Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3653

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24-06-2020
Datum publicatie
05-08-2020
Zaaknummer
C/05/317945/HZ ZA 17-167
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

In een schadestaatprocedure is geen ruimte voor toetsing aan nieuwe aansprakelijkheidsgronden en is de rechtbank bovendien gebonden aan het in de bodemzaak gegeven – in dit geval nogal beperkte - aansprakelijkheidsoordeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rolnummer: C/05/317945 / HZ ZA 17-167

Vonnis van 24 juni 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VENTILEX B.V.,

gevestigd te Heerde,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. M.M. van Leeuwen te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEMA PROCESS BV,

gevestigd te Heerde,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Zwolle,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Heerde,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te Dalfsen,

5. [gedaagde sub 5],

wonende te Heerde,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. H. Eijer te Zoetermeer.

Partijen zullen hierna Ventilex B.V. en Tema Process BV c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 1 april 2020

  • -

    de tussenconclusie na eerste deskundigenonderzoek, tevens houdende wijziging van eis en incidentele vordering ex art. 843a Rv van Ventilex B.V.

  • -

    de conclusie van antwoord na deskundigenbericht, tevens van antwoord in het incident van Tema Process BV c.s.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

Inleiding

2.1.

In het tussenvonnis van 28 augustus 2019 is aan de deskundigen – een door de rechtbank benoemd en een eigen deskundige door ieder van partijen aangewezen - opgedragen uit het in beslag genomen bewijsmateriaal stukken te selecteren aan de hand van criteria zoals die zijn geformuleerd in het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2015. Kopieën van de aldus geselecteerde stukken zijn vervolgens ter beschikking gesteld aan Ventilex B.V. Zoals partijen op de comparitie van 13 november 2017 is voorgehouden, is de bedoeling daarvan dat Ventilex B.V. aan de hand van deze stukken alsnog in de gelegenheid wordt gesteld het causaal verband te construeren tussen de door het Hof in haar arrest als onrechtmatig geoordeelde handelingen van Tema Process BV c.s. en de schade die Ventilex B.V. stelt daardoor te hebben geleden. De rechtbank heeft op die zitting aangegeven dat tot dan toe door Ventilex B.V. onvoldoende concrete feiten waren gesteld en gebleken voor een causaal verband tussen de door het Hof benoemde onrechtmatige daden en de door Ventilex B.V. geclaimde schade (voornamelijk bestaande uit omzetverlies). Het rapport van Wingman, dat Ventilex B.V. bij dagvaarding daartoe heeft overgelegd (productie 3), bleek op het punt van die causale relatie te zeer te berusten op vooronderstellingen en was derhalve, zoals de rechtbank op deze zitting opmerkte, “onvoldoende”. Het viel echter niet uit te sluiten dat dit bewijs wel zou kunnen worden gevonden in materiaal (bestanden) waarop door Ventilex B.V., in maart 2010, bewijsbeslag is gelegd.

2.2.

In haar laatste conclusie stelt Ventilex B.V. (bij nr. 1) dat zij, bij gebrek aan informatie van de zijde van Tema Process BV c.s., in de inleidende dagvaarding “noodgedwongen” is uitgegaan van een aantal aannames ten aanzien van de door haar geleden schade. Ventilex B.V. onderkent derhalve dat wat zij bij dagvaarding heeft gesteld over de schade en, naar de rechtbank aanneemt, de relatie met de door Tema Process BV c.s. gepleegde onrechtmatige daden, onvoldoende was. Door Ventilex B.V. is dat toegeschreven aan de halsstarrige weigering van Tema Process BV c.s. om mee te werken aan het onderzoek van het in beslag genomen bewijsmateriaal.

2.3.

Uit de conclusiewisseling die is gevolgd op het deskundigenonderzoek leidt de rechtbank af dat de deskundigen 0,4% van het beslagen bewijsmateriaal hebben onderzocht en daaruit een aantal relevante stukken hebben geselecteerd. De reden voor deze beperking is gelegen in de enorme omvang van het beslagen bewijsmateriaal en de aanzienlijke kosten die gemoeid zijn met de te maken selectie. In een brief van Ventilex B.V. aan de rechtbank van 14 januari 2020 (productie 58b) heeft Ventilex B.V. voorgerekend dat alleen al de kosten van de door de rechtbank benoemde deskundige (voorzitter) zouden oplopen tot meer dan € 60 miljoen indien alle beslagen bestanden zouden worden doorzocht.

Spoor 1 en spoor 2 onderzoek

2.4.

Door Ventilex B.V. is het door de drie deskundigen uitgevoerde onderzoek aangeduid als het “spoor 1” onderzoek. Uit de stellingen van Ventilex B.V. in haar laatste conclusie leidt de rechtbank af dat de uitkomsten van dit spoor 1 onderzoek – de door de deskundigen geselecteerde documenten – deels of geheel zijn overgelegd in een aantal van de bij deze conclusie gevoegde producties. Naar de rechtbank aanneemt waren de deskundigen van oordeel dat in ieder geval deze stukken voldeden aan de door het Hof in haar arrest van 22 december 2015 gegeven criteria. Tema Process BV c.s. heeft daar enkele kanttekeningen bij geplaatst die, voor zover nodig, hierna nog aan de orde zullen komen.

2.5.

In haar laatste conclusie rept Ventilex B.V. ook nog van een “spoor 2” onderzoek. Dit betreft een onderzoek dat op het moment van het concipiëren van dit vonnis nog door Ter Haar wordt uitgevoerd naar stukken waarop door Ventilex B.V., na in juni 2019 verkregen verlof, bewijsbeslag is gelegd. De benoeming van Ter Haar als deskundige die dit materiaal moet gaan onderzoeken, is door Ventilex B.V. in een kort geding tegen Tema Process BV c.s. afgedwongen. In het vonnis in kort geding van 7 november 2019 (productie 1 bij de laatste conclusie van Tema Process BV c.s.) heeft de Voorzieningenrechter Ter Haar tot deskundige benoemt met als opdracht:

het selecteren van bewijsmateriaal dat voldoet aan de omschrijving:

  1. alle offertes die Tema heeft doen uitgaan aan partijen die voorkomen in het klantenbestand “klanten.pst” over de jaren 2010 tot en met 2014;

  2. alle communicaties met die partijen aangaande dergelijke offertes en/of andere aanbiedingen, alsmede aan deze verstuurde facturen en van deze ontvangen betalingen over de jaren 2010 tot en met 2014;

  3. de download/extract van het grootboek en de sub-administraties (o.a. debiteuren en projecten) inclusief onderliggende ‘line item’ rapporten over de jaren 2010 tot en met 2014;

met de instructie het aldus geselecteerde materiaal ter beschikking te stellen aan Ventilex”.

2.6.

Ten aanzien van beide onderzoeken (spoor 1 en 2) stelt Ventilex B.V. dat de (verdere) uitkomsten zo nodig in een latere fase van deze procedure aan de orde moeten komen. De rechtbank gaat daar niet in mee. Deze schadestaatprocedure is reeds met een op 2 februari 2017 uitgebrachte dagvaarding aangevangen. Nadat Tema Process BV c.s. verweer had gevoerd, is vervolgens op de comparitie van partijen geconstateerd dat Ventilex B.V. haar stellingen onvoldoende concreet had onderbouwd. Normaal gesproken zou dit leiden tot afwijzing van de vordering maar, zoals hiervoor is opgemerkt, heeft de rechtbank Ventilex B.V. een herkansing geboden, dit mede omdat Tema Process BV c.s. tot dan toe onvoldoende had meegewerkt aan de bewijslevering door Ventilex B.V. Het beginsel van een goede procesorde brengt echter mee dat een procedure niet eindeloos gerekt mag worden vanwege het feit dat een partij mogelijkerwijs alsnog aan haar stelplicht kan voldoen of om af te wachten of die partij er in slaagt stellingen nader te onderbouwen.

Schadestaatprocedure: beperkt beoordelingskader

2.7.

De onderhavige zaak is een schadestaatprocedure. Dit brengt beperkingen mee voor wat betreft de beoordelingsruimte van de rechtbank. Het betekent onder andere dat het de rechtbank niet is toegestaan om te oordelen over kwesties die de grondslag van de aansprakelijkheid betreffen (zie in deze zin bijvoorbeeld Hoge Raad 16 mei 2008, NJ 2008, 285). Voor zover Ventilex B.V. in deze procedure bewijs levert van het causaal verband en schade, is dit dus in beginsel beperkt tot die handelingen van Tema Process BV c.s. waarvan het Hof heeft geoordeeld dat die jegens Ventilex B.V. onrechtmatig zijn (zie hierna, bij 2.13.). Indien Ventilex B.V. in het nu onderzochte bewijsmateriaal aanwijzingen aantreft voor andere onrechtmatige daden van Tema Process BV c.s. kan dat niet worden meegenomen in deze schadestaatprocedure. Ook is de rechtbank gebonden aan alle eindbeslissingen die het Hof heeft gegeven in de hoofdprocedure (vgl. HR 11 januari 2001, NJ 2003, 256). Onder eindbeslissing wordt hier verstaan een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven beslissing over een juridisch of feitelijk geschilpunt. Enkel wanneer duidelijk is dat de eindbeslissing van het Hof berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag is er onder omstandigheden ruimte voor de rechtbank om daarop terug te komen.

2.8.

Ventilex B.V. heeft deze uitgangspunten bij een aantal onderwerpen in haar laatste conclusie uit het oog verloren. Ten aanzien van de klanten [naam 1] en [naam 2] heeft het Hof, in overweging 3.12, uitdrukkelijk en zonder voorbehoud geoordeeld dat Tema Process BV c.s. met betrekking tot de van Ventilex B.V. afkomstige informatie over deze klanten niet onrechtmatig heeft gehandeld. Nu niet gesteld of gebleken is dat het oordeel van het Hof berust op onjuiste juridische of feitelijke grondslag, is er geen reden om ten aanzien van deze twee klanten nog in te gaan op vragen van causaal verband en/of schade. Dat geldt ook voor het gestelde meenemen van de papieren administratie (overweging 3.17) en het door [gedaagde sub 2] rekruteren van werknemers van Ventilex B.V. (overweging 3.18).

2.9.

In overwegingen 3.46 en 3.55 heeft het Hof uitdrukkelijk en zonder voorbehoud geoordeeld dat Ventilex B.V. niet heeft aangetoond dat Tema Process BV c.s. aan 16 Ventilex-klanten offertes heeft uitgebracht die nagenoeg identiek waren aan de door Ventilex B.V. aan deze klanten uitgebrachte offertes. Het Hof heeft daar de gevolgtrekking aan verbonden dat wat die klanten betreft, Tema Process BV c.s. geen onrechtmatig handelen te verwijten is. In haar laatste conclusie gaat Ventilex B.V. (vanaf nr. 47) uitgebreid in op “tenminste 13 offertes aan Ventilex contacten” en stelt zij dat het spoor 1 onderzoek heeft opgeleverd dat “Tema al in deze eerste periode van 6 weken (…) zich actief en regelmatig heeft gewend tot Ventilex-klanten, en een groot aantal offertes aan Ventilex klanten heeft uitgebracht” maar zij specificeert haar stellingen nauwelijks. Wel geeft Ventilex B.V., bij nr. 69 in haar laatste conclusie, een opsomming van de 13 bedoelde offertes. Door Tema Process BV c.s. is echter gesteld en aangetoond (vanaf nr. 54 in haar laatste conclusie) dat deze offertes vallen binnen de groep van 16 offertes waarover het Hof reeds heeft geoordeeld dat Tema Process BV c.s. terzake niet onrechtmatig heeft gehandeld. Gesteld noch gebleken is dat wat betreft deze offertes het onderzoek door de deskundigen nieuwe informatie heeft opgeleverd die maakt dat de beslissing van het Hof berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. De rechtbank ziet dan ook geen reden om wat betreft de door Ventilex B.V. genoemde offertes nog in te gaan op vragen van causaal verband en/of schade.

Ontvreemd subsidie-project

2.10.

Ventilex B.V. stelt dat Tema Process BV c.s., althans [gedaagde sub 2], alle informatie betreffende een subsidie-aanvraag, waarvan de voorbereiding bij Ventilex B.V. al in 2005 in samenwerking met [naam 3] Twente en de heer [naam 4] was aangevangen, heeft ontvreemd. De aanvankelijke subsidie-aanvraag is op 11 september 2008 door [gedaagde sub 2] namens Ventilex B.V. ingediend en aanvankelijk afgewezen. Nadat [gedaagde sub 2] bij Ventilex B.V. is vertrokken, bleken alle gegevens over dit subsidie-project bij Ventilex B.V. te zijn verdwenen. Pas op 16 januari 2018 heeft Ventilex B.V. uit een door [gedaagde sub 2] gemaakte opmerking begrepen dat Tema Process deze subsidie - in totaal een bedrag van € 320.000,00 - zou hebben ontvangen en wel in 2010. Via een WOB-verzoek heeft Ventilex B.V. vervolgens de stukken van de door Tema Process ingediende subsidie-aanvraag, opgevraagd en daaruit blijkt, aldus Ventilex B.V., dat dit feitelijk een kopie is geweest van de aanvraag zoals die door Ventilex B.V. was voorbereid.

2.11.

Tema Process BV c.s. heeft verweer gevoerd en stelt onder andere dat het subsidie-verhaal door Ventilex B.V. al bij het Hof is opgerakeld maar dat het Hof dit niet onrechtmatig heeft geacht. In het arrest van het Hof is echter geen beslissing te vinden over een beweerdelijk ontvreemd subsidieproject en de vraag of dat al of niet onrechtmatig is te achten. Met die observatie valt echter ook het doek voor dit onderdeel van de vordering. Immers, als de rechtbank het goed ziet is in de hoofdzaak geen uitspraak gedaan over een mogelijke aansprakelijkheid van Tema Process BV c.s. voor het ontvreemden van dit subsidieproject. Nog daargelaten dat Tema Process BV c.s. stevig inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de stellingen van Ventilex B.V. hierover, valt dit onderwerp buiten de strekking van een schadestaatprocedure waarvoor immers geldt dat de aansprakelijkheid reeds in de hoofdzaak moet zijn vastgesteld. Mogelijk zou dat in dit geval anders zijn indien het subsidieproject valt onder de, door het Hof onrechtmatig geoordeelde, ontvreemding van informatie door [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 4] of [gedaagde sub 3] (zie hierna, bij overweging 2.14.), maar dat is gesteld noch gebleken en iets dergelijks is ook niet uit het arrest van het Hof af te leiden.

Het rapport Wingman-3

2.12.

Als productie 41 heeft Ventilex B.V. een nader rapport van Wingman Business Valuation overgelegd, door haar Wingman 3 genoemd (na twee eerdere rapporten van Wingman, overgelegd als producties 3 en 9). Waar de eerdere Wingman-rapporten bij gebrek aan concrete data grotendeels berusten op aannames geldt dat in het Wingman 3 rapport gebruik is gemaakt van de door de deskundigen geselecteerde data. Echter, ook in Wingman 3 is nadrukkelijk de causaliteit tussen de door het Hof genoemde onrechtmatige daden en de schade vooronderstelt (zie p. 2 van het rapport): “De causaliteit zal in de juridische onderbouwing aan de orde komen en vormt geen onderdeel van onderhavig rapport”. Ook het Wingman 3 rapport kan derhalve slechts dienen ter onderbouwing van de vordering van Ventilex B.V. voor zover in deze procedure die causale relatie kan worden vastgesteld.

Wat blijft er over?

2.13.

Uit het voorgaande volgt al dat een niet onaanzienlijk deel van de door Ventilex B.V. aan haar vordering gegeven onderbouwing niet kan slagen, om redenen die te maken hebben met het karakter van de schadestaatprocedure. Voor het overige dient bij de beoordeling van de stellingen van Ventilex B.V. precies te worden nagegaan wat door het Hof onrechtmatig is bevonden. Het Hof heeft de volgende handelingen (van een of meer gedaagden) onrechtmatig geoordeeld:

  • -

    het feit dat [gedaagde sub 2] (en Tema Process) zich een USB-stick met daarop het bestand “klanten.pst” heeft toegeëigend, voor zover hij de informatie op die USB-stick daadwerkelijk heeft gebruikt om de daarop vermelde klanten en/of leveranciers vanuit zijn nieuwe functie bij Tema Process te benaderen (overweging 3.9). Of dat laatste daadwerkelijk is gebeurd is in de procedure bij het Hof niet vast komen staan;

  • -

    het feit dat [gedaagde sub 2], met behulp van een medewerker ([naam 5]), na zijn op non-actiefstelling zijn mailbox bij Ventilex B.V. heeft geleegd en op het netwerk heeft ingelogd (overweging 3.15). In de onderhavige procedure is Ventilex B.V. op dit punt niet teruggekomen. De rechtbank gaat dan ook ervan uit dat dit onrechtmatig handelen geen rol speelt in de onderhavige procedure;

  • -

    hetzelfde geldt voor het door [gedaagde sub 2] opvragen van een lijst van afnemers van 10, door Ventilex B.V. aan Australische bedrijven verkochte drogers kennelijk met de bedoeling van Tema Process BV c.s. om daar reserve-onderdelen aan te kunnen leveren (overweging 3.16). Ook hieraan verbindt Ventilex B.V. in de onderhavige procedure geen specifieke stellingen, althans niet als zodanig herkenbaar voor de rechtbank;

  • -

    het door [gedaagde sub 3] heimelijk aan onder meer de vrouw van [gedaagde sub 2] doorzenden van, via een mol verkregen, interne bedrijfsinformatie van Ventilex B.V. (overweging 3.22 en 3.23), voor zover Tema Process BV c.s. daardoor in staat was om aan klanten offertes te sturen voor een lager bedrag dan Ventilex B.V. (overweging 3.22). Uit de overwegingen van het Hof (3.22) valt af te leiden dat het ging om de volgende interne bedrijfsinformatie: projectoverzichten, door Ventilex B.V. aan klanten verzonden orderbevestigingen en kwartaalcijfers;

  • -

    het door [gedaagde sub 4] aan [gedaagde sub 3] toezenden van door Ventilex B.V. gehanteerde tarievenlijsten, kennelijk met de bedoeling die ten voordele van Tema Process te gebruiken (3.28). Aan het eveneens onrechtmatig geachte toezenden door [gedaagde sub 4] van een tekening van een cycloon en een programma om een cycloon uit te tekenen (overwegingen 3.29 – 3.31), heeft Ventilex B.V. in de onderhavige procedure geen specifieke stellingen ter onderbouwing van schade en causaal verband verbonden zodat de rechtbank daaraan voorbij zal gaan;

  • -

    het door [gedaagde sub 5] aan [gedaagde sub 2] toesturen van een zestal, van een klant van Ventilex B.V. ([naam 2]) afkomstige berekeningen van chemische processen (3.35 en 3.36) met de bedoeling dit ten voordele van Tema Process te gaan gebruiken. Ook aan dit feit zijn door Ventilex B.V. in de onderhavige procedure geen specifieke stellingen ter onderbouwing van schade en causaal verband verbonden zodat de rechtbank daaraan voorbij zal gaan. Voor [gedaagde sub 5] betekent dit dat de vorderingen jegens hem, wegens het ontbreken van een feitelijke grondslag, zullen worden afgewezen.

Het Hof heeft voorts geoordeeld (overweging 3.44) dat alle onrechtmatige handelingen van [gedaagde sub 2] en de andere (ex-)werknemers/gedaagden in de onderhavige procedure, ook aan Tema Process kunnen worden toegerekend.

2.14.

Het voorgaande tot de kern teruggebracht komt erop neer dat Ventilex B.V. in deze procedure, mede aan de hand van het door de deskundigen geselecteerde bewijsmateriaal, dient aan te tonen:

  1. dat Tema Process BV c.s. daadwerkelijk klanten van Ventilex B.V. die zijn opgenomen in het bestand “klanten.pst” heeft benaderd (dat zou, zo heeft het Hof geoordeeld, onrechtmatig zijn) en dat, en in welke mate, Ventilex B.V. ten gevolge daarvan schade heeft geleden,

  2. dat met de heimelijk van [gedaagde sub 3] verkregen informatie (projectoverzichten, door Ventilex B.V. aan klanten verzonden orderbevestigingen en kwartaalcijfers) Tema Process BV c.s. in staat is geweest aan klanten offertes te sturen voor een lager bedrag dan Ventilex B.V. en, indien daarvan sprake is geweest, dat, en in welke mate, Ventilex B.V. daardoor schade heeft geleden, en

  3. dat, en in hoeverre, de - via [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 3] - onrechtmatig verkregen tarievenlijsten ten voordele van Tema Process zijn gebruikt en welke schade daaruit voor Ventilex B.V. is voortgevloeid.

2.15.

In hun conclusies na het deskundigenonderzoek zoomen partijen, met name Ventilex B.V., nogal in op het feit dat de deskundigen diverse stukken hebben aangetroffen die voldoen aan de door het Hof in het arrest gegeven criteria. Dat op zich echter levert nog geen bewijs op van een verband tussen de drie in de vorige overweging opgesomde handelingen die door het Hof als onrechtmatig zijn beoordeeld en de schade die Ventilex B.V. stelt te hebben geleden. Zo valt bijvoorbeeld op dat Ventilex B.V. als productie 63 een reeks, door de deskundigen geselecteerde tekeningen heeft overgelegd maar - overigens in tegenstelling tot Tema Process BV c.s. - weinig tot niets stelt over welke door het Hof als onrechtmatig geoordeelde handeling met die tekeningen wordt aangetoond en ook vrijwel niets over de relatie met de schade die zij daardoor zou hebben geleden. Ventilex B.V. stelt enkel dat Tema Process BV c.s. tientallen tekeningen heeft overgenomen en dat dit niet met een ander doel geweest kan zijn dan deze te gebruiken in de door het Hof “in zoverre onrechtmatig geachte concurrentiestrijd met Ventilex” (laatste conclusie, nr. 59). Het Hof heeft echter niet zozeer die concurrentiestrijd onrechtmatig geacht maar slechts voor zover Tema Process BV c.s. met gebruikmaking van bij Ventilex B.V. ontvreemde informatie in staat is geweest aan klanten offertes te sturen voor een lager bedrag dan Ventilex B.V. Op dat punt heeft Ventilex B.V. met betrekking tot deze tekeningen echter niets gesteld.

2.16.

De rechtbank zal hierna nog nagaan of Ventilex B.V. ten aanzien van de drie hiervoor opgesomde onrechtmatige daden heeft aangetoond dat zij ten gevolge daarvan schade heeft geleden zoals door haar wordt gevorderd.

Benaderen van Ventilex-klanten die voorkomen in “klanten.pst” (1)

2.17.

Onder deze categorie vallen de stukken met betrekking tot de door Tema Process BV c.s. aan Ventilex-klanten uitgebrachte offertes waarover het Hof al had geoordeeld dat geen onrechtmatigheid was aangetoond. De rechtbank verwijst naar hetgeen hiervoor is geoordeeld, bij de overwegingen 2.8. en 2.9.

2.18.

Ventilex B.V. wijst voorts op stukken waaruit blijkt dat Tema Process BV c.s. ECS Paneermeel en Ziolopex heeft benaderd. Door Tema Process BV c.s. is, onder verwijzing naar een uitdraai van “klanten.pst” (productie 10 bij de laatste conclusie), gesteld dat deze partijen niet voorkomen in “klanten.pst”. Voor ECS Paneermeel klopt dit, echter Ziolopex komt voor in de als productie 10 overgelegde uitdraai. Ten aanzien van Ziolopex stelt Tema Process BV c.s. dat aan die partij nooit iets is verkocht. Ventilex B.V. heeft weliswaar gewezen op een brief die namens Tema Process aan Ziolopex is gestuurd met daarbij een offerte, maar gesteld noch gebleken is dat dit ertoe heeft geleid dat aan Tema Process BV c.s. door deze partij een opdracht is verstrekt noch dat er sprake was dat Ventilex B.V. bij Ziolopex in de markt was voor dezelfde droger en die opdracht aan haar voorbij is gegaan door de offerte van Tema Process BV c.s. Hoewel dus sprake lijkt te zijn van op onrechtmatige wijze benaderen van een klant van Ventilex B.V. die genoemd is in “klanten.pst”, is niet aangetoond dat en in hoeverre dit heeft geleid tot schade aan de zijde van Ventilex B.V. Overigens stelt Tema Process BV c.s. dat Ziolopex behoort tot de groep waaraan werd geoffreerd en waarvan het Hof heeft geoordeeld dat benadering van die klanten niet onrechtmatig was. Dat oordeel van het Hof was toen onder andere gebaseerd op verschillen tussen hetgeen door Ventilex B.V. en Tema Process BV c.s. werd geoffreerd en het feit dat klanten, al dan niet met tussenkomst van Tema Process agenten, zelf Tema Process BV c.s. hadden benaderd in de plaats van andersom (overwegingen 3.45 – 3.47 in het arrest van het Hof).

2.19.

Ventilex B.V. wijst ook nog [naam 7]. Tema Process BV c.s. herhaalt hier haar stelling dat dit contact tot stand is gekomen via een van haar agenten, [naam 6], en dat zij die dus niet zelf actief heeft benaderd. Gesteld noch gebleken is bovendien dat de offerte van Tema Process BV c.s. aan [naam 7] ertoe heeft geleid dat Ventilex B.V. schade heeft geleden doordat zij ten gevolge daarvan een opdracht is misgelopen. Dus een oorzakelijk verband tussen de door Tema Process BV c.s. ondernomen pogingen om bij deze klant een voet tussen de deur te krijgen en schade van Ventilex B.V. is niet aangetoond. De rechtbank herhaalt nog maar eens het oordeel van het Hof dat door de oprichting van Tema Process BV c.s. Ventilex B.V. er een geduchte concurrent bij kreeg: “[gedaagde partij] mochten immers hun kennis, kunde en ervaring wel in dienst van Tema Process gebruiken, en zij mochten voorts in beginsel ook gebruik maken van de contacten die zij in hun Ventilex-tijd hadden verworven. Ventilex moest het voorts na hun vertrek stellen zonder de expertise van [gedaagde partij] binnen haar eigen onderneming. Ook zonder onrechtmatig handelen van hun kant is het aannemelijk dat Ventilex door het gemis van haar ervaren werknemers en door de toegenomen concurrentie omzet zou missen. Daar komt dan nog bij dat Ventilex het agentennetwerk van Tema Holding, dat haar voorheen klandizie opleverde, eveneens moest missen doordat deze agenten na de oprichting van Tema Process de potentiële klanten veeleer bij Tema Process aanbrachten.” (overweging 3.54 in het arrest). Dit oordeel van het Hof brengt mee dat scherpe eisen gesteld moeten worden aan het bewijs door Ventilex B.V. van schade en causaal verband.

Gebruik van Ventilex-informatie om een lagere prijs te kunnen offreren (2)

2.20.

Afgezien van wat hiervoor al over dit onderdeel is geoordeeld, geldt dat Ventilex B.V. niet verder komt dan enkele algemene stellingen dat sprake moet zijn geweest van het gebruiken van kennis van de prijsstelling bij Ventilex B.V. (laatste conclusie, bij nr. 129) en een actieve en stelselmatige benadering van de Ventilex-klanten (bij nr. 131). Deze stellingen zijn, naar de rechtbank aanneemt, gebaseerd op hetgeen Ventilex B.V. elders in haar laatste conclusie heeft opgemerkt over de 13 klanten (opgesomd bij nr. 69) aan wie Tema Process BV c.s. offertes heeft gestuurd. Ook zal Ventilex B.V. bedoeld hebben haar claim te onderbouwen met haar stellingen over de “vliegende start” die Tema Process BV c.s. volgens haar in 2010 maakte en die in het Wingman 3 rapport cijfermatig is uitgewerkt (en overigens door Tema Process BV c.s. in haar laatste processtuk is toegelicht). Op beide punten is hiervoor al geoordeeld dat dit onvoldoende is voor het aannemen van een causaal verband met schade. Maar wat daar ook van zij, het ontbreekt in de stellingen van Ventilex B.V. aan een concrete onderbouwing van het causaal verband, in de zin dat zij stelt en onderbouwt welke van Ventilex B.V. ontvreemde informatie ten aanzien van welke Ventilex-klant is gebruikt om onder de duiven van Ventilex B.V. te kunnen schieten, hoe Tema Process BV c.s. die informatie heeft gebruikt en welk nadeel Ventilex B.V. daardoor heeft geleden. De mogelijke relatie tussen gebruikte informatie en schade wordt verder vertroebeld door de omstandigheden die door het Hof zijn genoemd, zoals geciteerd in de vorige rechtsoverweging. Ventilex B.V. heeft op dit punt onvoldoende concreet gesteld, zowel over de vraag op welke wijze zij nadeel heeft ondervonden van het gebruik van bepaalde informatie, als om welke informatie dat dan precies is gegaan en hoe die informatie door Tema Process BV c.s. in haar voordeel is gebruikt.

Onrechtmatig verkregen tarievenlijsten (3)

2.21.

Voor dit onderdeel geldt hetzelfde als hiervoor over onderdeel (2) is overwogen. Er is onvoldoende concreet gesteld en aangetoond dat en welk voordeel Tema Process BV c.s. ten koste van Ventilex B.V. heeft gehad van het feit dat zij de beschikking had over tarievenlijsten.

Incidentele vordering ex art. 843a Rv

2.22.

In haar laatste conclusie heeft Ventilex B.V. op grond van artikel 843a Rv gevorderd dat Tema Process BV c.s. wordt bevolen gegevens ter beschikking te stellen waaraan Wingman behoefte heeft om nader te rapporteren, zoals uitgeschreven in (a) tot en met (d) bij nr. 123 van deze conclusie. Tema Process BV c.s. heeft verweer gevoerd en gesteld dat Ventilex B.V., nu zij na alle beslagen nog geen begin van causaliteit heeft aangetoond, geen rechtmatig belang heeft om nog verder in de administratie van Tema Process BV c.s. te snuffelen en een zogeheten “phising expedition” niet is toegestaan.

2.23.

De rechtbank wijst de incidentele vordering af. Het verzoek (bij (a)) om inzage in de missende facturen zoals genoemd in bijlage 3 van het Wingman 3 rapport mist belang nu, zoals hiervoor is geoordeeld, Ventilex B.V. tot op heden er niet in is geslaagd een causaal verband aan te tonen tussen de door Hof benoemde onrechtmatige daden en haar schade terwijl dat causaal verband in het rapport Wingman 3 wordt voorondersteld. Wat betreft de bij (b) genoemde stukken geldt dat er geen relatie is met de door het Hof als onrechtmatig geoordeelde handelingen, die immers zien op onrechtmatig gebruik van klanten die wel voorkomen in het bestand “klanten.pts”. Voor de overige stukken geldt dat deze buiten de reikwijdte van deze schadestaatprocedure vallen (stukken genoemd bij c) dan wel dat reeds vast staat dat Tema Process BV c.s. geen onrechtmatig handelen valt te verwijten (stukken genoemd bij d).

Slot

2.24.

Alles overziend zullen de vorderingen van Ventilex B.V. worden afgewezen. De rechtbank ziet in de procesgang en de gebeurtenissen die daartoe aanleiding hebben gegeven wel reden om Ventilex B.V. niet in de kosten van de procedure te veroordelen maar die kosten te compenseren. Doorslaggevend daarvoor is in de eerste plaats dat op zichzelf beschouwd de door het Hof vastgestelde onrechtmatige gedragingen van Tema Process BV c.s. ernstig van aard waren, zowel qua omvang als inhoudelijk, en soms zelfs (bijvoorbeeld ten aanzien van het gebruik van een “mol”) arglistig te noemen zijn. In de tweede plaats was de proceshouding van Tema Process BV c.s. in de onderhavige procedure ten aanzien van de benoeming van de deskundigen en het kunnen aanvangen van het onderzoek weinig constructief, zoals al is geoordeeld in het tussenvonnis van 2 januari 2019 (overweging 2.8.).

in reconventie

2.25.

Tema Process BV c.s. zal niet-ontvankelijk worden verklaard (zie tussenvonnis van 2 januari 2019, overweging 2.16).

2.26.

Tema Process BV c.s. wordt in de proceskosten van Ventilex B.V. veroordeeld, tot op heden begroot op € 1.086,00 (2 punten × tarief II).

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1.

wijst de vorderingen af,

3.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in reconventie

3.3.

verklaart Tema Process BV c.s. niet-ontvankelijk in haar vordering,

3.4.

veroordeelt Tema Process BV c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Ventilex B.V. tot op heden begroot op € 1.086,00,

3.5.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms, mr. O. Nijhuis en mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2020.

PB/ON/St