Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4768

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
22-09-2020
Zaaknummer
05/251775-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

doodslag op ouders, volledig ontoerekeningsvatbaar, ontslag van alle rechtsvervolging, TBS met dwang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05/251775-19 en 05/141607-20 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak : 16 september 2020

Tegenspraak

verkort vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats] ,

op dit moment gedetineerd in PPC in Vught,

raadsvrouw: mr. P.W.E. Hoezen, advocaat te Winterswijk.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 28 januari 2020, 23 juni 2020 en 2 september 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is onder parketnummer 05/251775-19 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2019 tot en met 21 oktober 2019 te Hengelo (Gld), gemeente Bronckhorst,

[slachtoffer 1] (vader verdachte), opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door

- met een hamer/moker, in ieder geval een dergelijk (slag)voorwerp, die [slachtoffer 1] meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht) op het hoofd, in ieder geval op het lichaam te slaan en/of

- met een zaag, in ieder geval een dergelijk voorwerp, in de keel/nek/hals van die [slachtoffer 1] te zagen en/of de keel/nek/hals door te zagen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2019 tot en met 21 oktober 2019 te Hengelo (Gld), gemeente Bronckhorst,

[slachtoffer 2] (moeder verdachte), opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door

- met een hamer/moker, in ieder geval een dergelijk (slag)voorwerp, die [slachtoffer 2] meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht) op het hoofd, in ieder geval op het lichaam te slaan en/of

- met een zaag, in ieder geval een dergelijk voorwerp, in de keel/nek/hals van die [slachtoffer 2] te zagen en/of de keel/nek/hals door te zagen.

Aan verdachte is onder parketnummer 05/141607-20 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 oktober 2019 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer 3] (verpleegkundige) heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] éénmaal met kracht in het gezicht te slaan/stompen;

2.

hij op of omstreeks 19 november 2019 in de gemeente Zwolle [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (beiden Penitentiair inrichtingmedewerker) heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] éénmaal met

kracht in het gezicht te slaan/stompen en/of die [slachtoffer 5] met kracht weg te duwen (waardoor die [slachtoffer 5] ten val kwam);

3.

hij op of omstreeks 11 januari 2020 in de gemeente Zwolle [slachtoffer 6] (Penitentiair inrichtingsmedewerker) heeft mishandeld door die [slachtoffer 6] éénmaal met kracht in het gezicht te slaan/stompen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/251775-19

Moord of doodslag?

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is geweest van voorbedachte raad.

Voor een bewezenverklaring van voorbedachte raad moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Naar het oordeel van de rechtbank komt uit de verklaringen van verdachte naar voren dat hij heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. Het handelen van verdachte is namelijk het gevolg geweest van een plotselinge hevige drift die ingegeven was door een ernstige psychotische waan. Die omstandigheid staat in de weg aan het aannemen van voorbedachte raad. Verdachte zal daarom vrij worden gesproken van moord. De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte doodslag op zijn ouders heeft gepleegd.

3 Bewezenverklaring

Ten aanzien van parketnummer 05/251775-19

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2019 tot en met 21 oktober 2019 te Hengelo (Gld), gemeente Bronckhorst,

[slachtoffer 1] (vader verdachte), opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door

- met een hamer/moker, in ieder geval een dergelijk (slag)voorwerp, die [slachtoffer 1] meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht) op het hoofd, in ieder geval op het lichaam te slaan en/of

- met een zaag, in ieder geval een dergelijk voorwerp, in de keel/nek/hals van die [slachtoffer 1] te zagen en/of de keel/nek/hals door te zagen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 oktober 2019 tot en met 21 oktober 2019 te Hengelo (Gld), gemeente Bronckhorst,

[slachtoffer 2] (moeder verdachte), opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door

- met een hamer/moker, in ieder geval een dergelijk (slag)voorwerp, die [slachtoffer 2] meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht) op het hoofd, in ieder geval op het lichaam te slaan en/of

- met een zaag, in ieder geval een dergelijk voorwerp, in de keel/nek/hals van die [slachtoffer 2] te zagen en/of de keel/nek/hals door te zagen.

Ten aanzien van parketnummer 05/141607-20

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 21 oktober 2019 in de gemeente Doetinchem [slachtoffer 3] (verpleegkundige) heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] éénmaal met kracht in het gezicht te slaan/stompen;

2.

hij op of omstreeks 19 november 2019 in de gemeente Zwolle [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (beiden Penitentiair inrichtingsmedewerker) heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] éénmaal met

kracht in het gezicht te slaan/stompen en/of die [slachtoffer 5] met kracht weg te duwen (waardoor die [slachtoffer 5] ten val kwam);

3.

hij op of omstreeks 11 januari 2020 in de gemeente Zwolle [slachtoffer 6] (Penitentiair inrichtingsmedewerker) heeft mishandeld door die [slachtoffer 6] éénmaal met kracht in het gezicht te slaan/stompen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/251775-19 op, telkens:

‘doodslag’.

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/141607-20 op:

feit 1 en feit 3, telkens:

‘mishandeling’;

feit 2:

‘mishandeling, meermalen gepleegd’.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is in het Pieter Baan Centrum onderzocht door een psychiater, een psycholoog, een forensisch milieuonderzoeker en een groepsleider. Naar aanleiding van dit onderzoek is over verdachte op 26 augustus 2020 een Pro Justitia rapport uitgebracht dat is opgesteld door drs. M.D. van Ekeren, psychiater, en drs. P.E. Geurkink, GZ-psycholoog.

De officier van justitie en de verdediging hebben zich, gelet op de bevindingen van de deskundigen, op het standpunt gesteld dat de bewezen verklaarde feiten niet aan verdachte zijn toe te rekenen en dat verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.

Uit het rapport blijkt dat bij verdachte sprake is van schizofrenie, een ernstige stoornis in het gebruik van alcohol (door detentie in vroege remissie) en een ernstige stoornis in het gebruik van cannabis (in langdurige remissie). Verdachte verkeerde in de aanloop tot en tijdens het bewezenverklaarde in een zeer ernstige psychotische toestand, samenhangend met zijn schizofrenie. Deze toestand heeft verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het bewezenverklaarde volledig bepaald. Zijn falende realiteitsbesef, falende impulscontrole en falende agressieregulatie zijn volledig toe te schrijven aan deze psychotische toestand. Er was sprake van een massale doorwerking van de psychotische toestand in het bewezen verklaarde handelen. Verdachte had beangstigende hallucinaties en wanen, op grond waarvan hij de overtuiging kreeg dat zijn ouders slachtoffers zouden worden van martelingen en een gewelddadige dood. De hallucinaties en wanen hebben hem vanuit wanhoop tot het bewezenverklaarde gebracht. Verdachte zag geen andere uitweg meer dan het ombrengen van zijn ouders. Verdachte heeft geen enkele reële afweging meer kunnen maken buiten de psychose om.

Ook de geweldsincidenten die zich in de eerste maanden van detentie hebben voorgedaan kunnen door het psychotische beeld worden verklaard.

Vanwege het volledige causale verband tussen de psychose en het bewezenverklaarde, adviseren de deskundigen het bewezenverklaarde niet toe te rekenen aan verdachte.

De rechtbank is op basis van de conclusies van de deskundigen, die zij overneemt, met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het bewezenverklaarde niet aan verdachte kan worden toegerekend. Zij zal verdachte daarom ontslaan van alle rechtsvervolging.

7 Overwegingen ten aanzien van de maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, conform het advies van de deskundigen, gevorderd verdachte in de zaak met parketnummer 05/251775-19 de maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: TBS-maatregel) met verpleging van overheidswege op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw van verdachte heeft naar voren gebracht dat, hoewel zij het advies van de deskundigen begrijpt, zij tegelijkertijd van mening is dat verdachte eigenlijk niet thuishoort in een TBS-kliniek. Verdachte vormt met de juiste behandeling en medicatie geen gevaar voor de samenleving.

Het oordeel van de rechtbank

Zoals hiervoor is overwogen, zijn de bewezen verklaarde feiten niet aan verdachte toe te rekenen omdat hij in een psychotische toestand verkeerde. Er kan aan hem daarom geen straf worden opgelegd. Wel ziet de rechtbank aanleiding een maatregel op te leggen. De rechtbank heeft daarbij met name rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoon van verdachte, waarbij in het bijzonder waarde is gehecht aan het advies van de deskundigen.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft in een psychotische toestand zijn ouders met fors geweld om het leven gebracht. De angst en pijn die zij in hun laatste momenten hebben moeten doorstaan, zijn onvoorstelbaar. Als gevolg van deze feiten moeten de nabestaanden zonder hen verder leven, wat voor hen een groot gemis is en veel pijn en verdriet veroorzaakt. Dit is duidelijk gebleken uit de slachtofferverklaringen die zoon [naam 1] en (schoon)zus [naam 2] ter terechtzitting hebben voorgelezen. Ook verdachte zelf zal moeten leven met het gruwelijke besef dat hij zijn eigen ouders, van wie hij hield en die belangrijke steunfiguren voor hem waren, heeft gedood. Verdachte heeft deze ernstige feiten gepleegd onder invloed van zijn psychotische toestand. Het voorkomen van herhaling van een dergelijke geweldsuitbarsting is van groot belang.

Het advies van de deskundigen

In het eerder vermelde rapport adviseren de deskundigen aan verdachte een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege op te leggen. Om het recidivegevaar af te wenden heeft verdachte een langdurig klinisch forensische behandeling nodig. Er is sprake van een ernstige stoornis met in het algemeen een progressief en wisselend beloop waarbij zeer langdurige medicamenteuze monitoring noodzakelijk is. Het verkleinen van het recidivegevaar zal een langdurig en moeizaam proces zijn en daarom is op dit moment onduidelijk hoe verdachte zich met zijn schizofrenie verder ontwikkelt. Daarnaast heeft verdachte de neiging zijn symptomatologie voor de buitenwereld te maskeren, waardoor het voor (onder andere) de behandelaars en begeleiders niet altijd direct duidelijk is dat verdachte zich in een psychotische toestand of een ontregeling daartoe bevindt. Verdachte is tot op heden met dwangmedicatie behandeld. Verdachte heeft de deskundigen laten weten dat hij de medicatie graag zou willen staken omdat hij wil weten hoe hij zich zonder medicatie voelt. Volgens de deskundigen is het recidivegevaar zonder medicatie hoog en is ernstig gewelddadig gedrag dan onvermijdelijk. Voorts ontwikkelt verdachte op dit moment klachten van herbelevingen en nachtmerries over het bewezenverklaarde. Op termijn moet worden bezien of deze klachten de vorm van een posttraumatische stressstoornis zullen aannemen. Nadere monitoring hiervan is noodzakelijk omdat het van grote invloed kan zijn op de ontwikkeling en het verdere beloop van de schizofrenie. Mogelijk komt er tijdens de behandeling ook beter zicht op zijn persoonlijkheid en eventuele problemen daarbinnen, wat ook een complicerende factor kan worden binnen de behandeling.

Gelet op het voorgaande, concluderen de deskundigen dat de behandeling van verdachte dient te geschieden in een kliniek met uitgebreide forensische expertise, een hoog zorgniveau en een hoog beveiligingsniveau. Vanwege de complexiteit van het ziektebeeld, het grote recidivegevaar, verdachtes neiging tot maskeren van zijn problematiek, de mogelijk complicerende factoren tijdens de behandeling en verdachtes wens om het gebruik van de medicatie te staken, achten de deskundigen behandeling in het kader van TBS met voorwaarden of een zorgmachtiging ontoereikend om het recidivegevaar te doen afnemen. Een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege is volgens hen het enige passende kader.

Maatregel

De rechtbank stelt vast dat de onder parketnummer 05/251775-19 bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, waarvoor een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege mogelijk is. Daarnaast eist de veiligheid van anderen de oplegging van de TBS-maatregel. Gelet op het advies van de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat uitsluitend een TBS-maatregel met verpleging van overheidswege een passende afdoening van deze zaak is. Deze maatregel zal de rechtbank dan ook opleggen. De maatregel wordt opgelegd wegens doodslag, een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam, zodat de duur van de terbeschikkingstelling niet op voorhand gemaximeerd is.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 37a, 37b, 57, 287 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

 gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de ter beschikking gestelde van overheidswege zal worden verpleegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors, en

mr. T. Bertens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2020.

mr. C.H.M. Pastoors is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.