Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4309

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-08-2020
Datum publicatie
26-08-2020
Zaaknummer
05/881496-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Militair veroordeeld voor verduistering van kogelwerende vesten en platen tot een werkstraf van 180 uur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/881496- [nummer 3]

Datum uitspraak : 24 augustus 2020

Tegenspraak (artikel 279 Wetboek van Strafvordering)

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,

[adres] .

Raadsman: mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 augustus 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september 2018 tot en met 08 november 2018 in de gemeente Den Helder uit een loods, zijnde een magazijn, op [naam 3] in de [naam haven] van de Koninklijke Marine telkens opzettelijk vier, althans een aantal, (kogelwerende) vesten en/of daarbij behorende kogelwerende platen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoorde aan het Ministerie van Defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten order picker in één of meer loods(en), zijnde (een) magazijn(en) van de Koninklijke Marine, elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde verduistering in dienstbetrekking van vier kogelwerende vesten en kogelwerende platen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de kogelwerende vesten en kogelwerende platen, die door een pseudokoper van de politie zijn aangekocht, door verdachte zijn aangeleverd.

Mocht de militaire kamer anders van oordeel zijn, dan heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid van artikel 322 Sr (verduistering in dienstbetrekking) omdat verdachte in zijn functie als matroos ambtenaar was en derhalve niet in een persoonlijke dienstbetrekking stond. De strafverzwarende omstandigheid die wel voor ambtenaren geldt (artikel 44 Wetboek van Strafrecht), is niet ten laste gelegd.

Beoordeling door de militaire kamer

Verdachte werkte in de periode van 17 september 2018 tot en met 8 november 2018 als matroos bij de Koninklijke Marine in Den Helder. Verdachte was in die tijd order picker bij de [naam 2] in Den Helder. Hij werkte in Loodsen [nummer 3] , [nummer 4] en [nummer 5] op [naam 3] in de [naam haven] aldaar. Die loodsen fungeerden als magazijn.2

Op 17 september 2018 omstreeks 14:38 uur werd met het telefoonnummer [nummer 1] (dit nummer was in gebruik bij ene [naam 1] ) gebeld naar het telefoonnummer [nummer 2] , dat bij verdachte in gebruik was. In dit gesprek heeft verdachte onder meer gezegd:

“vessies € 100,- (…) als er nu 4 weg gaan, dan gaat er gezegd worden he we hebben laatst 15 nieuw gekregen. (…) Daarom kan je niet groot meenemen. (…) He dan hadden we allemaal invallen gehad (…) Een inval bij mij maakt wel uit.” en “Ik zorg voor 2 en ik kijk in de loop van de week of ik nog 2 kan krijgen”.3

Verdachte heeft verklaard dat [nummer 2] zijn nummer was en dat hij zijn telefoon niet uitleende.4

De militaire kamer concludeert uit het vorenstaande dat verdachte tegen die [naam 1] zei dat hij niet vier vesten (à 100 euro per stuk) in één keer uit de marineloods kon meenemen, maar dat hij wel eerst twee vesten kon meenemen en later nog eens twee vesten. Ook leidt de militaire kamer uit dit gesprek van 17 september 2018 af dat verdachte niet wilde dat hij betrapt zou worden omdat dit kon leiden tot een inval bij hem thuis.

Door de politie is gezien dat op 21 september 2018 door ene ‘ [naam 4] ’ vier zwarte kogelwerende vesten via Telegram werden aangeboden.5 Het Telegram account ‘ [naam 4] ’ was gekoppeld aan telefoonnummer [nummer 1] , zijnde het nummer dat in gebruik was bij [naam 1] .6

De militaire kamer trekt hieruit de conclusies dat ‘ [naam 4] ’ en [naam 1] één en dezelfde persoon betrof en dat [naam 1] , die op 17 september 2018 met verdachte besprak dat hij in totaal vier vesten zou meenemen, op 21 september 2018 vier kogelwerende vesten te koop aanbood. Op grond hiervan heeft de militaire kamer reeds de overtuiging dat (ten minste twee van) de te koop aangeboden vesten afkomstig waren van verdachte.

Op 26 september 2018 omstreeks 19:12 uur vond bij de [naam 5] in [plaatsnaam 2] een ontmoeting plaats tussen ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] en een verbalisant van het pseudokoopteam van de politie. ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] gaf tijdens die ontmoeting aan dat hij aan bruine zware vesten kon komen en liet daarvan foto’s zien. Verbalisant herkende het getoonde vest als een zwaar militair vest. Omstreeks 19:33 uur vroeg verbalisant aan ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] of hij ook aan andere vesten kon komen. ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] gaf aan dat hij er misschien wel aan kon komen, maar dan even moest bellen. Hierop heeft ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] zijn telefoon gebruikt, maar gaf hij aan dat er niet werd opgenomen. Hierna voerde hij alsnog een telefoongesprek.7

Op ongeveer hetzelfde moment, op 26 september 2018 omstreeks 19:33 uur, werd blijkens de telefoontap door het telefoonnummer [nummer 1] van [naam 1] (bij de pseudokoper bekend als ‘ [naam 4] ’) uitgebeld naar verdachte, maar er werd niet opgenomen. Vervolgens belde [naam 1] uit naar een telefoonnummer van een onbekende. In dat gesprek vroeg [naam 1] of de onbekende bij " [naam 6] " was en of " [naam 6] die platen nog pakt".8 De militaire kamer concludeert uit het vorenstaande allereerst dat dit gesprek in bijzijn van de pseudokoper is gevoerd door [naam 1] , dat hier met “[naam 6]” werd gedoeld op verdachte [verdachte] en dat [naam 1] wilde weten of verdachte ook kogelwerende platen voor de vesten zou meenemen uit de marineloods.

Op 27 september 2018 omstreeks 20:00 uur vond de eerste pseudokoop plaats. De pseudokoper kocht van ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] voor 440 euro twee zandkleurige vesten met daarin kogelvrije platen. Op de platen zaten witte stickers met daarop een [naam 7] (NSN). Ook stond erop vermeld: Ministerie van Defensie (NLD). ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] gaf tijdens de pseudokoop aan dat de vesten en platen afkomstig waren van Defensie en dat een maatje van hem deze achterover trok. Deze platen en vesten waren afkomstig van zijn maatje in Den Helder volgens ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] . Omstreeks 20:24 uur die dag heeft de pseudokoper aan ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] gevraagd of hij zijn maat in Den Helder niet kan bellen voor een zwart vest met platen. Hierop heeft ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] een telefoongesprek gevoerd waarin hij zei: "Ik heb er nu al twee maar moet er vier hebben in totaal". Hierna gaf ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] in de richting van de pseudokoper aan “wordt moeilijk met die zwarte vest, maar platen heeft hij er genoeg van liggen, dus dat is geen probleem. Vesten kan je eventueel zelf nog aanschaffen. Mogelijk passen die platen niet in die zwarte vest. Maar dat weet ik morgen. Dus platen is geen probleem, maar vest wel."9

Op ongeveer hetzelfde moment, op 27 september 2018 omstreeks 20:27 uur, bleek uit de telefoontap dat [naam 1] telefoneerde met verdachte en zei: “Ik heb vier nodig (…) nog twee (…) zwart als het kan”. Verdachte antwoordde: “Maar dat kan sowieso niet met die dikke (…) de platen zij er wel maar ik weet niet of die in die zwarte passen. Daar kan ik niet voor garant staan”.10

De militaire kamer trekt uit het vorenstaande de conclusies dat [naam 1] met ‘zijn maatje in Den Helder’ doelde op verdachte, dat verdachte degene was die de vesten en kogelwerende platen ‘achterover trok’ en dat verdachte op verzoek kogelwerende platen kon leveren.

Op 28 oktober 2018 liet een verbalisant van het pseudokoopteam aan ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] weten dat de vesten goed waren bevallen en dat hij er nog twee wilde. Vervolgens was er over en weer contact en op 6 november 2018 liet ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] in reactie hierop weten: “Gaat lukken (…) eind van de dag komt hij bij me langs hij heb 100% die platen zei die maar hij gaat zich hard maken om m compleet te maken zegt ie.”11

De telefoon van [naam 1] is onderzocht en daarop is het volgende Telegram-gesprek van 6 november 2018 om 13:43 uur gevonden tussen ene ‘ [naam 8] ’ en ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] :

[naam 8] :

Niet de mooiste maar wel goed

Alles wat ik met me vinger aanwees haal ik eraf

Na deze berichten stuurde ‘ [naam 8] ’ twee filmpjes naar ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] . Daarop was te zien dat een persoon door een gangpad in een magazijn loopt met aan weerzijden hoge stellingkasten met kogelwerende platen en vesten. Die persoon blijft bij een stelling staan en tilt een kogelwerend vest op en draait hem om. Daarna wijst die persoon met zijn vingers verschillende plekken op het vest aan.12

Getuige [getuige] heeft verklaard dat deze filmpjes, die op de telefoon van ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] zijn aangetroffen, gemaakt zijn in marineloods [nummer 5] in Den Helder.13

Na de filmpjes hebben ‘ [naam 8] ’ en ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] elkaar het volgende verstuurd:

[naam 8] :

En je hebt gewoon bruin vest met 2 dikke platen nodig meer niet toch?

[naam 4] :

Okee man. Goeie zaak

(…)

[naam 4] :

Vergeet niet te komen.14

Diezelfde dag, 6 november 2018, omstreeks 17:39 uur stuurde ‘ [naam 8] ’ aan ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] :

Pik net net op Nieuws, Politie is as we speak een persconferentie houden. Over dit. 15

Direct daarop, op 6 november 2018 om 17:40 uur, belde [naam 1] (‘P’) naar verdachte (‘K’) en vond tussen hen het volgende telefoongesprek plaats:

K: Jo

P: Op welk kanaal is dat dan?

K: Ja dit is op RTL4 man, het zal zo wel op het nieuws komen

P: RTL4, wat is het, waar gaat het over?

K: Ja over dat ze een chatdienst hebben gekraakt en 256.000 berichten hebben gelezen en van alles en nog wat invallen.

P: Kanker, komt dat vandaag?

K: Dus.. as we speak... ze zeiden de politie is momenteel nu een persconferentie aan het geven, maar die kanje niet vinden

P: Dus ik kan beter naar huis gaan en dat.eh.. kan ik het bij jou stashen?

K: Ik zou het nieuws even kijken

P: Het nieuws..

K: Ja dat zou ik doen...

P: Maar kan ik het bij jou even kwijt dan?

K: ..ehh... ja maar niet ala minute.

P: Ja wanneer dan?

K: ..ehh.. uurtje ofzo?

P: Met een uur, oke, dan moet ik het.. maar ik kijk nu op RTL4 en daar is niets.

K: Nee dat weet ik, maar het nieuws komt straks en dan gaan ze tekst en uitleg geven en daarna moetje pas gaan kijken wat ze gaan doen.(…)”16

De militaire kamer concludeert uit de inhoud van het Telegram-gesprek tussen ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] en ‘ [naam 8] ’ en het vrijwel direct daarop volgende telefoongesprek tussen ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] en verdachte, dat ook over die persconferentie van de politie ging, dat ‘ [naam 8] ’ en verdachte één en dezelfde persoon betrof. Ook kan uit het telefoongesprek worden afgeleid dat beiden op korte termijn wilden afspreken omdat [naam 1] iets wilde stashen (verbergen) bij ‘ [naam 8] ’/verdachte.

Diezelfde dag, 6 november 2018, heeft een observatie plaatsgevonden. Daarbij is waargenomen dat er tussen 17:44 uur en 19:30 uur een ontmoeting plaatsvond tussen [naam 1] , een man die leek op verdachte en een onbekend gebleven persoon op een parkeerplaats aan de [straatnaam 1] in [plaatsnaam 1] . De man die op verdachte leek en [naam 1] werden later gezien in [plaatsnaam 3] in een perceel aan de [straatnaam 2] , waar werd gezien dat [naam 1] omstreeks 20:00 uur zijn kofferbak opende.17

Op 7 november 2018 omstreeks 20:14 uur heeft een tweede pseudokoop plaatsgevonden. Verbalisant/pseudokoper kocht van ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] twee kogelwerende vesten met platen voor 400 euro. ‘ [naam 4] ’/ [naam 1] gaf aan dat één van de vesten een ouder model betrof.18

Op 12 oktober 2018 hadden opsporingsambtenaren de kogelwerende platen die lagen opgeslagen in stelling nummer [nummer 6] van Loods [nummer 5] van de [naam haven] te Den Helder voorzien van een unieke markering met behulp van een forensische marker.19

Na de tweede pseudokoop is de herkomst van de vier aangekochte vesten onderzocht.

Vesten 1 en 2 die bij de eerste pseudokoop zijn gekocht bleken zandkleurig met zware platen. Deze vesten zijn van hetzelfde model. Vesten 3 en 4 die bij de tweede pseudokoop zijn gekocht zijn zandkleurig met zware platen, maar deze vesten bleken niet van hetzelfde model.

De militaire kamer concludeert dat de vesten 1 en 2, gezien het model en de opdruk aan de binnenzijde van de kogelwerende platen, afkomstig zijn van het Ministerie van Defensie.

Dat geldt ook voor vest 4. Immers, op de kogelwerende plaat van dit vest is de hiervoor bedoelde, op 12 oktober 2018 aangebrachte, unieke markering teruggevonden.

Van vest 3 bleek de herkomst niet met zekerheid te bepalen.20

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, heeft de militaire kamer de overtuiging dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verduisteren uit een marineloods op het [naam 3] van vier vesten en bijbehorende kogelwerende platen. Nu verdachte, in de telefoon van [naam 1] aangeduid als ‘ [naam 8] ’, op 6 november 2018 heeft geschreven “Niet de mooiste maar wel goed”, ging het naar het oordeel van de militaire kamer telkens om goed materiaal dat in de loods lag. Derhalve was geen sprake van afgekeurd materiaal, zoals door verdachte op enig moment tijdens zijn verhoor is beweerd.

De militaire kamer zal verdachte, die matroos was, wel vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging ‘uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking’, nu de bewijsmiddelen onvoldoende ondersteuning bieden voor de conclusie dat sprake was van een ‘persoonlijke dienstbetrekking’ als bedoeld in artikel 322 Wetboek van Strafrecht.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 september 2018 tot en met 08 november 2018 in de gemeente Den Helder uit een loods, zijnde een magazijn, op [naam 3] in de [naam haven] van de Koninklijke Marine telkens opzettelijk vier, althans een aantal, (kogelwerende) vesten en/of daarbij behorende kogelwerende platen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehoorde aan het Ministerie van Defensie, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten order picker in één of meer loods(en), zijnde (een)

magazijn(en) van de Koninklijke Marine, elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

verduistering, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (integrale) vrijspraak bepleit, maar voor het geval de militaire kamer wel tot een bewezenverklaring komt, heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat oplegging van een taakstraf passender is en daartoe verwezen naar uitspraken in vergelijkbare zaken.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 15 juli 2020.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering van vier kogelwerende vesten en kogelwerende platen. Dit is een ernstig feit, waarbij verdachte met het oogmerk van winstbejag misbruik heeft gemaakt van de omstandigheid dat hij beroepsmatig kon beschikken over de voorraden van de marine. Dat verdachte de verduisterde kogelwerende vesten en platen vervolgens heeft geleverd aan iemand die de spullen in een dubieus milieu doorverkocht, acht de militaire kamer bijzonder kwalijk. Dat geldt temeer nu het een feit van algemene bekendheid is dat zulke goederen binnen het criminele milieu worden gebruikt, onder meer om te kunnen ontkomen aan aanhoudingen door opsporingsdiensten.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de militaire kamer anderzijds rekening met de omstandigheid dat uit verdachte’s strafblad volgt dat hij niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. Bovendien is sprake van oudere feiten, terwijl zijn ontmaskering grote gevolgen voor verdachte heeft gehad. Hij is immers ontslagen bij Defensie.

Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer een taakstraf voor de duur van 180 uur passend en geboden. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is geëist, omdat de militaire kamer - vanwege de partiële vrijspraak van de strafverzwarende omstandigheid - tot een andere bewezenverklaring komt.

7a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij Koninklijke Marine/Ministerie van Defensie heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezen-verklaarde. De benadeelde partij heeft de vordering ter terechtzitting gewijzigd zodat gevorderd wordt een bedrag van € 1.503,06.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de hoogte van de vordering dient te worden gematigd. Immers, de onderhavige kogelwerende vesten en platen zijn in handen van de Koninklijke Marechaussee, zijnde eveneens onderdeel van het Ministerie van Defensie, en kunnen terug naar de marine.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, dan wel dat de vordering dient te worden afgewezen.

Beoordeling door de militaire kamer

Door de officier van justitie is ter terechtzitting aangegeven dat de kogelwerende vesten en platen bij de Koninklijke Marechaussee liggen en terug kunnen naar de marine. Ten gevolge hiervan acht de militaire kamer niet aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden. De militaire kamer zal de vordering daarom afwijzen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De meervoudige militaire kamer:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij Koninklijke Marine/Ministerie van Defensie

wijst af de vordering tot schadevergoeding.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter) en mr. R.H.M. Pennings, rechters, en kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 augustus 2020.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [naam 9] van de Koninklijke Marechaussee opgemaakte proces-verbaal (onderzoek [naam 10] ), gesloten op 1 juli 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het proces-verbaal van start onderzoek, p. 10 en het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 190-191.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 316

4 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 191.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 354-356.

6 Het proces-verbaal van verdenking, p. 337.

7 Het proces-verbaal van bevindingen pseudokoop, p. 357--360.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 381.

9 Het proces-verbaal van bevindingen pseudokoop, p. 386-389.

10 Het proces-verbaal van bevindingen tapgesprekken verduistering kogelwerend vest, p. 341.

11 Het proces-verbaal bevindingen pseudokoop, p. 402

12 Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon, p. 439-443

13 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 540-541.

14 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 439-440.

15 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 439-441 en proces-verbaal van bevindingen correctie, p 443.

16 Het proces-verbaal correctie tapgesprek, p. 345 (inclusief bijlage 1, p. 341 en bijlage 2, p. 347).

17 Het proces-verbaal van observeren 6 november 2018, p. 397-400.

18 Het proces-verbaal bevindingen pseudokoop, p. 403-404.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 447-448.

20 Het proces-verbaal van bevindingen kogelwerende vesten, p. 449 451.