Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3511

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15-07-2020
Datum publicatie
10-08-2020
Zaaknummer
05/880665-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 26-jarige man uit Druten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren voor medeplichtigheid aan drie woningovervallen en een inbraak bij de scouting. Daarnaast is verdachte veroordeeld als medepleger van het pinnen met gestolen bankpassen en een poging daartoe. Verdachte is ten aanzien van alle feiten verminderd toerekeningsvatbaar verklaard. Schadevergoedingen toegekend met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Matiging van de aan deze maatregel verbonden gijzeling in verband met zijn aandeel in bewezenverklaarde feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/880665-19

Datum uitspraak : 15 juli 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

thans gedetineerd in de P.I. Achterhoek, HvB te Zutphen,

raadsman: mr. M.J.C. Verlaan, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen

van 25 september en 4 december 2019 en 5 februari, 15 april en 15 juni 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Onderzoek Pimpernel, zaaksdossier 1:

1.

Primair

hij op of omstreeks 20 maart 2019, te Ammerzoden, in de gemeente Maasdriel, omstreeks 23.30 uur, in ieder geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 mobiele telefoons en/of ongeveer 1000 Euro contant geld en/of twee horloges (merk [merknaam 1] en [merknaam 2] ), in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

  • -

    voorzien van (een) hamer(s), in ieder geval (een) dergelijkend(e) (slag)voorwerp(en) en/of een pistool, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of

  • -

    voornoemde woning is/zijn binnen gedrongen en/of

  • -

    tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] dreigend heeft/hebben geroepen "Politie, politie, [naam 1] , [naam 1] , kluis." en/of "Laat hem zijn waffel houden.", in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

  • -

    aan voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (een) hamer(s), in ieder geval (een) dergelijk(e (slag)voorwerp(en) en/of een pistool, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] op of omstreeks 20 maart 2019, te Ammerzoden, in de gemeente Maasdriel, omstreeks 23.30 uur, in ieder geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 mobiele telefoons en/of ongeveer 1000 Euro contant geld en/of twee horloges (merk [merknaam 1] en [merknaam 2] ), in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

  • -

    voorzien van (een) hamer(s), in ieder geval (een) dergelijkend(e) (slag)voorwerp(en) en/of een pistool, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of

  • -

    voornoemde woning is/zijn binnen gedrongen en/of

  • -

    tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] dreigend heeft/hebben geroepen "Politie, politie, [naam 1] , [naam 1] , kluis." en/of "Laat hem zijn waffel houden.", in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

  • -

    aan voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (een) hamer(s), in ieder geval (een) dergelijk(e) (slag)voorwerp(en) en/of een pistool, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 20 maart 2019 in de gemeente Nijmegen en/of Maasdriel, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] met een voertuig bij de ophaalplek op te halen en/of vervolgens naar voornoemde woning te gaan en/of

  • -

    (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] te wachten en/of

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] met dat voertuig weg te brengen;

Onderzoek Hoefblad, zaaksdossier 2:

2.

primair

hij op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen, in een woning gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    ongeveer 150 Euro en/of

  • -

    ongeveer 5 gouden baren en/of

  • -

    3 bankpassen ( [banknaam 1] , [banknaam 2] en [banknaam 3] ) en een creditcard met de bijbehorende pincodes en/of

  • -

    een kluis, inhoudende onder meer gouden munten, sieraden, diverse aktes en aandelen registers en/of

  • -

    meerdere horloges en/of

  • -

    een aanzienlijke hoeveelheid sieraden,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    ongeveer 150 Euro en/of

  • -

    ongeveer 4 gouden baren en/of

  • -

    3 bankpassen ( [banknaam 1] , [banknaam 2] en [banknaam 3] ) en een creditcard met de bijbehorende pincodes en/of

  • -

    een kluis, inhoudende onder meer gouden munten, sieraden, diverse aktes en aandelen registers en/of

  • -

    meerdere horloges en/of

  • -

    een aanzienlijke hoeveelheid sieraden,

in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

  • -

    voorzien van (een) vuurwapen(s), in ieder geval een op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stanleymes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek/snij) voorwerp en/of een hamer, in ieder geval een dergelijk slagvoorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of

  • -

    voornoemde woning is/zijn binnengedrongen en/of

  • -

    aan voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een stanleymes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek/snij) voorwerp heeft/hebben getoond en/of een vuurwapen op die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

  • -

    tegen die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] dreigend heeft/hebben geroepen "Dit is een overval en wij willen geld zien." en/of dat die [benadeelde 3] de kluis moest openmaken, anders zouden ze hem wat aan doen, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

  • -

    die [benadeelde 3] heeft/hebben gedwongen mee te lopen naar boven en naar beneden en (vervolgens) tegen hem heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte en zijn mededader(s) hen zou gaan opsluiten en/of

  • -

    voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] in een kamer in voornoemde woning heeft/hebben opgesloten en/of de toegangsdeur van die kamer op slot heeft/hebben gedraaid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen, in een woning gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    ongeveer 150 Euro en/of

  • -

    ongeveer 5 gouden baren en/of

  • -

    3 bankpassen ( [banknaam 1] , [banknaam 2] en [banknaam 3] ) en een creditcard met de bijbehorende pincodes en/of

  • -

    een kluis, inhoudende onder meer gouden munten, sieraden, diverse aktes en aandelen registers en/of

  • -

    meerdere horloges en/of

  • -

    een aanzienlijke hoeveelheid sieraden,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    ongeveer 150 Euro en/of

  • -

    ongeveer 5 gouden baren en/of

  • -

    3 bankpassen ( [banknaam 1] , [banknaam 2] en [banknaam 3] ) en een creditcard met de bijbehorende pincodes en/of

  • -

    een kluis, inhoudende onder meer gouden munten, sieraden, diverse aktes en aandelen registers en/of

  • -

    meerdere horloges en/of

  • -

    een aanzienlijke hoeveelheid sieraden,

in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

  • -

    voorzien van (een) vuurwapen(s), in ieder geval een op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stanleymes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek/snij) voorwerp en/of een hamer, in ieder geval een dergelijk slagvoorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of

  • -

    voornoemde woning is/zijn binnengedrongen en/of

  • -

    aan voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een stanleymes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek/snij) voorwerp heeft/hebben getoond en/of een vuurwapen op die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

  • -

    tegen die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] dreigend heeft/hebben geroepen "Dit is een overval en wij willen geld zien." en/of dat die [benadeelde 3] de kluis moest openmaken, anders zouden ze hem wat aan doen, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

  • -

    die [benadeelde 3] heeft/hebben gedwongen mee te lopen naar boven en naar beneden en (vervolgens) tegen hem heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte en zijn mededader(s) hen zou gaan opsluiten en/of

  • -

    voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] in een kamer in voornoemde woning heeft/hebben opgesloten en/of de toegangsdeur van die kamer op slot heeft/hebben gedraaid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen en/of Arnhem en/of Duiven, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] met een voertuig bij de ophaalplek op te halen en/of vervolgens naar voornoemde woning te gaan en/of

  • -

    (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] te wachten en/of

  • -

    met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] de kluis weg te brengen naar een woning en/of naar Arnhem en Duiven te rijden om te gaan pinnen;

3.

Primair

hij op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen, in een woning gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk wederrechtelijk [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

- die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] in een kamer in hun woning heeft/hebben opgesloten en/of de toegangsdeur van die kamer op slot heeft/hebben gedraaid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen, in een woning gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk wederrechtelijk [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of één of meer van zijn mededader(s)

- die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] in een kamer in hun woning heeft/hebben opgesloten n/of de toegangsdeur van die kamer op slot heeft/hebben gedraaid,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen en/of Arnhem en/of Duiven, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] met een voertuig bij de ophaalplek op te halen en/of vervolgens naar voornoemde woning te gaan en/of

  • -

    (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] te wachten en/of

  • -

    met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] de kluis weg te brengen naar een woning en/of naar Arnhem en Duiven te rijden om te gaan pinnen;

4.

Primair

hij op of omstreeks 4/5 maart 2019, in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening met behulp van een bankpas ( [banknaam 2] ) en een bankpas ( [banknaam 3] ) ten name van [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft weggenomen een geldbedrag van 1000 en 1250 Euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door de (geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was, in ieder geval door middel van een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] op of omstreeks 4/5 maart 2019, in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening met behulp van een bankpas ( [banknaam 2] ) en een bankpas ( [banknaam 3] ) ten name van [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft weggenomen een geldbedrag van 1000 en 1250 Euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door de (geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was, in ieder geval door middel van een valse sleutel,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen en/of Arnhem en/of Duiven, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] met een voertuig bij de ophaalplek op te halen en/of vervolgens naar een woning ( [adres 3] in Nijmegen) te gaan en/of

  • -

    (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] te wachten en/of

  • -

    met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] de kluis weg te brengen naar een woning en/of naar Arnhem en Duiven te rijden om te gaan pinnen; (artikel 311/47/48 Wetboek van Strafrecht)

5.

Primair

hij op of omstreeks 5 maart 2019, in de gemeente Duiven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, de (geheime) pincode van een creditcard ( [banknaam 1] ) en een bankpas ( [banknaam 1] ) heeft gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] op of omstreeks 5 maart 2019, in de gemeente Duiven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, de (geheime) pincode van een creditcard ( [banknaam 1] ) en een bankpas ( [banknaam 1] ) heeft gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen en/of Arnhem en/of Duiven, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] met een voertuig bij de ophaalpiek op te halen en/of vervolgens naar een woning ( [adres 3] in Nijmegen) te gaan en/of

  • -

    (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] te wachten en/of

  • -

    met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] de kluis weg te brengen naar een woning en/of naar Arnhem en Duiven te rijden om te gaan pinnen;

Onderzoek Walstro, zaaksdossier 3:

6.

Primair

hij op of omstreeks 2 februari 2019, te Ooij, in de gemeente Berg en Dal, in een woning gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een portemonnee en/of ongeveer 20 Euro en/of een VGZ pas en/of een ID-kaart en/of een rijbewijs en/of een kentekenpas en/of een [banknaam 3] bankpas en/of een [banknaam 2] bankpas en/of één of meerdere bijbehorende pincodes,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

 voorzien van een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een breekijzer, in ieder geval een dergelijkend voorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of voornoemde woning binnen is/zijn gegaan en/of

 die [benadeelde 5] met kracht in de rug heeft/hebben geduwd en/of op de bank heeft/hebben geduwd en/of tegen die [benadeelde 5] heeft/hebben gezegd dat ze geld willen, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

 de polsen van die [benadeelde 5] aan elkaar heeft/hebben getaped en/of

 die [benadeelde 5] vervolgens mee naar boven heeft/hebben genomen en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde 5] heeft/hebben gericht en/of - meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [benadeelde 5] heeft/hebben gezegd dat hij rustig moest doen en dat ze hem in zijn been zouden schieten en dat ze zijn pincode moest zeggen, in ieder geval woorden gelijke aard en/of strekking en/of

 die [benadeelde 5] meermalen, in ieder geval éénmaal, met de koevoet op de linker knie en kuit, in ieder geval op het been heeft/hebben geslagen;

althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 2 februari 2019, te Ooij, in de gemeente Berg en Dal, in een woning gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een portemonnee en/of ongeveer 20 Euro en/of een VGZ pas en/of een id-kaart en/of een rijbewijs en/of een kentekenpas en/of een [banknaam 3] bankpas en/of een [banknaam 2] bankpas en/of één of meerdere bijbehorende pincodes,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte

en/of zijn mededader(s),

 voorzien van een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of

 een breekijzer, in ieder geval een dergelijkend voorwerp en/of handschoenen en/of (een)

 bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding naar voornoemde woning is/zijn

 gegaan en/of voornoemde woning binnen is/zijn gegaan en/of

 die [benadeelde 5] met kracht in de rug heeft/hebben geduwd en/of op de bank heeft/hebben geduwd en/of tegen die [benadeelde 5] heeft/hebben gezegd dat ze geld willen, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

 de polsen van die [benadeelde 5] aan elkaar heeft/hebben getaped en/of

 die [benadeelde 5] vervolgens mee naar boven heeft/hebben genomen en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde 5] heeft/hebben gericht en/of

 meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [benadeelde 5] heeft/hebben gezegd dat hij rustig moest doen en dat ze hem in zijn been zouden schieten en dat ze zijn pincode moest zeggen, in ieder geval woorden gelijke aard en/of strekking en/of

 die [benadeelde 5] meermalen, in ieder geval éénmaal, met de koevoet op de linker knie en kuit, in ieder geval op het been heeft/hebben geslagen

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 februari 2019 in de gemeente Wijchen en/of Berg en Dal, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met een voertuig bij een parkeerplaats in Wijchen op te halen en/of vervolgens naar voornoemde woning te gaan en/of

 (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te wachten en/of

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met dat voertuig weg te brengen;

7.

Primair

hij op of omstreeks 3 februari 2019, in de gemeente Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening met behulp van een bankpas ( [banknaam 3] ) ten name van [benadeelde 5] heeft weggenomen een geldbedrag van 70 Euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door de (geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was, in ieder geval door middel van een valse sleutel;

althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of 1. [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 3 februari 2019, in de gemeente Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening met behulp van een bankpas ( [banknaam 3] ) ten name van [benadeelde 5] heeft weggenomen een geldbedrag van 70 Euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door de (geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was, in ieder geval door middel van een valse sleutel,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 februari 2019 in de gemeente Nijmegen, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met een voertuig bij een parkeerplaats in Wijchen op te halen en/of vervolgens naar een woning ( [adres 4] te De Ooij, gemeente Berg en Dal) te gaan en/of

 (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te wachten en/of

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met dat voertuig weg te brengen en/of ergens te gaan pinnen;

8.

Primair

hij op of omstreeks 3 februari 2019, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, in ieder geval éénmaal, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, de (geheime) pincode van een bankpas ( [banknaam 2] ) heeft gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was;

althans, indien het vorenstaande onder 8 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of 1. [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 3 februari 2019, in de gemeente Nijmegen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, in ieder geval éénmaal, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, de (geheime) pincode van een bankpas ( [banknaam 2] ) heeft gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd was,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 februari 2019 in de gemeente Nijmegen, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met een voertuig bij een parkeerplaats in Wijchen op te halen en/of vervolgens naar een woning ( [adres 4] te Ooij, gemeente Berg en Dal) te gaan en/of

 (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te wachten en/of

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met dat voertuig weg te brengen en/of ergens te gaan pinnen;

Onderzoek inbraak Scouting, zaaksdossier 6:

9.

Primair

hij in of omstreeks de periode van 23 maart 2019 tot en met 28 maart 2019, in de gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een aggregaat en/of een hoeveelheid ( [merknaam 3] ) gereedschap en/of portofoons en/of een bouwradio, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming.

althans, indien het vorenstaande onder 9 niet tot een veroordeling leidt:

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] in of omstreeks de periode van 23 maart 2019 tot en met 28 maart 2019, in de gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een aggregaat en/of een hoeveelheid ( [merknaam 3] ) gereedschap en/of portofoons en/of een bouwradio, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 maart 2019 in de gemeente Nijmegen, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] met een voertuig in Wijchen op te halen en/of vervolgens naar voornoemde Scouting te gaan en/of

 (vervolgens) in de nabijheid van dat pand op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] te wachten en/of

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] met dat voertuig weg te brengen;

Onderzoek Escharen, zaaksdossier 7:

10.

hij in of omstreeks de periode van 25 maart 2019 tot en met 26 maart 2019, te Escharen, in de gemeente Grave, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een navigatiesysteem [merknaam 4] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [winkelnaam] en/of [benadeelde 8] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 t/m 5, primair, 6, subsidiair en 9, primair, tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 (onderzoek Pimpernel) heeft de officier partieel vrijspraak verzocht voor de onderdelen “omstreeks 23.30 uur”, “ [merknaam 2] horloge”, “geweld” en “voorzien van een pistool, in ieder geval een vuurwapen gelijkend voorwerp”, nu hiervoor geen of onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is in het dossier.

Ten aanzien van de feiten 6, primair, 7 en 8 heeft de officier van justitie vrijspraak verzocht.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat (de subsidiair tenlastegelegde) medeplichtigheid aan de feiten 1 t/m 6, en 9 kunnen worden bewezen. Zij heeft vrijspraak verzocht van de feiten 7, 8 en 10 en het (primair tenlastegelegde) medeplegen van de feiten 1 t/m 6, en 9.

Beoordeling door de rechtbank

Algemeen

Op 29 maart 2019 omstreeks 01:18 uur zijn verbalisanten in verband met een melding van een mogelijke auto-inbraak naar de [adres 5] te Nijmegen gegaan. In een daar geparkeerde [voertuig] ( [kenteken] ) troffen zij de verdachten [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 4] aan. In het handschoenenvak van de auto werd een zilverkleurig vleesmes aangetroffen. Onder de bijrijdersstoel werd een plastic tas met daarin een breekijzer, een paar handschoenen, een muts, een bivakmuts en een vuurwapen aangetroffen. Bij later onderzoek aan de auto werden een moker, nog een paar handschoenen, twee jassen en een joggingsbroek aangetroffen. Ten slotte werd in het middenconsole van de auto een horloge van het merk [merknaam 1] aangetroffen. De inzittenden zijn ter plaatse aangehouden op verdenking van overtreding van de APV van de gemeente Nijmegen en de Wet Wapens en Munitie.2

Feit 1 (Onderzoek Pimpernel, zaaksdossier 1):

Primair

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Zij overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 20 maart 2019 als chauffeur naar Ammerzoden had gereden. Vlak van te voren werd hij opgebeld met de vraag of hij kon rijden. Daarbij werd hem niet verteld waar ze heen gingen of waarvoor ze daar naar toe gingen. Dit kon om verschillende redenen zijn. Hij wist op het laatst pas wat ze gingen doen, vlak voordat het gebeurde. In de auto zaten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] . Zij stapten in Ammerzoden uit. Hij bleef in de auto zitten tot ze terug kwamen. Voor het rijden kreeg hij niet veel. De ene keer € 100,-, de andere keer € 200,-, soms kreeg hij niets.

Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte meer heeft gedaan dan dat hij als chauffeur heeft gereden. Met de chauffeursdiensten heeft verdachte voorafgaande en na afloop een bijdrage geleverd aan het delict. Zijn bijdrage heeft het plegen van het delict gemakkelijk gemaakt. Het enkel leveren van een chauffeursdienst valt niet aan te merken als een uitvoeringshandeling van het delict.

Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kunnen gedragingen voorafgaand en/of tijdens de uitvoering van het misdrijf als medeplegen worden aangemerkt, indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan en helpen bij de vlucht). Daarvoor is vereist dat de bewezenverklaarde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

De rechtbank is echter van oordeel dat de bijdrage aan het delict van verdachte niet van voldoende gewicht is, om te kunnen spreken van medeplegen. De omstandigheid dat verdachte – ná de woningoverval in Ooij op 2 februari 2019 én ná de woningoverval in de [adres 3] in Nijmegen, waarvoor hij eveneens had gechauffeerd – wist of kon vermoeden dat de andere jongens (mogelijk) weer een woningoverval gingen plegen, maakt niet dat daarmee de rol van verdachte wel van voldoende gewicht is om te kunnen spreken van medeplegen. De rechtbank spreekt verdachte dan ook van het primair tenlastegelegde vrij.

Subsidiair

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] , p. DD-7-9;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. PD1-61-132;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2020.

Vrijspraak

De rechtbank vindt, met de officier van justitie, niet bewezen dat er een pistool is gebruikt en dat er een [merknaam 2] horloge is gestolen.

De rechtbank vindt, anders dan de officier van justitie, ook niet wettig en overtuigend bewezen dat er 1000 euro is gestolen. Er wordt door [benadeelde 1] verschillend verklaard over de hoogte van het gestolen bedrag. Verdachte wordt daarom van deze onderdelen in de tenlastelegging vrijgesproken. De rechtbank acht wel bewezen dat er een geldbedrag is weggenomen.

Feit 2 (Onderzoek Hoefblad, zaaksdossier 2):

Primair

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Zij overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat hij op 4 maart 2019 naar de woning van de aangevers aan de [adres 3] te Nijmegen is gereden. Hij was pas kort van tevoren gebeld met de vraag of hij kon rijden. In de auto zaten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] . Verdachte kreeg onderweg van [medeverdachte 1] aanwijzingen over de route die hij moest rijden. Op een parkeerplaats in de buurt van de woning zijn [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] uitgestapt en naar de woning gelopen. Verdachte bleef in de auto zitten wachten totdat [medeverdachte 1] terugkwam naar de auto. Hierna heeft hij de auto voorgereden bij de woning en zijn de andere mannen ingestapt, waarna verdachte weg is gereden. Vervolgens is verdachte met dezelfde inzittenden naar pinautomaten in Arnhem gereden om daar met de weggenomen bankpassen geld op te nemen. Daarna zijn zij nog naar Duiven gereden om daar zonder succes te pogen met de weggenomen creditcard geld te pinnen.

Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte meer heeft gedaan dan dat hij als chauffeur heeft gereden. Met de chauffeursdiensten heeft verdachte voorafgaande en na afloop een bijdrage geleverd aan het delict. Zijn bijdrage heeft het plegen van het delict gemakkelijk gemaakt. Het enkel leveren van een chauffeursdienst valt niet aan te merken als een uitvoeringshandeling van het delict.

Gelet op hetgeen hiervoor onder feit 1 is overwogen over het verschil tussen het medeplegen en medeplichtigheid, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het primair tenlastegelegde.

Subsidiair

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

 proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4] , p. DD-404-434;

 proces-verbaal van verhoor aangeefster [benadeelde 4] , p. DD-435-443;

 proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 3] , p. DD-466-468;

 proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde 3] , p. DD-469-476;

 het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. PD1-98-102;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2020.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet bewezen kan worden dat bij de overval geweld is gebruikt tegen de aangevers. De officier van justitie heeft gesteld dat er sprake is van geweld, aangezien verdachte en zijn mededaders de aangevers opgesloten hebben in een kamer. De rechtbank is echter van oordeel dat een dergelijke handeling niet kan worden aangemerkt als het uitoefenen van fysiek geweld, zodat dit onderdeel van de tenlastelegging niet bewezen kan worden en verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Feit 3 (Onderzoek Hoefblad, zaaksdossier 2):

Primair

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hieromtrent zoals is weergegeven onder feit 2. Deze overwegingen dienen hier als ingelast beschouwd te worden.

Subsidiair

De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook van het subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hieromtrent dat het opzet van verdachte weliswaar gericht was op het behulpzaam zijn bij het plegen van de woningoverval, maar niet op de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de aangevers. Uit de verklaringen van de aangevers blijkt immers dat pas in de woning door de overvallers werd overlegd over wat er met de aangevers diende te gebeuren. In dit overleg is besloten om hen op te sluiten in een kamer en dat is uiteindelijk ook gebeurd. Nu de rechtbank niet bewezen acht dat het opzet van verdachte – ook niet in voorwaardelijke zin – hierop gericht is geweest, zal zij verdachte hiervan vrijspreken.

Feiten 4 en 5 (Onderzoek Hoefblad, zaaksdossier 2):

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 4 maart 2019 zijn bij een overval op aangever [benadeelde 3] en aangeefster [benadeelde 4] onder meer een bankpas van de [banknaam 2] en een bankpas van de [banknaam 3] weggenomen.3 Met de bankpas van de [banknaam 2] is op 5 maart 2019 om 00:45 uur een bedrag van 1.000 euro gepind bij een pinautomaat op het Willemsplein te Arnhem.4 Met de bankpas van de [banknaam 3] is op 5 maart 2019 om 00:47 uur een bedrag van 1.250 euro gepind bij een pinautomaat op het Willemsplein te Arnhem.5

Op 4 maart 2019 is bij een overval op aangever [benadeelde 3] en aangeefster [benadeelde 4] onder meer een creditcard van de [banknaam 1] weggenomen.6 Op 5 maart 2019 omstreeks 00:28:56 uur is zonder succes gepoogd om met deze creditcard een bedrag van 1.000 euro te pinnen bij een pinautomaat in Duiven.7

Verdachte heeft na de woningoverval en een tussenstop de daders van de overval met zijn auto naar Arnhem gereden. Het was hem daarbij volstrekt duidelijk dat er gepind zou gaan worden met de bij de overval buitgemaakte bankpassen. Vervolgens is verdachte nog met de mannen naar Duiven gereden om ook daar te pogen een geldbedrag te pinnen.8 Zowel in Arnhem als in Duiven stapte telkens één persoon uit om met de passen te gaan pinnen.9 Daarna heeft hij iedereen naar huis gebracht en is hij zelf ook naar het huis van zijn vriendin gegaan. Uiteindelijk heeft verdachte hiervoor 300 euro ontvangen.10

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het aandeel van de verdachte bij deze feiten dient te worden aangemerkt als medeplegen of medeplichtigheid.

De rechtbank overweegt dat verdachte telkens op de hoogte is geweest van het plan om in Arnhem en Duiven met de gestolen passen te gaan pinnen. Hij heeft mede uitvoering gegeven aan dit plan door de groep mannen naar geschikte locaties in de beide plaatsen te rijden en daar te wachten op de persoon die ging pinnen. Ook heeft verdachte meegedeeld in het buitgemaakte geldbedrag. De rechtbank is van oordeel dat er dan ook sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering van het delict, zodat verdachte als medepleger dient te worden aangemerkt. Het enkele feit dat verdachte niet de persoon is geweest die de pintransactie heeft verricht, kan aan dit oordeel niet afdoen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in nauwe en bewuste samenwerking met zijn mededaders schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van de in de tenlastelegging genoemde bedragen door gebruik te maken van de bankpassen en de bijbehorende pincodes in Arnhem en de poging tot diefstal met de creditcard en de bijbehorende pincode in Duiven.

Feit 6 (Onderzoek Walstro, zaaksdossier 3):

Primair

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het wettig en overtuigend bewijs ter zake van het primair tenlastegelegde medeplegen aan het feit ontbreekt, zodat verdachte hiervan dient te worden vrijgesproken.

Subsidiair

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 5] , p. DD-619;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. PD1-135-137;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2020.

Feit 7 (Onderzoek Walstro, zaaksdossier 3):

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het wettig en overtuigend bewijs ter zake van dit feit ontbreekt, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Feit 8 (Onderzoek Walstro, zaaksdossier 3):

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het wettig en overtuigend bewijs ter zake van dit feit ontbreekt, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Feit 9 (Onderzoek Scouting, zaaksdossier 6):

Primair

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Zij overweegt hiertoe als volgt.

Verdachte heeft verklaard dat hij in zijn auto als chauffeur naar de scouting in Wijchen had gereden voor vier jongens. Hij had gewacht tot ze terugkwamen. Daarna is hij naar de woning van een van de jongens gereden en daar hebben de jongens de gestolen spullen uit de auto gehaald en naar de woning gebracht. Hij bleef wachten in de auto en bracht daarna de andere 3 jongens naar huis. Hij had geen geld gekregen.

Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte meer heeft gedaan dan dat hij als chauffeur heeft gereden. Met de chauffeursdiensten heeft verdachte voorafgaande en na afloop een bijdrage geleverd aan het delict. Zijn bijdrage heeft het plegen van het delict gemakkelijk gemaakt. Het enkel leveren van een chauffeursdienst valt niet aan te merken als een uitvoeringshandeling van het delict. Gelet op hetgeen hiervoor onder feit 1 is overwogen over het verschil tussen het medeplegen en medeplichtigheid, spreekt de rechtbank verdachte vrij van het primair tenlastegelegde.

Subsidiair

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 9] , p. DD-772;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , p. PD1-82-85, 104-107, 137;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2020.

Feit 10 (Onderzoek Escharen, zaaksdossier 3):

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het wettig en overtuigend bewijs ter zake van dit feit ontbreekt, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder de feiten 1 en 2, telkens subsidiair, 4 en 5, telkens primair, 6, en 9, telkens subsidiair, tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] op of omstreeks 20 maart 2019, te Ammerzoden, in de gemeente Maasdriel, omstreeks 23.30 uur, in ieder geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 mobiele telefoons en/of ongeveer 1000 Euro contant geld en/of twee een horloges (merk [merknaam 1] en [merknaam 2]), in elk geval enig goed en/of en enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte en/of zijn mededader(s),

  • -

    voorzien van (een) hamer(s), in ieder geval (een) dergelijkend(e) (slag)voorwerp(en) en/of een pistool, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of

  • -

    voornoemde woning is/zijn binnen gedrongen en/of

  • -

    tegen die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] dreigend heeft/hebben geroepen "Politie, politie, [naam 1] , [naam 1] , kluis." en/of "Laat hem zijn waffel houden.", in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

  • -

    aan voornoemde [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] (een) hamer(s), in ieder geval (een) dergelijk(e) (slag)voorwerp(en) en/of een pistool, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 20 maart 2019 in de gemeente Nijmegen en/of Maasdriel, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] met een voertuig bij de ophaalplek op te halen en/of vervolgens naar voornoemde woning te gaan en/of

  • -

    (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] te wachten en/of

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] met dat voertuig weg te brengen;

Onderzoek Hoefblad, zaaksdossier 2:

2.

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen, in een woning gelegen aan de [adres 3] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    ongeveer 150 Euro en/of

  • -

    ongeveer 2 gouden baren en/of

  • -

    3 bankpassen ( [banknaam 1] , [banknaam 2] en [banknaam 3] ) en een creditcard met de bijbehorende pincodes en/of

  • -

    een kluis, inhoudende onder meer gouden munten, sieraden, diverse aktes en aandelen registers en/of

  • -

    meerdere horloges en/of

  • -

    een aanzienlijke hoeveelheid sieraden,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft gedwongen tot de afgifte van

ongeveer 150 Euro en/of

ongeveer 5 gouden baren en/of

3 bankpassen ( [banknaam 1] , [banknaam 2] en [banknaam 3] ) en een creditcard met de bijbehorende pincodes en/of

een kluis, inhoudende onder meer gouden munten, sieraden, diverse aktes en aandelen registers en/of

meerdere horloges en/of

een aanzienlijke hoeveelheid sieraden,

in elk geval van enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat verdachte en/of zijn mededader(s),

 voorzien van (een) vuurwapen(s), in ieder geval een op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) en/of een stanleymes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek/snij) voorwerp en/of een hamer, in ieder geval een dergelijk slagvoorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding en/of donkere kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of

 voornoemde woning is/zijn binnengedrongen en/of

 aan voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een stanleymes, in ieder geval een dergelijk scherp (steek/snij) voorwerp heeft/hebben getoond en/of een vuurwapen op die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

 tegen die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] dreigend heeft/hebben geroepen "Dit is een overval en wij willen geld zien." en/of dat die [benadeelde 3] de kluis moest openmaken, anders zouden ze hem wat aan doen, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

 die [benadeelde 3] heeft/hebben gedwongen mee te lopen naar boven en naar beneden en (vervolgens) tegen hem heeft/hebben gezegd dat hij, verdachte en zijn mededader(s) hen zouden gaan opsluiten en/of

voornoemde [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] in een kamer in voornoemde woning heeft/hebben opgesloten en/of de toegangsdeur van die kamer op slot heeft/hebben gedraaid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 4 maart 2019 in de gemeente Nijmegen en/of Arnhem en/of Duiven, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

  • -

    die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] met een voertuig bij de ophaalplek op te halen en/of vervolgens naar voornoemde woning te gaan en/of

  • -

    (vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] te wachten en/of

  • -

    met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 5] de kluis weg te brengen naar een woning en/of naar Arnhem en Duiven te rijden om te gaan pinnen;

4.

hij op of omstreeks 4/5 maart 2019, in de gemeente Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening met behulp van een bankpas ( [banknaam 2] ) en een bankpas ( [banknaam 3] ) ten name van [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] heeft weggenomen een geldbedrag van 1000 en 1250 Euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door de (geheime) pincode van voornoemde bankpas te gebruiken, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd waren, in ieder geval door middel van een valse sleutel;

5.

hij op of omstreeks 5 maart 2019, in de gemeente Duiven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of tot de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, de (geheime) pincode van een creditcard ( [banknaam 1] ) en een bankpas ( [banknaam 1] ) heeft gebruikt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) door de rekeninghouder van de bankpas niet tot dat gebruik gerechtigd of gemachtigd waren;

6.

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 2 februari 2019, te Ooij, in de gemeente Berg en Dal, in een woning gelegen aan de [adres 4] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een portemonnee en/of ongeveer 20 Euro en/of een VGZ pas en/of een ID-kaart en/of een rijbewijs en/of een kentekenpas en/of een [banknaam 3] bankpas en/of een [banknaam 2] bankpas en/of één of meerdere bijbehorende pincodes,

in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij verdachte

en/of zijn mededader(s),

 voorzien van een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een breekijzer, in ieder geval een dergelijkend voorwerp en/of handschoenen en/of (een) bivakmuts(en), in ieder geval gezichtsbedekkende kleding naar voornoemde woning is/zijn gegaan en/of voornoemde woning binnen is/zijn gegaan en/of

 die [benadeelde 5] met kracht in de rug heeft/hebben geduwd en/of op de bank heeft/hebben geduwd en/of tegen die [benadeelde 5] heeft/hebben gezegd dat ze geld willen, in ieder geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

 de polsen van die [benadeelde 5] aan elkaar heeft/hebben getaped en/of

 die [benadeelde 5] vervolgens mee naar boven heeft/hebben genomen en/of een vuurwapen, in ieder geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde 5] heeft/hebben gericht en/of

 meermalen, in ieder geval éénmaal, tegen die [benadeelde 5] heeft/hebben gezegd dat hij rustig moest doen en dat ze hem in zijn been zouden schieten en dat hij de pincodes moest zeggen, in ieder geval woorden gelijke aard en/of strekking en/of

 die [benadeelde 5] meermalen, in ieder geval éénmaal, met de koevoet op de linker knie en kuit, in ieder geval op het been heeft/hebben geslagen

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 2 februari 2019 in de gemeente Wijchen en/of Berg en Dal, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met een voertuig bij een parkeerplaats in Wijchen op te halen en/of vervolgens naar voornoemde woning te gaan en/of

(vervolgens) in de nabijheid van die woning op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] te wachten en/of

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] met dat voertuig weg te brengen;

Onderzoek inbraak Scouting, zaaksdossier 6:

9.

Subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] in of omstreeks de periode van 23 maart 2019 tot en met op 28 maart 2019, in de gemeente Wijchen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een aggregaat en/of een hoeveelheid ( [merknaam 3] ) gereedschap en/of portofoons en/of een bouwradio, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde 7] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, inklimming,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 maart 2019 in de gemeente Nijmegen, in ieder geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] met een voertuig in Wijchen op te halen en/of vervolgens naar voornoemde Scouting te gaan en/of

 (vervolgens) in de nabijheid van dat pand op die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] te wachten en/of

 die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 6] met dat voertuig weg te brengen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1, subsidiair:

Medeplichtigheid aan

diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 2, subsidiair:

Medeplichtigheid aan

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 4, primair:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 5, primair:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

Ten aanzien van feit 6, subsidiair:

Medeplichtigheid aan

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 9, subsidiair:

Medeplichtigheid aan

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte in zijn geheel uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 t/m 5, primair, feit 6, subsidiair, en feit 9, primair, tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij de straftoemeting rekening te houden met de bepleite kwalificaties van de strafbare feiten, de blanco justitiële documentatie van verdachte, de verminderde toerekeningsvatbaarheid en het berouw dat verdachte getoond heeft. Ook heeft de verdediging gevraagd om rekening te houden met hetgeen bepaald is in artikel 49, vierde lid, Sr.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

 het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 1 mei 2020;

 een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 7 januari 2020;

 een gedragskundige rapportage Pro Justitia van drs. [naam 2] , GZ-psycholoog, gedateerd 2 januari 2020.

Verdachte heeft zich in een periode van twee maanden schuldig gemaakt aan medeplichtigheid bij het door anderen plegen van drie woningovervallen en een inbraak bij de [benadeelde 7] in Wijchen. Verdachte trad daarbij steeds op als chauffeur. Hij haalde de daders op, bracht ze naar de woningen of het scoutinggebouw en bleef vervolgens wachten totdat de daders terugkeerden. Hierna bracht hij de daders met de buitgemaakte goederen weer naar huis. Voor zijn diensten heeft hij meerdere keren een betaling ontvangen. Daarnaast is verdachte na de woningoverval in Nijmegen met de overvallers naar Arnhem en Duiven gereden om daar te pinnen met de gestolen bankpassen. De rechtbank heeft verdachte ten aanzien van deze feiten als medepleger aangemerkt.

Verdachte is door zijn handelen behulpzaam geweest bij het plegen van ernstige strafbare feiten. De slachtoffers zijn overvallen terwijl zij verbleven in hun eigen woning of een gastenverblijf: plekken waar ieder mens zich juist veilig zou moeten kunnen voelen. Door deze gebeurtenissen is het veiligheidsgevoel van de bewoners in sterke mate aangetast en ook in de samenleving leiden nieuwsberichten over gewapende woningovervallen tot gevoelens van afschuw en angst. Ook hebben verdachte en zijn mededaders door te pinnen met de gestolen bankpassen er blijk van gegeven dat zij geen respect hebben voor de eigendommen van anderen. Dit geldt eveneens ten aanzien van de overvallen en de inbraak bij de scouting, waarbij verdachte als medeplichtige betrokken is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur passend is. De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om over te gaan tot de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel met daaraan te verbinden bijzondere voorwaarden.

De rechtbank houdt wel in straf verminderende zin rekening met de volgende omstandigheden. Verdachte heeft zelf geen uitvoeringshandelingen verricht bij het merendeel van de gepleegde strafbare feiten. Ook heeft hij meerdere verklaringen afgelegd die inzicht bieden in de door hem en andere verdachten gepleegde feiten. Daardoor heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan het ophelderen van deze feiten. Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte in het verleden niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk delict.

Er is een nader psychologisch onderzoek ingesteld naar de persoon van de verdachte. Uit dit onderzoek is gebleken dat verdachte kampt met een licht verstandelijke beperking. De onderzoeker heeft gesteld dat verdachte hierdoor beschikt over onvoldoende verstandelijke capaciteiten om de consequenties van zijn gedrag te overzien. Verdachte beschikt over een weinig adequate coping en heeft er moeite mee om met conflicten om te gaan. Ook was hij bang voor represailles als hij zou besluiten om niet (langer) mee te werken aan het plegen van de strafbare feiten. De onderzoeker heeft geconcludeerd dat deze problematiek van invloed is geweest op de gedragskeuzes van verdachte. Hierbij luidt het advies om verdachte de tenlastegelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal verdachte verminderd toerekeningsvatbaar verklaren ten aanzien van alle bewezenverklaarde feiten en hier in straf verminderende zin rekening mee houden.

Al het voorgaande afwegende en gelet op het bepaalde in artikel 49, vierde lid, Sr en de straffen die door strafrechters in vergelijkbare zaken worden opgelegd, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaren passend en geboden.

7a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.860,58, bestaande uit € 860,58 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade. Daarbij is toewijzing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.081,72, bestaande uit € 81,72 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade. Daarbij is toewijzing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

De benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] zich beide in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 2 en 4 bewezenverklaarde feiten en het onder 3 tenlastegelegde feit. Beide partijen vorderen een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding. Daarbij is toewijzing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

De benadeelde partij [benadeelde 3] is na het indienen van zijn vordering overleden. Zijn erfgenamen zullen voor wat betreft de vordering in zijn plaats treden.

De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de feiten 6 en 7. Gevorderd wordt een bedrag van € 8.190,50, bestaande uit € 690,50 aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade. Daarbij is toewijzing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 860,30, bestaande uit € 110,30 aan materiële schade en € 750,- aan immateriële schade. Daarbij is toewijzing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

De benadeelde partij Stichting [benadeelde 7] , vertegenwoordigd door [naam 3] , heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 9 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 2.190,-, bestaande uit materiële schade. Daarbij is toewijzing van de wettelijke rente en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen tot de volgende bedragen:

  • -

    [benadeelde 1] : € 2.860,58;

  • -

    [benadeelde 2] : € 2.081,72;

  • -

    [benadeelde 3] : € 5.000,-;

  • -

    [benadeelde 4] : € 5.000,-;

  • -

    [benadeelde 5] : € 8.120,50;

  • -

    [benadeelde 6] : € 860,30;

  • -

    [benadeelde 7] : € 2.190,-.

Ten aanzien alle vorderingen heeft de officier van justitie toewijzing van de wettelijke rente verzocht en voorts oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie verzocht dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk zullen worden verklaard voor dat deel van de vorderingen waarvoor hij geen toewijzing heeft verzocht.

Hij heeft daarnaast verzocht om te bepalen dat de vorderingen hoofdelijk worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 1] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade onvoldoende onderbouwd is en de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dat deel van de vordering. De immateriële schade moet volgens de verdediging worden gematigd omdat de aangehaalde zaak en de zaken in de Smartengeldgids niet vergelijkbaar zijn.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 2] heeft de verdediging zich eveneens op het standpunt gesteld dat de materiële schade onvoldoende onderbouwd is en de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in dat deel van de vordering.

Ten aanzien van de vorderingen van (wijlen) dhr. [benadeelde 3] en mw. [benadeelde 4] heeft de verdediging geen opmerkingen gemaakt.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 5] heeft de verdediging niet-ontvankelijkheid verzocht voor het materiële deel dat ziet op het gepinde geldbedrag in verband met de verzochte vrijspraak. Met betrekking tot het materiele deel dat ziet op de psychische hulp (reiskosten naar therapie en eigen risico zorgverzekering) is verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de schade onvoldoende onderbouwd is.

Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 6] heeft de verdediging geen opmerkingen gemaakt over het materiële deel. Wat betreft de immateriële schade is opgemerkt dat niet is komen vast te staan dat er sprake is van psychische schade.

Ten aanzien van de vordering van Stichting [benadeelde 7] heeft de verdediging gesteld dat de gevorderde kosten voor de aggregaat, de portofoons, de kasten en deuren niet of niet voldoende is onderbouwd en de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de verdediging gesteld dat de dagwaarde van de aggregaat kan worden geschat op € 75,- en de dagwaarde van de portofoons op totaal € 75,-. Voor de bouwradio kan volgens de verdediging een dagwaarde van € 75,- worden toegewezen.

Ten aanzien van alle vorderingen is verzocht om de vorderingen niet hoofdelijk op te leggen, maar slechts voor een beperkt gedeelte aan verdachte toe te wijzen. Verdachte is volgens de verdediging enkel medeplichtig geweest aan de gepleegde feiten. Subsidiair is verzocht af te zien van oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, dan wel de schadevergoedingsmaatregel voor een beperkt bedrag op te leggen.

Voorts is verzocht geen vervangende gijzeling toe te passen.

Beoordeling door de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (Onderzoek Pimpernel, Ammerzoden)

Materiele schade

Vast staat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit onder 1, subsidiair, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de vordering ten dele toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

- Reiskosten € 136,92

De rechtbank overweegt dat de gevorderde reiskosten naar de rechtbank en naar slachtofferhulp geen rechtstreekse schade zijn en zal dit daarom behandelen bij de vergoeding van de proceskosten.

De reiskosten naar het politiebureau (€ 17,42) en naar de therapie (€ 49,38), zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en zullen worden toegewezen. Het totale bedrag aan toegewezen reiskosten komt daarmee uit op € 84,22.

- Parkeerkosten € 28,80

De rechtbank overweegt dat de gevorderde parkeerkosten naar de rechtbank en naar slachtofferhulp geen rechtstreekse schade zijn en zal dit daarom behandelen bij de vergoeding van de proceskosten.

- Kosten opgenomen verlofuren € 309,86

De rechtbank overweegt dat door de verdediging voor de kosten voor de opgenomen verlofuren aansluiting is gezocht bij het Besluit tarieven in strafzaken. Voornoemd besluit ziet op een vergoeding voor de tijd van een getuigenverhoor. In onderhavige vordering wordt schade gevorderd voor de uren waarvoor verlof is opgenomen. Hiervoor dient onder meer aangetoond te worden wat de benadeelde partij verdient en hoeveel uur hij als gevolg van deze strafzaak niet heeft kunnen werken, om de daadwerkelijke schade te kunnen vaststellen. De rechtbank is van oordeel dat dit in het onderhavige geval onvoldoende is onderbouwd en dat het een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert om dit nader te laten onderbouwen. De rechtbank zal om die reden de benadeelde partij voor dit deel van haar vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

- Eigen risico zorgverzekering € 385,-

De rechtbank acht uit de stukken en hetgeen ter zitting daarbij is toegelicht vooralsnog onvoldoende onderbouwd dat benadeelde partij op dit punt schade heeft geleden. De rechtbank zal om die reden de benadeelde partij voor dit deel van haar vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade € 2.000,-

De benadeelde partij heeft naast materiële schade vergoeding van immateriële schade gevorderd. In het geval geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals hier aan de orde, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst vallen niet onder het bereik van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is naar het oordeel van de rechtbank door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom in de vordering tot vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

De benadeelde partij kan derhalve zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Totale schade en toewijzing van de wettelijke rente

De rechtbank zal de vordering met betrekking tot materiële schade toewijzen tot een bedrag van € 84,22, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 17 september 2019 (de dag van het instellen van de vordering) tot de dag van volledige betaling.

Proceskostenvergoeding

De benadeelde partij vordert vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding. Het gaat om reiskosten naar de rechtbank (€ 35,28) en naar slachtofferhulp (€ 17,42) en parkeerkosten op de dag van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak bij de rechtbank (€ 28,80). De rechtbank acht deze posten voldoende onderbouwd. Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze proceskosten worden tot op dit moment begroot op € 81,50.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] (Onderzoek Pimpernel, Ammerzoden)

Materiele schade

De rechtbank overweegt als volgt.

- Kosten opgenomen verlofuren € 81,72

De rechtbank overweegt dat door de verdediging voor de kosten voor de opgenomen verlofuren aansluiting is gezocht bij het Besluit tarieven in strafzaken. Voornoemd besluit ziet op een vergoeding voor de tijd van een getuigenverhoor. In onderhavige vordering wordt schade gevorderd voor de uren waarvoor verlof is opgenomen. Hiervoor dient onder meer aangetoond te worden wat de benadeelde partij verdient en hoeveel uur zij als gevolg van deze strafzaak niet heeft kunnen werken, om de daadwerkelijke schade te kunnen vaststellen. De rechtbank is van oordeel dat dit in het onderhavige geval onvoldoende is onderbouwd en dat het een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert om dit nader te laten onderbouwen. De rechtbank zal om die reden de benadeelde partij voor dit deel van haar vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade € 2.000,-

De benadeelde partij heeft naast materiële schade vergoeding van immateriële schade gevorderd. In het geval geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals hier aan de orde, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst vallen niet onder het bereik van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet gesteld, noch onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom in de vordering tot vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 3] en [benadeelde 4] (Onderzoek Hoefblad, Nijmegen)

Immateriële schade

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partijen door de onder 2, subsidiair bewezenverklaarde feit rechtstreeks nadeel is toegebracht dat niet uit vermogensschade bestaat.

Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen, zal ten aanzien van de immateriële schade een bedrag van € 3.000,00 worden toegekend aan beide benadeelde partijen. De benadeelde partijen zullen in het overige deel van hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard.

Wettelijke rente

De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 4 maart 2019.

Proceskostenvergoeding

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten

worden tot op dit moment begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] (Onderzoek Walstro, Ooij)

Materiële schade

Vast staat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit onder 6, subsidiair, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de vordering ten dele toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

  • -

    Geldbedrag in de portemonnee € 20,-

  • -

    Kosten nieuw rijbewijs € 39,74

  • -

    Kosten nieuwe ID-kaart € 56,80

  • -

    Kosten nieuwe [bankpas] € 3,95

  • -

    Kosten psychische hulp € 450,-

De rechtbank acht deze posten voldoende onderbouwd en zal de gevorderde bedragen toewijzen.

- Kosten portemonnee € 50,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 25,- kan worden toegewezen ter vergoeding van de gestolen portemonnee. Zij zal de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve dat deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

- Gepind geldbedrag € 70,-

De benadeelde partij zal voor dit deel niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het onder 7 tenlastegelegde. De benadeelde partij kan derhalve dat deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

- Reiskosten naar advocaat en officier van justitie € 20,80

De rechtbank overweegt dat deze reiskosten geen rechtstreekse schade zijn en zal dit daarom behandelen bij de vergoeding van de proceskosten.

Immateriële schade € 7.500,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 3.500,- aan immateriële schade kan worden toegewezen in verband met het bewezenverklaarde feit onder 6.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Totale schade en toewijzing van de wettelijke rente

De rechtbank zal de vordering met betrekking tot materiële schade toewijzen tot een bedrag van € 595,49, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 (de dag van het instellen van de vordering) tot de dag van volledige betaling.

De rechtbank zal de vordering met betrekking tot de immateriële schade toewijzen tot een bedrag van € 3.500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 2 februari 2019 tot de dag van volledige betaling.

De totale toegewezen schade bedraagt hiermee € 4.095,49.

Proceskostenvergoeding

De benadeelde partij vordert vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding. Het gaat om reiskosten naar de advocaat en naar het openbaar ministerie ter hoogte van € 20,80. De rechtbank acht deze posten voldoende onderbouwd. Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op € 20,80.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] (Onderzoek Walstro, Ooij)

Materiele schade

Vast staat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit onder 6, subsidiair, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de vordering ten dele toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

  • -

    Kosten nieuwe ID-kaart € 56,80

  • -

    Kosten nieuwe [bankpas] € 4,50

De rechtbank acht deze posten voldoende onderbouwd en zal de gevorderde bedragen toewijzen.

- Kosten portemonnee € 50,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 25,- kan worden toegewezen ter vergoeding van de gestolen portemonnee. Zij zal de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve dat deel van haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Immateriële schade € 750,-

De benadeelde partij heeft naast materiële schade vergoeding van immateriële schade gevorderd. In het geval geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals hier aan de orde, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst vallen niet onder het bereik van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet gesteld, noch onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom in de vordering tot vergoeding van immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard.

Totale schade en toewijzing van de wettelijke rente

De rechtbank zal de vordering met betrekking tot materiële schade toewijzen tot een bedrag van € 86,30, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 (de dag van het instellen van de vordering) tot de dag van volledige betaling.

Proceskostenvergoeding

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten

worden tot op dit moment begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij Stichting [benadeelde 7] (Onderzoek Scouting, Wijchen)

Ontvankelijkheid

De vordering is ingediend door [naam 3] . De aangifte is ingediend door [benadeelde 9] . Uit het proces-verbaal van bevindingen (p. DD-779) én uit openbare bronnen is het de rechtbank genoegzaam gebleken dat de voorzitter van het Stichting bestuur [naam 3] is.11 De rechtbank is dan ook van oordeel dat de benadeelde partij in haar vordering kan worden ontvangen.

Materiële schade

Vast staat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit onder 9, subsidiair, rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank zal de vordering ten dele toewijzen en overweegt daartoe als volgt.

- Aggregaat € 500,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 100,- kan worden toegewezen ter vergoeding van de gestolen aggregaat.

- Portofoons € 240,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 100,- kan worden toegewezen ter vergoeding van de 10 gestolen portofoons.

- Bouwradio € 150,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 50,- kan worden toegewezen ter vergoeding van de gestolen bouwradio.

- Kasten € 400,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 100,- kan worden toegewezen ter vergoeding van de 3 beschadigde kasten.

- Deur € 900,-

De rechtbank is van oordeel dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 500,- kan worden toegewezen ter vergoeding van de beschadigde (buiten)deur.

Voor het overige deel niet-ontvankelijk

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan derhalve dat deel van de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Totale schade en toewijzing van de wettelijke rente

De rechtbank zal de vordering met betrekking tot materiële schade toewijzen tot een bedrag van € 850,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 augustus 2019 (de dag van het instellen van de vordering) tot de dag van volledige betaling.

Proceskostenvergoeding

Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt

en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten

worden tot op dit moment begroot op nihil.

Ten aanzien van alle vorderingen

Hoofdelijkheid

De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn mededaders hoofdelijk

aansprakelijk. Dit betekent dat verdachte tegenover de benadeelde partijen voor dat hele bedrag aansprakelijk is. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door een van zijn mededaders is of wordt voldaan.

De rechtbank ziet in het enkele feit dat verdachte niet voor alle feiten als medepleger, maar als medeplichtige, is aangeduid geen reden om hiervan af te zien.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

De (gevorderde en toegewezen) vergoeding voor proceskosten is daar niet bij inbegrepen.

De rechtbank zal, anders dan door de raadsman is verzocht, de schadevergoedingsmaatregel voor het volledige toegewezen bedrag opleggen. Deze maatregel strekt ertoe dat de benadeelde partijen het toegewezen bedrag vergoed zien door de Staat, en zij niet zelf in contact hoeven te treden met verdachte of zijn mededaders om het bedrag op hen te verhalen. De Staat zal vervolgens het verschuldigde bedrag bij veroordeelden incasseren.

De rechtbank is echter wel, met de raadsman, van oordeel dat de duur van de in het kader van de schadevergoedingsmaatregel mogelijk toe te passen gijzeling dient te worden gematigd, vanwege het beperktere aandeel van verdachte bij enkele van de bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal het aantal dagen gijzeling dat pleegt te worden toegepast bij een schadevergoedingsmaatregel met een derde matigen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 49, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, 2 primair, 6 primair, 9 primair, 3, 7, 8 en 10 tenlastegelegde feiten.

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] :

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1, subsidiair, tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1], van een bedrag van € 84,22 (vier en tachtig euro en tweeëntwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 81,50;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] , een bedrag te betalen van € 84,22 (vier en tachtig euro en tweeëntwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 dag gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] :

 verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in haar vordering;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 subsidiair, en 4 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3], van een bedrag van € 3.000,- (drie duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3] , een bedrag te betalen van € 3.000,- (drie duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 26 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 subsidiair, en 4 primair, tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 4], van een bedrag van € 3.000,- (drie duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 4] , een bedrag te betalen van € 3.000,- (drie duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 26 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

 veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 6, subsidiair, tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 5], van een bedrag van € 4.095,49 (vierduizend vijf en negentig euro en negen en veertig eurocent),

- de materiële schade ad € 595,49, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de immateriële schade ad € 3.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 20,80;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 5], een bedrag te betalen van € 4.095,49 (vierduizend vijf en negentig euro en negen en veertig eurocent),

- de materiële schade ad € 595,49, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

- de immateriële schade ad € 3.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 34 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 6, subsidiair, tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 6], van een bedrag van € 86,30, (zes en tachtig euro en dertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 6], een bedrag te betalen van € 86,30, (zes en tachtig euro en dertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 dag gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij Stichting [benadeelde 7] :

  • -

    veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 9, subsidiair, tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Stichting [benadeelde 7], van een bedrag van € 850,- (achthonderd en vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

  • -

    verklaart de benadeelde partij Stichting [benadeelde 7] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering;

  • -

    verstaat dat indien en voor zover door de mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;

  • -

    legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij Stichting [benadeelde 7] , een bedrag te betalen van € 850,- (achthonderd en vijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2019 met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 11 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • -

    bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. H.P.M. Kester-Bik en mr. F.E. Venema, rechters, in tegenwoordigheid van A.W. Elbersen en mr. J.M.P. van der Meulen, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juli 2020.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek ON5R019030 Linde, dossiernummer PL0600-2019205618, gesloten op 26 oktober 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte 1] , p. PD2-19-21; proces-verbaal van aanhouding verdachte [verdachte] , p. PD1-19-21; proces-verbaal van aanhouding verdachte [medeverdachte 4] , p. PD5-13-15; proces-verbaal van bevindingen tactisch onderzoek [voertuig] , p. DD-818-832.

3 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4] , p. DD-404-434; proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 3] , p. DD-466-468.

4 Schriftelijk bescheid in de vorm van een transactieoverzicht van rekeningnummer [nummer 1] , p. BOB-483-484

5 Schriftelijk bescheid in de vorm van een transactieoverzicht van rekeningnummer [nummer 2] , p. BOB-470-471.

6 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 4] , p. DD-404-434; proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 3] , p. DD-466-468.

7 Schriftelijk bescheid in de vorm van een transactieoverzicht van rekeningnummer [nummer 3] , p. BOB-490-491.

8 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2020.

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. PD1-103.

10 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juni 2020.

11 https:// [benadeelde 7] .nl/organisatie/bestuur/