Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4277

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-08-2020
Datum publicatie
25-08-2020
Zaaknummer
05/303736-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Brandstichting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/303736-19

Datum uitspraak : 25 augustus 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres verdachte] ,

raadsvrouw: mr. J.J.M. Pinners, advocaat te Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 augustus 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 20 december 2019 te Nijmegen, ter uitvoering van het door hem

voorgenomen misdrijf om,

opzettelijk een ontploffing te veroorzaken in een woning gelegen aan de [adres verdachte] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, met dat opzet:

- de gasslang van het fornuis heeft doorgesneden en/of

- de gastoevoer van het fornuis open heeft gezet en/of

- ( daarbij) alle ramen en/of deuren van (een kamer van) voornoemde woning heeft afgesloten

en/of afgesloten heeft gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(Artikel art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte met zijn impulsieve wanhoopsdaad een einde aan zijn leven wilde maken, maar dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het teweeg brengen van een ontploffing in zijn woning waarmee gevaar voor anderen zou ontstaan. Om die reden zou verdachte moeten worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 20 december 2019 zichzelf van het leven wilde beroven. Hij nam een hoeveelheid GHB2 en Oxazepam3 in. Vervolgens zette hij de gaspitten van zijn gasfornuis open en sneed de gasleiding in de keuken van zijn woning aan de [adres verdachte] in Nijmegen door. Hij sloot de ramen en deuren, zodat niemand in de woning kon en het gas de ruimte zou vullen. Ook hing verdachte briefjes op om mensen te waarschuwen dat de gasleiding openstond.4

Omstreeks 18:45 uur op 20 december 2019 belde verdachte met zijn zus en maakte verdachte opmerkingen over hoe hij zijn begrafenis geregeld wilde hebben en over het opendraaien van de gaskraan. De zus van verdachte merkte dat verdachte onder invloed was. Na het telefoongesprek heeft zij onmiddellijk 112 gebeld.5

Omstreeks 18:50 uur kreeg de politie de opdracht om naar de [adres verdachte] te Nijmegen te gaan, omdat de bewoner suïcide wilde plegen. Op de voordeur hing een briefje met de tekst dat de gaskraan was opengedraaid. Hierop heeft de brandweer de voordeur van de woning geopend en de hoofdgasleiding afgesloten. In de woning werden geen bewoners aangetroffen. Op de deur van de aanbouw in de achtertuin werd op de deur een briefje aangetroffen met de tekst: ‘Danger, gas open, call police’. Na het inslaan van een ruit werd er een sterke gaslucht geroken.6 Door de brandweer werd een meting op explosiegevaar gedaan. De meter kwam in alarm toen deze meer richting het plafond werd gehouden. De meetwaarde was 14% van de onderste explosiegrens. Het gas was buiten duidelijk te ruiken.7 De persoon in de aanbouw, verdachte, opende de deur en is aangehouden.8 In de lade onder de gaskookplaat hing een sterke gaslucht. De gasslang was nagenoeg geheel doorgesneden.9

De Officier van Dienst van de brandweer heeft verklaard dat de aanbouw waar verdachte zich bevond was gevuld met gas. De hoeveelheid gas zat onder het explosieniveau. Wel was er een grote ophoping van gas. Aan de zijkant van de aanbouw zat een grote schuifpui van grote ramen. Als het gas zou ontploffen dan zou de druk voornamelijk via deze schuifpui naar buiten kunnen gaan. Het gevaarlijke van gas is dat het een uitweg zoekt en daarom ook kan ontploffen in een ander deel van het gebouw. In dat geval zou ook de complete gevel eruit kunnen vliegen. De exacte gevaarzetting was niet te bepalen, maar moet als zeer hoog worden beschouwd. Zou de explosie alleen de schuifpui raken dan was er weinig kans dat er slachtoffers of schade zou zijn vanwege de locatie van de schuifpui. De schuifpui kwam uit in de achtertuin. Wanneer de explosie zich op een ander deel van de woning zou richten dan kon de schade niet worden ingeschat.10

Op basis van het voorgaande kan worden vastgesteld dat verdachte een hoeveelheid gas heeft laten stromen in zijn woning, in de aanbouw aan de [adres verdachte] te Nijmegen. Zoals uit het onderzoek naar voren is gekomen en verdachte ook heeft verklaard is de gasleiding doorgesneden. Het gas heeft de niet-geventileerde woning kunnen instromen waardoor een ophoping van gas is ontstaan. Door gasophoping kan een explosief mengsel ontstaan dat uiteindelijk een ontploffing kan veroorzaken. Deze gasophoping is geëindigd door ingrijpen van de politie. Op dat moment waren er geen bewoners in de buurt van de aanbouw aanwezig. Dit doet echter niet af aan de constatering dat verdachte door zijn handelen de aanmerkelijke kans op gemeen gevaar voor de woning, de belendende percelen/kamers, goederen, levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen in het leven heeft geroepen en deze kans ook heeft aanvaard. Het is per slot van rekening een feit van algemene bekendheid dat een ophoping van gas door uiteenlopende oorzaken tot een ontploffing kan leiden. Het tijdstip waarop dit gebeurt en waardoor dit gebeurt is niet eenvoudig te voorspellen noch te sturen. Het enkele feit dat verdachte op het moment van het doorsnijden van de gasleiding veronderstelde dan wel had vastgesteld dat er in het door hem verhuurde woonhuis geen mensen aanwezig waren, is dus niet doorslaggevend: deze konden na verloop van tijd thuiskomen. Ook de door anderen in kennis gestelde hulpverleners liepen gevaar vanwege de door verdachte in het leven geroepen situatie.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 20 december 2019 te Nijmegen, ter uitvoering van het door hem

voorgenomen misdrijf om, opzettelijk een ontploffing te veroorzaken in een woning gelegen aan de [adres verdachte] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was, met dat opzet:

- de gasslang van het fornuis heeft doorgesneden en/of

- de gastoevoer van het fornuis open heeft gezet en/of

- ( daarbij) alle ramen en/of deuren van (een kamer van) voormelde woning heeft afgesloten

en/of afgesloten heeft gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 423 dagen, waarvan 63 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest en daarnaast een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht en een voortzetting van de in het kader van de schorsing door de rechtbank opgelegde voorwaarden, waardoor verdachte steun in de rug krijgt om drugsvrij te blijven en de positieve ontwikkeling voort te zetten.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 30 juni 2020;

- een voorlichtingsrapportage van Tactus Verslavingszorg, gedateerd 19 maart 2020;

- een Pro Justitia rapport, psychologisch onderzoek van [naam 1] , GZ-psycholoog BIG/ supervisor en [naam 2] , GZ-psycholoog BIG/supervisant, gedateerd 17 maart 2020.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing in zijn woning waarbij gemeen gevaar voor goederen en personen te duchten was. Verdachte heeft zijn omgeving ernstig in gevaar gebracht door de gasleiding door te snijden en zijn niet geventileerde woning vol te laten stromen met gas. Dit is een ernstig feit. Het is aan zijn zus te danken geweest dat politie en brandweer binnen korte tijd ter plaatse waren om erger te voorkomen. Een poging tot het veroorzaken van een ontploffing, zeker waarbij sprake is van omliggende woningen en bewoners, is een misdrijf dat een ernstig inbreuk maakt op de rechtsorde en in de samenleving grote gevoelens van angst, onveiligheid en onrust veroorzaakt. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Uit het psychologisch onderzoek komt naar voren dat verdachte lijdt aan een ernstige GHB-verslaving. Daarnaast heeft hij een aanpassingsstoornis. Ten tijde van het tenlastegelegde waren beide stoornissen aanwezig. Tijdens het tenlastegelegde was de stress zo ondraaglijk en ervoer verdachte zijn situatie als zo uitzichtloos, dat hij meer middelen heeft ingenomen dan gebruikelijk. Onder invloed hiervan is hij tot een impulsieve wanhoopsdaad gekomen: hij heeft een suïcidepoging ondernomen. Het advies luidt om het ten laste gelegde in (enigszins) verminderde mate toe te rekenen aan verdachte. Er is bij verdachte een matig tot hoog risico op algemene recidive en een laag risico op een geweldsdelict. Het algemene risico kan verlaagd worden door een succesvolle ambulante behandeling gericht op verslavings- en andere problematiek met daarnaast reclasseringstoezicht. Het middelengebruik wordt als grootste risicofactor gezien voor de kans op recidive. Een verplichte ambulante behandeling in de verslavingszorg is geïndiceerd, gericht op enerzijds het abstinent zijn en blijven en anderzijds gericht op zelfontwikkeling. Ook moeten de beschermende factoren verbeterd worden. Gezien de verslavingsproblematiek is het van belang dat urinecontroles en de optie tot klinische detox (bij terugval in gebruik), in de voorwaarden worden opgenomen. Verdachte dient zijn financiën weer op orde te krijgen, zodat hij een faillissement kan afwenden. Daarnaast is herstel van het sociale netwerk van groot belang om op die manier ingebed te zijn in een steunsysteem.

Uit het rapport van Tactus Verslavingszorg komt naar voren dat verdachte gemotiveerd zegt te zijn voor hulpverlening in de vorm van begeleiding en behandeling. Hij schaamt zich omdat hij die hulp nodig heeft. Daardoor heeft hij hulpverlening in het verleden altijd afgehouden. Tot nu toe is hij de afspraken met de reclassering, in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis, nagekomen. Een (deels) voorwaardelijke straf wordt geadviseerd met bijzondere voorwaarden.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de hierna te melden duur. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen en aan deze voorwaardelijke straf de hierna te melden bijzondere voorwaarden koppelen. Dit doet de rechtbank enerzijds om de ernst van het gepleegde feit tot uitdrukking te brengen en anderzijds om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en om hem te verplichten de noodzakelijk geachte behandeling te ondergaan.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en zij houdt daarmee meer rekening met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Ten aanzien van het beslag

Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp te weten een valmes, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 45 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 303 (driehonderddrie) dagen;

 bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 240 (tweehonderdveertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de verslavingsreclassering van Iriszorg op het adres Tarweweg 20, 6534 AM te Nijmegen en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat noodzakelijk dat nodig vindt;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Iriszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling begint zo spoedig mogelijk. Veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener hem geeft voor de behandeling. Bij een aanleiding, bijvoorbeeld een terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik of ernstige zorgen over het psychiatrische toestandsbeeld, waardoor risicovolle situaties kunnen ontstaan, zal veroordeelde meewerken aan een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling en/of detoxificatie en/of stabilisatie en/of observatie en/of diagnostiek. Als deze kortdurende klinische opname wordt geïndiceerd, zal veroordeelde zich laten opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de reclassering, voor de duur van maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering dit nodig vindt;

- gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een leefstijltraining 24/7 of een andere gedragsinterventie die gericht is op verslaving en middelengebruik, te bepalen door de reclassering, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens de reclassering aan de veroordeelde zullen worden gegeven;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovend(e) middel(en), voor zolang de reclassering dit nodig acht en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan urineonderzoek, zo vaak en wanneer de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zal meewerken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde zal inzicht geven aan de reclassering in zijn financiën en schulden;

- zal zich actief en aantoonbaar inzetten om werk en/of andere zinvolle dagbesteding te vinden en te behouden, ook indien dit vrijwilligerswerk inhoudt. Betrokkene verandert niet van werk of dagbesteding, zonder goedkeuring van de reclassering.

- geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht).

- stelt als voorwaarde dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- stelt als voorwaarde dat veroordeelde medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;

Ten aanzien van het beslag

 beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een valmes.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. C.J.M. van Apeldoorn en
mr. Y. Yildiz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Verhagen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 augustus 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, basisteam Tweestromenland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2019567216, gesloten op 23 december 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 augustus 2020.

3 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 40.

4 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 augustus 2020.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 9.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 11.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 17.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 11.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 15.

10 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 22.