Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3189

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-06-2020
Datum publicatie
30-06-2020
Zaaknummer
C/05/371888 / FA RK 20-1868
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Beroep tegen opleggen crisismaatregel omdat deze volgt op een eerdere crisismaatregel waarvan geen voortzetting is gevraagd. Beroep ongegrond verklaard

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Zaakgegevens: C/05/371888 / FA RK / 20/1868

Datum uitspraak: 25 juni 2020

Beroep tegen een crisismaatregel Wvggz

Beschikking naar aanleiding van het beroep ex artikel 7:6 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende te [instelling] , locatie de [naam] te [plaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. R.B.J.G. Baggen te Arnhem.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 12 juni 2020, heeft betrokkene beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente [plaats] op 25 mei 2020 jegens hem opgelegde crisismaatregel.

1.1.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 17 juni 2020.

1.2.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    mevrouw [naam] , als arts verbonden aan [instelling] ;

  • -

    mevrouw [naam] , als juridisch adviseur verbonden aan de gemeente [plaats] .

2 Beoordeling

2.1.

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de burgemeester van 25 mei 2020 om een crisismaatregel op te leggen. De reden voor dit beroep is dat betrokkene meent dat er geen gronden waren voor deze crisismaatregel. Voorafgaand aan voormelde beslissing heeft de burgemeester op 22 mei 2020 reeds een crisismaatregel afgegeven, welke geldig was tot en met 25 mei 2020. Gebleken is dat de officier van justitie niet tijdig een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel heeft ingediend, waardoor betrokkene van mening is dat hij toen in vrijheid had moeten worden gesteld. Daarnaast was er bij betrokkene sprake van verzet. [instelling] vond dit echter gelet op de situatie van betrokkene en zijn toestandsbeeld niet wenselijk en heeft daarom de burgemeester van [plaats] op 25 mei 2020 opnieuw verzocht een crisismaatregel op te leggen. Ter zitting van 28 mei 2020 heeft de rechtbank een voorzetting van die crisismaatregel verleend voor de duur van twee weken. Betrokkene is van mening dat de wettelijke kaders niet in acht zijn genomen en dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om dit verzuim op te lossen door het aaneenrijgen van crisismaatregelen. Naar de overtuiging van betrokkene is hij hierdoor onrechtmatig van zijn vrijheid benomen vanaf 25 mei 2020 tot en met 28 mei 2020. Daarenboven heeft de rechtbank niet tijdig beslist op grond van de rechtmatige eerste crisismaatregel, maar wel op de tweede crisismaatregel. Betrokkene is van mening dat zijn huidige verplichte opname, ondanks de bij beschikking van
28 mei 2020 verleende voortzetting van de crisismaatregel, niet rechtmatig is. Betrokkene verzoekt, nu hij meent dat zijn opname onrechtmatig is, hem ex artikel 10:12 Wvggz een schadevergoeding toe te kennen.

2.2.

De juridisch adviseur heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat de burgemeester van de gemeente [plaats] de crisismaatregel van 25 mei 2020 op goede gronden genomen heeft. De burgemeester heeft zich hierbij gebaseerd op de voorhanden zijnde medische verklaring. Het is aan de burgemeester om te oordelen of er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en in het geval van betrokkene was dit aan de orde. Er was sprake van de situatie, bedoeld in artikel 7:1 eerste lid Wvggz, zodat er ten aanzien van betrokkene een wettelijke grondslag aanwezig was voor het nemen van de crisismaatregel. Dat er geen tijdige voortzetting van de eerste crisismaatregel is verzocht is te wijten aan systeemfout. Na onderzoek is gebleken dat vanwege een systeemfout het verzoek niet is doorgezonden waardoor de eerste crisismaatregel, afgegeven op 22 mei 202, is verlopen. De burgemeester betreurt de gang van zaken maar het neemt wat hem betreft niet weg dat de tweede crisismaatregel, afgegeven op 25 mei 2020, op de juiste gronden is genomen. De juridisch adviseur verzoekt de rechtbank dan ook het verzoek van betrokkene ongegrond te verklaren en het verzoek tot schadevergoeding af te wijzen.

2.3.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van betrokkene verder nog naar voren gebracht dat de gezondheidstoestand van betrokken ten tijde van de tweede crisismaatregel ongewijzigd was ten opzichte van zijn gezondheidssituatie tijdens de eerste crisismaatregel. Betrokkene verbleef bij beide crisismaatregelen in de separeer. De advocaat stelt dat het ernstig nadeel voorzienbaar was. Dat er sprake is geweest van een systeemfout waardoor er geen voortzetting van de eerste crisismaatregel is verzocht, dient naar mening van betrokkene niet voor rekening en risico van betrokkene te komen

2.4.

De arts heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat betrokkene inderdaad bij zowel de eerste beoordeling voor een crisismaatregel als bij de tweede in de separeer verbleef. Tijdens de eerste crisismaatregel is betrokkene over een hek geklommen en heeft hij zich onttrokken aan zorg. Betrokkene is teruggebracht door de politie en gebleken is dat hij tijdens zijn onttrekking drugs heeft gebruikt. De arts vond het gelet hierop niet wenselijk om betrokkene, toen bleek dat er geen voortzetting van de eerste crisismaatregel was verzocht, naar huis te laten gaan. Een opname was wat de arts betreft noodzakelijk en daarom is een tweede crisismaatregel verzocht.

2.5.

De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er op 25 mei 2020 (dus bij de tweede crisismaatregel) nog altijd sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, en een ernstig vermoeden dat dit nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis van betrokkene. Eveneens is gebleken dat het ernstig nadeel enkel door een crisismaatregel kon worden weggenomen, en dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht. Tijdens de mondelinge behandeling is niet betwist dat het toestandsbeeld en de gezondheidstoestand van betrokkene tijdens de eerste crisismaatregel en de tweede crisismaatregel niet gewijzigd is. Nu betrokkene tijdens zijn onttrekking drugs heeft gebruikt en hij nog altijd in de separeer verbleef, heeft de instelling op 25 mei 2020 gemeend dat er nog steeds sprake was van een acute crisissituatie die het nodig maakte dat een crisismaatregel moest worden aangevraagd. Deze tweede crisismaatregel is conform de wettelijke bepalingen opgelegd, na het laten opmaken van een actuele medische verklaring door een onafhankelijk psychiater. Het enkele feit dat er geen voorzetting van de eerste crisismaatregel van 22 mei 2020 is verzocht en dat de tweede crisismaatregel direct gevolgd is op de eerste crisismaatregel, maakt niet dat deze crisismaatregel of de voortzetting daarvan onrechtmatig is. De wet biedt geen aanleiding voor de conclusie dat het elkaar laten opvolgen van verschillende crisismaatregelen onrechtmatig moet worden geacht.

2.6.

Nu naar het oordeel van de rechtbank bij het afgeven van de crisismaatregel de wettelijke bepalingen in acht zijn genomen, zal het beroep ongegrond worden verklaard.

2.7.

Nu het beroep ongegrond wordt verklaard, komt de rechtbank niet toe aan een eventuele toekenning van een schadevergoeding aan verzoeker. Gelet hierop zal het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart het beroep ongegrond.

3.2.

wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Linde, rechter, in tegenwoordigheid van E.M.B. Scholten, griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.