Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4339

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-08-2020
Datum publicatie
27-08-2020
Zaaknummer
05/760042-18 en 05/760005-19
Rechtsgebieden
Materieel strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

240 uur taakstraf en 6 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf voor militair voor handel in en bezit van verboden wapens en munitie uit de 2e wereldoorlog.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05/760042-18 en 05/760005-19 (gevoegd ter terechtzitting)

Datum uitspraak : 3 augustus 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

raadsman: mr. S.M. Diekstra, advocaat te Leiden.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 28 oktober 2019, 30 maart 2020 en 20 juli 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de militaire kamer toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging ten aanzien van parketnummer 05/760042-18, tenlastegelegd dat:

feit 1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2018 tot en met 14 juli 2018 in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland en/of in België (telkens) zonder erkenning één of meer wapens en/of onderdelen behorende bij één of meer wapen(s) van categorie II en/of III, te weten

 een MG30 (dossier pag. 15 en 16) en/of

 een K98 (dossier pag. 16 en 17) en/of

 een M1 Garand (dossier pag. 17 en 18) en/of

 een G43 (dossier pag. 18) en/of

 een MP35 (dossier pag. 18) en/of

 een MG42 (dossier pag. 19 en 20) en/of

 een Lee Enfield No. 4 (dossier pag. 20 en 21) en/of

 een STG (Sten-Gun) (dossier pag. 22) en/of

 een MP40 (dossier pag. 24) en/of

 een MG34 (dossier pag. 24) en/of

 één of meer magazijnen (dossier pag. 24)

en/of munitie van categorie II en/of III , te weten

 zes, althans een aantal, mortiergrana(a)t(en) (dossier pag. 13 en 14) en/of

 zeventig, althans een aantal, scherpe patro(o)n(en) (dossier pag. 15) en/of

 een aantal patro(o)n(en) behorende bij een MG42 en/of MP40 (dossier pag. 24)

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft verhandeld en/of (anderzins) ter beschikking heeft gesteld, al dan niet in uitvoering van een bedrijf en/of, terwijl, hij verdachte, daar een gewoonte en/of beroep van heeft gemaakt;

feit 2

hij op of omstreeks 25 juli 2018 in de gemeente [woonplaats] één of meer wapen(s) en/of één of meer onderdelen en/of hulpstukken behorende bij één of meer wapen(s) van categorie II, ond 1 van de Wet wapens en munitie te weten

 twee, althans een aantal, mortier(en) met grondplaat, kaliber 8cm (volgnummer 10: pag. 115 t/m 116 + foto's pag. 140 t/m 141 en volgnummer 11: pag. 116 t/m 117 + foto's pag. 142 t/m 143)

zijnde vuurwapen(s) voorhanden heeft gehad

en/of

één of meer wapen(s) van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie te weten

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type MG34, kaliber 7.92 x 57 mm met serienummer [serienummer] (volgnummer 4: pag. 105 t/m 107 + foto's pag. 128 t/m 129) en/of

 een loop behorende tot een machinegeweer van het type MG34, kaliber 7.92 x 57mm (volgnummer 5: pag. 108 t/m 109 + foto's pag. 130) en/of

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type M53, kaliber 7.92 (volgnummer 6: pag. 109 t/m 111, foto's pag. 131 t/m 134) en/of

 een loop behorende tot een machinegeweer van het type MG42/MG53, kaliber 7.92 x 57mm (volgnummer 7: pag. 111 t/m 112 + foto's pag. 135) en/of

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type M1919 A4, kaliber .30mm (volgnummer 8: pag. 112 t/m 114 + foto's pag. 136 t/m 137) en/of

 een samenstelling van onderdelen, welke zijn bestemd voor een machinegeweer van het merk [wapen] , type M2, kaliber .50BMG (volgnummer 9: pag. 114 t/m 115 + foto's pag. 138 t/m 139)

zijnde één of meer vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad en/of

één of meer wapen(s) van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie te weten

 twee, althans een aantal, handgrana(a)t(en) model Stielhandgranate 24 (volgnummer 3: pag. 105 + foto pag. 127) en/of

 twee, althans een aantal, antitankmijn(en) model Tellermine 35 (volgnummer 14: pag. 119 t/m 120 + foto's pag. 147) en/of

 twee, althans een aantal, ontsteker(s), type drukontsteker DZ 35A, bestemd voor de antitankmijn Tellermine 35 (volgummer 15: pag. 120 t/m 121 + foto pag. 148) en/of

 een antipersoneelmijn, type mortiermijn, model S-mine 35 (volgnummer 16: pag. 121 t/m 122 + foto pag. 149) en/of

 zes, althans een aantal, druk- en/of trek ontstekers, bestemd voor de antipersoneelsmijn, type S-mine 35 en/of ZZ42 en/of ZZ35 (volgnummer 17: pag. 122 t/m 123 + foto pag. 150),

zijnde één of meer voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;

feit 3

hij op of omstreeks 25 juli 2018 in de gemeente [woonplaats] munitie van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten

 een brisant mortiergranaat van het kaliber 8cm en/of drie, althans een aantal, hierbij behorende mortiergranaat ontstekers (volgnummer 12: pag. 117 t/m 118 + foto's pag. 144 t/m 145) en/of

 drie, althans een aantal, brisant mortiergrana(a)t(en) van het kaliber 8cm (volgnummer 13: pag. 118 t/m 119 + foto pag. 146)

voorhanden heeft gehad;

feit 4

hij op of omstreeks 25 juli 2018 in de gemeente [woonplaats] een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen

geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk

 een nabootsing van een machinepistool, welke gelijkende is op een bestaand vuurwapen een Sten Gun, model MK II (volgnummer 1: pag. 103 t/m 104 + foto's pag. 125) en/of

 twee, althans een aantal, nabootsing(en) van een handgranaat, welke gelijkende is/zijn op een bestaande handgranaat een Stielhandgranate 24 (volgnummer 2: pag. 104 t/m 105 + foto pag. 126) voorhanden heeft gehad.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760005-19 ten laste gelegd dat:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks de periode van 24 juli 2019 tot en met 25 juli 2019 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder l van de Wet wapens en munitie, te weten een (grendelkogel)geweer, van het merk [wapen] , type K98, kaliber 7.92x57 millimeter, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer voorhanden heeft gehad.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/760042-18 1

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft in de ten laste gelegde periode in Nederland en/of België een K98, een M1 Garand, een MP35 met magazijnen, een G43, een MG42 en een Lee Enfield no. 4 gekocht en/of verkocht.2 Verdachte heeft de wapens, waaronder in elk geval de Lee Enfield, zonder EU-certificaat verkocht.3 Daarnaast had verdachte mortiergranaten voorhanden en maakte hij mortiergranaten onklaar.4

Op 25 juli 2018 werden bij een doorzoeking in de woning van verdachte in [woonplaats] de volgende wapens gevonden:5

2 mortieren, met kaliber 8 cm, inclusief grondplaat;6

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type MG34, kaliber 7.92x57 mm, voorzien van serienummer [serienummer] ;7

 een loop behorende tot een machinegeweer van het type MG34, met kaliber 7.92x57 mm;8

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type M53 , met kaliber 7.92 mm;9

 een loop behorende tot een machinegeweer van het type MG42 of MG53, met kaliber 7.92x55 mm;10

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type M1919 A4, met kaliber .30;11

 een samenstelling van onderdelen, die bestemd zijn voor een machinegeweer van het merk [wapen] , type M2, met kaliber .50 BMG;12

2 handgranaten, model Stielhandgranate 24;13

2 antitankmijnen, model Tellermine 35;14

2 drukontstekers, type DZ 35A, geschikt voor onder andere de antitankmijn van het type Tellermine 35;15

 een antipersoneelsmijn, type mortiermijn, model S-mine 35;16

3 drukontstekers, type S-mine 35 en een 3 trekontstekers, type ZZ42 en ZZ35, allen bestemd voor de antipersoneelsmijn, type S-mine 35;17

 een nabootsing van een machinepistool met een sprekende gelijkenis met een bestaand vuurwapen, te weten een Sten Gun, model MK II;18

2 nabootsingen van een handgranaat met een sprekende gelijkenis met een bestaande handgranaat, te weten en Stielhandgranate 24.19

3 brisant mortiergranaten van het kaliber 8cm.20

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de militaire kamer verzocht om per onderdeel te beoordelen of sprake is van een vuurwapen in de zin van artikel 1 van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM) en of sprake is van een strafbare gedraging in de zin van de WWM. Daarnaast heeft de verdediging gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte in vuurwapens en munitie heeft gehandeld. In dit kader is aangevoerd dat nergens uit blijkt dat het om werkende vuurwapens en scherpe munitie ging, zeker niet nu sommige van de ten laste gelegde voorwerpen bodemvondsten betroffen.

Beoordeling door de militaire kamer

Met betrekking tot parketnummer 05/760042-18

Ten aanzien van feit 1

Vuurwapens en munitie in de zin van de WWM

De definitie van een vuurwapen volgens artikel 1 van de WWM luidt:

“vuurwapen: een voorwerp bestemd of geschikt om projectielen of stoffen door een loop af te schieten, waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie”.

De definitie van munitie volgens artikel 1 van de WWM luidt:

“munitie: patronen en andere voorwerpen, bestemd of geschikt om een projectiel of een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof door middel van een vuurwapen af te schieten of te verspreiden, alsmede projectielen, bestemd om afgeschoten te worden door middel van een vuurwapen”.

De militaire kamer overweegt voorts dat de enkele omstandigheid dat een wapen een bodemvondst is, niet betekent dat de bestemming aan het vuurwapen komt te vervallen.

Ook het onklaar maken van een vuurwapen ontneemt daaraan niet zonder meer de bestemming. Derhalve is voor een bewezenverklaring van - kort weergegeven - de handel in of bewerking van vuurwapens en munitie, als bedoeld in artikel 9 van de WWM, niet van belang of het gaat om ‘werkende wapens’ of ‘scherpe munitie’.

Gelet op het bepaalde in artikel 9 van de WWM is het vervaardigen, transformeren, herstellen, beproeven, verhandelen, het in de uitoefening van een bedrijf uitwisselen, of anderszins ter beschikking stellen van een wapen of munitie alleen toegestaan indien over een erkenning wordt beschikt. Verdachte beschikte niet over een dergelijke erkenning.21

De K98 is een Duits grendelgeweer. De G43 is een Duits semiautomatisch infanteriegeweer.

De M1 Garand is een Amerikaans semiautomatisch infanteriegeweer. De Lee Enfield no. 4 is een Engels infanterie grendelgeweer. Deze wapens werden gebruikt in de Tweede Wereldoorlog. Het zijn vuurwapens als bedoeld in artikel 1, onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie III, onder 1⁰, van de WWM. Een MP35 is een Duits machinepistool dat ook gebruikt werd in de Tweede Wereldoorlog. Indien een MP35 niet geschikt is om te vuren, dan is het een wapen als bedoeld in artikel 1, onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie III, onder 1⁰, van de WWM. Indien het wel geschikt is om te vuren, valt het onder Categorie II, onder 1⁰. Hetzelfde geldt voor de MG42 dat een Duits machinegeweer is dat in de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt.22De militaire kamer overweegt met betrekking tot deze wapens dat niet gebleken is dat verdachte over een vereiste door een erkenninghouder afgegeven verklaring beschikte of dat hij daarvan was vrijgesteld..

Op 13 en 14 juli 2018 trad verdachte als makelaar op door te bemiddelen tussen een vriend van hem die een MP40 zocht en een aanbieder van een MP40 met twee magazijnen.23 Een MP40 is een Duits machinepistool dat in de Tweede Wereldoorlog werd gebruikt. Het is een vuurwapen als bedoeld in artikel 1 onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie III, onder 1⁰, van de WWM indien het niet geschikt is om te vuren. Indien het wel geschikt is om te vuren, valt het onder Categorie II, onder 1⁰.24 Niet gebleken is dat dit wapen was voorzien van een door een erkenninghouder afgegeven verklaring of dat het daarvan was vrijgesteld.

Op 1 juni 2018 heeft verdachte 6 mortiergranaten verkocht.25 Een mortiergranaat is munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4⁰ van de WWM jo. artikel 2, tweede lid, Categorie II, onder 3⁰ van de WWM.26 Niet gebleken is dat deze munitie was voorzien van een door een erkenninghouder afgegeven verklaring of dat het daarvan was vrijgesteld.

In de periode tussen 7 april 2018 en 13 april 2018 heeft verdachte 70 patronen in originele staat behorende bij een MG42 gekocht.27 Op 7 april 2018 heeft hij de patronen weer verkocht en op 14 april 2019 heeft hij de koper laten weten dat de patronen onderweg zijn.28 De patronen zijn van het kaliber 7,92x57 mm. Uitgaande van standaardpatronen zijn de patronen munitie als bedoeld in artikel 1, onder 4⁰ van de WWM jo. artikel 2, tweede lid, Categorie III van de WWM.29 Niet gebleken is dat deze munitie was voorzien van een door een erkenninghouder afgegeven verklaring of dat het daarvan was vrijgesteld.

De militaire kamer merkt op dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat er geen sprake zou zijn van vuurwapens als bedoeld in de WWM. In dit kader wijst de militaire kamer op de verklaring van getuige [getuige] . Toen hij wapens bij verdachte kocht zag hij drie mortierbuizen staan, waarvan hij dacht dat er niet veel aanpassingen gedaan hoefden te worden om de mortierbuizen weer scherp te maken. Ook had verdachte volgens [getuige] een paar dingen liggen die er relatief gaaf uitzagen en zag [getuige] dat verdachte mogelijk munitie had liggen.30 De militaire kamer overweegt dat deze waarnemingen van [getuige] overeenkomen met de bevindingen die de vuurwapenrechercheurs hebben beschreven in het hierna onder feit 2 te bespreken ‘proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens’.

Verdachte had kennelijk zelf ook zijn twijfels over de legitimiteit van de wapens. Zo appte hij op 22 juni 2018 met [betrokkene] over het onklaar maken van een MG42. Verdachte gaf aan dat de loop onklaar was, maar niet vast gelast en dat er een goede loop in een koker bijzat. Verdachte appte:

Bijna in elk land in Europa, behalve Nederland mag je wapens hebben, inclusief machine geweren die dicht gelast zijn, of zo onklaar gemaakt zijn (loop dicht, gaten er in, afsluiter half afgeslepen) dat ze nooit meer vuren. Nederland heeft dat nooit gemogen. Probleem met de eu wetgeving is dat nu bij 9/10 wapens geen certificaat zit. Iedereen wou vroeger een wapen die onklaar was, omdat je anders gezeur had...”.31

Op 6 juni 2018 appte verdachte met [betrokkene] over een K98. In dit appgesprek schreef verdachte dat alles vast moet zitten om het wapen ‘EU onklaar’ te krijgen. Hiervoor krijg je een ‘EU-papiertje’ en dat dient als bewijs. Maar omdat er nog handelingen mee gedaan kunnen worden, zit er geen ‘EU-bewijs’ bij.32

Voorts heeft verdachte 70 scherpe patronen verkocht of overgedragen.33

De militaire kamer overweegt nog dat het kopen en verkopen van vuurwapens en munitie, voor zover niet uitsluitend sprake was van bemiddeling, met zich brengt dat verdachte deze vuurwapens en munitie ook voorhanden heeft gehad.

Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende anderhalf jaar 15 bodemvondsten heeft verkocht om aan geld te komen.34 Gelet op deze tijdspanne en de hoeveelheid verkochte of overgedragen wapens en munitie acht de militaire kamer ook bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van de verkoop van wapens en munitie.

De militaire kamer is echter van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat voor de overtuiging dat verdachte in de ten laste gelegde periode een MG30, een MG34, een Sten-Gun en een aantal patronen behorende bij een MG42 of MP40 voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, verhandeld en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld. De militaire kamer zal verdachte dan ook vrijspreken ten aanzien van deze wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 2

Alle bij verdachte aangetroffen wapens en munitie zijn onderzocht door een vuurwapen-rechercheur van de Koninklijke Marechaussee. Uit dat onderzoek volgt het navolgende.

Beide mortieren met grondplaat zijn een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie II, onder 1⁰, van de WWM, waarvan het voorhanden hebben verboden is op grond van artikel 26, eerste lid, van de WWM.35

Uit nader onderzoek aan de MG34 van het merk [wapen] is gebleken dat het niet voldoet aan de eisen gesteld in tabel III voor de in tabel I onder 7 genoemde (vol)automatische vuurwapens van Bijlage I van de Uitvoeringsverordening EU2015/2403. Zo voldoet de loop niet aan gestelde in 1.2 en 1.3 en het onderdeel afsluiterblok, en de grendelkop voldoet niet aan het gestelde in 2.2. en 2.3. Wat betreft het automatische systeem voldoet het wapen niet aan het gestelde in 6.2. 6.3 en 6.4. Ook is geen officiële EU-markering van onbruikbaarmaking aangetroffen. Het wapen is op eenvoudige wijze geschikt te maken voor het verschieten van munitie door het vervangen van een complete afsluiterkop en een niet onklaar gemaakte loop. Om die reden is het een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie II, onder 1⁰, van de WWM.36

Uit nader onderzoek aan de M 53 van het merk [wapen] is gebleken dat het niet voldoet aan de eisen gesteld in tabel III voor de in tabel I onder 7 genoemde (vol)automatische vuurwapens van Bijlage I van de Uitvoeringsverordening EU2015/2403. Zo is het mogelijk een andere loop te plaatsen en voldoet het onderdeel afsluiterblok, grendelkop niet aan het gestelde in 2.2 en 2.3. Het automatische systeem voldoet niet aan het gestelde in 6.2, 6.3 en 6.4. Dit machinegeweer is door het plaatsen van een complete afsluiterkop en een niet onklaar gemaakte loop op eenvoudige wijze geschikt te maken voor het verschieten van scherpe munitie. Om die reden is het een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie II, onder 1⁰, van de WWM.37

Uit nader onderzoek van de [wapen] blijkt dat ook dit vuurwapen niet voldoet aan de eisen gesteld in tabel III voor de in tabel I onder 7 genoemde (vol)automatische vuurwapens van Bijlage I van de Uitvoeringsverordening EU2015/2403. Zo voldoet de loop niet aan het gestelde in 1.2 en 1.3 en voldoen het afsluiterblok en de grendelkop niet aan het gestelde in 2.1, 2.2. en 2.3. Het automatisch systeem voldoet niet aan het gestelde in 6.2, 6.3 en 6.4. Het trekker-mechanisme functioneert en het munitietoevoermechanisme aan de binnenzijde van het deksel van het vuurwapen is volledig functioneel. Om die reden is het een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie II, onder 1⁰, van de WWM.38

Bij de hiervoor genoemde wapens zijn weliswaar certificaten aangetroffen, maar uit onderzoek aan deze certificaten met de nummers [certificaatnummer] (MG34), [certificaatnummer] (MG53) en [certificaatnummer] ( [wapen] ) is gebleken dat het valse certificaten zijn.39

Uit het voorgaande volgt dat de MG34 van het merk [wapen] , de M 53 van het merk [wapen] en de [wapen] niet voldoen aan de vereisten voor het ongeschikt maken daarvan, zodat deze vuurwapen niet zijn vrijgesteld van het in artikel 26, eerste lid, van de WWM genoemde verbod op een vuurwapen van Categorie II voor handen te hebben.

Zowel de aangetroffen loop behorende bij een MG34 als de aangetroffen loop behorende bij de MG42/MG53 zijn geschikt om stoffen door de loop te verschieten. Om die reden zijn de beide lopen een onderdeel van wezenlijke aard dat specifiek bestemd is voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2 eerste lid, Categorie II onder 2⁰, van de WWM jo. artikel 3, eerste lid, van de WWM. Het voorhanden hebben van zulke lopen is verboden op grond van artikel 26, eerste lid, van de WWM.40

Het samenstel van onderdelen behorende bij de [wapen] zijn onderdelen van wezenlijke aard, die specifiek bestemd zijn voor een vuurwapen als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2 eerste lid, Categorie II onder 2⁰, van de WWM en artikel 3, eerste lid, van de WWM. Het voorhanden hebben van zo’n samenstel van onderdelen is verboden op grond van artikel 26, eerste lid, van de WWM.41

De twee Stielhandgranaten 24 zijn voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing. De handgranaten bestaan uit twee onderdelen die voor deze wapens van wezenlijke aard zijn: een houten steel met metalen schroefdop en een metalen granaatlichaam. Om die reden zijn de Stielhandgranaten 24 onderdelen van een wapen van wezenlijke aard, van wapens in de zin van artikel 2, eerste lid, Categorie II, onder 7⁰, van de WWM jo. artikel 3, eerste lid, van de WWM. Het voorhanden hebben van deze wapens is verboden op grond van artikel 26, eerste lid van de WWM.42

De antitankmijnen, model Tellermine 35, en de antipersoneelmijn van het type S-Mine 35 zijn eveneens voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing. Het zijn onderdelen van wapens in de zin van artikel 2, eerste lid, Categorie II, onder 7⁰, van de WWM jo. artikel 3, eerste lid, van de WWM. Het voorhanden hebben van deze wapens is verboden op grond van artikel 26, eerste lid van de WWM.

De twee drukontstekers van het type DZ 35A zijn geschikt voor het ontsteken van antitankmijnen. De zes ontstekers van het type S-Mine 35, ZZ42 en ZZ35 zijn geschikt om te worden gebruikt voor het ontsteken van onder andere een antipersoneelmijn van het type S-mine 35. Al deze vier type ontstekers zijn eenvoudig te herladen door deze te demonteren, te voorzien van een nieuw slaghoedje en te monteren. Om die reden zijn de ontstekers onderdelen van wezenlijke aard van wapens in de zin van artikel, eerste lid, Categorie II, onder 7⁰, van de WWM jo. artikel 3, eerste lid, van de WWM. Het voorhanden hebben van deze wapens is verboden op grond van artikel 26, eerste lid, van de WWM.43

Alle bij verdachte aangetroffen wapens zijn voorzien van ten minste een merknaam of een typeaanduiding, waardoor zij identificeerbaar als vuurwapen zijn. Het dossier biedt onvoldoende aanknopingspunten voor de conclusie dat er geen sprake zou zijn van vuurwapens als bedoeld in de WWM. Zowel de vuurwapenrechercheur als getuige [getuige] spreken bovendien over eenvoudig te herstellen (vuur)wapens en ook verdachte had zijn twijfels over de legitimiteit van wapens en/of munitie, zoals hiervoor ten aanzien van feit 1 ook overwogen.

Gelet op het voorgaande is de militaire kamer van oordeel dat de in feit 2 van de tenlastelegging genoemde en bij verdachte aangetroffen (vuur)wapens niet zijn geoorloofd krachtens de WWM.

De militaire kamer merkt hierbij nog wel op dat in de tenlastelegging van feit 2 wordt vermeld “zijnde één of meer vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad”.

Ongetwijfeld heeft de opsteller van de tenlastelegging hiermee gedoeld op de vuurwapens als bedoeld in Categorie II, subcategorie 2, van artikel 2 van de WWM. Echter, de tenlastelegging bevat geen nadere concretisering welk(e) vuurwapen(s), volgens het openbaar ministerie, tot die Categorie II, subcategorie 2 behoort/behoren. Deze onduidelijkheid wordt nog vergroot omdat uit de bewijsmiddelen naar voren komt dat niet alle in de tenlastelegging genoemde vuurwapens “geschikt” zijn om te vuren, laat staan om automatisch te vuren, terwijl juist van sommige vuurwapens is bevonden dat deze met geringe aanpassingen wel schietklaar gemaakt kunnen worden. Gelet op het vorenstaande is de tenlastelegging op dit punt onduidelijk.

Echter, zowel de delictsomschrijving van artikel 26 lid 1 van de WWM als de strafbepaling van artikel 55 van de WWM beperkt zich tot de loutere aanduiding van de Categorieën II en III en vereist geen nadere specificering ten aanzien van de subcategorieën. Nu de tenlastelegging wel duidelijk is ten aanzien van de Categorie-aanduiding, zal de militaire kamer het tenlastegelegde in feit 2, ten aanzien van de vuurwapens, bewezen verklaren met uitzondering van de bewoordingen die op de subcategorieën betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 3

Op 25 juli 2018 werd bij de doorzoeking van de woning van verdachte de volgende munitie gevonden:

 een brisant mortiergranaat met kaliber 8 cm en 3 hiervoor geschikte ontstekers;44

3 brisant mortiergranaten met kaliber 8 cm.45

De mortiergranaten zijn alle onderzocht door een vuurwapenrechercheur van de Koninklijke Marechaussee. Het granaatlichaam van de enkele brisant mortiergranaat is van staal een heeft een holle binnenzijde. In de voorzijde van de mortiergranaat zit een opening voorzien van binnen schroefdraad, die dient voor het bevestigen van een ontsteker. Er zijn 3 geschikte ontstekers gevonden die positief zijn onderzocht op de aanwezigheid van explosieve stoffen of restanten daarvan. Alle drie ontstekers zijn om die reden vernietigd door de Explosieve Opruimingsdienst (hierna: EOD). Uit de uiterlijke staat van de mortiergranaat is af te leiden dat deze niet verschoten is. Om die reden is de brisant mortiergranaat een onderdeel van wezenlijke aard van munitie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 4⁰, jo. artikel 2, tweede lid, aanhef, Categorie II, onder 3⁰, jo. artikel 3, tweede lid, van de WWM. Het voorhanden hebben van deze munitie is verboden op grond van artikel 26, eerste lid, van de WWM.46

De lichamen van de drie brisant mortiergranaten zijn opengewerkt door het verwijderen van delen van het granaat lichaam. Van twee van de opengewerkte granaatlichamen waren de verwijderde delen aanwezig. De granaatlichamen zijn van staal en hebben een holle binnenzijde.

In deze holle binnenzijde bevindt zich normaliter de explosieve hoofdlading. In de voorzijde van de mortiergranaten bevindt zich een opening voorzien van binnen schroefdraad. Deze schroefdraad dient voor het bevestigen van een ontsteker. Drie van deze ontstekers die geschikt zijn voor dit type mortiergranaat zijn tijdens de doorzoeking op locatie aangetroffen. Uit de uiterlijke staat van de mortiergranaten is af te leiden dat deze niet verschoten zijn. De slaghoedjes in de onderzijde van het staartstukken waren niet ingeslagen. Hierdoor kon de aanwezigheid van een explosieve aandrijflading niet worden uitgesloten. De mortiergranaten zijn om die reden door de EOD vernietigd. Derhalve zijn deze delen van mortiergranaten onderdelen van munitie als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder 4⁰, jo. artikel 2, tweede lid, aanhef, Categorie II, onder 3⁰, jo. artikel 3, tweede lid, van de WWM. Het voorhanden hebben van deze munitie is verboden op grond van artikel 26, eerste lid, van de WWM.47

Niet is gebleken dat verdachte beschikte over verlof tot het voorhanden hebben van genoemde munitie. Daarnaast is niet gebleken dat verdachte vrijgesteld is van het verbod genoemd in artikel 26, eerste lid, van de WWM. Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde.

Ten aanzien van feit 4

Een vuurwapenrechercheur van de Koninklijke Marechaussee heeft geconcludeerd dat de nabootsing van een vuurwapen door zijn vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoont met een Sten Gun, model MK II. De twee nabootsingen van een handgranaat vertonen wat betreft vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis met een Stielhandgranate 24. Nabootsingen van een vuurwapen en handgranaten zijn voorwerpen die door de Minister van Justitie zijn aangewezen als voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn. Om die reden gaat het om voorwerpen die een wapen zijn als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef, Categorie I, onder 7⁰, van de WWM jo. artikel 3, aanhef en onder a, van de Regeling Wapens en Munitie. Het voorhanden hebben van dergelijke voorwerpen is verboden op grond van artikel 13, eerste lid, van de WWM.48

Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 tenlastegelegde.

Ten aanzien van parketnummer 05/760005-19 49

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 25 juli 2019 werd bij een doorzoeking in de woning van verdachte in [woonplaats] onder andere een grendelkogelgeweer van het merk [wapen] , type K98, met kaliber 7,92x57 mm gevonden.50

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het in de tenlastelegging genoemde vuurwapen voorafgaand aan 2001 onklaar is gemaakt, zodat het voorhanden hebben van dit wapen niet strafbaar is.

Beoordeling door de militaire kamer

Op 24 juli 2019 zag een medewerker van de EOD een gesprek voorbij komen op de Facebooksite “ [Facebooksite] ”. In het gesprek werd door ‘ [naam] ’ een foto gedeeld met daarop een aantal pistolen, geweren en machinegeweren uit de Tweede Wereldoorlog. De gegevens van deze persoon op zijn profielpagina en zijn vraag om een garagebox in de omgeving van [woonplaats] deden de Koninklijke Marechaussee aan verdachte denken, waarop wederom een onderzoek is gestart.51

De werking van de K98 berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of andere scheikundige reactie. Het wapen is bestemd om projectielen door een loop af te schieten. Om die reden is het een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3⁰, van de WWM jo. artikel 2, eerste lid, Categorie III, onder 1⁰, van de WWM. Het vuurwapen is onklaar gemaakt, maar het is onduidelijk wanneer, waar of door wie dat is gedaan. Dat de K98 al voor 2001 onklaar zou zijn gemaakt, is niet aannemelijk geworden, mede nu de desbetreffende verklaring ontbreekt. Een door een erkenninghouder afgegeven verklaring als bedoeld in artikel 18, derde lid, van de Regeling Wapens en Munitie is niet bij het vuurwapen aanwezig. Nu noch een verklaring noch een certificaat aanwezig is, voldoet het vuurwapen niet aan de eisen die de WWM stelt.52

Gelet op het vorenstaande acht de militaire kamer bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten aanzien van parketnummer 05/760042-18 onder 1, 2, 3 en 4 en het onder parketnummer 760005-19 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

ten aanzien van parketnummer 05/760042-18:

feit 1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2018 tot en met 14 juli 2018 in de gemeente [woonplaats], althans in Nederland en/of in België (telkens) zonder erkenning één of meer wapens van categorie II en/of III en/of onderdelen behorende bij één of meer wapen(s) van categorie II en/of III, te weten

een MG30 (dossier pag. 15 en 16) en/of

 een K98 (dossier pag. 16 en 17) en/of;

 een M1 Garand (dossier pag. 17 en 18) en/of;

 een G43 (dossier pag. 18) en/of;

 een MP35 (dossier pag. 18) en/of;

 een MG42 (dossier pag. 19 en 20) en/of;

 een Lee Enfield No. 4 (dossier pag. 20 en 21) en/of;

een STG (Sten-Gun) (dossier pag. 22) en/of

 een MP40 (dossier pag. 24) en/of;

een MG34 (dossier pag. 24) en/of

één of meer magazijnen (dossier pag. 24);

en/of munitie van categorie II en/of III , te weten

zes, althans een aantal, mortiergrana(a)t(en) (dossier pag. 13 en 14) en/of

 zeventig, althans een aantal, scherpe patro(o)n(en) (dossier pag. 15) en/of

een aantal patro(o)n(en) behorende bij een MG42 en/of MP40 (dossier pag. 24)

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft verhandeld en/of (anderszins) ter beschikking heeft gesteld, al dan niet in uitvoering van een bedrijf en/of,

terwijl, hij verdachte, daar een gewoonte en/of beroep van heeft gemaakt;

feit 2

hij op of omstreeks 25 juli 2018 in de gemeente [woonplaats] één of meer wapen(s) en/of één of meer onderdelen en/of hulpstukken behorende bij één of meer wapen(s) van categorie II, ond 1 van de Wet wapens en munitie te weten

 twee, althans een aantal, mortier(en) met grondplaat, kaliber 8cm (volgnummer 10: pag. 115 t/m 116 + foto's pag. 140 t/m 141 en volgnummer 11: pag. 116 t/m 117 + foto's pag. 142 t/m 143),

zijnde vuurwapen(s) voorhanden heeft gehad

en/of

één of meer wapen(s) van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie te weten

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type MG34, kaliber 7.92 x 57 mm met serienummer [serienummer] (volgnummer 4: pag. 105 t/m 107 + foto's pag. 128 t/m 129) en/of

 een loop behorende tot een machinegeweer van het type MG34, kaliber 7.92 x 57mm (volgnummer 5: pag. 108 t/m 109 + foto's pag. 130) en/of

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type M53, kaliber 7.92 (volgnummer 6: pag. 109 t/m 111, foto's pag. 131 t/m 134) en/of

 een loop behorende tot een machinegeweer van het type MG42/MG53, kaliber 7.92 x 57mm (volgnummer 7: pag. 111 t/m 112 + foto's pag. 135) en/of

 een machinegeweer van het merk [wapen] , type M1919 A4, kaliber .30mm (volgnummer 8: pag. 112 t/m 114 + foto's pag. 136 t/m 137) en/of

 een samenstelling van onderdelen, welke zijn bestemd voor een machinegeweer van het merk [wapen] , type M2, kaliber .50BMG (volgnummer 9: pag. 114 t/m 115 + foto's pag. 138 t/m 139),

zijnde één of meer vuurwapen(s) geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad en/of

één of meer wapen(s) van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie te weten

 twee, althans een aantal, handgrana(a)t(en) model Stielhandgranate 24 (volgnummer 3: pag. 105 + foto pag. 127) en/of

 twee, althans een aantal, antitankmijn(en) model Tellermine 35 (volgnummer 14: pag. 119 t/m 120 + foto's pag. 147) en/of

 twee, althans een aantal, ontsteker(s), type drukontsteker DZ 35A, bestemd voor de antitankmijn Tellermine 35 (volgummer 15: pag. 120 t/m 121 + foto pag. 148) en/of;

 een antipersoneelmijn, type mortiermijn, model S-mine 35 (volgnummer 16: pag. 121 t/m 122 + foto pag. 149) en/of

 zes, althans een aantal, druk- en/of trek ontstekers, bestemd voor de antipersoneelsmijn, type S-mine 35 en/of ZZ42 en/of ZZ35 (volgnummer 17: pag. 122 t/m 123 + foto pag. 150);

zijnde één of meer voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;

feit 3

hij op of omstreeks 25 juli 2018 in de gemeente [woonplaats] munitie van categorie II onder 3 van de Wet wapens en munitie, te weten

 een brisant mortiergranaat van het kaliber 8cm en/of drie, althans een aantal, hierbij behorende mortiergranaatontstekers (volgnummer 12: pag. 117 t/m 118 + foto's pag. 144 t/m 145) en/of

 drie, althans een aantal, brisant mortiergrana(a)t(en) van het kaliber 8cm (volgnummer 13: pag. 118 t/m 119 + foto pag. 146)

voorhanden heeft gehad;

feit 4

hij op of omstreeks 25 juli 2018 in de gemeente [woonplaats] wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen konden vormen en/of die zodanig op een wapen geleken dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt waren, namelijk

 een nabootsing van een machinepistool, welke gelijkende is op een bestaand vuurwapen een Sten Gun, model MK II (volgnummer 1: pag. 103 t/m 104 + foto's pag. 125) en/of

 twee, althans een aantal, nabootsing(en) van een handgranaat, welke gelijkende is/zijn op een bestaande handgranaat een Stielhandgranate 24 (volgnummer 2: pag. 104 t/m 105 + foto pag. 126)

voorhanden heeft gehad.

Ten aanzien van parketnummer 05/760005-19:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks in de periode van 24 juli 2019 tot en met 25 juli 2019 te [woonplaats], in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder l van de Wet wapens en munitie, te weten een (grendelkogel)geweer, van het merk [wapen] , type K98, kaliber 7.92x57millimeter, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/760042-18 op:

feit 1

handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl de schuldige van het in strijd met de wet vervaardigen, transformeren, uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens of munitie een gewoonte maakt.

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.

feit 2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

feit 3

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

feit 4

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/760005-19 op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het bij parketnummer 05/760042-18 onder 1, 2, 3 en 4 en het bij parketnummer 05/760005-19 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met een proeftijd van 2 jaren en daarnaast een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de militaire kamer verzocht om rekening te houden met de omstandigheden dat de relatie van verdachte ten gevolge van deze zaak is verbroken, hij uit huis is gezet en hij geen auto meer heeft. Daarnaast gaat het om een oude zaak. Tevens is verzocht om rekening te houden met de consequenties die deze zaak voor de baan van verdachte kan hebben.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 10 juni 2020;

- een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, van 17 oktober 2019.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van en de handel in wapens en munitie die veelal uit de Tweede Wereldoorlog afkomstig was. Verdachte heeft zich daarbij niet aan de geldende wet- en regelgeving gehouden en heeft zelfs munitie onklaar gemaakt in het schuurtje van zijn ouderlijk huis. Verdachte heeft hiermee een groot risico genomen. De militaire kamer neemt het verdachte verder kwalijk dat hij bewust heeft gekozen voor de handel in deze voorwerpen, ondanks dat hij zelf ook twijfels had over de (il-)legaliteit hiervan. Bovendien heeft verdachte zich in 2019 opnieuw met een wapen zonder geldig certificaat ingelaten, terwijl hij al in voorarrest had gezeten met betrekking tot de gebeurtenissen in 2018. Hij was dus al een gewaarschuwd man. De militaire kamer is van oordeel dat verdachte hardleers was en verwijtbaar heeft gehandeld.

In het reclasseringsadvies is vermeld dat verdachte van jongs af aan is geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en als hobby wapens, munitie en uniformen is gaan verzamelen. Door de onzekerheid over het behoud van zijn baan heeft verdachte psychische klachten gekregen. Hiervoor krijgt hij hulp. Volgens de reclassering zijn er geen risicofactoren waarop ingezet moet worden. Het recidiverisico wordt laag ingeschat.

In het voordeel van verdachte weegt de militaire kamer dat verdachte blijkens het uittreksel justitiële documentatie niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Daarnaast weegt de militaire kamer in het voordeel van verdachte dat hij een verzamelaar is en dat hij geen criminele intenties had. Ook is niet gebleken dat hij heeft gehandeld vanuit winstoogmerk. De militaire kamer houdt bovendien rekening met de omstandigheden dat verdachte al twee jaren is geschorst door Defensie en dat hij al die tijd in onzekerheid verkeert over het behoud van zijn baan.

Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer een taakstraf voor de duur van 240 uren, zoals gevorderd door de officier van justitie, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf, passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen. Deze voorwaardelijke straf zal iets lager zijn dan door de officier van justitie is geëist, omdat de militaire kamer de gevolgen voor verdachte van het tijdsverloop zwaarder weegt dan de officier van justitie.

Ten aanzien van het beslag

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle op de beslaglijst genoemde goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, met uitzondering van de M53, de [wapen] M1919 en de [wapen] MG34. De officier van justitie is primair van mening dat deze drie wapens ter beschikking moeten worden gesteld aan het Opleidings- en Trainingscentrum Koninklijke Marechaussee te Apeldoorn. Subsidiair heeft de officier van justitie gesteld dat ook deze wapens aan het verkeer dienen te worden onttrokken.

De militaire kamer is van oordeel dat alle in beslag genomen en nog niet terug gegeven voorwerpen, met betrekking tot welke het onder parketnummer 05/760042-18 onder feit 2 tot en met feit 4 bewezenverklaarde en het onder parketnummer 05/760005-19 bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Immers, zij zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Met het oog op de primaire beslagvordering van de officier van justitie overweegt de militaire kamer nog dat onttrekking aan het verkeer inhoudt dat de voorwerpen niet meer in het vrije verkeer mogen worden gebracht. Dit behoeft niet zonder meer te betekenen dat de desbetreffende voorwerpen moeten worden vernietigd.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 9, 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De meervoudige militaire kamer:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot het verrichten van een taakstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

 beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht, te weten 6 (zes) uren, zijnde 3 (drie) dagen hechtenis;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald, te weten:

 dat de veroordeelde zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet terug gegeven voorwerpen, te weten:

Voorwerp:

Inbeslagname code:

1 imitatie steelhandgranaat 24

A.01.01.001

1 S-Mine 25 met 3 ontstekers 35, zz35, zz42

A.01.01.002

1 S-Mine zunder 35

A.01.01.003

1 ZZ 35 trek ontsteker antipersoneelsmijn

A.01.01.004

1 huls seinpatroon

A.01.01.005

1 drukontsteker DZ 35 A

A.01.01.006

1 ZDSCHN ANZ 29 trekontsteker

A.01.01.007

1 scherfmantel tbv steelhandgranaat

A.01.01.008

1 steelhandgranaat

A.01.01.009

1 ontstekingsdop tbv huls 8,8 cm

A.01.01.10

1 scherven brisantgranaat

A.01.01.011

1 patroonhuls 40mm

A.01.01.012

1 huls

A.01.01.013

1 Tellermine 35 antitank

A.01.01.014

1 Stengun

A.01.01.015

1 steelhandgranaat

A.02.01.001

1 brisantgranaat

A.02.01.002

1 machinegeweer M2 (.50)

A.02.01.011

1 insteekloop

A.02.02.012

1 granaat mortier houderbuis

A.02.01.013

1 MG53

A.02.01.014

1 [wapen] M1919 .30

A.02.01.015

1 [wapen] MG34

A.02.01.016

1 certificaat

A.03.01.001

1 certificaat

A.03.01.002

1 certificaat

A.03.01.003

1 certificaat

A.03.01.004

1 model GC 6 mm

A.02.01.017

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer (voorzitter) en mr. P.C. Quak, rechters,

en kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 augustus 2020.

Zijnde mrs. Van Deventer en Bril buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een adjudant-onderofficier van de politie Koninklijke Marechaussee, Recherche Team 3, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaal nr. 1808230811.4395, onderzoeksnummer 27EAD180002 / 27CUNLIFFE, gesloten op 18 juli 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020; proces-verbaal van bevindingen betreffende verkoop “K98”, p. 162 t/m 164; proces-verbaal van bevindingen betreffende koop en verkoop 3x vuurwapen, p. 166 t/m 168; proces-verbaal van vierde verhoor verdachte, p. 267; proces-verbaal van bevindingen betreffende koop MG42, p. 174 en 175; proces-verbaal van bevindingen betreffende verkoop Lee Enfield, p. 178 en 179.

3 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020; Proces-verbaal van vierde verhoor verdachte, p. 266 t/m 268; proces-verbaal van bevindingen betreffende verkoop “K98”, p. 163.

4 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020; proces-verbaal van bevindingen betreffende onklaar maken munitie/mortieren, p. 194 en 197.

5 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020.

6 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 58; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 115 en 116; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 140 t/m 143.

7 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 57; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 105; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 128 en 1219.

8 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 59; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 108; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 130.

9 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 57; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 109, bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 131 t/m 134.

10 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 59; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 111 en 112, bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 135.

11 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 58; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 112; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 136 en 137.

12 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 60; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 114, bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 138 en 139.

13 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 58; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 105; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 127.

14 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 58; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 119; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 147.

15 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 59; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 120, bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 148.

16 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 58; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 121; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 149.

17 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 58; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 122; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 150.

18 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 57; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 103, bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 125.

19 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 59; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 104, bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 126.

20 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 59; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 119; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 146.

21 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020.

22 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2017, mutatienr. PL27QR/18-062907, blz. 2 en 3.

23 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020; proces-verbaal van bevindingen betreffende koop/verkoop en bemiddelaar 3x vuurwapen, p. 184 t/m 186.

24 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2017, mutatienr. PL27QR/18-062907, blz. 4.

25 Proces-verbaal van bevindingen betreffende “ [getuige] ”, p. 152, alsmede verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020; proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 219.

26 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2017, mutatienr. PL27QR/18-062907, blz. 2.

27 Proces-verbaal van bevindingen betreffende koop 70 patronen, p. 155 en 156.

28 Proces-verbaal van bevindingen betreffende verkoop 70 patronen, p. 158 en 159.

29 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2017, mutatienr. PL27QR/18-062907, blz. 2.

30 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 45 en 47; proces-verbaal van bevindingen betreffende “ [getuige] ”, p. 152.

31 Proces-verbaal van bevindingen betreffende verkoop 70 patronen, p. 159 en 160.

32 Proces-verbaal van bevindingen betreffende verkoop 70 patronen, p. 162.

33 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020.

34 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 20 juli 2020.

35 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 115 t/m 117.

36 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 106 t/m 108.

37 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 109 t/m 111.

38 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 112 t/m 114.

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 203 en 204; proces-verbaal van bevindingen betreffende contact [fabrikant] , p. 198

40 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 108, 109, 111 en 112.

41 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 115.

42 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 105.

43 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 120 t/m 122.

44 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 59; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 117, bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 144 en 145.

45 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 56 en 59; proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 118 en 119; bijlage bij proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 146.

46 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 117 en 118.

47 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 118 en 119.

48 Proces-verbaal betreffende identificatie diverse wapens, p. 103 en 104.

49 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een wachtmeester der eerste klasse van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Recherche, Robuust team 3, opgemaakte proces-verbaal, proces-verbaal nr. 1911140930.6825, onderzoeksnaam 19-067538, gesloten op 13 november 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

50 Proces-verbaal betreffende identificatie vuurwapen, p. 20.

51 Een schriftelijk bescheid zijnde een e-mail d.d. 24 juli 2019 met bijlagen, p. 6 t/m 9.

52 Proces-verbaal betreffende identificatie vuurwapen, p. 20 t/m 22.