voor passend werk heeft zoals u eerder heeft gesteld in uw advies van 12-05-2020.”

2.15.

Blijkens de arbeidskundige rapportage heeft de bedrijfsarts daarop op 6 juli 2020 geantwoord dat de vastgestelde arbeidsmogelijkheden onverkort van toepassing zijn.

Onder het kopje beoordeling re-integratie-inspanningen schrijft de arbeidsdeskundige:

“Volgens bedrijfsarts zijn arbeidsmogelijkheden onverkort van toepassing.

Er kan volgens haar een begin worden gemaakt met werkhervatting waarbij arbeidsdeskundig onderzoek zal moeten uitwijzen wat en waar passende werkzaamheden aanwezig zijn. Klant is echter niet beschikbaar voor dit arbeidskundig onderzoek omdat hij in het buitenland verblijft. Klant geeft aan vanwege mentale beperkingen niet tot arbeid in staat te zijn hetgeen in tegenspraak is met oordeel van bedrijfsarts. Klant voldoet daarmee niet aan verplichtingen van de Wet Verbetering Poortwachter dat hij adviezen van in dit geval bedrijfsarts opvolgt en beschikbaar moet zijn voor re-integratieactiviteiten. Om die reden moeten inspanningen van klant als onvoldoende worden aangemerkt.

(…).”

3 Het geschil

3.1.

Het verzoek

Protempo verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    de arbeidsovereenkomst tussen partijen met onmiddellijke ingang te ontbinden, zonder inachtneming van een opzegtermijn, althans met ingang van een door de kantonrechter te bepalen datum, zonder toekenning van een transitievergoeding aan [gedaagde] ;

  • -

    voor recht te verklaren dat [gedaagde] geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding;

  • -

    [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten, onder gelijktijdige afgifte van het bij de te wijzen beschikking behorende certificaat als bedoeld in artikel 53 herziene EEX- verordening 1215/2012 en nader opgenomen in Bijlage 1 bij deze verordening.

3.2.

Het verweer en het tegenverzoek

[gedaagde] heeft verweer gevoerd en, samengevat,

primair

geconcludeerd tot afwijzing van het ontbindingsverzoek,

subsidiair,

voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzocht om aan [gedaagde] bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, een transitievergoeding toe te kennen ten bedrage van € 2.362,16, en een door de kantonrechter te bepalen billijke vergoeding ten bedrage van

€ 15.000,- dan wel een transitievergoeding en billijke vergoeding door de kantonrechter te bepalen, en bij eventuele ontbinding rekening te houden met de geldende opzegtermijn zonder aftrek van de periode van de duur van de procedure.

primair en subsidiair,

verzocht om Protempo te veroordelen

- tot betaling van het salaris van € 2.153,23 bruto per maand, te vermeerderen met vakantiebijslag en overige emolumenten vanaf 19 mei 2020, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, een en ander tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;

- om binnen twee dagen na betekening van de in deze te wijzen beschikking aan [gedaagde] bruto-netto specificaties te verstrekken met betrekking tot de hiervoor genoemde bedragen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of een gedeelte daarvan, dat Protempo in gebreke blijft,

- tot betaling aan [gedaagde] van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor genoemde vergoedingen tot aan de dag der algehele voldoening;

- in de kosten van de procedure.

4 De beoordeling

4.1.

Gelet op de directe samenhang tussen het verzoek en het tegenverzoek worden deze gezamenlijk beoordeeld.

4.2.

Zoals hierna zal blijken wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens het niet meewerken door werknemer aan zijn re-integratieverplichtingen. Derhalve is ingevolge artikel 7: 670a lid 1 BW het opzegverbod van artikel 7:670 lid 1 BW niet van toepassing.

4.3.

Protempo stelt dat [gedaagde] zonder haar toestemming in het buitenland verblijft en, ondanks daartoe te zijn gesommeerd en ondanks een doorgevoerde loonstop per 19 mei 2020, (daardoor) niet meewerkt en niet mee kan werken aan zijn re-integratieverplichtingen. Ter onderbouwing beroept Protempo zich op het deskundigenoordeel van het UWV waarin het UWV concludeert dat [gedaagde] onvoldoende doet in het kader van zijn re-integratieverplichtingen. Derhalve is er sprake van verwijtbaar handelen, zodanig dat van Protempo niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Volgens Protempo kwalificeert dit handelen dan wel nalaten van [gedaagde] als ernstig verwijtbaar handelen en nalaten, reden om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te ontbinden en aan [gedaagde] geen transitievergoeding toe te kennen. Subsidiair heeft werkgever gesteld dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden wegens ene verstoorde arbeidsrelatie, de g-grond.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd. [gedaagde] betwist niet dat hij zonder toestemming van Protempo al langdurig in Bulgarije verblijft. [gedaagde] stelt evenwel dat hij zijn verblijf aldaar met de bedrijfsarts heeft besproken en deze daarmee zou hebben ingestemd, zijn verblijf in Bulgarije vanwege verzorging die hij van familie nodig heeft noodzakelijk is, Protempo geen passend werk voorhanden heeft en [gedaagde] voor het overige telefonisch dan wel online aan zijn re-integratieverplichtingen meewerkt. [gedaagde] meent derhalve, zo verstaat de kantonrechter het verweer, dat van een redelijk verzoek van Protempo om te komen geen sprake is en hij wel aan zijn re-integratieverplichtingen voldoet.

4.4.

Tijdens arbeidsongeschiktheid wegens ziekte moet een werknemer zich beschikbaar houden voor re-integratieactiviteiten, zoals het opstellen van een plan van aanpak, het doen van arbeidsdeskundigonderzoek, maar ook voor, zoals in dit geval tussen partijen blijkens het plan van aanpak is afgesproken, koffiemomenten op het kantoor van Protempo. Voor verblijf in het buitenland tijdens arbeidsongeschiktheid moet een werknemer toestemming van zijn werkgever hebben. Het bespreken van een verblijf in het buitenland met de bedrijfsarts, zo al gedaan, volstaat niet. De bedrijfsarts kan daarover als de werknemer het ter sprake brengt weliswaar adviseren, maar het is de werkgever die ter zake toestemming moet geven.

4.5.

[gedaagde] heeft erkend, dan wel niet of onvoldoende onderbouwd betwist, dat hij zijn huidige verblijf in Bulgarije niet met Protempo heeft besproken, laat staan daarvoor van Protempo toestemming heeft gekregen. Ondanks sommaties van Protempo is [gedaagde] niet teruggekeerd naar Nederland om aan zijn re-integratieverplichtingen te voldoen. Partijen hebben afgesproken dat in het kader van de re-integratie [gedaagde] eens per twee weken het werk zou bezoeken, hetgeen zo is algemeen bekend, belangrijk is om op termijn terugkeer naar de werkvloer te vergemakkelijken. Bovendien is de tweede ingreep die [gedaagde] moet ondergaan uitgesteld, waardoor de arbeidsongeschiktheid langer zal duren en contact houden belangrijker wordt. Voorts heeft Protempo, onbetwist gebleven gesteld, dat een arbeidsdeskundig onderzoek moet plaatsvinden om de mogelijkheden naar passend werk indachtig de voorwaarden gesteld door de bedrijfsarts nader te onderzoeken. Nu [gedaagde] reeds een jaar arbeidsongeschikt is komt, zo is een feit van algemene bekendheid, ook re-integratie in het tweede spoor in beeld. Dat Protempo (eerder) geen passend werk voorhanden had, maakt dus niet dat er thans geen nader onderzoek naar de mogelijkheden, mede middels een arbeidsdeskundige onderzoek, moet worden gedaan. Los daarvan blijven de afgesproken koffiemomenten van belang. [gedaagde] zal daarvoor in Nederland moeten zijn. Het verweer van [gedaagde] dat Protempo (toch) geen passend werk voorhanden heeft en hij telefonisch dan wel online aan zijn re-integratieverplichtingen voldoet, slaagt niet. Dat hij, ook in mei 2020 nog verzorgd moest worden door familie en/of niet naar Nederland kon reizen vanwege zijn arbeidsongeschiktheid blijkt niet uit de rapportages van de bedrijfsarts. De verklaring van de behandelend arts uit Bulgarije, klaarblijkelijk afgegeven in verband met de sommatie van Protempo om op 19 mei 2020 op het werk te verschijnen, volstaat niet. Behandelend artsen mogen ter zake geen verklaringen afgeven, althans aan dergelijke verklaringen komt geen (doorslaggevende) betekenis toe nu vraagstukken gerelateerd aan ziekte en werk zijn voorbehouden aan de bedrijfsarts. Dat met de bedrijfsarts ooit is besproken dat [gedaagde] beperkt is in reizen blijkt nergens uit. Het verweer ter zake wordt daarom verworpen.

[gedaagde] heeft weliswaar gesteld dat hij zijn tweede, huidige, verblijf in Bulgarije met de bedrijfsarts heeft besproken, doch hij heeft die stelling niet onderbouwd. Uit de verslagen van de bedrijfsarts blijkt daarvan, anders dan in verband met het eerste verblijf van [gedaagde] in Bulgarije, in november 2019, niets. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om, ter onderbouwing van zijn verweer, de bedrijfsarts om een verklaring ter zake te vragen. Nog daargelaten, zoals hierboven al is overwogen, dat [gedaagde] toestemming van Protempo nodig had en eventuele toestemming van de bedrijfsarts niet voldoende was.

De instructie van Protempo aan [gedaagde] om teneinde aan zijn re-integratieverplichtingen te voldoen naar Nederland te komen was en is tegen de hiervoor geschetste achtergrond alleszins redelijk. Door daaraan geen gehoor te geven voldoet [gedaagde] niet aan de op hem rustende re-integratieverplichtingen zoals door het UWV is geconcludeerd in het verslag van het deskundigenonderzoek. Uit het deskundigenoordeel blijkt dat niet alleen Protempo en [gedaagde] zijn gehoord maar ook de bedrijfsarts om informatie is gevraagd. Derhalve zijn er geen aanwijzingen om te concluderen dat het deskundigenoordeel niet zorgvuldig tot stand is gekomen en reeds om die reden getwijfeld moet worden aan de juistheid van het gegeven oordeel.

4.6.

Aangezien [gedaagde] voor zijn verblijf in Bulgarije geen toestemming van Protempo had en dat ook niet gebleken is dat de bedrijfsarts ter zake überhaupt heeft geadviseerd en [gedaagde] ondanks daartoe te zijn gesommeerd en ondanks een loonstop niet is teruggekeerd, is sprake van verwijtbaar handelen van [gedaagde] als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder e BW. Dat er, zo als door [gedaagde] is gesteld, inmiddels sprake is van een arbeidsconflict moge zo zijn, dat neemt niet weg dat [gedaagde] niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldoet en het beweerdelijke conflict staat daaraan niet in de weg, temeer niet nu dat is ontstaan door het niet (voldoende) meewerken aan zijn re-integratieverplichtingen. Nu Protempo voorafgaand aan het ontbindingsverzoek een loonstop heeft opgelegd en een deskundigenonderzoek heeft gevraagd en verkregen, waarvan het verslag in het geding is gebracht, zal de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen, de e-grond, worden ontbonden. Ingevolge de wet ligt herplaatsing niet in de rede.

4.7.

Onder de gegeven omstandigheden is de kantonrechter met Protempo van oordeel dat het (voortdurende) verwijtbaar handelen van [gedaagde] ook ernstig verwijtbaar handelen/nalaten oplevert. Om die reden komt aan [gedaagde] geen transitievergoeding toe. Het verzoek van Protempo te verklaren voor recht dat [gedaagde] geen aanspraak heeft op een transitievergoeding zal worden toegewezen, het verzoek van [gedaagde] om Protempo tot betaling daarvan te veroordelen zal worden afgewezen.

De ontbinding kan in geval van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op kortere termijn worden uitgesproken, maar dat hoeft niet. De kantonrechter zal de ontbinding met de gebruikelijk in acht te nemen wettelijke termijn uitspreken, derhalve met ingang van 1 november 2020.

4.8.

De vordering van [gedaagde] tot betaling van het (achterstallig)loon wordt afgewezen. [gedaagde] heeft immers niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldaan. Protempo heeft daarop rechtsgeldig, na een schriftelijke aanzegging daartoe, een loonstop toegepast. De grondslag is aan die loonstop, nu [gedaagde] nog steeds in Bulgarije verblijft en niet aan de oproepen van Protempo om op het werk te verschijnen voldoet, tot op heden niet komen te ontvallen.

4.9.

Voor de door [gedaagde] verzochte billijke vergoeding is geen voldoende grond gesteld althans niet gebleken. Voor zover al is gesteld dat van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Protempo sprake is geweest, is dat, mede indachtig de betwisting door Protempo en hetgeen hiervoor is overwogen, niet gebleken. Het verzoek daartoe wordt afgewezen. Aangezien geen billijke vergoeding wordt toegekend hoeft Protempo niet in de gelegenheid gesteld te worden het verzoek in te trekken.

4.10.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk te stellen partij veroordeeld in de kosten van de procedure. De gevorderde nakosten zullen worden begroot op een bedrag van € 120,- zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 120,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

4.11.

Het verzoek om afgifte van het certificaat als bedoeld in artikel 53 herziene EEX-Verordening 1215/2012 zal worden ingewilligd, nu Protempo daarom heeft verzocht en belanghebbende is.

De beslissing

De kantonrechter,

op het verzoek

  • -

    ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2020;

  • -

    verklaart voor recht dat [gedaagde] geen recht heeft op een transitievergoeding,

op het tegenverzoek

- wijst de verzoeken af,

op het verzoek en het tegenverzoek

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van Protempo begroot op € 480,- ter zake salaris gemachtigde, € 124,- ter zake griffiegeld en € 120,- aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, te voldoen binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormelde bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

- geeft het certificaat als bedoeld in artikel 53 herziene EEX-verordening 1215/2012 en nader opgenomen in bijlage I bij die verordening af.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2020.