Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:3100

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22-06-2020
Datum publicatie
23-07-2020
Zaaknummer
C/05/371936 / FZ RK 20-1494
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging Wvggz toegewezen. Betrokkene heeft de rechtbank verzocht het verzoek af te wijzen omdat hij de behandeling vrijwillig wenst voort te zetten. Door de advocaat van betrokkene is verwezen naar een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 4 juni 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:5156) waarbij de rechtbank onder andere de vorm van zorg “opnemen in een accommodatie” heeft afgewezen omdat niet (afdoende) is gemotiveerd dat het voorzienbaar is dat deze vormen van zorg nodig is om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank volgt betrokkene in dit standpunt niet. De rechtbank deelt weliswaar het standpunt dat de eerste twee verplichte vormen van zorg zoals genoemd onder 2.5. voldoende zouden moeten zijn om een decompensatie van betrokkene te voorkomen, maar dat neemt niet weg dat in het verleden is gebleken dat een stok achter de deur ten aanzien van een opname noodzakelijk is als betrokkene decompenseert. Het is dan in het belang van betrokkene dat er snel ingegrepen kan worden en niet eerst een verzoek tot zorgmachtiging of een crisismaatregel afgewacht moet worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Zutphen

Zaakgegevens: C/05/371936 / FZ RK 20-1494

Datum mondelinge uitspraak: 22 juni 2020

Beschikking machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Wvggz

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. T.C. Putters te Harderwijk.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op
15 juni 2020.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 22 juni 2020.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    dhr. [naam] , als psychiater verbonden aan GGNet;

  • -

    de ouders van betrokkene.

1.4.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet gehoord verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

2 Beoordeling

2.1.

Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het niet toegestaan betrokkene persoonlijk te bezoeken. Dit levert voor betrokkene en de andere aanwezigen een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Om die reden is besloten betrokkene via beeldbellen te horen.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.

2.3.

Het gedrag dat uit de stoornis voortvloeit, leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  • -

    ernstig lichamelijk letsel;

  • -

    ernstige psychische schade;

  • -

    ernstige verwaarlozing;

  • -

    acute maatschappelijke teloorgang.

2.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig. Betrokkene blowt dagelijks omdat hij last heeft van de medicatie. Wanneer betrokkene psychotisch decompenseert, is de kans groot dat hij opnieuw meent vergiftigd te worden. Hiermee komt het eet- en drinkpatroon sterk in gevaar. Ook zal het contact met de hulpverlening dan beperkt worden. Het is tot op heden niet gelukt om op vrijwillige basis tot consensus te komen over de behandeling van betrokkene. Betrokkene geeft zelf aan geen medicatie te willen gebruiken, dan wel dat hij deze in tablet vorm wil gebruiken en/of in een veel lagere dosis. Dit heeft echter herhaaldelijk geleid tot het staken van de medicatie met psychotische decompensatie ten gevolge.

2.5.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg en de daarbij aangegeven duur noodzakelijk zijn, mede gelet op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van zorg bestaan uit:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie;

allen voor de maximale duur van zes maanden, waarbij ten aanzien van “het opnemen in een accommodatie” geldt dat deze vorm van verplichte zorg enkel kan worden toegepast op het moment dat de overige vormen van verplichte zorg niet verder volstaan.

De vorm van zorg “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen” ziet er op toe dat betrokkene afspraken na dient te komen en huisbezoeken moet toelaten om te zien of er geen verdere verwaarlozing optreedt.

2.6.

In het verzoekschrift heeft de officier van justitie eveneens de volgende vormen van zorg verzocht:

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen.

De rechtbank is van oordeel dat deze vormen van verplichte zorg niet passend en noodzakelijk zijn nu ten aanzien van de verplichte vorm van zorg “opnemen in een accommodatie” is aangegeven dat deze vorm van verplichte zorg enkel kan worden toegepast op het moment dat de overige vormen van verplichte zorg niet verder volstaan.

2.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.8.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.9.

Hetgeen namens en door betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af. Betrokkene heeft de rechtbank verzocht het verzoek af te wijzen omdat hij de behandeling vrijwillig wenst voort te zetten. Door de advocaat van betrokkene is verwezen naar een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 4 juni 2020 (ECLI:NL:RBROT:2020:5156) waarbij de rechtbank onder andere de vorm van zorg “opnemen in een accommodatie” heeft afgewezen omdat niet (afdoende) is gemotiveerd dat het voorzienbaar is dat deze vormen van zorg nodig is om het ernstig nadeel af te wenden.

2.10.

De rechtbank volgt betrokkene in dit standpunt niet. De rechtbank deelt weliswaar het standpunt dat de eerste twee verplichte vormen van zorg zoals genoemd onder 2.5. voldoende zouden moeten zijn om een decompensatie van betrokkene te voorkomen, maar dat neemt niet weg dat in het verleden is gebleken dat een stok achter de deur ten aanzien van een opname noodzakelijk is als betrokkene decompenseert. Het is dan in het belang van betrokkene dat er snel ingegrepen kan worden en niet eerst een verzoek tot zorgmachtiging of een crisismaatregel afgewacht moet worden. De rechtbank heeft er, gelet op de verklaring van de psychiater tijdens de mondelinge behandeling, onvoldoende vertrouwen in dat betrokkene op vrijwillige basis de behandeling voortzet.

2.11.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, om welke reden de rechtbank zal beslissen als hierna vermeld.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 2.5. kunnen worden getroffen;

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 21 december 2020.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2020 door mr. K. Blankman, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier.

De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 25 juni 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.