Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:4038

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-08-2020
Datum publicatie
27-08-2020
Zaaknummer
NL19.21119
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling advocaat eiser in de proceskosten (artikel 245 Rv). In akte vermindering van eis (tot nihil) - na regieaanwijzing met zienswijze Rb - vermeldt advocaat zelf dat hij de formele procespartij niet bevoegd heeft vertegenwoordigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORBLAD

Rechtbank Gelderland

Zaaknummer: NL19.21119

All-In Food B.V. tegen [verweerder]

Vonnis van 20 augustus 2020

vonnis

_________________________________________________________________ _

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer: NL19.21119

Vonnis van 20 augustus 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ALL-IN FOOD B.V.,
gevestigd te Ermelo,
eiseres, hierna te noemen: All-In Food B.V.,
[naam Advocaat],

tegen

[verweerder] H.O.D.N. [bedrijf],
wonende te Ermelo,
verweerder, hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat mr. M.E. Meijnhardt te Amersfoort.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de procesinleiding

- de akte houdende overlegging bewijsstukken van All-In Food B.V.

- het verweerschrift

- het door de griffier op 15 april 2020 aan partijen verzonden bericht, mede inhoudende de voorlopige zienswijze van de rechtbank

- de akte vermindering van eis (tot nihil)

- het door de griffier op 28 mei 2020 aan partijen verzonden bericht dat [verweerder] zich in zijn antwoordakte kan beperken tot het debat over de proceskostenveroordeling

- de akte van [verweerder]

- het verzoek van beide partijen om vonnis te wijzen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

All-In Food B.V. staat onder nummer 64293254 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Blijkens het uittreksel uit de Kamer van Koophandel van 21 augustus 2019 (productie 1 van All-In Food B.V.) respectievelijk 19 december 2019 (productie 1 van [verweerder] ) drijft zij vanaf 7 oktober 2015 een onderneming in vleesverwerking (niet tot maaltijden) en groothandel in voedings- en genotmiddelen algemeen assortiment. Deze onderneming is gevestigd aan de [adres] . Vanaf genoemde datum wordt door All-In Food B.V. enkel de handelsnaam All-In Food B.V. gevoerd. Bestuurder van All-In Food B.V. is vanaf de oprichting DOE Holding B.V.

2.2. @

All-In Food B.V. staat onder nummer 65754212 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Blijkens het uittreksel uit de Kamer van Koophandel van 19 december 2019 (productie 2 van [verweerder] ) is @All-In Food B.V. opgericht op 4 april 2016. Blijkens dat uittreksel houdt de door @All-In Food B.V. gedreven onderneming, handelend onder de naam @All-In Food B.V. en gevestigd op hetzelfde adres in Ermelo, zich bezig met vleesverwerking (niet tot maaltijden) en groothandel in vlees en vleeswaren en in wild en gevogelte (niet levend). Vanaf de oprichting tot 16 maart 2017 was Holding All-In B.V. enig aandeelhouder van @All-In Food B.V. Sinds 16 maart 2017 is bestuurder en enig aandeelhouder van @All-In Food B.V. Alex Food Holding B.V., wederom gevestigd aan de [adres] . [naam 1] is vanaf de oprichting van Alex Food Holding B.V. op 3 maart 2017 bestuurder van deze vennootschap. [naam 1] is alleen/zelfstandig bevoegd deze vennootschap te vertegenwoordigen (productie 14 van [verweerder] ).

2.3.

All-In Food B.V. heeft haar activiteiten gestaakt per 31 januari 2020 en is per die datum uitgeschreven uit het handelsregister (productie 19 van All-In Food B.V.).

3 Het geschil

3.1.

All-In Food B.V. heeft haar vorderingen - na eiswijziging - verminderd tot nihil, waardoor de oorspronkelijke vorderingen I tot en met VII als ingetrokken dienen te worden beschouwd.

3.2.

[verweerder] heeft geconcludeerd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, All-In Food B.V. in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaart, althans haar vorderingen afwijst, met veroordeling in de proces- en nakosten van primair hoofdelijk All-In Food B.V., mr. [naam Advocaat] en @All-In Food B.V., subsidiair hoofdelijk mr. [naam Advocaat] en/of @All-In Food B.V. en meer subsidiair All-In Food B.V., met de bepaling dat daarover wettelijke rente ex artikel 6:119 BW verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen te rekenen vanaf de datum van het vonnis.

3.3.

All-In Food B.V. verzet zich tegen een (hoofdelijke) veroordeling in de proceskosten van All-In Food B.V., @All-In Food B.V. dan wel mr. [naam Advocaat].

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

All-In Food B.V. heeft zich in reactie op en in lijn met het verweer van [verweerder] op het standpunt gesteld dat niet All-In Food B.V., maar @All-In Food B.V., de (materiële) procespartij is. Nu All-In Food B.V. (als formele procespartij) op grond daarvan haar aanvankelijke eis heeft verminderd tot nihil en [verweerder] kosten heeft gemaakt voor zijn verweer, dient in beginsel All-In Food B.V. te worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

4.2.

[verweerder] verlangt echter primair op grond van artikel 245 Rv hoofdelijke veroordeling van All-In Food B.V., mr. [naam Advocaat] en @All-In Food B.V. in de proceskosten. [verweerder] heeft naar eigen zeggen een groot belang bij de (hoofdelijke) veroordelingen (naast All-In Food B.V.) van @All-In Food B.V. en mr. [naam Advocaat], omdat All-In Food B.V. is uitgeschreven uit het handelsregister, hetgeen waarschijnlijk betekent dat All-In Food B.V. is ontbonden en/of zeer waarschijnlijk geen verhaal meer biedt. De bestuurder en wellicht ook (mede-)aandeelhouder van All-In Food B.V., DOE Holding BV, is bovendien inmiddels failliet.

4.3.

All-In Food B.V. heeft - in reactie op het bij verweerschrift gedane beroep op artikel 245 Rv en de voorlopige zienswijze van de rechtbank - gesteld dat er geen aanleiding is om mr. [naam Advocaat] en/of @All-In Food B.V. (hoofdelijk) in de proceskosten te veroordelen. Ter onderbouwing voert All-In Food B.V. daartoe, samengevat, aan dat:

I. er al vanaf 8 november 2018, op dat moment door de rechtsbijstandsverzekeraar, werd gecorrespondeerd vanuit All-In Food B.V.;

II. All-In Food B.V. per abuis als partij vermeld staat op de overeenkomst en de facturen;

III. All-In Food B.V. en @All-In Food B.V. op hetzelfde adres zijn gevestigd, hetzelfde e-mailadres hanteren en werkzaam waren in dezelfde branche;

IV. voorafgaand aan het indienen van het verweerschrift door [verweerder] nimmer melding is gemaakt van onduidelijkheid over de hoedanigheden van All-In Food B.V. en @All-In Food B.V.;

V. “@” (tegenwoordig) geregeld wordt gebruikt als een aanduiding om een specifieke (rechts)persoon aan te schrijven/spreken;

VI. in de procesinleiding All-In Food B.V. in principe vervangen kan worden door @All-In Food B.V.;

VII. de onderliggende vordering wel degelijk kans van slagen had als deze was ingediend door @All-In Food B.V.

4.4.

Voorts voert All-In Food B.V. aan dat een proceskostenveroordeling niet voor rekening van All-In Food B.V. dient te komen en dat ook toepassing van het zogenaamde ‘eigen beursje’ achterwege dient te blijven, nu mr. [naam Advocaat] geen grove fout heeft gemaakt.

4.5.

In reactie op het voorgaande heeft [verweerder] aangevoerd dat een jurist van een rechtsbijstandsverzekeraar en een ingeschakelde advocaat dienen te zorgen dat zij namens de juiste partij corresponderen c.q. procederen. Wie voor de fout aan de zijde van de ‘wederpartij’ verantwoordelijk is, regardeert [verweerder] niet. Ook stelt [verweerder] dat All-In Food B.V. geen wildvreemde partij is die er per ongeluk bij is gehaald door de rechtsbijstandsverzekeraar en/of mr. [naam Advocaat]. Door All-In Food B.V. wordt immers gesteld dat onder één holding (Holding All-In B.V.) twee vennootschappen met een vergelijkbare naam werden opgericht, die ook nog eens op hetzelfde adres gevestigd waren, hetzelfde e-mailadres hanteerden en werkzaam waren in dezelfde branche. Als men zich dan zelf vergist, blijft dat voor eigen rekening en risico, zeker als men zich laat bijstaan door een rechtsbijstandsverzekeraar en een advocaat, aldus nog steeds [verweerder] .

4.6.

De rechtbank overweegt als volgt. Artikel 245 Rv bepaalt dat indien blijkt dat:

o een partij niet bestaat, of;

o een partij niet rechtsgeldig in het geding is verschenen doordat een daartoe niet bevoegde voor haar is opgetreden, of;

o een partij niet rechtsgeldig in het geding is verschenen doordat een daartoe niet bevoegde tot het voeren van een geding opdracht heeft gegeven,

een veroordeling in de kosten geschiedt, wanneer daartoe aanleiding is, in plaats van ten laste van de partij in naam van wie in rechte is opgetreden, ten laste van de gemachtigde of advocaat van die partij, of van degene die tot het voeren van het geding opdracht heeft gegeven, in het eerste geval onverminderd het verhaal van die advocaat of gemachtigde op zijn opdrachtgever.

4.7.

Voor veroordeling in de proceskosten van @All-In Food B.V. is geen grond aanwezig. [verweerder] heeft namelijk niet, althans niet gemotiveerd, gesteld dat (een vertegenwoordiger van) @All-In Food B.V. opdracht heeft gegeven tot het voeren van een geding in naam van All-In Food B.V., zonder dat hij/zij daartoe bevoegd was. De enkele stelling van [verweerder] , dat mr. [naam Advocaat] desgevraagd heeft gezegd dat [naam 1] , bestuurder van Alex Food Holding B.V., op haar beurt bestuurder en enig aandeelhouder van @All-In Food B.V., (vergelijk 2.2) zijn contactpersoon is, is daarvoor eveneens onvoldoende. Ook mr. [naam Advocaat], namens All-In Food B.V., heeft niet onthuld wie zijn opdrachtgever tot het uit naam van All-In Food B.V. in rechte betrekken van [verweerder] is geweest.

4.8.

Ten aanzien van de vraag of aanleiding bestaat om de proceskostenveroordeling ten laste van mr. [naam Advocaat] te laten komen, geldt het volgende. In haar akte vermindering van eis (tot nihil) schrijft All-In Food B.V. (randnummer 3.2.3.): “(...) dan dient (in ieder geval) AIF niet (hoofdelijk) in de proceskosten te worden veroordeeld. Immers is AIF niet bevoegd vertegenwoordigd door ondergetekende (...)” (onderstreping rechtbank, AIF is All-In Food B.V.). Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat All-In Food B.V. niet rechtsgeldig in het geding is verschenen doordat een daartoe niet bevoegde – mr. [naam Advocaat] naar eigen zeggen - voor haar is opgetreden. Mr. [naam Advocaat] zal dan ook op grond van artikel 245 Rv, in plaats van All-In Food B.V., in de proceskosten worden veroordeeld. De stellingen over een (eventuele, hoofdelijke) proceskostenveroordeling van All-In Food B.V. behoeven daarom geen bespreking meer.

4.9.

De door All-In Food B.V. tegen veroordeling in de proceskosten van mr. [naam Advocaat] aangevoerde verweren, zoals weergegeven in 4.3, leiden niet tot een ander oordeel. Voor toepassing van artikel 245 Rv is namelijk niet van belang aan wie de onbevoegde vertegenwoordiging te wijten is, maar enkel dát een niet bevoegde is opgetreden voor een partij. Een grove fout van de betrokken advocaat, zoals door All-In Food B.V. gesteld, is evenmin vereist voor toepassing van artikel 245 Rv.

4.10.

Lid 2 van artikel 245 Rv bepaalt dat alvorens te beslissen zoals hiervoor (4.8) vermeld, de rechter de betrokkene in de gelegenheid stelt om zijn standpunt naar voren te brengen en toe te lichten. In dit geval is die gelegenheid reeds geboden en is daarvan door mr. [naam Advocaat] ook gebruik gemaakt, zoals weergegeven in 4.3. [verweerder] heeft in zijn verweerschrift al verzocht om een dergelijke proceskostenveroordeling. De rechtbank heeft partijen vervolgens de gelegenheid gegeven om bij akte te reageren op haar voorlopige zienswijze, hetgeen erin heeft geresulteerd dat All-In Food B.V. haar vorderingen heeft verminderd tot nihil en bij diezelfde akte heeft gereageerd op het punt van de proceskostenveroordeling ex artikel 245 Rv. De rechtbank zal daarom thans eindvonnis wijzen.

4.11.

De rechtbank kan de kosten die nodeloos werden aangewend of veroorzaakt, voor rekening laten van de partij die deze kosten aanwendde of veroorzaakte (artikel 237 lid 1 Rv).

4.12.

All-In Food B.V. voert aan dat [verweerder] voorafgaand aan het schrijven van het omvangrijke verweerschrift had kunnen aangeven dat hij door de verkeerde entiteit in rechte is betrokken, zodat de met het verweerschrift gemoeide kosten nodeloos zijn gemaakt.

4.13.

[verweerder] brengt daar tegenin dat pas toen het verweerschrift al vrijwel gereed was en ingediend moest worden, de omvang van het verweer duidelijk werd. Ook heeft [verweerder] het recht om verweer te voeren in de procedure zelf en rustte op hem niet de verplichting de advocaat van de wederpartij vóór het indienen van zijn verweerschrift te vragen of deze misschien namens een verkeerde partij een procesinleiding had ingediend.

4.14.

Er kan niet worden geoordeeld dat de kosten voor het verweerschrift nodeloos zijn gemaakt. [verweerder] was niet verplicht om All-In Food B.V. vooraf in te lichten over de inhoud van zijn verweer. Bovendien stelt [verweerder] dat de omvang van het verweer pas duidelijk werd toen het verweerschrift bijna af was, en de daarmee gemoeide kosten dus al (grotendeels) gemaakt. De rechtbank acht dan ook geen termen aanwezig om in dit geval af te wijken van de hoofdregel van artikel 237 Rv.

4.15.

De slotsom is dat mr. [naam Advocaat] zal worden veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank sluit aan bij het tarief behorende bij de oorspronkelijke vordering, aangezien het niet aan [verweerder] is te wijten dat All-In Food B.V. haar vordering heeft verminderd. De kosten aan de zijde van [verweerder] worden vastgesteld op:

- griffierecht 1.599,00

- salaris advocaat 3.603,00 (1,5 punt × tarief € 2.402,00)

Totaal € 5.202,00.

4.16.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt mr. [naam Advocaat] in de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden vastgesteld op € 5.202,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.2.

veroordeelt mr. [naam Advocaat] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat mr. [naam Advocaat] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Klaasen en in het openbaar uitgesproken op
20 augustus 2020.

es/mk