Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3594

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-07-2020
Datum publicatie
22-07-2020
Zaaknummer
8477718
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Overheidswerkgever verzoekt ontbinding arbeidsovereenkomst ambtenaar. Privégebruik leaseauto en NS Businesscard. Geen verwijtbaar handelen van werkneemster en geen verstoorde arbeidsverhouding.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7 669
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-0869
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 8477718 \ HA VERZ 20-62 \ 25115 \ 28195

uitspraak van 17 juli 2020

beschikking

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon de Dienst voor het kadaster en de openbare registers gevestigd te Apeldoorn

verzoekende partij

gemachtigde mr. J.J.B. van den Elsaker

en

[naam]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

gemachtigde mr. L.C.J. Sprengers

Partijen worden hierna Kadaster en [werkneemster] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Kadaster heeft een verzoekschrift (met producties 1 t/m 32) ingediend, ingekomen op 24 april 2020, gericht tegen [werkneemster] . Bij brief van 22 mei 2020 heeft Kadaster, in aanvulling op haar verzoekschrift, producties 33 t/m 35 (met een toelichting) ingediend.

1.2.

[werkneemster] heeft een verweerschrift (met producties 1 t/m 6) ingediend en gelijktijdig verzocht om toestemming van de kantonrechter om op grond van artikel 87 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) tijdens de mondelinge behandeling getuigen te horen.

1.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 juni 2020. De gemachtigde van Kadaster heeft voorafgaand aan de zitting, bij e-mail van 23 juni 2020, een pleitnota met productie 36 overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling hebben (de gemachtigden van) partijen hun standpunten nader toegelicht en heeft de kantonrechter één getuige gehoord. Van het getuigenverhoor is een apart proces-verbaal opgemaakt.

1.4.

De beschikking is (vervroegd) bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[werkneemster] , geboren op [geboortedatum] , wordt met ingang van 1 december 2009 aangesteld bij Kadaster in de functie van Key Accountmanager, laatstelijk tegen een loon van € 5.807,74 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en eindejaarsuitkering, op basis van een arbeidsduur van 36 uur per week. Tot 1 januari 2020 waren de Arbeidsvoorwaarden en Rechtspositie Kadaster (hierna: de ARK) op de aanstelling van toepassing. Met ingang van die datum wordt de aanstelling van [werkneemster] van rechtswege gewijzigd in een arbeidsovereenkomst tussen Kadaster en [werkneemster] .

2.2.

Kadaster stelt aan [werkneemster] een leaseauto en een NS Businesscard ter beschikking.

2.3.

Partijen sluiten op 23 augustus 2013 een gebruikersovereenkomst bedrijfsauto voor zakelijk en privégebruik met als ingangsdatum 30 augustus 2013 en einddatum contract 30 augustus 2017, met – voor zover relevant voor de beoordeling – de volgende inhoud.

6 Indien de medewerker de auto zowel zakelijk als privé gebruikt, geeft hij hierbij aan dat hij/zij naar verwachting per jaar maximaal 10000 aan privé kilometers rijdt. De medewerker zal een nauwkeurig sluitende kilometerverantwoording bijhouden en telkens maandelijks achteraf hiervan een afschrift ter kennisname toezenden aan de Personeelsadministratie.

(…)

8 De medewerker machtigt hierbij het Kadaster het extra verschuldigde bedrag wegens het rijden van meer dan 12.500 privé kilometers per jaar van € 0,00 maandelijks achteraf in te houden op de salarisbetaling. Dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, onder 3.3., van de Regeling.

2.4.

Partijen sluiten op 24 augustus 2017 een gebruikersovereenkomst bedrijfsauto ten aanzien van een nieuwe bedrijfsauto, wederom voor zakelijk en privégebruik, met als ingangsdatum 31 maart 2017 voor de duur van 48 maanden, met de volgende – voor de beoordeling relevante – bepalingen.

5 Indien de medewerker de auto zowel zakelijk als privé gebruikt, geeft hij hierbij aan dat hij/zij naar verwachting per jaar maximaal 10000 aan privé kilometers rijdt. De medewerker zal een nauwkeurig sluitende kilometerverantwoording bijhouden.

(…)

7 De medewerker machtigt hierbij het Kadaster het extra verschuldigde bedrag wegens het rijden van meer dan 12.500 privé kilometers per jaar van € 0,00 maandelijks achteraf in te houden op de salarisbetaling. Dit overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, onder 3.3., van de Regeling.

2.5.

Op de gebruikersovereenkomsten tussen partijen is de Regeling persoonsgebonden bedrijfsauto’s Kadaster (hierna: de Regeling) van toepassing, waarnaar in de artikelen 8 respectievelijk 7 van de gebruiksovereenkomsten ook wordt verwezen. Artikel 3.3. van de Regeling luidt (in versie 2.7 d.d. 13 september 2016) als volgt.

Aan de werknemer wordt een privégebruik van 12.500 kilometer per jaar toegestaan. Voor kilometers boven deze 12.500 kilometer kan de werkgever een vergoeding verlangen op basis van de in de offerte van de leasemaatschappij afgegeven meerprijs. (…)

2.6.

Vanaf 18 maart 2019 is [werkneemster] , als gevolg van een auto-ongeluk, arbeidsongeschikt.

2.7.

Kadaster neemt op 23 september 2019 telefonisch contact op met [werkneemster] over het gebruik van de NS Businesscard tijdens haar arbeidsongeschiktheid. Tijdens dit telefoongesprek vertelt [werkneemster] dat zij haar NS Businesscard al lange tijd niet meer heeft gebruikt en dat, nadat zij dat ter plekke heeft nagekeken, haar NS Businesscard niet meer op de gebruikelijke plek in haar werktas zit. Kadaster heeft de NS Businesscard van [werkneemster] vervolgens laten blokkeren, een nieuwe NS Businesscard voor haar aangevraagd en aan haar toe laten sturen.

2.8.

Op 11 maart 2020 neemt Kadaster wederom telefonisch contact op met [werkneemster] vanwege een reis met de NS Businesscard tijdens arbeidsongeschiktheid. Na dit telefoongesprek stuurt [werkneemster] dezelfde dag een e-mail aan Kadaster met de volgende inhoud.

Wij hebben elkaar vandaag gesproken over de business card.

Enige maanden geleden werd ik erop geattendeerd door jou dat mijn business card veelvuldig gebruikt was. Aangezien ik dit zelf niet was en de business card al maanden niet gebruikt had, realiseerde ik me pas op moment dat ik de card ook niet in mijn tas had en deze kwijt was. Jij hebt de business card geblokkeerd en een nieuwe aangevraagd.

Met deze nieuwe pas heb ik op 8 januari jl. gereisd, ik had me niet gerealiseerd dat dit niet mocht omdat dit niet een reis voor het werk was.

Om misverstanden te voorkomen in de toekomst verzoek ik je om de business card te blokkeren, ik zal hem doorknippen.

2.9.

Kadaster nodigt [werkneemster] vervolgens uit voor een gesprek op 20 maart 2020, waarvan een gespreksverslag is gemaakt. Uit dit gespreksverslag blijkt het volgende. Tijdens het gesprek confronteert Kadaster [werkneemster] met het hoge aantal gereden (privé)kilometers met de leaseauto in de afgelopen jaren, ook in periodes van arbeidsongeschiktheid. [werkneemster] verklaart, kort samengevat, dat zij de leaseauto gebruikt voor, onder meer, familiebezoeken waarbij haar man haar dan wegbrengt en ophaalt waardoor de kilometers dubbel worden gereden. Daarnaast bevraagt Kadaster [werkneemster] over het veelvuldige gebruik van de NS Businesscard tot eind september 2019. [werkneemster] verklaart dat zij haar NS Businesscard eerder moet zijn verloren.

2.10.

Bij e-mail van 27 maart 2020 vraagt Kadaster aan [werkneemster] of haar man de leaseauto heeft gebruikt voor zijn onderneming. Daarnaast vraagt het Kadaster toelichting op een aantal specifieke reizen met de NS Businesscard, omdat uit nader onderzoek is gebleken dat [werkneemster] , in de periode waarbij haar NS Businesscard veelvuldig (in de weekenden) is gebruikt, ook zelf nog de beschikking heeft gehad over deze NS Businesscard voor reizen naar vestigingen van Kadaster.

2.11.

[werkneemster] reageert per e-mail van 1 april 2020 op het gespreksverslag van 20 maart 2020 en de e-mail van 27 maart 2020. Over het hoge aantal privékilometers legt [werkneemster] uit dat zij zich tijdens haar arbeidsongeschiktheid bij haar moeder terugtrekt om alleen te kunnen zijn, soms drie tot vier keer in de week en dan werd zij door haar man gebracht en gehaald, dat is 280 kilometer per dag. [werkneemster] ontkent dat haar man de leaseauto voor zijn (niet-actieve) onderneming(en) heeft gebruikt. Over de NS Businesscard licht [werkneemster] toe dat haar dochter, na het ontstaan van schuldgevoel, heeft opgebiecht dat zij de NS Businesscard stiekem, zonder [werkneemster] ’s toestemming, uit haar tas heeft gehaald om daarmee in de weekenden te reizen. [werkneemster] biedt haar excuses aan en wil een passende oplossing om iedere cent terug te betalen.

2.12.

Bij brief van 8 april 2020 wordt [werkneemster] door Kadaster met onmiddellijke ingang geschorst.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

Kadaster verzoekt de kantonrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de arbeidsovereenkomst tussen Kadaster en [werkneemster] te ontbinden wegens een redelijke grond, gelegen in verwijtbaar handelen en/of nalaten van [werkneemster] als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW, zodanig dat van Kadaster redelijkerwijs niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [werkneemster] te laten voortduren, dan wel gelegen in een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW, zodanig dat van Kadaster in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [werkneemster] te laten voortduren;

II. bij de ontbinding de einddatum te bepalen met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:671b lid 9 sub a BW;

III. te bepalen dat [werkneemster] aan Kadaster een vergoeding voor privégebruik van de leaseauto is verschuldigd van € 5.622,31, vermeerderd met wettelijke rente;

IV. [werkneemster] te veroordelen in een bedrag ter hoogte van € 2.947,26 aan Kadaster te voldoen ter zake de geleden schade als gevolg van het privégebruik van de NS Businesscard, te vermeerderen met de wettelijke rente;

V. te bepalen dat [werkneemster] de kosten van de procedure draagt.

3.2.

Kadaster legt aan haar verzoeken – kort samengevat – het volgende ten grondslag. Kadaster verwijt [werkneemster] jarenlang excessief privégebruik van de leaseauto terwijl het door haar opgegeven aantal verwachte privékilometers per jaar veel lager was. Omdat [werkneemster] geen geloofwaardige verklaring heeft kunnen geven voor de excessieve overschrijding van het aantal gereden privékilometers met de leaseauto gaat Kadaster uit van misbruik van de leaseauto. Kadaster verwijt [werkneemster] voorts dat zij haar NS Businesscard op grote schaal voor privéreizen heeft gebruikt terwijl deze enkel voor zakelijke reizen aan haar ter beschikking is gesteld. Ook hier gaat Kadaster uit van misbruik omdat [werkneemster] volgens Kadaster geen geloofwaardige verklaring voor het gebruik heeft gegeven. Kadaster vermoedt dat [werkneemster] , net als op 8 januari 2020, ook in de periode vóór 23 september 2019 zelf privéreizen met haar NS Businesscard heeft gemaakt, omdat die reizen niet gerelateerd kunnen worden aan haar werkzaamheden of aan de reisbewegingen van haar dochter. Kadaster stelt dat [werkneemster] met haar handelen en het zwijgen daarover bovendien de op haar als ambtenaar geldende integriteitsverplichtingen heeft geschonden. Naar de mening van Kadaster is de handelwijze van [werkneemster] rondom de leaseauto en de NS Businesscard te kwalificeren als verwijtbaar handelen of nalaten als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW. De handelwijze van [werkneemster] heeft volgens Kadaster bovendien geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub g BW. [werkneemster] heeft het in haar gestelde vertrouwen geschonden, ook doordat zij heeft gedraaid in haar verklaringen. Derhalve is sprake van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Kadaster stelt in dat verband tot slot dat herplaatsing in de gegeven omstandigheden niet van haar gevergd kan worden. Naast de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [werkneemster] vordert Kadaster van [werkneemster] een bedrag van € 5.622,31, zijnde een vergoeding voor de gereden privékilometers boven de 12.500 kilometer per jaar ten tijde van arbeidsongeschiktheid en een bedrag van € 2.947,26, zijnde een vergoeding voor het onrechtmatig gebruik van de NS Businesscard.

3.3.

[werkneemster] voert gemotiveerd verweer. Zij betwist dat er een redelijke grond is om over te kunnen gaan tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en voert daartoe – kort samengevat – het volgende aan. [werkneemster] betwist allereerst dat zij een inschatting van de door haar te rijden maximaal aantal privékilometers per jaar moest maken voorafgaande aan het opstellen van de gebruikersovereenkomsten. In de aan haar voorgelegde gebruikersovereenkomsten stond volgens haar het aantal verwachte privékilometers per jaar (10.000) al standaard ingevuld, evenals de vergoeding van € 0,00 voor gereden kilometers boven de 12.500. Bovendien is zij tien jaar lang niet om een kilometerregistratie gevraagd of aangesproken op het aantal gereden privékilometers, aldus [werkneemster] . [werkneemster] voert aan dat zij, mede gelet op de tekst van de gebruikersovereenkomst, ervan uitging – en ervan uit mocht gaan – dat het (ongelimiteerd) privégebruik van de leaseauto een arbeidsvoorwaarde was, ook gelet op de door haar betaalde maandelijkse bijtelling van € 629,37 alsmede de maandelijkse bijdrage voor privégebruik van € 105,85. Van misbruik van de leaseauto is daarom geen sprake, aldus [werkneemster] . Ook meent zij om die reden geen extra vergoeding voor gereden privékilometers verschuldigd te zijn.

Ten aanzien van de NS Businesscard voert [werkneemster] aan dat haar dochter buiten haar medeweten en kennis om met deze NS Businesscard heeft gereisd. Volgens [werkneemster] kan haar dat misbruik niet worden toegerekend. Wel erkent zij dat dit onder haar verantwoordelijkheid als ouder valt. Daarom heeft zij ook meteen aangeboden de schade van Kadaster die uit het gedrag van haar dochter voortvloeit voor haar rekening te nemen. [werkneemster] betwist verder dat zij heeft gedraaid in haar verklaringen, zoals door Kadaster wordt gesteld. [werkneemster] stelt consistent te hebben verklaard zowel ten aanzien van het privégebruik van de leaseauto als ten aanzien van de NS Businesscard en dat haar verklaring over de NS Businesscard slechts is aangevuld nadat haar dochter het gebruik van de NS Businesscard tegenover haar had opgebiecht. Er is volgens [werkneemster] daarom geen sprake van verwijtbaar handelen of nalaten dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt en evenmin van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Wat betreft de verzochte vergoeding voor het privégebruik van de NS Businesscard voert [werkneemster] aan dat zij deze op 18 oktober 2018 heeft gebruikt voor een zakelijke reis en dat de kosten voor deze reis (€ 47,60) ten onrechte zijn meegenomen. [werkneemster] verzoekt Kadaster het erkende verschuldigde bedrag van € 2.899,66 (€ 2.947,26 - € 47,60) middels een periodiek bedrag in te houden op haar salaris, zoals is geregeld in artikel 4:10 lid 2 van de ARK.

4 De beoordeling

4.1.

De eerste vraag die voorligt is of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden wegens verwijtbaar handelen of nalaten van [werkneemster] , zodanig dat van Kadaster niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In de kern verwijt Kadaster [werkneemster] misbruik van twee – aan [werkneemster] beschikbaar gestelde – bedrijfsmiddelen, gelegen in het excessieve privégebruik van de leaseauto en de NS Businesscard. Het gestelde misbruik van de leaseauto en de NS Businesscard zal hierna achtereenvolgens worden beoordeeld.

4.2.

De kantonrechter stelt voorop dat niet in geschil is dat het [werkneemster] op zichzelf was toegestaan om de leaseauto ook privé te gebruiken. In geschil is in welke mate. Kadaster verwijt [werkneemster] niet zozeer dat zij meer dan de in de gebruikersovereenkomsten genoemde 10.000 of 12.500 privékilometers per jaar heeft gereden, maar acht het privégebruik van de leaseauto van ongeveer 50.000 kilometer per jaar tijdens arbeidsongeschiktheid een excessieve overschrijding. Hetgeen wat partijen hebben afgesproken over het privégebruik van de leaseauto is daarom van belang als zijnde het startpunt van verwachtingen over en weer. Kadaster heeft ter zitting gesteld dat medewerkers voorafgaand aan de gebruikersovereenkomst voor de leaseauto een aanvraagformulier gericht aan hun leidinggevende invullen waarin onder meer een inschatting van het aantal privékilometers wordt opgegeven en dat dit aantal privékilometers vervolgens terecht komt in de gebruikersovereenkomsten. [werkneemster] heeft ter zitting aangevoerd dat zij nooit een dergelijk aanvraagformulier met een inschatting van het aantal privékilometers heeft ingevuld. Nu zij eerder al had gesteld dat het aantal van 10.000 kilometers al was voorgedrukt, had Kadaster het aanvraagformulier voor de mondelinge behandeling moeten overleggen als zij zich daarop wilde beroepen. Dit betekent dat, hoewel het verwachte aantal van 10.000 privékilometers in de gebruikersovereenkomsten staat vermeld, niet is komen vast te staan dat [werkneemster] dit aantal heeft opgegeven. Naar het oordeel van de kantonrechter hoefde [werkneemster] aan de vermelding in de gebruikersovereenkomst(en) van 10.000 verwachte privékilometers per jaar redelijkerwijs niet af te leiden dat het privégebruik gemaximeerd was. Daarvoor is van belang dat Kadaster zich in de gebruikersovereenkomst(en) weliswaar het recht heeft voorbehouden om boven het aantal van 12.500 privékilometers per jaar een extra vergoeding voor de leaseauto in rekening te brengen, maar tegelijkertijd die vergoeding op nihil (€ 0,00) heeft gesteld. Kadaster heeft ook nimmer op een kilometerregistratie aangedrongen. Ook is [werkneemster] nimmer aangesproken op de omvang van het privégebruik dat al geruime tijd een vergelijkbare omvang had. Ook daaruit heeft [werkneemster] redelijkerwijs mogen afleiden dat geen strikt maximum aan het aantal privékilometers tussen partijen is overeengekomen. Dat maakt dat het privégebruik van de leaseauto boven de 10.000 dan wel 12.500 kilometers op zichzelf geen misbruik oplevert.

4.3.

Met Kadaster is de kantonrechter wel van oordeel dat de omvang van het privégebruik tijdens arbeidsongeschikt (gemiddeld 940 kilometer per week) wel om een verklaring vraagt. De kantonrechter overweegt dat – hoewel partijen van mening verschillen over de inhoud van het verantwoordingsgesprek op 20 maart 2020 – [werkneemster] bij de eerste confrontatie met het hoge aantal privékilometers direct heeft verklaard dat de leaseauto, daargelaten of in dit gesprek reeds haar moeder en/of Amsterdam ter sprake is gekomen, onder meer wordt gebruikt voor familiebezoeken en dat haar partner dan heen en weer rijdt om haar weg te brengen en op te halen, omdat zij sinds het auto-ongeluk niet meer zelf rijdt. Op 1 april 2020 heeft [werkneemster] nader uitgelegd waarom en hoe vaak zij met de leaseauto naar haar moeder werd gebracht en gehaald. Niet in geschil is dat het gezinsleden uit hoofde van de Regeling is toegestaan om de leaseauto te gebruiken. De stelling van Kadaster dat de verklaring van [werkneemster] onaannemelijk is omdat er nauwelijks is getankt op de route Culemborg-Amsterdam, is door [werkneemster] weerlegd onder verwijzing naar het verzoek vanuit de leasemaatschappij om vanwege het prijsverschil zoveel mogelijk lokaal te tanken en niet langs de snelweg. Van de gestelde inconsistenties in de verklaringen van [werkneemster] is de kantonrechter niet gebleken. Bovendien heeft zij verklaringen overgelegd van haar echtgenoot en moeder die haar uitlatingen staven. Dat Kadaster de verklaringen van [werkneemster] over het privégebruik van de leaseauto niet gelooft, mag zo zijn, maar bij gebreke van aanknopingspunten om de geloofwaardigheid van deze verklaringen in twijfel te trekken kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van aantoonbaar misbruik van de leaseauto.

4.4.

Wat betreft de NS Businesscard stelt de kantonrechter voorop dat niet in geschil is dat de NS Businesscard alleen door [werkneemster] zelf en alleen voor zakelijke reizen mag worden gebruikt. Vast staat dat er desondanks veelvuldig gebruik van is gemaakt voor niet zakelijke reizen. Van misbruik van de NS Businesscard door [werkneemster] , de grondslag van het ontbindingsverzoek, is naar het oordeel van de kantonrechter slechts sprake indien [werkneemster] zelf de NS Businesscard voor vele privéreizen heeft gebruikt of indien [werkneemster] wist van het gebruik van de NS Businesscard door haar dochter. Gelet op het uitgangspunt dat [werkneemster] als bezitter van de NS Businesscard de geregistreerde reizen op haar NS Businesscard heeft gemaakt, ligt het op haar weg om aan te tonen dat haar dochter deze (privé)reizen heeft gemaakt en niet zijzelf en dat zij niet wist van het gebruik van de NS Businesscard door haar dochter.

4.5.

De kantonrechter stelt vast dat [werkneemster] haar verklaringen over de NS Businesscard weliswaar gaandeweg heeft aangepast, maar dat deze aanvullingen het gevolg zijn van (stapsgewijze) bekentenissen van haar dochter en dat dat niet betekent dat haar verklaringen inconsistent zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [werkneemster] met haar verklaringen in samenhang met de ter zitting onder ede afgelegde getuigenverklaring van haar dochter aangetoond dat alle privéreizen met de (oude) NS Businesscard door haar dochter zijn gemaakt en dat zij niet wist dat haar dochter de NS Businesscard heeft gebruikt, ook niet in de periodes dat zij zelf nog wel (zakelijk) gebruik maakte van haar NS Businesscard. Ook ten aanzien van de NS Businesscard acht Kadaster de verklaringen van [werkneemster] en haar dochter ongeloofwaardig, maar ook hier is niet gebleken van objectieve aanknopingspunten die maken dat aan de geloofwaardigheid hiervan kan worden getwijfeld. Voor alle reizen heeft de dochter een plausibele verklaring kunnen geven. Hoewel [werkneemster] wel kan worden verweten onvoldoende toezicht te hebben gehouden op de aan haar beschikbaar gestelde NS Businesscard, is dat niet zodanig verwijtbaar dat van Kadaster niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat [werkneemster] op 8 januari 2020 zelf eenmalig privé heeft gereisd op de (nieuwe) NS Businesscard leidt niet tot een ander oordeel.

4.6.

Naar het oordeel van de kantonrechter is dan ook geen sprake van misbruik van bedrijfsmiddelen, ook niet gelet op de hogere maatstaf van integriteit die voor [werkneemster] als ambtenaar geldt, zodat de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen en/of nalaten van [werkneemster] wegens gebrek aan feitelijke grondslag zal worden afgewezen.

4.7.

Aan de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding liggen dezelfde verwijten, met name de door Kadaster gestelde ongeloofwaardigheid en inconsistenties van de verklaringen van [werkneemster] , ten grondslag. Kadaster stelt dat hierdoor het vertrouwen is geschonden en de arbeidsverhouding onhoudbaar is verstoord. Nu reeds is geoordeeld dat Kadaster zich ten onrechte op het standpunt stelt dat de verklaringen van [werkneemster] (objectief bezien) ongeloofwaardig en inconsistent zijn, kan dit evenmin leiden tot een verstoring van de arbeidsverhouding, althans niet zodanig dat van Kadaster in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dit betekent dat de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst ook op deze grond niet zal worden toegewezen.

4.8.

Kadaster baseert haar vordering van € 5.622,31, zijnde vergoeding voor privégebruik van de leaseauto, op artikel 3.3 van de Regeling (rechtsoverweging 2.5.) en de offerte van de leaseauto d.d. 23 november 2016. De kantonrechter overweegt dat artikel 3.3 van de Regeling Kadaster de bevoegdheid geeft om een vergoeding te verlangen voor privégebruik boven de 12.500 kilometer. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Kadaster van deze bevoegdheid afgezien door in de gebruikersovereenkomsten met [werkneemster] deze vergoeding op € 0,00 (rechtsoverwegingen 2.3. en 2.4.) te stellen. Er is daarom geen grondslag voor toewijzing van de gevorderde vergoeding voor het privégebruik van de leaseauto.

4.9.

Kadaster vordert tot slot een bedrag van € 2.947,26 aan schade als gevolg van het privégebruik van de NS Businesscard. [werkneemster] erkent een bedrag van € 2.899,66 verschuldigd te zijn. Nu Kadaster de betwisting van het bedrag van € 47,60 vanwege de zakelijke reis op 18 oktober 2018 niet heeft weersproken, zal het gevorderde bedrag worden toegewezen tot het bedrag zoals door [werkneemster] is erkend. Partijen beroepen zich beiden op artikel 4:10 van de ARK. Hoewel de ARK vanaf 1 januari 2020 niet meer op de arbeidsrelatie tussen partijen van toepassing is, geeft de kantonrechter partijen in overweging mee in overleg te treden over een periodieke inhouding op het salaris van [werkneemster] .

4.10.

Kadaster wordt overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter,

5.1.

wijst het verzoek van Kadaster tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [werkneemster] af;

5.2.

veroordeelt [werkneemster] om aan Kadaster te betalen een bedrag van € 2.899,66 ter zake de geleden schade als gevolg van het privégebruik van de NS Businesscard door haar dochter, te vermeerderen met de wettelijke rente;

5.3.

veroordeelt Kadaster in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [werkneemster] begroot op € 720,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.4.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2020.