Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4633

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
11-09-2020
Zaaknummer
05/086577-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf van 60 uren voor het medeplegen van het telen van 76 hennepplanten. Vrijspraak voor witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/086577-20

Datum uitspraak : 9 september 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

raadsman: mr. S. Arts, advocaat te Breda.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 26 augustus 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

primair

hij op of omstreeks 24 juli 2019 te Spankeren, gemeente Rheden

al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 76 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte 1] en/of een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 24 juli 2019 te Spankeren, gemeente Rheden met elkaar, althans één van hen, opzettelijk al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 76 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een

materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend,

tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 24 juli 2019 te Spankeren, gemeente Rheden, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die [medeverdachte 1] en/of onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

2.

zij in of omstreeks de periode van 24 juni 2016 tot en met 24 juli 2019, te Spankeren, gemeente Rheden, althans in Nederland,

(telkens) (een) voorwerp(en), te weten hoeveelheden (contant/giraal) geld, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten hoeveelheden (contant/giraal) geld gebruik heeft gemaakt, terwijl zij (telkens) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 24 juli 2020 werd in de woning aan de [adres 2] te Spankeren een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. In totaal stonden er 76 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was ongeveer 85 cm. De plantenbakken waren gevuld met potgrond. In totaal hingen er in de kweekruimte 5 assimilatielampen. Verder bevond zich in de kweekruimte 2 koolstoffilters. In de schuur die zich in de tuin bevond werd tevens1 werkend koolstoffilter aangetroffen. De luchtverversing en de luchtafvoer werden geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.2 In de woning aan de [adres 2] woonden op dat moment verdachte en haar man, medeverdachte [medeverdachte 1] .3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het telen van hennep. Zij vindt dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte van het telen van hennep haar beroep heeft gemaakt of als een bedrijf heeft uitgeoefend.

De officier van justitie heeft daarnaast gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder feit 1 tenlastegelegde primair op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Verdachte wist niet dat er een hennepkwekerij onder de woning aanwezig was. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier zit dat sprake zou zijn van een nauwe en bewuste samenwerking, reden waarom slechts het subsidiair tenlastegelegde kan worden bewezen.


Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat vrijspraak dient te volgen omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Verdachte heeft immers op voorhand een verifieerbare verklaring gegeven, die niet door het OM is gecontroleerd.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aan verdachte is het medeplegen van het telen (etc.) van hennep tenlastegelegd. Medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) heeft bekend dat hij onder zijn en verdachtes woning een hennepkwekerij heeft ingericht en dat hij daarin hennep heeft gekweekt.4 Daarnaast heeft medeverdachte [medeverdachte 1] bekend een oogst te hebben verkocht aan een shop en deze oogst hier zelf te hebben afgeleverd.5

[verdachte] heeft ontkend dat zij iets van de hennepkwekerij onder de woning wist. De rechtbank vindt deze verklaring ongeloofwaardig en neemt hierbij het volgende in aanmerking.

Wetenschap aanwezigheid kwekerij

Vooropgesteld wordt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] beiden bewoners van de woning, gelegen aan de [adres 2] te Spankeren waren. De kwekerij bevond zich in een kruipruimte onder deze woning en was vrij toegankelijk via een luik in de bijkeuken.6 Voorts stond in de schuur in de tuin zichtbaar een werkend koolstoffilter die aangesloten was op de hennepkwekerij onder de woning.7

Daarnaast is van belang dat met het uitgraven van de kruipruimte, met een hoogte van 1,5 meter, en het realiseren van een kweekruimte met een hoogte van 1,70 meter8 en een oppervlakte van 7 vierkante meter,9 geruime tijd gemoeid moet zijn geweest. Voorts is de kweekruimte ingericht met diverse voorwerpen, zoals 76 plantenbakken, potgrond, een zeil, 5 assimilatielampen, 2 koolstoffilters, een aan- en afzuiginstallatie, ventilatoren, droogrekken en een kachel.10 Gelet op de hoeveelheid goederen moet met de inrichting van de kwekerij eveneens de nodige tijd gemoeid zijn geweest. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat hennepplanten regelmatig verzorgd dienen te worden en uiteindelijk geknipt en gedroogd dienen te worden. Bij het voorgaande is van belang dat verdachte heeft verklaard geen werk te hebben11.

De rechtbank acht het ongeloofwaardig dat medeverdachte [medeverdachte 1] enerzijds de omvangrijke werkzaamheden ter zake de aanleg en inrichting van de kwekerij en anderzijds de werkzaamheden ter zake het verzorgen van de planten zou hebben verricht in de (beperkte) tijd dat verdachte niet in de woning was.

De rechtbank acht het dan ook niet aannemelijk dat verdachte noch iets zou hebben gemerkt van het uitgraven van de kruipruimte, noch van de inrichting van de kwekerij, noch van de werkzaamheden van medeverdachte [medeverdachte 1] ter zake het verzorgen van de planten.

Het is ten slotte ongeloofwaardig dat verdachte nooit een hennepgeur heeft geroken. Het is een feit van algemene bekendheid dat hennep een penetrante geur heeft.

Gezien de hierboven omschreven feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van de hennepkwekerij onder de woning.

Nauwe en bewuste samenwerking verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1]

Op 25 juli 2019 heeft de politie bij de buurman van verdachte, medeverdachte [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), een ruimte aangetroffen die was ingericht om gebruikt te worden als een beroepsmatige hennepkwekerij.12 In de kweekruimte van [medeverdachte 2] werd hetzelfde kweekschema genaamd “Kweekschema cocos” aangetroffen als in de kweekruimte onder de woning van verdachte.13

De politie heeft vervolgens de telefoon van [medeverdachte 2] onderzocht. Onder meer werden daarin de volgende WhatsApp-berichten aangetroffen tussen [medeverdachte 2] en telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik bij verdachte:14

“4 januari 2019

[verdachte] (de rechtbank begrijpt verdachte): "Kan [medeverdachte 1] komen" 16.08 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Jazeker" 16.37 uur

[verdachte] : "Komt er aan" 16.37 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Oké" 16.37 uur

9 januari 2019

[verdachte] : " [medeverdachte 1] gaat morgen middag bezich" 21.44 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Oké" 21.46 uur

[verdachte] : een emoticon van een duimpje omhoog 21.47 uur

7 maart 2019

[verdachte] : "Je moet alleen de klok aanzetten hij heeft hem op nul gezet" 14.30 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Oké bedankt" 14.42 uur

[verdachte] : een emoticon van een duimpje omhoog 14.42 uur

31 maart 2019

[verdachte] : "Wil je morgen niet de achterdeur op de knip doen" 20.18 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Doe ik" met een emoticon van een duimpje omhoog 20.19 uur

[verdachte] : een emoticon van een duimpje omhoog 20.19 uur

3 april 2019

[verdachte] : " [medeverdachte 1] heeft spullen gepakt" 18.48 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Wist ik al had het al gezien" 18.49 uur

[verdachte] : "Wat oké" 18.50 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Ik zie alles"

14 april 2019

[verdachte] : "Als het goed is komen ze straks zet hij ze morgen" 20.06 uur

[verdachte] : "Moet je de knip er af laten" 20.06 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Oké" 20.07 uur

15 april 2019

[verdachte] : "Waren vanmiddag pas hij komt tegen 6 uur" 17.35 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Is goed ik zie het wel" 17.37 uur

[verdachte] : "Oke" 17.38 uur

17 juni 2019

[verdachte] : "Is de sleutel vergeten kan je die morgen door de brievenbus doen" 23.37 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Doe ik" 23.38 uur

29 juni 2019

[verdachte] : "Kan [medeverdachte 1] nu langs komen" 11.44 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Jazeker" 11.45 uur

3 juli 2019

[verdachte] : "Kunnen er 32 voor krijgen" 11.48 uur

[verdachte] : "En wil je nieuwe" 11.53 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Als het niet meer wordt dan moet het maar" 11.53 uur

[verdachte] : "Oke" 11.54 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Ja wanneer" 11.54 uur

[verdachte] : "Ga ik vragen meestal duurt het een week" 11.55 uur"” 15

Verder werden Whatsapp berichten aangetroffen tussen [medeverdachte 2] en het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij medeverdachte [medeverdachte 1] :16

“20 juni 2019

[medeverdachte 1] : "Wil je de legen tonnen klaar zetten nemen wij die mee" 16.25 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Is goed maar gaan jullie nu naar de camping toe" 16.26 uur

[medeverdachte 1] : "Morgen vroeg" 16.27 uur

[ [medeverdachte 2] ]: "Oké dan pak ik ze zo wel" 16.27 uur

[medeverdachte 1] : "Top" 16.28 uur.” 17

De rechtbank acht het op grond van de inhoud van de voornoemde berichten in combinatie met het feit dat bij medeverdachte op [medeverdachte 2] op 25 juli 2019 een ruimte werd aangetroffen die was ingericht om gebruikt te worden als een beroepsmatige hennepkwekerij aannemelijk dat de inhoud van deze WhatsApp-berichten ziet op de teelt van hennep. Temeer, omdat een andere – aannemelijke – verklaring voor de inhoud van deze berichten door verdachte niet is gegeven.

De rechtbank is verder van oordeel dat uit de berichten volgt dat verdachte bij het telen van de hennep een actieve rol heeft gehad. Zij hield zich (in ieder geval) bezig met wezenlijke onderdelen van het productieproces, waaronder de verkoop van de hennep en de aanschaf van nieuwe planten.

Gelet op het bovenstaande en in samenhang bezien, stelt de rechtbank vast dat verdachte een voldoende wezenlijke en/of significante bijdrage heeft geleverd aan het telen van de hennep. Daarmee is er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] .

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het telen en aanwezig hebben van hennep samen met een ander.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte van het kweken van hennep haar beroep heeft gemaakt of als een bedrijf heeft uitgeoefend. Verdachte zal van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Feit 2

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het tenlastegelegde onder feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu zich in het dossier geen althans onvoldoende bewijs bevindt. De rechtbank zal verdachte van dit feit dan ook vrijspreken.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, primair, tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

primair

zij op of omstreeks 24 juli 2019 te Spankeren, gemeente Rheden

al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 2] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 76 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet zulks terwijl verdachte van het plegen van dit misdrijf als zijn beroep of als een bedrijf heeft uitgeoefend.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, primair:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, primair, tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 80 uren werkstraf, te vervangen door 40 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat een werkstraf voor de duur van 40 uur passend is voor het onder 1, subsidiair, tenlastegelegde.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 3 augustus 2020.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 76 hennepplanten met een ander. Het telen van een softdrug als hennep is een strafbaar feit dat overlast en (brand-) gevaarlijke situaties veroorzaakt. Daarnaast levert het telen van hennep schade voor de maatschappij op, niet alleen vanuit het oogpunt van volksgezondheid maar ook omdat de handel in hennep gelet op de grote winsten die daarmee worden gemaakt allerlei andere vormen van criminaliteit in de hand werkt. Verdachte heeft zich om deze gevolgen niet bekommerd en alleen gehandeld uit eigen financieel gewin.

Alles afwegende acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 60 uur, te vervangen door 30 dagen vervangende hechtenis, passend.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit.

 verklaart bewezen dat verdachte het overige tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 60 (zestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. S. Jansen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 september 2020.

mr. S.H. Keijzer en mr. S. Jansen zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019413523, gesloten op 18 maart 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 60-61; ruimlijst hennep, p. 66.

3 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 120.

4 Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] , p. 123.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 130.

6 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 61.

7 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 61.

8 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 61.

9 Rapport berekening Wederrechtelijk Verkregen Voordeel, p. 152.

10 Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, p. 60-61; ruimlijst hennep, p. 66.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 136.

12 Proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte 2] , p. 44.

13 Proces-verbaal, p. 26; proces-verbaal van bevindingen, p. 38.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 289.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 281-284.

16 Proces-verbaal van bevindingen, p. 289.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 284-285.