Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3775

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
28-07-2020
Zaaknummer
C/05/364595
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Vonnis in bevoegdheidsincident. Hoofdzaak betreft de nakoming van een overeenkomst door een in Peru gevestigde partij (handelsovereenkomst). Algemene voorwaarden bepalen dat geschillen worden voorgelegd aan “the completely authorised Judge in the district court of Arnhem, or to the judgment of another authorised legal body, such as however also to be chosen by [eiser]”. Gedaagde/eiser in het incident betwist dat de algemene voorwaarden zijn overeengekomen omdat ze in het Nederlands zijn opgesteld en stelt dat het forumkeuze beding onvoldoende duidelijk is. Incidentele vordering wordt afgewezen omdat rechtbank reeds bevoegd is op grond van artikel 7 lid 1 sub b Herschikte EEX-verordening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/364595 / HA ZA 20-41

Vonnis in incident van 3 juni 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADVANCE CONSULTING B.V.,

gevestigd te Ede,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J.W. Koekebakker te Wageningen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats], [land],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. J.S. Staijen te Deventer.

Partijen zullen hierna Advance Consulting en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

[gedaagde] vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Advance Consulting voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.2.

In augustus 2012 hebben partijen een overeenkomst gesloten uit hoofde waarvan Advance Consulting gehouden was de aanvraag van een geldlening voor te bereiden, tegen betaling van een zogenoemde ‘succes fee’ door [gedaagde]. Van deze overeenkomst is een door beide partijen ondertekende akte opgemaakt. Art. 3.5 van deze akte luidt als volgt:

The Cliënt ([gedaagde], rb) has recieved a copy of Advance Consulting’s General Terms & Conditions.

Onderaan iedere pagina van de akte is vermeld:

Op al onze transacties zijn van toepassing onze algemene leveringsvoorwaarden, zoals gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem, nr. 2006/27. Een afschrift van de voorwaarden wordt u op schriftelijk verzoek toegezonden.

2.3.

In de ‘Advance Consulting - General Terms & Conditions’ staat onder meer:

Article 12: Applicable law and authorized judge.

1. Dutch law is exclusively applicable to all offers, assignments and agreements to be concluded with Advance Consulting.

2. All disputes will be subjected to judgement by the completely authorised Judge in the district court of Arnhem, or to the judgement of another authorised legal body, such as however also to be chosen by Advance Consulting.

2.4.

In de hoofdzaak vordert Advance Consulting betaling van een bedrag van € 50.374,00 aan succes fee, vermeerderd met de contractuele rente en verder vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Deze vordering is gebaseerd op nakoming van de overeenkomst uit augustus 2012 en betreft dan ook een burgerlijke en handelszaak waarop de Herschikte EEX-Verordening (nr. 1215/2012) van toepassing is. Ter beoordeling staat dan of de partijen in de zin van art. 25 van de Herschikte EEX-Verordening deze rechtbank hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van de overeenkomst uit augustus 2012 zullen ontstaan, zoals Advance Consulting stelt en [gedaagde] betwist. Dat [gedaagde] niet in een EU-staat woont doet hieraan niet af. Art. 25 geldt ongeacht de woonplaats van partijen. Of een forumkeuze is overeengekomen moet worden bepaald aan de hand van de eisen die art. 25 daaraan stelt en niet op basis van het [land] of Nederlandse materiële recht of commune IPR, zoals partijen lijken te veronderstellen. Vergelijk HvJ EG 10 maart 1992, ECLI:NL:XX:1992:AC1354, r.o. 14 en ook het hierna aangehaalde arrest ut 2016.

2.5.

Anders dan [gedaagde] opwerpt, kan art. 12.2. van de algemene voorwaarden van Advance Consulting niet als een onvoldoende duidelijk forumkeuze worden aangemerkt. De laatste bijzin van het forumkeuzebeding is weliswaar in gebrekkig Engels gesteld, maar de betekenis van die bijzin is niettemin evident; Advance Consulting mag ook een andere rechter dan deze rechtbank kiezen. Uit het beding valt dan (in de zin van HvJ EG 9 november 2000, ECLI:NL:XX:2000:AD6366, r.o. 15) voldoende nauwkeurig af te leiden in welke omstandigheden deze rechtbank niet meer de aangewezen rechtbank is. Deze omstandigheden doen zich niet voor. Advance Consulting heeft niet een andere rechter dan deze rechtbank gekozen. Dan is aan de orde of de forumkeuze is overeengekomen.

2.6.

Een forumkeuzebeding dat is vastgelegd in algemene voorwaarden is geldig in de zin van art. 25 lid 1 aanhef en onder a van de Herschikte EEX-Verordening, indien in de tekst zelf van de door beide partijen ondertekende overeenkomst uitdrukkelijk wordt verwezen naar de algemene voorwaarden die dit beding bevatten, maar alleen bij een uitdrukkelijke verwijzing die door een partij bij betrachting van een normale zorgvuldigheid kan worden nagegaan en indien vaststaat dat de algemene voorwaarden, met daarin het forumkeuzebeding, daadwerkelijk aan de andere contractpartij zijn meegedeeld. Zie onder meer HvJ EU 7 juli 2016, ECLI:EU:C:2016:525. Tegen deze achtergrond is het volgende van belang.

2.7.

Vast staat dat in de tekst van de door partijen ondertekende overeenkomst uitdrukkelijk wordt verwezen naar algemene voorwaarden die het forumkeuzebeding bevatten. [gedaagde] betwist echter de rechtsgeldigheid van de verwijzing naar de algemene voorwaarden omdat deze in de Nederlandse taal is gesteld en niet in het Engels, de taal waarin de rest van de overeenkomst is gesteld en waarin [gedaagde] met zijn lokale medewerkers en adviseurs handelt. Bepalend is hier echter of [gedaagde] als contractant de verwijzing kon nagaan. Niet in geschil is dat [gedaagde] de Nederlands taal voldoende machtig is. Bovendien is in art. 3.5. van de akte ook in de Engelse taal op de algemene voorwaarden gewezen. [gedaagde] moet dan ook in staat worden geacht de verwijzing met de betrachting van normale zorgvuldigheid na te hebben kunnen gaan. Ter zake van de vraag of Advance Consulting de algemene voorwaarden daadwerkelijk aan [gedaagde] heeft medegedeeld, zoals hij betwist, geldt het volgende.

2.8.

De akte vermeldt dat [gedaagde] de algemene voorwaarden heeft ontvangen. Gelet op art. 157 lid 2 Rv is mededeling van deze voorwaarden hiermee dwingend bewezen. [gedaagde] betwist echter de voorwaarden daadwerkelijk te hebben ontvangen. Advance Consulting heeft niet toegelicht hoe de voorwaarden feitelijk aan [gedaagde] zijn medegedeeld, maar heeft enkel gesteld dat deze in afschrift zijn verstrekt en zich verder op de dwingende bewijskracht van de akte beroepen. Bij deze stand van zaken kan pas nadat [gedaagde] gelegenheid is geboden voor tegenbewijs worden vastgesteld of de vereiste mededeling heeft plaatsgevonden. Gelet op het volgende bestaat daarvoor om proceseconomische echter geen aanleiding.

2.9.

Advance Consulting heeft nog gewezen op vier eerdere overeenkomsten met Advance Consulting, in de akten waarvan identieke passages voorkomen als hiervoor geciteerd. Voor zover zij hiermee beoogt te betogen dat overeenstemming over de forumkeuze besloten ligt in een handelwijze die tussen de partijen gebruikelijk is geworden (zoals bedoeld in art. 25 lid 1 aanhef en sub b van de Herschikte EEX-Verordening) kan dit standpunt niet worden gevolgd. Daargelaten dat in deze vier gevallen niet [gedaagde] maar een door hem vertegenwoordigde vennootschap de wederpartij was van Advance Consulting, is voor het aannemen van overeenstemming op deze grond ook vereist dat op een eerder moment daadwerkelijke mededeling van de algemene voorwaarden heeft plaatsgevonden. Vergelijk HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2356 en HR 30 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2355. Dit laatste heeft Advance Consulting niet gesteld.

2.10.

Voordat rechtsmacht op grond van forumkeuze zou kunnen worden aangenomen is dan ook tegenbewijslevering nodig. Indien voorshands wordt aangenomen dat [gedaagde] daarin slaagt en deze grond voor rechtsmacht dus niet op gaat, geldt echter het volgende.

2.11.

In de overeenkomst uit augustus 2012 heeft het in Nederland gevestigde Advance Consulting zich ertoe verbonden voor [gedaagde], ten behoeve van de oprichting van 200 ha aan citrusplantages door een onderneming van [gedaagde], een aanvraag voor een geldlening van zes miljoen euro en voor aanvullende technische ondersteuning bij de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V. voor te bereiden. In de rede ligt aan te nemen dat de, voor de overeenkomst kenmerkende voorbereiding door Advance Consulting hoofdzakelijk in Nederland werd verricht. Aanknopingspunten voor het tegendeel heeft [gedaagde] niet aangedragen en zijn ook niet gebleken. Mede gelet op HvJ EU 8 maart 2018, ECLI:EU:C:2018:173, r.o. 33 e.v. is dan sprake van de verstrekking van diensten in de zin van art. 7 lid 1 onder b van de Herschikte EEX-Verordening die volgens de overeenkomst in Nederland op het vestigingsadres van Advance Consulting moest plaatsvinden. Aan deze rechtbank komt dus in ieder geval op deze grond rechtsmacht toe, ook zonder een geldig forumkeuzebeding. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de overeenkomst van augustus 2012 niet een consumentenovereenkomst is in de zin van art. 17 van de Herschikte EEX-Verordening. [gedaagde] heeft deze overeenkomst niet gesloten om te voorzien in zijn consumptiebehoeften als particuliere eindgebruiker, maar met het doel financiering te kunnen verwerven voor een van zijn ondernemingen. Vergelijk in dit verband HvJ EU 25 januari 2018, ECLI:EU:C:2018:37, r.o. 29 en 30. Bovendien heeft [gedaagde] de overeenkomst gesloten met het oog op een nog niet uitgeoefende maar toekomstige beroepsactiviteit, in welk geval art. 17 evenmin van toepassing is. Zie HvJ EG 3 juli 1997, ECLI:EU:C:1997:337, r.o. 17, 18 en 19. De incidentele vordering moet dan ook worden afgewezen.

2.12.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

wijst het gevorderde af,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het incident, aan de zijde van Advance Consulting tot op heden begroot op € 543,00,

in de hoofdzaak

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 juli 2020 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2020.