Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3281

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
06-07-2020
Zaaknummer
C/05/364788 / KG ZA 20-12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering tot nakoming van overeenkomt uit december 2017. Nadien onderhandelingen gevoerd. Aannemelijk dat eerdere afspraken zijn verlaten. Afspraken niet langer afdwingbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/364788 / KG ZA 20-12

Vonnis in kort geding van 19 juni 2020

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MACHINEFABRIEK BOESSENKOOL B.V.,

gevestigd te Almelo,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTITOOLTRAC B.V.,

gevestigd te Wageningen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

voorheen genaamd [naam 1] ,

thans genaamd OEM TRACTORS B.V.,

gevestigd te Wageningen,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. R. Kroon te Almelo,

tegen

1 [gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BODEMKRUIM B.V.,

gevestigd te Wageningen,

3. de inmiddels gefailleerde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MTT TRACTORS B.V.,

gevestigd te Wageningen,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaten mrs. R.J. Sark en J.E.M. Oude Kempers te Arnhem.

Partijen zullen hierna Boessenkool c.s. en [gedaagde] c.s. worden genoemd.

1 De procedure

in conventie en in reconventie

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 23

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties A tot en met Q van [gedaagde] c.s.

  • -

    de nagezonden productie R van [gedaagde] c.s .

  • -

    de mondelinge behandeling van 26 februari 2020

  • -

    de pleitnota met productie 24 van Boessenkool c.s.

  • -

    de pleitnota van [gedaagde] c.s.

  • -

    het proces-verbaal van aanhouding tot 29 mei 2020 in verband met mediation

  • -

    de brief van mr. Kroon namens Boessenkool c.s. van 23 april 2020

  • -

    de brief van mr. Sark namens [gedaagde] c.s. van 28 april 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

In het voorjaar van 2013 zijn de heren [naam 2] (hierna: [naam 2] ), [gedaagde] (hierna: [gedaagde] ) en [naam 3] (hierna: [naam 3] ) met elkaar overeengekomen gezamenlijk een onderneming op te richten die zich zou gaan bezighouden met het ontwikkelen, bouwen en vermarkten van zogenaamde ‘moderne hybride werktuigdragers met elektrische powertrain voor off-road toepassingen’, door de partijen ook wel de MultiToolTrac genoemd. Het betreft een innovatieve machine (tractor) voor toepassing bij de zogenaamde rijpadenteelt.

2.2.

Om zo snel mogelijk (Europese) subsidies te kunnen verwerven en met de bouw van de MultiToolTrac te kunnen starten, hebben [naam 2] , [gedaagde] en [naam 3] besloten voorafgaand aan de oprichting van een gezamenlijke onderneming eerst door middel van een samenwerkingsverband tussen eigen ondernemingen te gaan samenwerken. [naam 2] gebruikte daarvoor zijn onderneming Boessenkool B.V. (hierna: Boessenkool), [gedaagde] heeft daarvoor twee vennootschappen opgericht, te weten Bodemkruim B.V. (hierna: Bodemkruim) als holdingmaatschappij en [naam 1] (hierna: [naam 1] ) als werkmaatschappij en [naam 3] gebruikte daarvoor zijn onderneming [naam 3] (hierna: [naam 3] ).

2.3.

Ten behoeve van die samenwerking is op 8 mei 2013 tussen Boessenkool, [gedaagde] O&A en [naam 3] Techniek een Samenwerkingsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst vermeldt onder meer het volgende:

‘(…)

Voorstel voor onze afspraken om uitvoering van ons EFRO project en de bouw van de Multitooltrac mogelijk te maken, vooruitlopend op de oprichting van een BV.

(…)

Eigendom/Zeggenschap

Er wordt onderscheid gemaakt tussen eigendom/aandelen en stemrecht/zeggenschap.

Eigendom/Aandelen

Het is de bedoeling dat Multitooltrac uiteindelijk een producent van werktuigdragers wordt. Deze producent is van de aandeelhouders.

Bij afspraak (5 april 2013) is de verdeling van de aandelen:

 [gedaagde] 30 ½ %

 Boessenkool 57 ½ %

 [naam 3] 12 %

De rato van aandelen bepaalt de verdeling van opbrengsten/verliezen en het stemrecht in de aandeelhoudersvergadering die besluit over de strategische beslissingen betreffende vermogen en majeure koerswijzigingen.

(…)

Stemrecht/Zeggenschap

Het stemrecht, de zeggenschap over de operationele zaken betreffende de ontwikkeling, de bouw en de verkoop van de Multitooltrac is gelijk verdeeld over de drie partners: de stemverhouding is 1:1:1.

(…)’

2.4.

De betrokken partijen zijn op basis van deze Samenwerkingsovereenkomst met diverse voorbereidende werkzaamheden gestart. Boessenkool heeft de verkregen Europese subsidies aangewend voor onder andere de kosten voor personeel, engineering, de (ontwikkeling van) de software en materialen. [gedaagde] heeft zich in die fase met name beziggehouden met het (doen) opzetten van de website voor de MultiToolTrac, het doen opzetten van een zogenaamde cloudomgeving waarin alle informatie over het project werd opgeslagen en het aanvragen van Intellectuele Eigendomsrechten op de binnen het samenwerkingsverband ontwikkelde ideeën met betrekking tot de MultiToolTrac. Als gevolg daarvan zijn op 20 december 2013 op naam van [gedaagde] vier octrooien verleend.

2.5.

[naam 2] , [gedaagde] en [naam 3] hebben vervolgens (via hun eigen ondernemingen) in 2014 MultiToolTrac Holding B.V. (hierna: MultiToolTrac Holding) opgericht. Op

13 mei en 10 juni 2014 hebben [naam 2] , [gedaagde] en [naam 3] in privé alsmede uit naam van hun ondernemingen schriftelijk enkele aanvullende afspraken op de Samenwerkingsovereenkomst vastgelegd. Deze afspraken luiden voor zover thans van belang als volgt:

‘(…)

Hierbij verklaren partijen dat een ieder de door hem of zijn bedrijf ontwikkelde Intellectuele eigendommen in het kader van de ontwikkeling van de Multi Tool Trac “zonder enige kosten en/of daaraan verbonden rechten” inbrengen in Multi Tool Trac Holding B.V., waarna het Intellectueel Eigendom het bezit van de Multi Tool Trac Holding B.V. is en daarmee indirect het gezamenlijk bezit is van [naam 3] , [naam 2] en [gedaagde] , zoals oorspronkelijk bedoeld; hieronder valt ook het door [gedaagde] op persoonlijke titel aangevraagde octrooi omtrent de Multi Tool Trac.

 Tevens brengen partijen de lusten en lasten in van het lopende EFRO-project Multitooltrac, hiermee wordt dan tevens de aangevraagde subsidie ingebracht, (…)’

2.6.

In 2016 heeft [naam 3] zich uit de samenwerking teruggetrokken. [naam 3] Techniek heeft vervolgens haar 12% aandelenbelang in MultiToolTrac Holding aan [naam 2] Holding B.V. (de moedermaatschappij van Boessenkool) verkocht en geleverd. [naam 2] verkreeg daarmee indirect een belang van 69,5% in het aandelenkapitaal van MultiToolTrac Holding. De overige 30,5% was nog altijd in handen van [gedaagde] O&A.

2.7.

Partijen hebben in de periode daarna gesproken over de verhoudingen binnen MultiToolTrac Holding en de wijze waarop zij die in de toekomst zouden willen vormgeven. In dat verband hebben [naam 2] en [gedaagde] , handelend in privé en als zelfstandig bevoegd bestuurders van hun eigen vennootschappen, op 27 december 2017 de zogenaamde ‘Overeenkomst met betrekking tot MultiToolTrac (Holding) B.V.’ gesloten. Deze overeenkomst vermeldt onder meer het volgende:

‘(…)

Koop en verkoop:

- Bodemkruim B.V. verkoopt al haar aandelen in [naam 1] aan MultiToolTrac B.V. voor een koopprijs van twee honderd veertien duizend euro (€ 214.000,00). MultiToolTrac B.V. koopt deze aandelen. De koopprijs wordt schuldig gebleven onder de voorwaarden zoals vermeld staan in het ontwerp van de door [naam 4] opgemaakte aandelenoverdracht (…);

- Bodemkruim B.V. verkoopt tevens al haar aandelen in MultiToolTrac Holding B.V. aan [naam 2] Holding B.V. voor een koopprijs van drie honderd vijf euro (€ 305,00). [naam 2] Holding B.V. koopt deze aandelen (…).

Herstructurering MultiToolTrac B.V.

Beide koopovereenkomsten en leveringen van aandelen houden verband met een algehele herstructurering bij MultiToolTrac B.V. Daartoe zal medio tweeduizendachttien een juridische fusie tussen MultiToolTrac Holding B.V. als verkrijgende vennootschap en MultiToolTrac B.V. als verdwijnende vennootschap plaatsvinden. Gelijk na het effectueren van deze juridische fusie zal Bodemkruim B.V. eenzelfde belang in MultiToolTrac B.V. verkrijgen als zij thans heeft in MultiToolTrac Holding B.V. Bij dit belang worden de stemrechtloze en gewone aandelen in MultiToolTrac Holding B.V. als eenzelfde soort aandelen gezien, zodat aan Bodemkruim B.V. uiteindelijk dertig en een half procent (30,5%) van de aandelen MultiToolTrac B.V. verkrijgt.

Ontbindende voorwaarde

In verband met het vorenstaande vinden de koop en verkoop en de levering van de aandelen [naam 1] en van de aandelen MultiToolTrac Holding B.V. plaats onder de ontbindende voorwaarde dat Bodemkruim B.V., dan wel een door haar nader te noemen derde (over welke derde de zeggenschap en het bestuur direct dan wel indirect enkel en alleen bij de heer [gedaagde] dient te liggen) niet uiterlijk op het moment dat de fusie tussen MultiToolTrac Holding B.V. en MultiToolTrac B.V. geëffectueerd wordt, dertig procent (30%) van de aandelen in MultiToolTrac B.V. heeft gekregen.

De heer [gedaagde] dan wel een aan hem gelieerde onderneming is verplicht om, voordat Bodemkruim B.V. de aandelen in MultiToolTrac B.V. krijgt, eerst alle rechten en overeenkomsten, waaronder onder meer begrepen octrooien en IP-licenties die betrekking hebben op de activiteiten die door MultiToolTrac Holding B.V. en/of MultiToolTrac B.V. worden uitgeoefend (welke rechten, overeenkomsten, octrooien en licenties en dergelijke aan partijen genoegzaam bekend zijn en waarvan zij geen nadere omschrijving verlangen), over te dragen aan MultiToolTrac B.V., onder verplichting voor laatstgenoemde om de daaraan gerelateerde verplichtingen over te nemen.

Vervallen van ontbindende voorwaarde

De ontbindende voorwaarde is niet van toepassing (zodat de aandelenoverdrachten [naam 1] en MultiToolTrac Holding B.V. onvoorwaardelijk worden):

- (…)

- indien de heer [gedaagde] dan wel een aan hem gelieerde onderneming niet uiterlijk op het moment dat de juridische fusie tussen MultiToolTrac Holding B.V. en MultiToolTrac B.V. geëffectueerd wordt aan voormelde verplichtingen heeft voldaan, zulks ter beoordeling van MultiToolTrac B.V. en ongeacht of dit niet voldoen te wijten is aan de heer [gedaagde] dan wel een aan hem gelieerde onderneming;

(…)’

2.8.

Bodemkruim heeft conform overeenkomst haar aandelen in [naam 1] aan MultiToolTrac B.V. verkocht. Verder heeft de fusie tussen MultiToolTrac Holding en MultitoolTrac B.V. op enig moment ook plaatsgevonden. De overige verplichtingen uit de overeenkomst zijn op dat moment niet (direct) nagekomen.

2.9.

Tijdens de samenwerking binnen het MultiToolTrac project zijn partijen erin geslaagd twee prototypes van de MultiToolTrac te produceren. Na evaluatie van deze prototypes is gebleken dat deze te zwaar en te groot waren voor het eigenlijke doel van de tractors en dat een re-design moest worden gemaakt.

2.10.

Op enig moment is een conflict ontstaan tussen Boessenkool en [gedaagde] enerzijds en Electro Stokvis B.V. (hierna: Elsto), een leverancier van onderdelen voor de MultiToolTrac, anderzijds. De naar aanleiding daarvan gevoerde gerechtelijke procedure heeft geleid tot veroordeling van Elsto om aan Boessenkool en [gedaagde] een schadevergoeding te betalen, op te maken bij staat. Verdere onderhandelingen tussen de partijen in die procedure hebben uiteindelijk tot een schikking geleid, waarbij Elsto een totaalbedrag van € 245.000,00 aan Boessenkool en [gedaagde] heeft betaald. Omdat Boessenkool en [gedaagde] het vervolgens niet eens konden worden over de verdeling van dit bedrag na aftrek van de advocaatkosten, hebben zij een ‘Overeenkomst derdengelden’ gesloten. Op grond van deze overeenkomst is het resterende bedrag gestort op de derdengeldrekening van [naam 5] , in afwachting van overeenstemming over de verdeling dan wel van een gerechtelijk vonnis dienaangaande. Het bedrag is tot op heden niet aan Boessenkool en/of [gedaagde] uitgekeerd.

2.11.

De samenwerking tussen [naam 2] en [gedaagde] liep op dat moment al langere tijd niet (meer) soepel. Diverse gesprekken en onderhandelingen daarover leidden niet tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing van de ontstane geschillen. Om de werkzaamheden met betrekking tot het MultiToolTrac project toch op constructieve wijze te kunnen voortzetten, hebben [naam 2] en [gedaagde] op 31 december 2018 uit eigen naam en uit naam van hun vennootschappen de ‘Nadere overeenkomst met betrekking tot MultiToolTrac B.V.’ gesloten. Deze overeenkomst vermeldt onder meer het volgende:

‘(…)

Verklaren:

- dat zij op 27 december 2017, mede in andere hoedanigheden, een overeenkomst met elkaar hebben gesloten;

- dat de juridische fusie waarover in deze overeenkomst wordt gesproken, inmiddels geëffectueerd is;

- dat de licenties en octrooien waarover in de overeenkomst wordt gesproken nog niet overgedragen/ingebracht zijn;

- dat de uitgifte van aandelen MultiToolTrac B.V. aan Bodemkruim B.V. op dit moment nog niet gerealiseerd is;

dat zij, als wijziging op deze overeenkomst, bij deze overeenkomen dat zij de uitgifte van de aandelen en daarmee de uitwerking van de overeenkomst van 27 december 2017 uitstellen tot uiterlijk 30 juni 2019, teneinde een structuur te realiseren zoals door partijen handmatig aangegeven op een aan deze akte gehecht en door partijen ondertekende bijlage;

- dat de ontbindende voorwaarde die in de overeenkomst vermeld staat, niet in werking is getreden.

(…)’

2.12.

Tussen Bodemkruim, Boessenkool en [gedaagde] is rondom datzelfde moment een detacheringsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst is gestart op 1 januari 2019 en zou van rechtswege eindigen op 31 maart 2019, tenzij partijen schriftelijk zouden overeenkomen de overeenkomst voort te zetten. Een dergelijke voortzetting is niet schriftelijk overeengekomen. De vergoeding over de maand januari 2019 is betaald. In de maanden daarna is geen vergoeding op basis van de detacheringsovereenkomst aan [gedaagde] en/of Bodemkruim uitgekeerd.

2.13.

[naam 2] en [gedaagde] hebben vervolgens vanaf 1 januari 2019 getracht overeenstemming te bereiken over de samenwerking binnen MultiToolTrac B.V. Daarbij hebben zij het bereiken van overeenstemming over de onderwerpen zeggenschap, statuten en directiestatuut alsmede de controles van de eindafrekeningen over de voorliggende jaren als belangrijkste speerpunten genomen. In de periode die volgde hebben diverse gesprekken plaatsgevonden tussen [naam 2] , [gedaagde] en hun financiële adviseur(s) en heeft op diverse onderwerpen een uitwerking plaatsgevonden. De memo van het gesprek dat op 17 juni 2019 heeft plaatsgevonden, luidt voor zover thans van belang als volgt:

‘(…)

Vaststellingen:

1. Het belangrijkste meningsverschil is het probleem van de zeggenschapsverhouding van MTT

2. In het verlengde van 1) is er ook een meningsverschil omtrent de financiële aandelen

3. Het niet-oplossen van dit probleem leidt tot stilvallen van het project en de werkzaamheden aan tractor 3

4. Beide partijen geven aan principieel wel door te willen gaan, mits er een bevredigende oplossing komt.

(…)

Mogelijke oplossing (ipv ,,stekker eruit”)

Voortzetting in de vorm van MTT-nieuw met daarin de onderdelen:

1. Zeggenschap 50-50

2. Aandelen 40 ([gedaagde]), 60 ([naam 2])

3. E&P loopt door en wordt voor nr. 3 ingezet

4. Oude facturen worden betaald/verrekend, detachering 2019 geregeld, overeenstemming te bereiken over budget en kasronde

5. Tractoren 1&2 en garantiestelling hiervoor komen op naam en verantwoordelijkheid van BK BV van [gedaagde]

Afspraken en todo:

1. Vervolgbijeenkomst 19-06-2019, 12.00 uur, (…)

2. Eelco zal acceptatie tractor 1&2 van Boessenkool naar BK BV bij klanten polsen

3. [gedaagde] & [naam 2]: Overeenstemming zoeken over de € 34.000 die nog ter discussie staan

(…)’

2.14.

[gedaagde] heeft op 12 juni 2019 de statutaire naam van de aan hem gelieerde vennootschap [gedaagde] Innovatie & Ontwikkeling gewijzigd in MTT Tractors B.V. In deze vennootschap is [gedaagde] zonder [naam 2] doorgegaan met de ontwikkeling van de MultiToolTrac. [naam 2] is op zijn beurt binnen Boessenkool eigenhandig verder gegaan met de ontwikkeling van de MultiToolTrac.

2.15.

[naam 2] heeft de naam van [naam 1] op 24 februari 2020 gewijzigd in OEM Tractors B.V.

2.16.

In of omstreeks april 2020 is MTT Tractors B.V. in staat van faillissement verklaard.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Boessenkool c.s. vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen:

a. om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, alle nog onder [gedaagde] of aan hem gelieerde ondernemingen berustende rechten met betrekking tot Het Project MultiToolTrac, daaronder uitdrukkelijk begrepen de Intellectuele Eigendom(srechten) die [gedaagde] nog in privé of via aan hem gelieerde ondernemingen heeft aangevraagd en/of heeft verkregen en/of op naam van andere entiteiten heeft laten zetten, over te dragen aan- en op naam te (doen) zetten van MultiToolTrac B.V.;

b. om binnen twee weken na betekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, MultiToolTrac B.V. een volledig schriftelijk overzicht te verstrekken van alle aanbiedingen die [gedaagde] op eigen naam of op naam van aan hem gelieerde ondernemingen heeft uitgebracht en overeenkomsten die [gedaagde] op eigen naam of op naam van aan hem gelieerde ondernemingen heeft gesloten met betrekking tot Het Project MultiToolTrac, dit onder vermelding van naam, adres en overige contactgegevens van de contractspartijen bij die overeenkomsten en onder ter hand stelling van kopieën van de desbetreffende overeenkomsten indien en voor zover die op schrift zijn gesteld, dan wel een omschrijving van de rechten en verplichtingen uit die overeenkomsten indien en voor zover deze niet op schrift zijn gesteld;

c. om binnen twee weken na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van MultiToolTrac B.V., althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, alle medewerking te verlenen om een overname van de contracten als bedoeld onder b. door MutiToolTrac B.V. op haar verzoek te bewerkstelligen;

d. om Boessenkool c.s. binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, althans binnen een termijn als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, weer toegang te verschaffen tot de cloud omgeving en alle daarin gedurende de samenwerking opgeslagen kennis en gegevens betreffende het project MultiToolTrac aan Boessenkool c.s. ter beschikking te stellen en daartoe alle maatregelen te treffen die voor het permanent verstrekken van die toegang noodzakelijk is;

II. [gedaagde] c.s. te verbieden om ten behoeve van zichzelf en/of door hen gedreven ondernemingen gebruik te maken van de in de cloud opgeslagen kennis en informatie;

III. [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis:

a. de inhoud van de website www.MultiToolTrac.com weer terug te brengen tot haar vorm van vóór 27 juni 2019 en daarvan meer in het bijzonder ook iedere onjuiste, misleidende en verwarrende informatie, zoals de onjuiste informatie dat [gedaagde] /MTT directeur, hoofdkantoor en contactpersoon betreffende het project MultiToolTrac naar [gedaagde] /MTT in plaats van naar Boessenkool c.s., te verwijderen en verwijderd te houden; en

b. de toegang en het beheer van die website aan MultiToolTrac B.V. over te dragen;

IV. [gedaagde] c.s. te verbieden in welke vorm ook gebruik te maken van de website www.MultiToolTrac.com;

V. [gedaagde] c.s. te verbieden om op welke manier dan ook nog gebruik te maken van de handelsnaam MultiToolTrac of van daarop dusdanig gelijkende handelsnamen (waaronder MTT of Multitool Tractors) dat daarvan verwarring bij het publiek kan ontstaan;

VI. [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Boessenkool c.s. weer toegang te verschaffen tot alle mailadressen die waren en zijn gekoppeld aan het domein @multitooltrac.com en meer in het bijzonder ook om Boessenkool c.s. weer in staat te stellen om kennis te nemen van de daarop inkomende mail, die mail te kunnen beantwoorden en die mailadressen weer te kunnen gebruiken voor uitgaande mail;

VII. [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Boessenkool c.s. de volledige tekst te verschaffen van alle sedert 27 juni 2019 tot en met de dag na betekening van dit vonnis op de aan het domein @multitooltrac.com gekoppelde mailadressen ingekomen mail en de sedert 27 juni 2019 van die mailadressen uitgegane mail;

VIII. [gedaagde] c.s. te verbieden om zelf nog langer gebruik te maken van het domein @multitooltrac.com en de daaraan gekoppelde mailadressen, anders dan het gebruik dat nog nodig is om aan de veroordeling op basis van dit vonnis te kunnen voldoen;

IX. [gedaagde] c.s. , zowel gezamenlijk als ieder voor zich, te verbieden om zich op welke manier dan ook jegens derden te presenteren of gedragen alsof zij bij uitsluiting rechthebbende zouden zijn tot het project MutiToolTrac en/of dat zij de voortzetters daarvan zouden zijn en/of om Boessenkool c.s. op onrechtmatige wijze de verdere voortzetting van het project MultiToolTrac te belemmeren of bemoeilijken;

X. dit alles met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] c.s. tot verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor elke overtreding van de hiervoor omschreven vorderingen en dat voor elke dag of gedeelte van een dag dat de overtreding voortduurt;

XI. met hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] c.s. in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

[gedaagde] c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

in reconventie

3.4.

[gedaagde] c.s. vorderen - na vermindering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Boessenkool te gebieden mee te werken aan een eensluidende, schriftelijk opdracht aan mr. Visser en [naam 5] om bij wijze van voorschot 30,5% van het depot Elsto aan [gedaagde] uit te betalen, met bepaling dat Boessenkool bij overtreding van het gebod ten behoeve van [gedaagde] zal verbeuren een terstond opeisbare dwangsom ten bedrage van € 1.000,00 voor iedere dag dat een overtreding van dit gebod voortduurt, althans zodanige bedragen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

II. Boessenkool te veroordelen tot betaling van de achterstallige detacheringsvergoeding over de periode februari 2019 tot en met juni 2019, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover telkens vanaf de dag waarop de vergoeding opeisbaar is geworden tot en met de dag van algehele voldoening;

een en ander met zowel in conventie als in reconventie veroordeling van Boessenkool c.s. in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.5.

Boessenkool c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen.

3.6.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling in conventie

in conventie

4.1.

Vooropgesteld wordt dat MTT Tractors B.V., gedaagde sub 3 in conventie, na de zitting in of omstreeks april 2020 in staat van faillissement is verklaard. Nu Boessenkool c.s. als eisende partijen geen schorsing van de procedure hebben verzocht en zich namens MTT Tractors B.V. in dit kort geding ook geen curator heeft gemeld, wordt de procedure ongewijzigd voortgezet en zal eindvonnis worden gewezen.

4.2.

De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende voort uit de stellingen van Boessenkool c.s. voort.

4.3.

Boessenkool c.s. vorderen kort gezegd nakoming van de overeenkomst die tussen partijen op 27 december 2017 is gesloten. Meer specifiek betreft het de inbreng van alle intellectuele eigendom(srechten), alle contracten en alle opgedane kennis met betrekking tot de MultiToolTrac en daarnaast het verschaffen van toegang van MultiToolTrac B.V. tot de cloudomgeving en mailboxen aangaande het MultiToolTrac project. Boessenkool c.s. leggen aan deze vorderingen ten grondslag dat partijen tot en met 30 juni 2019 hebben getracht gezamenlijk tot overeenstemming te komen over de wijze waarop de samenwerking tussen [naam 2] en [gedaagde] binnen MultiToolTrac B.V. zou moeten worden vormgegeven en dan met name over de stemverhouding binnen die vennootschap, maar dat dat niet is gelukt. Volgens Boessenkool c.s. dient daarom te worden teruggevallen op de eerder bereikte overeenstemming die heeft geleid tot de overeenkomst van 27 december 2017, waarin (ook) voor [gedaagde] c.s. een aantal verplichtingen is opgenomen. Nu de daarin vervatte fusie van MultiToolTrac Holding B.V. met MultiToolTrac B.V. is verwezenlijkt, zijn Boessenkool c.s. van mening dat nu [gedaagde] c.s. op hun beurt gehouden zijn om aan hun verplichtingen te voldoen en dat, nu gebleken is dat zij dat niet vrijwillig zullen doen, zij daartoe in dit kort geding dienen te worden veroordeeld. [gedaagde] c.s. voeren verweer en voeren aan dat na het sluiten van de overeenkomst op 27 december 2017 onenigheid is ontstaan over diverse onderdelen van die overeenkomst, waarna partijen over de inhoud van die onderdelen tot

30 juni 2019 (opnieuw) hebben onderhandeld. Volgens [gedaagde] c.s. was duidelijk dat de afspraken zoals vastgelegd in december 2017 niet langer als uitgangspunt konden dienen voor de verdere samenwerking tussen partijen en dat, indien op een later moment geen overeenstemming zou worden bereikt over nieuwe afspraken, niet op die eerdere afspraken kon worden teruggevallen. [gedaagde] c.s. voeren aan dat daarom op dit moment geen nakoming van (bepaalde onderdelen uit) de overeenkomst van 27 december 2017 (meer) kan worden verlangd, zodat de vorderingen van Boessenkool c.s. dienen te worden afgewezen.

4.4.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Vaststaat dat een jarenlange samenwerking tussen partijen uiteindelijk heeft geresulteerd in de op 27 december 2017 gesloten ‘Overeenkomst met betrekking tot MultiToolTrac (Holding) B.V.’. In deze overeenkomst zijn afspraken vastgelegd over de verkoop van aandelen door (indirect) [gedaagde] , waardoor een volledige herstructurering van MultiToolTrac B.V. zou kunnen plaatsvinden. Deze herstructurering bestond eruit dat MultiToolTrac Holding B.V. met MultiToolTrac B.V. zou gaan fuseren en dat (indirect) [gedaagde] een aandelenbelang van 30,5% zou verwerven in de verkrijgende vennootschap. Overeengekomen is dat de (ver)koop en levering van de aandelen zou plaatsvinden onder de ontbindende voorwaarde dat (indirect) [gedaagde] niet uiterlijk op het moment dat de fusie wordt geëffectueerd 30% van de aandelen in MultiToolTrac B.V. heeft verkregen. Verder zijn partijen overeengekomen dat Bodemkruim, alvorens zij het hiervoor bedoelde aandelenbelang zal krijgen, eerst alle rechten en overeenkomsten - waaronder ook verkregen octrooien en IP-licenties - zou overdragen aan MultiToolTrac B.V. Geconstateerd moet worden dat dit nauw met elkaar samenhangende afspraken zijn, die niet zonder meer los van elkaar kunnen worden gezien. Vaststaat dat [naam 2] en [gedaagde] circa een jaar later, op 31 december 2018, nadere afspraken hebben vastgelegd in aanvulling op de overeenkomst uit 2017. Die aanvullende afspraken houden in dat de juridische fusie weliswaar is geëffectueerd, maar dat de IP-rechten nog niet zijn ingebracht en ook de uitgifte van aandelen in MultiToolTrac B.V. aan Bodemkruim nog niet is gerealiseerd en dat partijen de uitwerking van de overeenkomst uitstellen tot uiterlijk 30 juni 2019.

4.5.

Partijen zijn het erover eens dat zij in de periode van 1 januari 2019 tot

30 juni 2019 uitgebreid hebben gesproken en onderhandeld over de voorwaarden waaronder hun verdere samenwerking binnen MultiToolTrac B.V. zou moeten worden vormgegeven.

Boessenkool c.s. stellen in de dagvaarding (punt 30) dat partijen het over het in het memo van 17 juni 2019 geformuleerde voorstel (zie 2.13) op 19 juni 2019 eens zijn geworden, en dat [gedaagde] daar nadien weer op is teruggekomen, maar [gedaagde] c.s. hebben dat gemotiveerd betwist en dat blijkt ook niet uit de overgelegde stukken. Uit de voorliggende stukken en hetgeen door partijen ter zitting is aangevoerd is naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel voldoende aannemelijk geworden dat de gesprekken tussen [naam 2] en [gedaagde] in deze periode van zodanige aard waren, dat tijdens die gesprekken de afspraken zoals vervat in de overeenkomst van 27 december 2017 door partijen zijn verlaten. [gedaagde] c.s. hebben in dat verband ter zitting voldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt dat de enige manier waarop zij het MultiToolTrac project gezamenlijk zouden willen voortzetten onder gewijzigde omstandigheden zou zijn en aldus niet op basis van de eerder in 2017 gemaakte afspraken. Wat die gewijzigde omstandigheden precies zouden (moeten) inhouden, kan in het kader van dit kort geding niet worden vastgesteld. Daarvoor is nader feitenonderzoek vereist, waarvoor in een kort geding als het onderhavige naar haar aard geen plaats is. Wel moet worden aangenomen dat het enkele feit dat de onderhandelingen kennelijk niet uiterlijk op 30 juni 2019 tot een voor alle partijen acceptabele uitkomst hebben geleid, er gelet op al het vorenstaande niet toe kan leiden dat Boessenkool c.s. kunnen teruggrijpen naar eerdere en inmiddels niet langer afdwingbare afspraken. Nu de overeenkomst van 27 december 2017 bovendien bestaat uit samenhangende afspraken die in beginsel niet los van elkaar kunnen worden gezien, moet worden aangenomen dat het Boessenkool c.s. niet vrij staat in kort geding nakoming van slechts enkele daarvan (voor hen gunstige afspraken) te vorderen.

4.6.

Bij deze stand van zaken wordt voorshands geconcludeerd dat [gedaagde] c.s. thans niet zijn gehouden de voor hen uit de overeenkomst van 27 december 2017 voortvloeiende verplichtingen na te komen, terwijl (ook) de daar tegenoverstaande verplichtingen voor Boessenkool c.s. niet (langer) rechtens afdwingbaar worden geacht. Van [gedaagde] c.s. kan niet worden gevergd dat zij de intellectuele eigendom(srechten), alle contracten en contacten alsmede alle opgedane kennis over de MultiToolTrac inbrengen in MultiToolTrac B.V., terwijl over de levering van aandelen in die vennootschap op dit moment geen duidelijke afspraken bestaan. De vorderingen strekkende daartoe zullen daarom worden afgewezen. Ter zitting is bovendien gebleken dat beide partijen van mening zijn dat (het maken van afspraken over) een vruchtbare samenwerking niet langer meer tot de mogelijkheden behoort.

4.7.

De overige vorderingen van Boessenkool c.s. zijn allemaal gebaseerd op de veronderstelling dat [naam 2] en de door hem (indirect) bestuurde vennootschappen bij uitsluiting bevoegd zijn tot het gebruik van de naam MultiToolTrac, voor zowel in- als extern gebruik. Dat tussen [naam 2] en [gedaagde] op enig moment een dergelijke afspraak is gemaakt, volgt echter niet uit de door partijen in deze procedure overgelegde stukken en/of het verhandelde ter zitting. Geconstateerd moet worden dat zowel [naam 2] als [gedaagde] , nadat zij er niet in geslaagd zijn uiterlijk op 30 juni 2019 overeenstemming te bereiken over de wijze van de voortzetting van hun samenwerking binnen het MultiToolTrac project, ieder hun eigen weg zijn gegaan en binnen hun eigen vennootschap(pen) de ontwikkeling van de MultiToolTrac (in enige vorm) hebben voortgezet. Er bestaat geen grond of aanleiding om [gedaagde] c.s. op dit moment te verbieden hun werkzaamheden onder de naam MultiToolTrac of een gelijkluidende naam voort te zetten, met als gevolg dat het alleenrecht op het gebruik daarvan feitelijk bij Boessenkool c.s. komt te liggen. Dit nog afgezien van het feit dat de door [gedaagde] opgerichte vennootschap MTT Tractors B.V. in of omstreeks april 2020 in staat van faillissement is verklaard en op dit moment niet op de markt actief is. De vorderingen die daarop zien zullen daarom eveneens worden afgewezen.

4.8.

In het verlengde daarvan dienen ook [gedaagde] c.s. zich ervan te onthouden zich jegens derden te presenteren of gedragen alsof zij bij uitsluiting rechthebbende zouden zijn tot het MultiToolTrac project en Boessenkool c.s. op onrechtmatige wijze in de voortzetting van hun werkzaamheden voor het project te belemmeren. Dat [gedaagde] c.s. daar op dit moment mee bezig zijn, is echter onvoldoende onderbouwd en aannemelijk geworden. Daarom zal ook de vordering strekkende tot een verbod voor [gedaagde] c.s. zodanig te handelen bij gebrek aan belang worden afgewezen.

4.9.

Boessenkool c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] c.s. tot op heden begroot op:

  • -

    explootkosten € 94,31

  • -

    griffierecht € 656,00

  • -

    salaris advocaat € 980,00

Totaal € 1.730,31

4.10.

De gevorderde wettelijke rente en nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.

in reconventie

4.11.

[gedaagde] vordert in reconventie allereerst medewerking van Boessenkool aan uitkering van 30,5% van het depotbedrag dat is verkregen uit de schikking met Elsto. [gedaagde] stelt dat [naam 2] het in ieder geval met hem eens is dat [gedaagde] (indirect) ten minste 30,5% van de aandelen in MultiToolTrac B.V. zou moeten verwerven, zodat het in het verlengde daarvan voor Boessenkool ook duidelijk is, althans moet zijn, dat aan [gedaagde] uit de schikking ten minste 30,5% van de betaalde schadevergoeding toekomt. Geconstateerd moet worden dat in de depotovereenkomst is bepaald dat het in depot gestorte totaalbedrag op de derdengeldrekening blijft staan, totdat Boessenkool en [gedaagde] overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van dat bedrag dan wel over de wijze van verdeling in een gerechtelijk vonnis is beslist. Dat Boessenkool en [gedaagde] inmiddels overeenstemming hebben bereikt over de vraag aan wie welk bedrag toekomt, is gesteld noch gebleken. Nu over de verdeling tot op heden ook (nog) geen gerechtelijk vonnis is gewezen, moet het er voor worden gehouden dat aan de voorwaarden waaronder tot uitkering van het depotbedrag kan worden overgegaan op dit moment niet is voldaan. Aangenomen moet daarom worden dat Boessenkool op dit moment niet tot medewerking aan uitkering van enig depotbedrag aan [gedaagde] is gehouden, zodat de vordering strekkende daartoe zal worden afgewezen.

4.12.

Verder vorderen [gedaagde] en Bodemkruim veroordeling van Boessenkool tot betaling van een detacheringsvergoeding over de periode van 1 februari 2019 tot en met

30 juni 2019, op basis van de tussen deze partijen begin 2019 gesloten detacheringsovereenkomst. Volgens Bodemkruim en [gedaagde] is op basis van die overeenkomst slechts de vergoeding over de maand januari 2019 betaald, terwijl [gedaagde] tot en met juni 2019 werkzaamheden heeft verricht en aldus tot en met die maand betaald had moeten worden. Boessenkool is het daarmee niet eens. Vaststaat dat in de detacheringsovereenkomst is overeengekomen dat deze op 31 maart 2019 van rechtswege zou eindigen, tenzij de betrokken partijen schriftelijk zouden overeenkomen de overeenkomst voort te zetten. Dat dit laatste op enig moment heeft plaatsgevonden, is gesteld noch gebleken. In zoverre kunnen Bodemkruim en [gedaagde] dan ook slechts een vergoeding vorderen over de maanden februari en maart 2019. Uit het gespreksverslag van 17 juni 2019 volgt echter dat de (verplichtingen uit de) detacheringsovereenkomst onderdeel vormden van de besprekingen tussen partijen in de periode van januari tot en met juni 2019. Nu partijen (ook) over de verschuldigdheid van de detacheringsvergoeding in onderhandeling waren en zij kennelijk reden hebben gezien die vergoeding onderdeel te laten uitmaken van de definitieve overeenstemming die tussen hen diende te worden bereikt over de wijze waarop hun verdere samenwerking binnen het MultiToolTrac project zou worden vormgegeven, kan ook in dit geval het enkele feit dat partijen die overeenstemming uiteindelijk niet hebben bereikt er niet toe leiden dat zonder meer wordt teruggevallen op eerder gemaakte afspraken uit de detacheringsovereenkomst. Voorshands geoordeeld bestaat op dit moment dan ook geen grond Boessenkool tot betaling van een detacheringsvergoeding te veroordelen. De vordering strekkende daartoe zal daarom eveneens worden afgewezen.

4.13.

[gedaagde] en Bodemkruim zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Boessenkool tot op heden begroot op (0,5 punt x tarief € 980,00 =) € 490,00 aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Boessenkool c.s. tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] c.s. , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.730,31, waarin begrepen € 980,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

5.3.

veroordeelt Boessenkool c.s. in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na die aanschrijving tot de dag van betaling en € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van betaling,

5.4.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.5.

wijst de vorderingen af,

5.6.

veroordeelt [gedaagde] en Bodemkruim tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Boessenkool, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 490,00 aan salaris advocaat,

5.7.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 19 juni 2020.