Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4995

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
25-09-2020
Zaaknummer
05/019550-18, 05/113395-19, 05/213080-18, 05/017135-19, 05/049750-20 en 05/034901-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft een 42-jarige man veroordeeld voor een veelheid aan misdrijven en een overtreding. De man heeft zich schuldig gemaakt aan bezit van hoeveelheden harddrugs, vuurwapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/019550-18, 05/113395-19, 05/213080-18, 05/017135-19, 05/049750-20 en 05/034901-20 (gev.ttz.)

Datum uitspraak : 18 september 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] , zonder vaste woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd te P.I. Veenhuizen, locatie Esserheem te Veenhuizen.

Raadsman: mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van (laatstelijk)
4 september 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Hetgeen aan verdachte onder zes parketnummers is tenlastegelegd, na een toegestane vordering nadere omschrijving tenlastelegging onder parketnummer 05/034901-20, is weergegeven in een bijlage gehecht aan dit vonnis. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/019550-18 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 2 tenlastegelegde. Verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde in verband met het ontbreken van een NFI rapport.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de staandehouding en de inbeslagneming van de tas onrechtmatig was. Er was geen sprake van een redelijke verdenking op het moment van de staandehouding. Dit moet bewijsuitsluiting tot gevolg te hebben. Aangezien voor het overige onvoldoende bewijs resteert, dient verdachte van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van MDMA. Omdat onvoldoende is getest, staat niet vast dat sprake was van MDMA. Ten aanzien van het voorhanden hebben van een wapen refereert de verdediging zich subsidiair aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank is van oordeel dat het onder feit 1 tenlastegelegde, bij gebrek aan nader onderzoek aan de aangetroffen pillen, niet kan worden bewezenverklaard. Verdachte zal van dat feit worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2

Op 4 augustus 2017 rond 17.30 uur kregen verbalisanten een melding dat in Velp een tas met mogelijk drugs zou zijn aangetroffen bij een tunneltje bij de Broekstraat. De verbalisanten hadden vernomen dat verdachte een uur daarvoor was gezien toen hij fietste over de Waterstraat in Velp. De Broekstraat is een zijstraat van de Waterstraat. Het is de verbalisanten ambtshalve bekend dat verdachte zich bezig zou houden met de handel in drugs. Gelet hierop hebben de verbalisanten uitgekeken naar verdachte. Om 17.38 uur reden de verbalisanten vanaf de Waterstraat de Broekstraat op, waar zij verdachte zagen fietsen. Een verbalisant ging met zijn dienstmotor naast verdachte rijden en zei dat hij moest stoppen. Verdachte stopte niet direct, maar fietste nog circa 15 meter door, waarbij de verbalisant het idee had dat verdachte er vandoor wilde gaan. Nadat verdachte nogmaals werd gemaand te stoppen, stopte verdachte. De verbalisanten zagen dat verdachte een plastic tas om zijn stuur had gewikkeld en deze met zijn linkerhand vasthield.2

Gelet op de melding over de drugsvondst, de eerdere signalering van- en informatie over verdachte, het aantreffen van verdachte terwijl hij een plastic tas om zijn stuur had gewikkeld en de omstandigheid dat verdachte de indruk gaf te willen ontkomen aan de verbalisanten, is de rechtbank van oordeel dat op het moment dat de politie verdachte staande hield sprake was van een redelijk vermoeden dat hij zich schuldig maakte aan overtreding van de Opiumwet. De politie was op grond van artikel 9 van de Opiumwet bevoegd een onderzoek in te stellen en daartoe tot inbeslagneming van de tas over te gaan.

In de tas is een (zwaar aanvoelend) kartonnen doosje van een mobiele telefoon gevonden. Dit doosje was met zwart ducttape dichtgeplakt. Toen de verbalisant het doosje aan een zijde iets opentrok, zag hij een vuurwapen. In het vuurwapen is munitie aangetroffen.3 Het vuurwapen betrof een (omgebouwd) gaspistool (merk [naam 1] , type [naam 2] , kaliber 9 mm, voorzien van serienummer [nummer] ) en kan worden aangemerkt als een vuurwapen van categorie III van artikel 2 van de Wet wapens en munitie (hierna: WWM). De munitie betrof een patroon met een groen kapje en een patroon met kogellager (merk [naam 1] , type PAK, kaliber 9 mm) en is munitie van categorie III van de WWM.4

Verdachte heeft verklaard dat hij het doosje moest afgeven van iemand. Hij verwachtte dat er drugs in zouden zitten. Hij had het doosje van iemand gekregen die iets met drugs deed. Verder had verdachte geen afspraken gemaakt en er niets over nagevraagd. Hij wist dat hij iets deed dat niet zou mogen. Desgevraagd heeft verdachte hierover geen naam of details willen of kunnen geven. 5

De rechtbank is van oordeel dat verdachte het vuurwapen en de munitie voorhanden heeft gehad. Verdachte had de beschikkingsmacht over het doosje met het vuurwapen en de munitie daarin. Verder kan het (minst genomen) niet anders zijn dan dat verdachte een meer of mindere mate van bewustheid had van de aanwezigheid van die voorwerpen. Dit gelet op zijn verklaringen dat hij wist dat hij iets illegaals bij zich had, de omstandigheid dat het doosje zwaar aanvoelde en de verbalisant op betrekkelijk eenvoudige wijze het vuurwapen in het doosje heeft aangetroffen. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van feit 2.

Ten aanzien van parketnummer 05/213080-18 6

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiaire onder feit 1 en het primaire onder feit 2 tenlastegelegde. Verdachte dient vrijgesproken te worden van het onder feit 1 primair tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor vrijspraak van het onder feit 1 primair tenlastegelegde. Ten aanzien van het overige onder dit parketnummer heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van het primair onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde

De rechtbank is van oordeel dat het primair onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde niet kan worden bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Verdachte is aangetroffen op gestolen fietsen, maar uit het dossier blijkt niet dat verdachte die fietsen zelf heeft gestolen. Uit het dossier volgt bijvoorbeeld niet dat verdachte op de plekken is geweest waar de fietsen zijn weggenomen of dat hij anderszins direct bij de diefstallen betrokken is geweest. Het tijdsverloop tussen het moment dat de fietsen zouden zijn gestolen en het aantreffen van verdachte op de fietsen is te groot voor een andersluidend oordeel.

Met betrekking tot het subsidiair onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt.

Op 22 juni 2018 in Velp zag een verbalisant verdachte, in tegengestelde richting over de stoep, fietsen. Nadat verdachte naar de verbalisant keek, verhoogde verdachte zijn snelheid op de fiets. Vervolgens heeft de verbalisant op zijn motor verdachte achtervolgd, waarbij verdachte onder meer over een voetpad en tussen twee metalen hekjes reed. Op een moment gooide verdachte de fiets van zich af en rende een tuin in. De verbalisant zag dat de fiets een zwarte fiets van het merk [naam 5] was.7 Het ringslot van de fiets was geforceerd.8 [naam 3] heeft aangifte van diefstal van de fiets gedaan.9

Op 24 juni 2018 in Velp zagen verbalisanten verdachte, die inmiddels gesignaleerd stond, fietsen. Op het moment dat verdachte de verbalisanten zag, reed hij hard weg waarop een achtervolging plaatsvond. Op enig moment stapte verdachte van de fiets en rende weg.10 Een afbeelding van de fiets is door aangever [naam 4] herkend. Hij heeft aangifte van diefstal van de fiets gedaan.11

Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij de fiets van het merk [naam 5] had gekocht voor € 300,00. Over deze aanschaf wilde verdachte niet nader verklaren. Over de fiets van aangever [naam 4] heeft verdachte verklaard dat hij niet iets concreets weet over de fiets.12

Uit het voorgaande volgt dat verdachte binnen een paar dagen twee keer op een gestolen fiets is waargenomen, waarbij het slot van een van die fietsen was geforceerd. Bij het zien van de politie is verdachte beide keren hard weggefietst en heeft hij zich uiteindelijk van die fietsen ontdaan. Over de aanschaf van de fietsen heeft hij geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van de fietsen wist dat deze misdrijf afkomstig waren. Het subsidiair onder de feiten 1 en 2 zal worden bewezenverklaard.

Ten aanzien van parketnummer 05/017135-19 13

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aanhouding, p. 7;

- een NFI-rapport, p.50, en

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2020.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring.

Ten aanzien van parketnummer 05/113395-19 14

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat al het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat bewezen kan worden dat verdachte de drugs, aangetroffen in de middenconsole van de auto en in zijn jaszak, voorhanden had. Niet bewezen kan worden dat verdachte de overige goederen voorhanden heeft gehad. Ook het forensische bewijs is daartoe onvoldoende, aldus de verdediging.

Beoordeling door de rechtbank

Op 9 mei 2019 om 23.25 uur troffen verbalisanten verdachte terwijl hij bij een auto stond, welke auto geparkeerd stond bij supermarkt [naam 6] in Winterswijk. Verdachte had de auto geleend en maakte daarvan gebruik.15

Bij een fouillering werd bij verdachte onder andere een potje met wit poeder aangetroffen. Het poeder in dit potje woog 0,24 gram en werd (indicatief) positief getest op (meth)amfetamine.16 In de middenconsole van de auto werd een rechthoekig bakje met daarin een bankpas op naam van verdachte en 0,4 gram wit poeder aangetroffen. Dat poeder werd (indicatief) positief getest op (meth)amfetamine.17 Verdachte gaf aan dat in het potje en het bakje speed dan wel amfetamine zat.18 De rechtbank acht op grond van deze bevindingen en de eigen verklaring van verdachte bewezen dat verdachte 0,44 gram (meth)amfetamine voorhanden had.

In de auto is onder de bestuurdersstoel een [naam 7] tas met een aanzienlijke hoeveelheid wit poeder en een etui met een grote hoeveelheid pillen gevonden. Deze substanties zijn weliswaar indicatief positief op MDMA dan wel amfetamine getest, maar het dossier bevat geen aanvullend bewijs waaruit kan blijken dat de substanties daadwerkelijk MDMA dan wel amfetamine betreffen. Van die onderdelen van de tenlastelegging zal verdachte worden vrijgesproken.

Verder is in de kofferbak van de auto een plastic zak met daarin een lang, op een automatisch gelijkend, vuurwapen aangetroffen. In het magazijn van het wapen zaten meerdere (te weten 9 stuks) 9mm patronen. Ook is in de kofferbak een vlindermes aangetroffen.19

Het vuurwapen betrof een 9mm kaliber zelfbouw vuurwapen en kan worden gekwalificeerd als een vuurwapen van categorie III van de WWM.20 De munitie, 9x16mm [naam 15] van het merk [naam 14] , was geschikt om te worden verschoten met het vuurwapen. De munitie kan worden gekwalificeerd als munitie van categorie III van de WWM.21 Het vlindermes kan worden gekwalificeerd als een wapen van categorie I van de WWM.22

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte de in de auto aangetroffen wapens en munitie voorhanden heeft gehad.

Zoals hiervoor weergegeven had verdachte de auto op 9 mei 2019 in gebruik en lagen er goederen van hem in die auto. Getuige [getuige] , van wie verdachte de auto zou hebben geleend, heeft verklaard dat het wapen en de drugs niet in zijn auto lagen op het moment dat hij de auto uitleende aan verdachte.23

Het wapen en de patronen zijn bemonsterd. In de bemonstering van de negen patronen, de ruwe delen en het gehele magazijn is DNA aangetroffen, waarvan een DNA-profiel is verkregen. Het DNA-hoofdprofiel aangetroffen op de bemonstering van de patronen matcht met het DNA van verdachte. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Op de bemonstering van de ruwe delen van het wapen en van het gehele magazijn is een DNA-mengprofiel aangetroffen waarbij verdachte de donor kan zijn. Er is geen aanwijzing voor donorschap van celmateriaal verkregen van [getuige] .24

Deze bevindingen rechtvaardigen het oordeel dat verdachte in contact is geweest met de patronen, die zich in het vuurwapen bevonden. Daarnaast zijn er zeer sterke aanwijzingen dat verdachte ook met het vuurwapen zelf in contact is geweest.

Verdachte heeft verklaard dat hij een huls, die in de auto lag, in zijn handen heeft gehad.25 Dit wordt bevestigd door de resultaten uit het DNA-onderzoek. Dat dit geen van de patronen in het magazijn zou zijn, zoals verdachte kennelijk voorstaat, vindt geen bevestiging in het dossier. Een losse huls is niet in de auto aangetroffen.

Op de telefoon van verdachte zijn foto’s van (verdachte met) wapens aangetroffen. Op een van de foto’s zag een verbalisant verdachte met een vuurwapen gelijkend op het vuurwapen dat op 9 mei 2019 rond 23.00 uur in beslag is genomen.26

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte het vuurwapen met de munitie voorhanden had. De rechtbank komt tot hetzelfde oordeel ten aanzien van het vlindermes dat, net als de het vuurwapen, in de kofferbak werd aangetroffen.

Ten aanzien van parketnummer 05/049750-20 27

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat al het onder dit parketnummer tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer stil en zonder verlichting op de snelweg stond. De verdediging heeft erop gewezen dat deze verklaring van verdachte niet uit te sluiten is. De verdediging heeft zich verder gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [naam 8] heeft verklaard dat hij met zijn Ford Ka op 28 mei 2019 op de A18 nabij de afslag van Didam reed. Hij reed ongeveer 110 km/u op de rechterbaan. Op dat moment knalde een rode auto met grote snelheid tegen de achterkant van de auto aan. Zonder zich bekend te maken, reed de bestuurder van die rode auto door.28

Uit het rijbewijzenregister blijkt dat aan verdachte nooit een rijbewijs is afgegeven.29

Verdachte heeft verklaard dat hij zonder in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs de auto, een rode Seat, bestuurde die tegen de auto van aangever is gereden en dat hij na het ongeval is doorgereden zonder zich kenbaar te maken.30

Uit de Verkeersongevallenanalyse (VOA) blijkt dat de Seat de Ford van achteren heeft aangereden, waarbij zowel de Ford als de Seat beschadigd is geraakt. Het ongeval vond plaats op de rechter rijbaan. De achterlichten van beide achterlichtunits van de Ford vertoonden warmtevervormingssporen, welke er, volgens de VOA, op duiden dat deze zeer waarschijnlijk licht uitstraalden ten tijde van het ongeval. De lampen van de remlichten uit beide achterlichtunits van de Ford vertoonden geen warmtevervormingssporen, waardoor de VOA stelt dat deze zeer waarschijnlijk geen licht uitstraalden ten tijde van het ongeval en dat er zeer waarschijnlijk ook niet werd geremd met de Ford ten tijde van de botsing met de Seat.31

Uit het voorgaande concludeert de rechtbank het volgende. Verdachte, aan wie nooit een rijbewijs is afgegeven, reed met de Seat achterop tegen de Ford van aangever. Dit terwijl aangever op de rechterbaan reed, lichten voerde en niet remde. De rechtbank heeft mede gezien de VOA geen enkele reden om te twijfelen aan de toedracht zoals door aangever is verwoord. Hiermee heeft verdachte gevaarzettend gereden, zoals onder feit 3 tenlastegelegd, welk gevaar zich heeft verwezenlijkt doordat hij door zijn rijgedrag een ongeval heeft veroorzaakt. Na het ongeval heeft verdachte de plaats van het ongeval verlaten. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van al de tenlastegelegde feiten.

Ten aanzien van parketnummer 05/034901-20 32

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat al het tenlastegelegde onder dit parketnummer wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 4 niet bewezen kan worden verklaard. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte de goederen voorhanden had. Het onder feit 3 tenlastegelegde kan wel worden bewezen.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feiten 1 en 2

Op 1 november 2019 rond 01.00 uur zagen verbalisanten verdachte in Lichtenvoorde, gemeente Oost-Gelre, lopen met een geopende jas, terwijl de temperatuur 1 graden Celsius was. Ongeveer 40 à 50 meter verder zagen de verbalisanten een BMW staan. Deze BMW viel op omdat deze totaal niet beslagen was, in tegenstelling tot de andere voertuigen. Bij de fouillering van verdachte werden twee busjes met witte substantie, vermoedelijk speed, aangetroffen. Verdachte zei dat hij drugs bij zich had voor eigen gebruik. In de BMW zijn in de deurportier gripzakjes met tabletten en onder de bestuurderszitting een doorgeladen vuurwapen en een grotere hoeveelheid witte substantie aangetroffen.33

Verder is in de BMW (onder meer) aangetroffen:

  • -

    in de kofferbak; een plastic zak met daarin gripzakken met pillen en een transparant bakje met oranje deksel met daarin wit-bruine brokachtige substantie;

  • -

    onder de zitting van de achterbank; drie gripzakken met pillen;

  • -

    op de vloer onder de passagiersstoel; een kassabon van de [naam 9] (te Velp) met betrekking tot de aanschaf van goederen op 31 oktober 2019 om 14.45 uur. Op de achterbank werden dezelfde goederen als vermeld op de kassabon aangetroffen;

  • -

    onder de bestuurdersstoel; een patroon;

  • -

    in het handschoenenvak; vijf hulzen.34

De aangetroffen drugs

De aangetroffen substanties zijn getest op de aanwezigheid van in de Opiumwet voorkomende drugsvormen. Gevonden zijn:

343,5 pillen, welke pillen MDMA bevatten;35

62,77 gram lichtbruine kristallen/brokjes, welke MDMA bevatten;36

136,65 gram substantie, wat amfetamine bevat;37

Het aangetroffen wapen en de munitie

Het in de auto aangetroffen vuurwapen betreft een pistool van het merk [naam 10] , model 70, van het kaliber 7.65mm, en kan worden gekwalificeerd als een vuurwapen van categorie III van de WWM. De drie patronen aangetroffen in het magazijn van het vuurwapen en de vijf patronen aangetroffen in het handschoenenvak van de BMW zijn patronen van het kaliber 7.65mm en zijn te kwalificeren als munitie van categorie III van de WWM.38

Het vuurwapen is bemonsterd voor DNA-onderzoek. Op de bemonstering van de ruwe delen van het wapen is een DNA-mengprofiel van minimaal twee personen aangetroffen. Het DNA kan afkomstig zijn van verdachte en minimaal één onbekende persoon. Het verkregen DNA-mengprofiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker als de hypothese, dat de bemonstering DNA bevat van verdachte [verdachte] en een willekeurige onbekende persoon, waar is dan wanneer de hypothese, dat de bemonstering DNA van twee willekeurige personen bevat, waar is.39

De rechtbank concludeert dat het DNA van verdachte is aangetroffen op het vuurwapen.

Overige bewijsmiddelen

Van de aankoop bij de [naam 9] op 31 oktober 2019 zijn camerabeelden bekeken. Twee wijkagenten herkennen verdachte als de man die de goederen afrekende.40

In de telefoon van verdachte is een WhatsApp gesprek van 17 september 2019 aangetroffen. In dat gesprek biedt verdachte een derde een wapen aan en stuurt hierbij enkele foto’s van het betreffende wapen. Dit betreft een foto van, volgens een verbalisant, een soortgelijk dan wel het gelijke wapen als op 1 november 2019 is aangetroffen in de BMW. De vorm, kleur, het merk en type komen overeen.41

Verdachte kon/wilde niet verklaren over de BMW, de DNA-match dan wel het WhatsApp gesprek.42

Concluderende overwegingen rechtbank

Gelet op:

  • -

    het ’s nachts aantreffen van verdachte in de nabijheid van de BMW;

  • -

    de DNA match tussen het DNA van verdachte en het DNA spoor dat is aangetroffen op een vuurwapen dat onder de bestuurderszitting van de BMW is aangetroffen;

  • -

    het gesprek over een mogelijke verkoop door verdachte van een soortgelijk wapen;

  • -

    de herkenning van verdachte op de beelden van de [naam 9] van minder dan een dag eerder (31 oktober 2019) en het aantreffen van de gekochte goederen op de achterbank van de BMW, en

  • -

    het achterwege blijven van een aannemelijke verklaring van verdachte hieromtrent,

is de rechtbank van oordeel dat verdachte de hiervoor vermelde goederen voorhanden/aanwezig heeft gehad. Het onder feit 1 en 2 zal dan ook worden bewezenverklaard.

Ten aanzien van feiten 3 en 4

Op 8 februari 2020 rond 01.00 uur zagen verbalisanten verdachte, samen met [naam 11] , in een Audi zitten aan de Twenteroute N18 te Lichtenvoorde. In de auto troffen verbalisanten enkele patronen links onder het stuur en in de kofferbak een rugzak met meerdere plastic doosjes met vermoedelijk hard- en softdrugs.43

Aan drugs is in de Audi in beslag genomen:

  • -

    445 roze XTC- pillen, bevattende MDMA;

  • -

    70,23 gram brokken, bevattende MDMA;

  • -

    220 paarse XTC-pillen, bevattende MDMA;

  • -

    153,3 gram witte substantie, bevattende amfetamine.44

Het in de Audi aangetroffen poeder is weliswaar indicatief getest op cocaïne, maar bij gebrek aan nader onderzoek of een ander bewijsmiddel kan niet worden bewezenverklaard dat dit poeder daadwerkelijk cocaïne bevatte.

Naast de patronen in een vakje linksonder het stuur is in de Audi in de armleuning van de achterbank een vuurwapen aangetroffen.45 Het vuurwapen was geladen en er bevond zich een kogelpatroon in de magazijnkamer. In het magazijn zaten vier kogelpatronen. Het wapen betrof een pistool van het merk [naam 12] , van 9mm [naam 15] kaliber, en is te kwalificeren als een vuurwapen van categorie III van de WWM. De overige acht patronen, in de Audi aangetroffen, betreffen knalpatronen van het kaliber 9mm K. Al de munitie is te kwalificeren als munitie van categorie III van de WWM.46

Het wapen is bemonsterd voor DNA-onderzoek. Op de bemonstering van het wapen als geheel en op de ruwe delen van het wapen zijn DNA-mengprofielen aangetroffen. Dat DNA kan afkomstig zijn van verdachte en minimaal één respectievelijk twee onbekende personen. De aangetroffen mengprofielen zijn meer dan een miljard keer waarschijnlijker wanneer de hypothese, dat de bemonstering DNA van verdachte en één, respectievelijk twee, willekeurige onbekende persoon bevat, waar is, dan wanneer de hypothese, dat de bemonstering DNA van twee, respectievelijk drie, willekeurige onbekende personen bevat, waar is.47 De rechtbank concludeert dat het DNA van verdachte is aangetroffen op het vuurwapen.

Op de patronen uit het magazijn van het vuurwapen zat een hulsbodemstempe1 "G.F.L. 9mm [naam 15] "48 Tijdens de insluitingsfouillering van verdachte werden een tweetal patronen aangetroffen in zijn rechter broekzak. Op de onderzijde van het slaghoedje van die patronen was de navolgende indruk geslagen: G.F.L [naam 15] 9MM Wij.49

In de telefoon van verdachte zijn foto’s aangetroffen. Op deze foto’s zijn, volgens de verbalisant, afbeeldingen te zien van een soortgelijk/ dan wel het gelijke wapen als op 8 februari 2020 werd aangetroffen in het voertuig waarin verdachte reed. De overeenkomst is gelegen in de vorm, merk, type, beschadigingen (op het oog) en bijbehorend groen tasje.50

Verder zijn in de telefoon van verdachte gesprekken gevonden. Hierover is onder meer geverbaliseerd dat verdachte een bericht stuurde waarin hij vraagt om “de 100 gr pep goed in te pakken” omdat hij het bij zich moet houden op het werk. Tevens vraagt verdachte om “10 gr droge pep” en zegt dat hij [naam 13] later betaalt. Vervolgens bellen verdachte en [naam 13] elkaar geregeld.

Op 13 november 2019 omstreeks 13:29:42 uur heeft verdachte WhatsApp contact met een

persoon. Verdachte stuurt deze persoon een bericht met daarin de mededeling dat verdachte inmiddels zo groot is dat ze mogen komen, hij inmiddels zijn eigen pillen drukt en hij 80 liter aan olie heeft.51

Deze gesprekken geven een sterke aanwijzing dat verdachte zich bezig hield met aan- of verkoop van drugs.

Verdachte kon/wilde niet verklaren over de DNA-match, de auto dan wel over de aangetroffen gesprekken.52

Gelet op:

  • -

    het aantreffen van verdachte in de Audi;

  • -

    het DNA van verdachte op een vuurwapen dat in de armleuning van de achterbank is aangetroffen;

  • -

    de overeenkomst tussen de bij verdachte aangetroffen munitie en de munitie uit het magazijn van het vuurwapen;

  • -

    de foto van het, dan wel een soortgelijk, wapen in de telefoon van verdachte;

  • -

    de drugsgerelateerde gesprekken;

  • -

    het achterwege blijven van een aannemelijke verklaring van verdachte hieromtrent,

is de rechtbank van oordeel dat verdachte de hiervoor vermelde goederen voorhanden/aanwezig heeft gehad. Het onder feit 3 en 4 zal dan ook worden bewezenverklaard.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer: 05/019550-18

2. hij op of omstreeks 4 augustus 2017 te Arnhem, althans in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een (omgebouwd) gaspistool (merk [naam 1] , type [naam 2] , kaliber 9 mm, voorzien van serienummer [nummer] ), en/of munitie van categorie III, te weten een patroon met een groen kapje en/of 1 patroon met kogellager (merk [naam 1] , type PAK, kaliber 9 mm) voorhanden heeft gehad;

Parketnummer 05/213080-18

1. subsidiair:

hij op of omstreeks 22 juni 2018 te Velp, althans in de gemeente Rheden, een goed te weten een fiets (merk [naam 5] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2. subsidiair:

hij op of omstreeks 24 juni 2018 te Velp, althans in de gemeente Rheden een goed te weten een (vouw)fiets heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Parketnummer 05/017135-19

hij op of omstreeks 10 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,55 gram van een materiaal bevattende MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Parketnummer 05/113395-19

1. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (zelfbouw)vuurwapen, kaliber 9mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad;

2. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8 patronen, merk [naam 14] van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad;

3. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes voorhanden heeft gehad en/of vervoerd;

4. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 53,04 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (XTC) (3,4-methyleen-dioxy-methyl-amfetamine) en/of ongeveer 0,44 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine, zijnde MDMA (XTC) (3,4-methyleen-dioxy-methyl-amfetamine) en/of (meth)amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

parketnummer: 05/049750-20

1. hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Didam, gemeente Montferland op/aan de Rijksweg A18,

op of omstreeks 28 mei 2019 de (voormelde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [naam 8] ) letsel en/of schade was toegebracht;

2. hij op of omstreeks 28 mei 2019 te Didam, gemeente Montferland als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Rijksweg A18, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

3. hij op of omstreeks 28 mei 2019 te Didam, gemeente Montferland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A18, niet voortdurend de nodige voorzichtigheid en oplettendheid heeft betracht en/of zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om dat door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of met (vervolgens) dat door hem bestuurde voertuig tegen de achterzijde van een vóór hem op diezelfde weg in diezelfde richting rijdende personenauto is gereden of gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

parketnummer: 05/034901-20

1. hij op of omstreeks 1 november 2019 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (geladen) pistool, van het merk [naam 10] , type Mod 70, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8 kogelpatronen van het kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad;

2. hij op of omstreeks 1 november 2019 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

-ongeveer 343 Xtc-pillen (MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 0,8 milliliter GHB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en/of

-ongeveer 62 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 135 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde MDMA en/of GHB en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3. hij op of omstreeks 8 februari 2020 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (geladen) pistool van het merk/type [naam 12] , zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:

-7 kogelpatronen van het kaliber 9mm [naam 15] en/of

-8 kogelpatronen van het kaliber 9mm k,

voorhanden heeft gehad;

4. hij op of omstreeks 8 februari 2020 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

-ongeveer 445 Xtc-pillen (MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 70 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 153,93 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

-ongeveer 2,96 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05/019550-18, feit 2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit betrekking heeft op een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

parketnummer 05/213080-18, feit 1, subsidiair, en feit 2, subsidiair, telkens:

opzetheling

parketnummer 05/017135-19

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C gegeven verbod

parketnummer 05/113395-19

feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit betrekking heeft op een vuurwapen van categorie III

feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

feit 3: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

feit 4: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C gegeven verbod;

parketnummer: 05/049750-20

feit 1: overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994

feit 2: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994

feit 3: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

parketnummer: 05/034901-20

feiten 1 en 3, telkens: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit betrekking heeft op een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

feiten 2 en 4, telkens: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C gegeven verbod, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden en tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. Voor de overtredingen kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder straf.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de eis te matigen. Allereerst gelet op de bepleite vrijspraken. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat in het kader van speciale preventie het aangewezen is verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bezit van hoeveelheden harddrugs, vuurwapens en munitie. Dit zijn ernstige feiten. Illegaal wapenbezit brengt onaanvaardbare risico’s met zich mee en draagt bij aan gevoelens van grote onveiligheid in de maatschappij. Harddrugs brengen ernstige schade toe aan de gezondheid van personen en zijn bezwarend voor de samenleving. De meerdere keren dat verdachte tussentijds door de politie werd aangehouden, leidden bij verdachte niet tot verandering van zijn gedrag. Integendeel, bij de laatste twee aanhoudingen was sprake van een grotere hoeveelheid drugs en waren de vuurwapens (door)geladen en dus gereed voor gebruik. Met zijn gedrag heeft verdachte laten zien dat hij zich bewust inlaat met de criminele wereld. De rechtbank rekent dat verdachte aan.

Verdachte is niet in het bezit is van een geldig rijbewijs. Desondanks bestuurde hij een auto op de openbare weg en heeft hij op de snelweg zelfs een aanrijding veroorzaakt, waarna hij is doorgereden. Ook uit dit handelen van verdachte volgt voor de rechtbank dat verdachte zich slechts door eigenbelang laat leiden en zich om de veiligheid van anderen niet bekommert.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 14 april 2020. Daaruit volgt dat verdachte met name voor vermogensdelicten eerder is veroordeeld. Verder heeft de rechtbank gelet op het reclasseringsrapport gedateerd 29 april 2020. De reclassering schat de kans dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen in als hoog. De reclassering adviseert bij een bewezenverklaring een straf zonder bijzondere voorwaarden.

De rechtbank vindt in al het voorgaande reden om verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen. Daarbij heeft de rechtbank ook gekeken naar de oriëntatiepunten van het LOVS die zien op het voorhanden hebben van drugs en (doorgeladen) (vuur)wapens. Als strafverzwarend neemt de rechtbank mee dat sprake is van een delictpatroon. Gezien de ernst en hoeveelheid feiten, en het gevaarzettende karakter ervan, komt de rechtbank tot een hogere straf dan door de officier van justitie geëist.

Alles overziende, en mede in aanmerking genomen de bewezenverklaarde heling, zal de rechtbank voor de begane misdrijven een gevangenisstraf van 20 maanden opleggen. Ten aanzien van de bewezen verkeersmisdrijven (verlaten plaats ongeval en rijden zonder geldig rijbewijs) zal de rechtbank ook een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van 12 maanden.

De bewezenverklaarde gevaarzetting (5 WVW) betreft een overtreding. De rechtbank zal hiervoor geen aparte straf opleggen.

Het voorarrest zal van de gevangenisstraf moeten worden afgetrokken.

Ten aanzien van het beslag

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van het onder parketnummer 05-113395-19 in beslag genomen geldbedrag, groot € 225,00.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

  • -

    57, 62, 63 en 417 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    13, 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie;

  • -

    5, 7, 107, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/019550-18 feit 1 en parketnummer 05/213080-18 feiten 1, primair, en 2 primair, tenlastegelegde feiten;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens de bewezenverklaarde misdrijven tot een gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • -

    ontzegt verdachte ten aanzien van het onder parketnummer 05/049750-20 feiten 1 en 2 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van
    12 (twaalf) maanden;

  • -

    bepaalt dat ten aanzien van parketnummer 05/049750-20, feit 3, geen straf of maatregel wordt opgelegd;

 gelast de teruggave van het onder parketnummer 05-113395-19 in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag, groot € 225,00, aan veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn, voorzitter, mr. P.J.C. Cremers en mr. G. Hilberink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2020.

Mr. Van Apeldoorn en mr. Hilberink zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE

Parketnummer: 05/019550-18

1. hij, op of omstreeks 4 augustus 2017 te Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (XTC), zijnde MDMA(XTX) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 2 ahf/ond C Opiumwet )

2. hij, op of omstreeks 4 augustus 2017 te Arnhem, althans in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een (omgebouwd) gaspistool (merk [naam 1] , type [naam 2] , kaliber 9 mm, voorzien van serienummer [nummer] ), en/of munitie van categorie III, te weten een patroon met een groen kapje en/of 1 patroon met kogellager (merk [naam 1] , type PAK, kaliber 9 mm) voorhanden heeft gehad.

Parketnummer 05/213080-18

1. hij op of omstreeks 19 mei 2018 te Velp, althans in de gemeente Rheden een fiets (merk [naam 5] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 juni 2018 te Velp, althans in de gemeente Rheden, een goed te weten een fiets (merk [naam 5] ) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2. hij op of omstreeks 24 juni 2018 te Arnhem een (vouw)fiets, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam 4] ,heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 juni 2018 te Velp, althans in de gemeente Rheden een goed te weten een (vouw)fiets heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Parketnummer 05/017135-19

hij op of omstreeks 10 september 2018 te Arnhem, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2,55 gram van een materiaal bevattende MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Parketnummer 05/113395-19

1. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (zelfbouw)vuurwapen, kaliber 9mm zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad;

2. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8 patronen, merk [naam 14] van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad;

3. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te

weten een vlindermes voorhanden heeft gehad en/of vervoerd;

4. hij op of omstreeks 9 mei 2019 te Winterswijk opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 53,04 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (XTC) (3,4-methyleen-dioxy-methyl-amfetamine) en/of

ongeveer 4,89 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (meth)amfetamine,

zijnde MDMA (XTC) (3,4-methyleen-dioxy-methyl-amfetamine) en/of (meth)amfetamine

(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Parketnummer: 05/049750-20

1. hij, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden in Didam, gemeente Montferlan op/aan de Rijksweg A18,

op of omstreeks 28 mei 2019 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [naam 8] ) letsel en/of schade was toegebracht;

2. hij op of omstreeks 28 mei 2019 e Didam, gemeente Montferland als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, de Rijksweg A18, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

3. hij op of omstreeks 28 mei 2019 te Didam, gemeente Montferland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A18, niet voortdurend de nodige voorzichtigheid en oplettendheid heeft betracht en/of zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om dat door hem bestuurde voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of met (vervolgens) dat door hem bestuurde voertuig tegen de achterzijde van een vóór hem op diezelfde weg in diezelfde richting rijdende personenauto is gereden of gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 mei 2019 te Didam, gemeente Montferland als bestuurder van een voertuig (personenauto), rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A18, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij met dat door hem bestuurde voertuig tegen de achterzijde van een vóór hem op diezelfde weg in diezelfde richting rijdende personenauto gereden of gebotst, waarbij letsel aan personen is ontstaan en/of schade aan goederen is toegebracht;

parketnummer: 05/034901-20

1. hij op of omstreeks 1 november 2019 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (geladen) pistool, van het merk [naam 10] , type Mod 70, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 8 kogelpatronen van het kaliber 7.65 mm,

voorhanden heeft gehad;

2. hij op of omstreeks 1 november 2019 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

-ongeveer 343 Xtc-pillen (MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 0,8 milliliter GHB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en/of

-ongeveer 62 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 135 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde MDMA en/of GHB en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3. hij op of omstreeks 8 februari 2020 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (geladen) pistool van het merk/type [naam 12] , zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:

-7 kogelpatronen van het kaliber 9mm [naam 15] en/of

-8 kogelpatronen van het kaliber 9mm k,

voorhanden heeft gehad;

4. hij op of omstreeks 8 februari 2020 te Lichtenvoorde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

-ongeveer 445 Xtc-pillen (MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 70 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of

-ongeveer 153,93 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of

-ongeveer 2,96 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost- Nederland, district Gelderland Midden, opgemaakte proces-verbaal met nummer: PL0600-2017363388, gesloten op 20 februari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aanhouding, p. 10 en 11.

3 Proces-verbaal van aanhouding, p. 11 en proces-verbaal van bevindingen, p. 20.

4 Proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 21 en 22.

5 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.

6 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal met nummer: PL0600-2018284699 Z, gesloten op 1 september 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28.

9 Een aangifte, p. 11

10 Proces-verbaal van aanhouding gesignaleerde, p. 6.

11 Proces-verbaal van aangifte door [naam 4] , p. 18.

12 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.

13 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal met nummer: PL0600-2018409359 Z, gesloten op 12 april 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

14 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost- Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal met nummer: PL0600-2019460026 Z, gesloten op 15 oktober 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 4 en verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.

16 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 42.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 5 en 6 en proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 40.

18 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 6 en proces-verbaal van bevindingen, p. 23.

20 Proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 53.

21 Proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 64.

22 Proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 61.

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 91 en 92.

24 Een rapportage van Forensisch DNA-onderzoek, p. 46 en 47.

25 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.

26 Proces-verbaal van bevindingen, p. 29.

27 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost- Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0600-2019231848, gesloten op 3 september 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

28 Proces-verbaal van aangifte met nummer: PL0600-2019231848-1, blad 5.

29 Screenshots uit het rijbewijzenregister.

30 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.

31 Proces-verbaal van Verkeersongevallenanalyse, nummer PL06-2019231848, p. 6, 11 en 26

32 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal met nummer PL0600-2020063717 Z, gesloten op 23 april 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

33 Proces-verbaal van bevindingen, p. 40 en 41.

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 46 en 72.

35 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 103 t/m 106 en NFI-rapporten, p. 120 t/m 130.

36 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 106 en een NFI-rapport, p. 131.

37 Proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 107 en NFI-rapporten, p. 132 en 133.

38 Proces-verbaal onderzoek wapen, p. 149 en 150.

39 Een NFI-rapport van DNA-onderzoek, p. 162 t/m 164.

40 Proces-verbaal van bevindingen, p. 89 en processen-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, p. 95 en 97.

41 Proces-verbaal van bevindingen, p. 173 en 320.

42 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.

43 Proces-verbaal van bevindingen, p. 183 en 184.

44 Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen. p. 195 en 196 en NFI-rapporten p. 211 t/m 213.

45 Proces-verbaal van bevindingen, p. 380.

46 Proces-verbaal van bevindingen, p. 390 en proces-verbaal van onderzoek wapen, p. 391 t/m 393.

47 Een (aanvullend) NFI-rapport, d.d. 3 juni 2020, p. 1 tot en met 3.

48 Proces-verbaal van bevindingen, p. 411.

49 Proces-verbaal van bevindingen, p. 401.

50 Proces-verbaal van bevindingen, p. 449.

51 Proces-verbaal van bevindingen, p. 320 en 321.

52 Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 4 september 2020.