Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3943

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
11-08-2020
Datum publicatie
12-08-2020
Zaaknummer
371991
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad; matchfixing. Aantasting van eer en goede naam. Voor de beschuldiging in een radio-interview van verkopen van de wedstrijd Nigeria-Italië in 1994 door de toenmalige bondscoach bestaat geen grond in de feiten. Rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2020-0558
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/371991 / KG ZA 20-204

Vonnis in kort geding van 11 augustus 2020

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. T.P. Boer te Arnhem,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] , [land] ,

gedaagde,

verschenen in persoon, vergezeld van mr. M.R. van Kallen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 3

  • -

    de mondelinge behandeling, gehouden op 28 juli 2020

  • -

    de pleitnota van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] was tijdens het FIFA Wereld Kampioenschap (hierna: WK) in 1994 bondscoach van het Nigeriaans voetbalelftal. [gedaagde] was destijds assistent-bondscoach.

2.2.

In de achtste finale van het WK vond een wedstrijd plaats tussen Nigeria en Italië. Nigeria stond tijdens die wedstrijd lang op 1-0 voorsprong, maar verloor in de verlenging met 1-2 van Italië.

2.3.

Op 6 april 2020 heeft [gedaagde] een radio-interview gegeven bij Brila FM in Nigeria, waarbij onder andere vragen zijn gesteld over de wedstrijd tussen Nigeria en Italië.

2.4.

[eiser] heeft stukken overgelegd van internetpagina’s van Nigeriaanse media waarin wordt geschreven dat [gedaagde] tijdens het radio-interview het volgende heeft gezegd: “Yes everyone blames the coach. The coach did something wrong and we lost before the game started. He sold the game for $ 100.000, that’s why we lost against Italy. If you don’t believe, you can ask the players”.

2.5.

Bij e-mailbericht van 23 april 2020 heeft de advocaat van [eiser] [gedaagde] aangeschreven met het verzoek tot rectificatie van zijn uitlatingen in het radio-interview over te gaan. [gedaagde] heeft daar niet aan meegewerkt.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis publiekelijk in Nigeria (op radiostation Brila FM) en via een persstatement (aldus volstrekt publiekelijk) zijn uitspraken te rectificeren met de Engelse tekst:

I, mr. [gedaagde] , thereto ordered by Dutch Regional Court in Gelderland the Netherlands, state that I regret any remarks I made on mr. [eiser] regarding selling a game at the 1994 Wold Cup (game against Italy). These remarks are ontrue en false. Mr. [eiser] is a great coach, and my statements on this have no basis and are damaging for/to his good name and position. I publicly apologize to Clemens [eiser] ”,

met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Dit is een internationaal geschil omdat de eiser in Nederland woont en de gedaagde in België. Daarom moet in de eerste plaats worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Volgens de hoofdregel van art. 4 van Brussel I bis-Verordening is de rechter van het land waar de gedaagde woonplaats heeft bevoegd. Volgens art. 7 Brussel I bis kan ook de rechter van een andere lidstaat bevoegd zijn. Voor zover het betreft verbintenissen uit onrechtmatige daad is dat de rechter van de lidstaat waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan. [eiser] stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] hem onrechtmatig in zijn eer en goede naam heeft beschadigd door uitlatingen die hij in een Nigeriaans radioprogramma over hem heeft gedaan. Hoewel de beweerde uitlatingen in Nigeria zijn gedaan, doet het schadebrengende feit zich voor in Nederland indien [eiser] in zijn reputatie is geschaad. Daarbij moet in de eerste plaats in aanmerking worden genomen dat berichten over de beweerde uitlatingen in de radio-uitzending in Nigeria ook in Nederland doordringen. In de tweede plaats geldt dat [eiser] door beschadiging van zijn eer en goede naam ook voor zover het beschadiging van zijn reputatie in Nigeria betreft, in zijn persoon is aangetast en de schade zich daarom in zoverre voordoet in Nederland waar [eiser] woont. Dat [eiser] in Nederland niet meer actief is in de voetbalwereld doet hieraan niet af. Ook de Nederlandse rechter is daarom bevoegd. Op grond van art. 4 lid 1 van Rome II-Verordening is Nederlands recht van toepassing.

4.2

Volgens [eiser] heeft [gedaagde] in een radioprogramma van de Nigeriaanse zender Brila FM op 6 april 2020 gezegd dat [eiser] , die destijds bondscoach van het Nigeriaanse voetbalelftal was, de wedstrijd Nigeria-Italië tijdens het WK in de Verenigde Staten in 1994, die Nigeria na aanvankelijke voorsprong uiteindelijk met 2-1 heeft verloren, had verkocht voor $ 100.000,-. Of een dergelijke uitlating, indien [gedaagde] die zou hebben gedaan (zie hierna), onrechtmatig is tegenover [eiser] , hangt ervan af. [gedaagde] heeft in beginsel het recht zijn mening vrijelijk te geven. Anderzijds heeft [eiser] recht op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer en daarin besloten liggende bescherming tegen aantasting van zijn eer en goede naam. Beide vormen in beginsel gelijkwaardige grondrechten. Door een afweging van belangen zal in het concrete geval moeten worden beoordeeld wiens recht prevaleert. Van belang kan daarbij onder andere zijn dat een (mogelijke) misstand naar buiten gebracht moet kunnen worden, maar ook dat indien daarmee een (ernstige) beschuldiging wordt geuit, die wel voldoende grond in de feiten moet vinden.

4.3

[gedaagde] ontkent dat hij in het hiervoor bedoelde radioprogramma heeft gezegd dat [eiser] de wedstrijd had verkocht voor $ 100.000,-. Wat [gedaagde] in deze radio-uitzending precies heeft gezegd, kan de voorzieningenrechter niet vaststellen. [eiser] heeft niet een geluidsdrager in het geding gebracht waarop beluisterd kan worden wat [gedaagde] heeft gezegd. Hij heeft ook niet een transcriptie overgelegd van wat er toen is gezegd. [eiser] heeft wel een aantal schermafbeeldingen van digitale media overgelegd. Daarin valt gepresenteerd als quote van [gedaagde] in telkens precies dezelfde bewoordingen te lezen dat [gedaagde] in een interview bij Brila FM heeft gezegd: “He ( [eiser] ;vzr) sold the game for $ 100.000,-. That’s why we lost against Italy. If you don’t believe, you can ask the players.” Deze berichtgeving biedt als zodanig wel grond voor de aanname dat [gedaagde] dit bij Brila FM heeft gezegd, tenzij er concrete redenen zouden zijn om te veronderstellen of aan te nemen dat het een onjuiste weergave vormt van wat er is gezegd, zoals [gedaagde] stelt. Hij heeft dat echter niet met concrete feiten of omstandigheden onderbouwd. Zulke feiten of omstandigheden zijn verder ook niet naar voren gekomen uit hetgeen de partijen hebben verklaard. [gedaagde] heeft aanvankelijk op een vraag van de voorzieningenrechter verklaard dat hij in het radio-interview is geconfronteerd met de mededeling dat een speler van het Nigeriaans elftal heeft gezegd dat [eiser] de wedstrijd had verkocht en dat hij, [gedaagde] , toen heeft gezegd dat als die speler dat heeft gezegd, het wel zo zou zijn. Nadat de advocaat van [eiser] had betoogd dat dit in wezen een niet minder erge beschuldiging inhoudt dan een directe verklaring dat [eiser] de wedstrijd had verkocht, heeft [gedaagde] dit afgezwakt met een verklaring dat ‘hij wel iets in die richting had beaamd’, maar dat hij niet ‘direct’ heeft gezegd dat het wel zo zou zijn als die speler dat had verklaard. Dit doet afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van [gedaagde] . Hiertegenover heeft [eiser] verklaard dat hij direct na de radio-uitzending telefoontjes kreeg met de vraag wat er aan de hand was, dus nog voordat er berichten in de media verschenen. [gedaagde] heeft dat niet weersproken. Dit ondersteunt dat [gedaagde] in de radio-uitzending de gewraakte uitlatingen heeft gedaan.

4.4

Op grond van het voorgaande vindt de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat [gedaagde] in de bewuste radio-uitzending heeft gezegd of in ieder geval gesuggereerd als opvatting van ook hemzelf dat [eiser] de wedstrijd in 1994 had verkocht, wat niet anders kan betekenen dan voor geld. Als er aanwijzingen zijn voor matchfixing, ook in het verleden, is dat op zichzelf een misstand die publiek gemaakt moet kunnen worden. Tegelijkertijd betreft het een ernstige beschuldiging van de persoon die dit gedaan zou hebben. Het is ten slotte niets anders dan een beschuldiging van corruptie. Dan zullen daarvoor wel voldoende concrete feiten en omstandigheden moeten zijn, ook al behoeven die mogelijk nog nader onderzoek. [gedaagde] heeft verklaard dat er destijds zoveel geruchten en problemen waren dat hij dacht dat het wel gebeurd kon zijn. Dat zijn geen concrete feiten en omstandigheden die grond bieden voor een dergelijke beschuldiging. Als meer specifieke omstandigheid heeft [gedaagde] genoemd dat [eiser] enkele dagen vóór de wedstrijd het hotel waarin de ploeg was ondergebracht heeft verlaten en toen de training van het elftal heeft gestaakt. [eiser] heeft uitgelegd hoe dat is gegaan en wat zijn beweegredenen waren. Hoewel het misschien wat verwonderlijk is dat een bondscoach, ook onder de door [eiser] genoemde omstandigheden, een paar dagen voor de wedstrijd de brui eraan geeft, is dit nog ver van een voldoende feitelijke grond voor een beschuldiging dat hij de wedstrijd heeft verkocht.

4.5

[gedaagde] heeft aldus onrechtmatig gehandeld tegenover [eiser] die daardoor beschadigd is in eer en goede naam. De vraag is of een rectificatie door [gedaagde] aangewezen is om deze beschadiging te herstellen. Voor zover het de opinie in Nederland betreft is daarvoor geen aanleiding. Mede ten gevolge van de media-aandacht die er in Nederland voor deze zaak is, zal dit vonnis, dat in het openbaar is uitgesproken, in Nederland voldoende duidelijk maken voor het publiek dat is geoordeeld dat er voor de uitlatingen van [gedaagde] geen grond was. Voor Nigeria ligt het anders. [eiser] heeft verklaard dat hij weer een voetbalfunctie in Nigeria ambieert, maar dat de uitlatingen van [gedaagde] de verwezenlijking daarvan dwarsbomen. [gedaagde] heeft dat niet gemotiveerd betwist. Er is daarom aanleiding [gedaagde] te veroordelen om in Nigeria in een landelijke krant een advertentie te plaatsen met een rectificatie volgens een hierna nog te formuleren tekst. [eiser] heeft daarbij gezien het voorgaande een voldoende spoedeisend belang. Dat belang brengt met zich dat er ook aanleiding is dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. [gedaagde] heeft geen belangen aangevoerd die daartegen opwegen. Omdat [eiser] geen dwangsom heeft gevorderd, zal de veroordeling van [gedaagde] ook niet met een dwangsom worden versterkt

4.6

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld op de wijze zoals hierna volgt, nu [eiser] op basis van een toevoeging procedeert. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de door de griffier voorgeschoten exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- griffierecht 83,00

- salaris advocaat 980,00

Totaal € 1.063,00

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis in een landelijke krant in Nigeria een goed zichtbare advertentie te plaatsen met de volgende tekst, zonder enige toevoeging of commentaar:

In a judgement dated 11 august 2020 the district court of Gelderland in the Netherlands has ruled that I, Jo [gedaagde] , have done wrong to [eiser] by suggesting on april 6 2020 in a broadcast of Brila FM that he sold the footballmatch Nigeria-Italy in 1994. There are no facts for the supposition that [eiser] did anything of the sort regarding that match.

5.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.063,00,

5.3

bepaalt dat [gedaagde] deze kosten dient te voldoen aan de advocaat van [gedaagde] ,

5.4

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2020.