Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4854

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-09-2020
Datum publicatie
18-09-2020
Zaaknummer
C/05/375683 / FA RK 20-2967
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel toegewezen voor een kortere periode dan drie weken, om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven zoveel mogelijk te bevorderen (in verband met studie en verhuizing).

Wetsverwijzingen
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg 7:7
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Zaakgegevens: C/05/375683 / FA RK 20-2967

Datum mondelinge uitspraak: 3 september 2020

Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Wvggz

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

verblijfadres: Pro Persona, locatie De Langeberg HIC, te Nijmegen, op grond van een crisismaatregel geldend tot en met 1 september 2020,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. S. van Oers te Nijmegen.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 31 augustus 2020, heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 29 augustus 2020 opgelegde crisismaatregel.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 3 september 2020.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

mw. L.M. Stoter, als coassistent verbonden aan Pro Persona;

dhr. T. Veenstra, als verpleegkundig specialist i.o. verbonden aan Pro Persona.

1.4.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet gehoord.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar betrokkene verblijft te bezoeken.
Dit levert voor betrokkene en de medebewoners en verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden is besloten betrokkene via beeldbellen te horen.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

ernstig lichamelijk letsel;

ernstige psychische schade;

ernstige materiële schade;

maatschappelijke teloorgang;

ernstig verstoorde ontwikkeling;

het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

2.3.

Het ernstig vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van angst- en stemmingsproblematiek, hechtingsproblematiek en emotie-regulatieproblematiek. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat het sinds de laatste week van juli 2020 minder goed met haar ging, waarschijnlijk als gevolg van overbelasting. Daar kwam bij dat haar oudtante kwam te overlijden. Dit heeft begin augustus 2020 geleid tot een ontregeling – waarbij betrokkene spullen kapot gooide – en een vrijwillige opname bij Pro Persona. Nadat betrokkene weer naar huis is gegaan, ging het echter al snel weer mis. Betrokkene is nu onvrijwillig opgenomen, maar zou volgende week willen beginnen aan haar studie. Daar komt dat zij vanaf 16 september 2020 een nieuwe kamer heeft in [plaats] , waar zij naar toe wil vanwege de rust (in vergelijking met de kamer die zij in [woonplaats] had). Verder wil betrokkene allerlei praktische zaken regelen.
De advocaat heeft gepleit voor afwijzing van het verzoek op grond van het ontbreken van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Het gaat nu namelijk aanzienlijk beter met betrokkene dan vóór de opname. Over de zorgen die overblijven, kunnen op vrijwillige basis afspraken worden gemaakt.

2.5.

De behandelaren hebben aangegeven dat betrokkene inmiddels een antipsychoticum krijgt. Dit heeft zichtbaar effect. Betrokkene is nu namelijk rustig, waar zij eerst continu heen en weer aan het rennen was. Deze ontwikkeling is echter nog pril, dus overprikkeling en escalatie (wanneer betrokkene naar huis zou gaan) ligt nog op de loer. Een voortzetting van de crisismaatregel is met name nodig om een stok achter de deur te behouden voor wat betreft de medicatie-inname. Daarnaast moet er nog een (signalerings)plan worden gemaakt voor in de thuissituatie. De behandelaren denken niet dat betrokkene nog drie weken opgenomen hoeft te blijven, maar voor nu is het nog te vroeg om naar huis te gaan.
Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg hebben de behandelaren te kennen gegeven dat ‘het toedienen van vocht en voeding’ niet aan de orde is.

2.6.

De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten:

het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen,

het beperken van de bewegingsvrijheid,

insluiten,

het uitoefenen van toezicht op betrokkene,

het opnemen in een accommodatie,

noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. De rechtbank is – in tegenstelling tot wat de advocaat heeft bepleit – van oordeel dat van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel (zoals benoemd bij 2.2.) nog altijd sprake is. Dat het toestandsbeeld van betrokkene duidelijk verbeterd is ten opzichte van vóór de opname, is juist te danken aan de opname zelf en de medicatie die betrokkene krijgt. Als betrokkene nu (3 september 2020) naar huis zou gaan, is de kans op herhaling van wat zich eerder heeft afgespeeld aanzienlijk. Verder is de rechtbank van oordeel dat voor een vrijwillige voortzetting van de opname op dit moment onvoldoende basis is. De positieve ontwikkelingen van het toestandsbeeld zijn nog pril en betrokkene geeft zelf aan graag weg te willen om haar eigen leven weer op te pakken. Volgens de behandelaren is dit echter nog te vroeg.
Ten aanzien van de termijn is de rechtbank van oordeel dat de voortzetting van de crisismaatregel niet voor de verzochte duur van drie weken toegewezen moet worden. Volgens de behandelaren is dit namelijk niet nodig. Om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen (te weten haar studie en de verhuizing), zal de rechtbank de crisismaatregel daarom voortzetten tot en met 15 september 2020 (een dag vóór de beoogde verhuisdatum). Tot die tijd wordt de medicatie-inname van betrokkene met de machtiging gewaarborgd en kan een (signalerings)plan voor in de thuissituatie worden gemaakt zodat de terugkeer naar huis op een zorgvuldige en veilige manier kan plaatsvinden.
De rechtbank wijst ‘het toedienen van vocht en voeding’ af, nu de behandelaren hebben aangegeven dat dit niet aan de orde is.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft tot en met 15 september 2020.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.6. zijn genoemd ten aanzien van:

[naam] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 september 2020.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2020 door mr. C.M. Koopman, rechter, in tegenwoordigheid van S.C. Dijksterhuis, griffier, en de schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 14 september 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.