Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4587

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
08-09-2020
Datum publicatie
08-09-2020
Zaaknummer
05/048961-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 40-jarige man tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van 200 dagen met een proeftijd van 3 jaar, met bijzondere voorwaarden en een contactverbod. De man heeft zich schuldig gemaakt aan het stalken van een drietal personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/048961-20

Datum uitspraak : 8 september 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 1980 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] .

Raadsman: mr. S.B. Kleerekooper, advocaat te Hoenderloo.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 juni 2020 en 25 augustus 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 24 februari 2020 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1] (onder meer) (vele malen) dag en nacht op te bellen, berichten achter te laten op de voicemail van de telefoon, 's-nachts bij haar aan de woning aan te bellen, haar woning te besmeuren en/of afval in de tuin van haar woning te gooien met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

2.
hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2019 tot en met 24 februari 2020 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door die [slachtoffer 2] (vele malen) op te bellen en/of langs zijn woning te rijden en/of die [slachtoffer 2] te achtervolgen, te benaderen en/of uit te schelden met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

3.
hij in of omstreeks de periode van 13 juni 2019 tot en met 24 februari 2020 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 3] (vele malen) op te bellen en/of berichten te sturen met (onder meer) de teksten: "Ik sta eerdaags bij jou voor de deur" en/of tegen [slachtoffer 3] te schreeuwen: "Ik ga je pakken" en/of andere woorden met het oogmerk die [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten, met uitzondering van ‘het besmeuren van de woning’ zoals tenlastegelegd onder feit 1, zodat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 en 3 tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde heeft de raadsman gesteld dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen aangezien bij verdachte niet het oogmerk bestond om aangever te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden, dan wel het slachtoffer vrees aan te jagen. Verdachte had niet de intentie om aangever schrik aan te jagen; hij was enkel gefrustreerd over de omgang van zijn ex-schoonfamilie met hem, met name in de relatie met zijn kinderen, aldus de raadsman.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 20-22;

- het nadere proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] , pag. 27-29;

- een proces-verbaal van bevindingen betreffende de incidenten met bijlagen, p. 30-60.

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 augustus 2020.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van een aantal onderdelen van de tenlastelegging te weten berichten achterlaten op de voicemail, ’s nachts bij aangeefster aanbellen, haar woning besmeuren en afval in haar tuin gooien. De rechtbank is van oordeel dat er voor deze onderdelen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

Feit 2

[slachtoffer 2] heeft in zijn aangifte het volgende verklaard. Vanaf de zomer van 2019 zijn aangever en zijn vrouw regelmatig lastig gevallen door verdachte. Verdachte reed vaak op de scooter langs hun huis en schold daarbij. In december 2019 vertoonde verdachte zich vaker bij hun huis. Ook belde hij vaker. Aangever somt de volgende incidenten op:

- 19 december 2019: 's nachts 2 gemiste oproepen, vermoeden dat het verdachte was;

- 24 december: verdachte belde aangever op zijn werk en zei: "kom naar buiten dan met je

dochter";
- 25 december: een auto reed gevaarlijk hard door de straat. Op de camerabeelden zag aangever

dat het de auto van verdachte was (een groene [merk auto] ). Daarnaast is er tussen 0.00 en 7.00 uur

vaak gebeld;
- 26 december : geschreeuw en getoeter van een auto. Verdachte reed langs woning en

schreeuwde "kankerpedo";

- 26 en 27 december: er is vaak gebeld;
- 28 december: aangever hoorde een auto door de straat rijden en toeteren. Op de camerabeelden

is te zien dat het auto van verdachte betrof. Later op de dag was aangever de ramen van zijn

auto aan het krabben. Verdachte kwam aanrijden en schold aangever uit. Aangever reed daarop

samen met zijn vrouw weg en werd daarbij door verdachte achtervolgd. Op de camerabeelden

was te zien dat verdachte voor het incident al met zijn auto vlakbij de woning stond, kennelijk

om aangever en zijn vrouw op te wachten;
- 30 december: getoeter van een auto, verdachte reed langs en riep "kankerpedo." Later op de

dag reed hij nogmaals door de straat.
- 1 jan 2020: verdachte reed door straat (dit heeft aangever gezien op camerabeelden);

- 2 op 3 januari: 30 x gebeld door nummer [telefoonnummer] ;

-7 januari: buurman vertelde aangever dat weer een auto toeterend en hard door de straat was

gereden. Op de camerabeelden was te zien dat het verdachte betrof;
- 8 januari: verdachte reed weer door de straat (is weer gezien op camerabeelden). Ook is er één

keer gebeld.2

Verdachte heeft bij de politie3 en ter terechtzitting erkend dat hij aangever vele malen heeft gebeld en dat hij vele malen langs zijn woning is gereden. Ook heeft verdachte erkend dat hij aangever en zijn vrouw heeft benaderd, achtervolgd en uitgescholden.

Verdachte heeft ontkend dat hij de intentie had om aangever en zijn vrouw schrik aan te jagen. Hij wilde op deze manier een normaal gesprek bewerkstelligen met zijn ex-schoonouders in het belang van zijn kinderen.

De rechtbank acht ook feit 2 op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen. Het standpunt van verdachte dat hij niet de intentie had om aangever (en zijn vrouw) te belagen, volgt de rechtbank niet. Verdachte heeft immers bekend dat hij aangever meermalen heeft gebeld en benaderd en dat hij meermalen langs zijn woning is gereden. Deze gedragingen van verdachte kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet anders worden uitgelegd dan dat ze bedoeld zijn om aangever te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen.

Feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 300-301;

- een logboek met de incidenten en bijlagen, p. 304-331 ;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 augustus 2020.

De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het schreeuwen tegen [slachtoffer 3] “Ik ga je pakken” of soortgelijke woorden. De rechtbank is van oordeel dat er voor dit onderdeel van de tenlastelegging onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 1 april 2019 tot en met 24 februari 2020 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] , door die [slachtoffer 1] (onder meer) (vele malen) dag en nacht op te bellen. , berichten achter te laten op de voicemail van de telefoon, 's-nachts bij haar aan de woning aan te bellen, haar woning te besmeuren en/of afval in de tuin van haar woning te gooien met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

2.
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2019 tot en met 24 februari 2020 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door die [slachtoffer 2] (vele malen) op te bellen en/of langs zijn woning te rijden en/of die [slachtoffer 2] te achtervolgen, te benaderen en/of uit te schelden met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, en te dulden en/of vrees aan te jagen.

3.
hij in of omstreeks de periode van 13 juni 2019 tot en met 24 februari 2020 in de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 3] , door die [slachtoffer 3] (vele malen) op te bellen en/of berichten te sturen met (onder meer) de teksten: "Ik sta eerdaags bij jou voor de deur" en/of tegen [slachtoffer 3] te schreeuwen: "Ik ga je pakken" en/of andere woorden met het oogmerk die [slachtoffer 3] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, 2 en 3 telkens:

Belaging.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, waarvan 287 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het rapport van de reclassering én een contact- en een locatieverbod, met bevel dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Het contact- en locatieverbod zou moeten gelden ten aanzien van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] , wonende aan de [adres 2] en ten aanzien van [slachtoffer 3] , wonende aan de [adres 3] . Voorts heeft de officier van justitie een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat opgemerkt dat de hoogte van de geëiste voorwaardelijke straf, mede gelet op het groot aantal bijzondere voorwaarden dat daaraan gekoppeld is, uitzonderlijk hoog, maar ook onpraktisch is in het geval de straf ten uitvoer wordt gelegd. Ook kloppen naar de mening van de raadsman de verhoudingen niet met betrekking tot de geëiste onvoorwaardelijke taakstraf. De raadsman heeft dan ook verzocht het voorwaardelijke deel aanzienlijk te matigen. Mocht de rechtbank toch komen tot een forse voorwaardelijke straf, dan is er naar de mening van de raadsman geen ruimte meer voor een onvoorwaardelijke taakstraf. Mocht de rechtbank overgaan tot oplegging van een kleiner voorwaardelijk deel, dan is er naar de mening van de raadsman wel ruimte voor oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf. De raadsman kan zich verder vinden in het contact- en locatieverbod. De dadelijke uitvoerbaarheid voldoet naar de mening van de raadsman niet aan het gevaarscriterium en heeft bovendien geen meer waarde, nu verdachte niet van plan is contact op te nemen met de slachtoffers en hun familie.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Zij heeft mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 19 mei 2020;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 13 augustus 2020;

- een rapport van [naam] , gezondheidspsycholoog, gedateerd 31 juli 2020.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer 10 maanden schuldig gemaakt aan

drie belagingen, te weten die van zijn toenmalige buurvrouw, zijn ex-schoonouders en van het zusje van de ex-partner van verdachte. Verdachte heeft de slachtoffers dag en nacht gebeld, heeft diverse (bedreigende) berichten gestuurd en is ook meermalen met zijn auto (gevaarlijk hard) langs een woning gereden.

Verdachte heeft door zo te handelen inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de

slachtoffers en hun privacy in ernstige mate geschonden. Een woning is bij uitstek een

plek waar men zich veilig moet kunnen voelen. Verdachte heeft gehandeld vanuit zijn eigen

behoefte om zijn onvrede over de gang van zaken met zijn ex-partner en haar familie en de

moeizame (omgangs)regeling met zijn kinderen te uiten. Zijn voormalige buurvrouw heeft

wil jennen vanwege haar, in de woorden van verdachte, claimende gedrag en opmerkingen.

De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. De belagingen duurden aanzienlijke periodes.

De rechtbank neemt het verdacht ook kwalijk dat hij [slachtoffer 1] bleef lastigvallen, ook toen zij

in het ziekenhuis was voor een bevalling. Zijn ex-schoonouders belde hij op één dag zelfs 359

keer.

De rechtbank houdt bij de op te leggen straf rekening met de persoon van verdachte en het

advies dat de gezondheidspsycholoog en de reclassering heeft uitgebracht.

Uit het psychologisch rapport volgt dat er geen sprake is van psychopathologie, zodat er geen

aanleiding is om verdachte het tenlastegelegde (enigszins) verminderd toe te rekenen. De

omgangsregeling met zijn kinderen is de achilleshiel bij verdachte. Dit zorgt al snel voor

boosheid, frustratie en onmacht. Nu er met behulp van hulpverlening meer rust en uitzicht op

een positieve toekomst is, neemt het recidiverisico vrijwel direct af. Aangezien er geen concrete

aanwijzingen zijn voor een stoornis, ligt het niet voor de hand om een behandeling te adviseren.

Tegelijkertijd is het wel essentieel dat er rust blijft in de omgang met de kinderen en (daarmee)

tussen verdachte en zijn ex-partner en haar familie. Om die reden moet de hulpverlening vanuit

Pactum worden voortgezet en is ook hulpverlening vanuit De Tender helpend.

Uit het voorlichtingsrapport van de reclassering blijkt dat verdachte heeft meegewerkt aan het

schorsingstoezicht en dat hij zich aan de voorwaarden en afspraken houdt. Verdachte neemt de

verantwoordelijkheid voor zijn delictgedrag en wil hulp om tot een gedragsverandering te

komen. Er heeft een intakegesprek plaatsgevonden bij Transfore. Jeugdbescherming Gelderland

is betrokken bij de omgangsregeling met zijn jongste zoon. Ook is er nu een gezinsvoogd

waarmee verdachte goed contact heeft. Ook Pactum is betrokken bij de omgangsregeling met

zoon en ouderbegeleiding. Volgens de reclassering is, gezien de problemen in de emotie- en

agressieregulatie, een behandeling in een forensisch kader belangrijk, zodat verdachte blijvend

gemotiveerd kan worden en controle kan worden uitgeoefend wanneer dit nodig wordt geacht.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte zich goed houdt aan de

schorsingsvoorwaarden, dat hij meewerkt aan begeleiding door de hulpverlening en dat hij

verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat

verdachte een goede dagbesteding heeft en drie maanden onder elektronisch toezicht heeft

gestaan.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de ernst van de feiten en met

de straffen die gebruikelijk door rechtbanken in soortgelijke gevallen worden opgelegd. Om

herhaling te voorkomen is het noodzakelijk dat verdachte een (ambulante) behandeling zal

volgen en dat hij (daarbij) door de reclassering verder zal worden begeleid.

De rechtbank is daarom van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf in

dit geval niet opportuun is.

Alles in aanmerking nemend komt de rechtbank tot oplegging van een onvoorwaardelijke

gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Daarnaast zal aan verdachte een

voorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd voor de duur van 200 dagen met een

proeftijd van drie jaar. Hieraan zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden zoals

door de reclassering geadviseerd, te weten een meldplicht en behandeling door Transfore of een

soortgelijke instelling en een contact- en locatieverbod ten aanzien van [slachtoffer 2] en

[slachtoffer 4] , wonende aan de [adres 2] en ten

aanzien van [slachtoffer 3] , wonende aan de [adres 3] . Dit om

verdachte ervan te weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen en om te bewerkstellingen

dat verdachte de (reeds ingezette) behandeling voortzet en afrondt en (daarbij) door de

reclassering verder zal worden begeleid.

De rechtbank ziet, gelet op artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht, geen mogelijkheid om de

dadelijke uitvoerbaarheid te bevelen. Van de bewezenverklaarde feiten kan niet worden

gezegd dat zij gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van lichaam

van een of meer personen.

7a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 852,99.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot betaling van een bedrag van € 852,99 integraal toe te wijzen en daarbij de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij op het standpunt gesteld dat deze moet worden afgewezen aangezien deze onvoldoende is onderbouwd.

Beoordeling door de rechtbank

Mede gelet op de gemotiveerde betwisting door de verdediging zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering aangezien onvoldoende onderbouwd/duidelijk is dat het aangeschafte camerasysteem bestemd was voor de benadeelde nu op de factuur een andere naam en adres staat.

De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 278 (tweehonderd acht en zeventig) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 200 (tweehonderd) dagen niet

ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens

niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op

drie jaren wordt bepaald;

 legt als algemene voorwaarde op dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 legt als bijzondere voorwaarden op dat de veroordeelde:

- zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland meldt

op het adres Rosariumstraat 41 te Apeldoorn. Veroordeelde blijft zich melden op

afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om

het reclasseringstoezicht uit te voeren. Hieronder valt ook het meewerken aan

huisbezoeken;

- zich laat behandelen door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door

de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de

reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de

aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 2]

, wonende aan de [adres 2] , heeft of

zoekt en zich niet in de [adres 2] zal ophouden, zolang

het Openbaar Ministerie en de reclassering dit verbod nodig vinden. De politie ziet toe

op handhaving van dit contact- en locatieverbod;

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer 4] , geboren

[geboortedatum 3] , wonende aan de [adres 2] , heeft of

zoekt en zich niet in de [adres 2] zal ophouden, zolang

het Openbaar Ministerie en de reclassering dit verbod nodig vinden. De politie ziet toe

op handhaving van dit contact- en locatieverbod;

- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer 3] ,

geboren [geboortedatum 4] , wonende aan de [adres 3] , heeft of

zoekt en zich niet in de [adres 3] zal ophouden, zolang het

Openbaar Ministerie en de reclassering dit verbod nodig vinden. De politie ziet toe op

handhaving van dit contact- en locatieverbod;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door C.H.M. Pastoors, voorzitter, mr. C.J.M. van Apeldoorn en mr. J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van E.T. Vriezekolk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2020.

Mr. Wiersma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummers] gesloten op 23 maart 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , pag. 281-282.

3 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pag. 375-381.