Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:2998

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
09-07-2020
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1546
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Omzetbelasting. Eiseres is een stichting met als doel de financiële en praktische ondersteuning van kinderen van vluchtelingen bij hun studie. Om opbrengsten te verkrijgen voor de financiering van haar doelstelling verwerft eiseres gratis gebruikte goederen zoals boeken, kleding en cd’s en zij verkoopt deze goederen voor € 1 in haar winkel. In geschil is of omzetbelasting is verschuldigd over deze verkopen. De rechtbank oordeelt dat een prijs van € 1 niet symbolisch is en de leveringen daarom plaatsvinden onder bezwarende titel. Omdat eiseres actief stappen onderneemt door middelen in te zetten die vergelijkbaar zijn met die van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, zoals kringloopwinkels, verricht zij met de leveringen van de tweedehands goederen onder bezwarende titel economische activiteiten. Eiseres is voor die leveringen dus ondernemer. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2020/1773
Viditax (FutD), 09-07-2020
FutD 2020-2050 met annotatie van Fiscaal up to Date
V-N 2020/40.16.5
Belastingadvies 2020/18.8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Belastingrecht

zaaknummer: AWB 19/1546

uitspraak van de meervoudige belastingkamer van

in de zaak tussen

[eiseres] te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak 1 april 2017 tot en met 30 juni 2017 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [XXX] ) omzetbelasting opgelegd van € 100. Tevens is bij beschikking € 3 aan belastingrente in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 maart 2019 de naheffingsaanslag en de beschikking belastingrente gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 15 maart 2019, ontvangen door de rechtbank op 18 maart 2019, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft op 25 mei 2020 een zitting plaatsgevonden via skype.

Namens eiseres hebben haar gemachtigde en [persoon A] deelgenomen aan de zitting en namens verweerder mr. [persoon B] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is een stichting met als statutaire doelstelling de financiële en praktische ondersteuning ten behoeve van de studie van asielzoekers- en vluchtelingkinderen in en buiten Nederland.

2. Eiseres is vanaf 1 januari 2017 aangemerkt als een Algemeen Nut Beogende Instelling.

3. Eiseres ontvangt van donateurs goederen zoals gebruikte boeken, kleding, cd’s en dergelijke. Eiseres verkoopt deze tweedehands goederen voor een prijs van € 1. Eiseres hanteert de verkoopprijs van € 1 in beginsel voor alle tweedehands goederen. Een beperkt aantal boeken en kledingstukken wordt onder de noemer ‘restanten’ verkocht voor een prijs van € 0,50. Incidenteel worden goederen voor een hoger bedrag verkocht. Het gaat dan bijvoorbeeld om een kinderfiets of mooie kleding voor een verkoopprijs van € 5.

4. De tweedehands goederen worden verkocht vanuit een voor het publiek toegankelijke ruimte die de [naam ruimte] wordt genoemd. Op de website van eiseres1 is hierover het volgende vermeld:

“(…)

De [naam ruimte] is een plek:

 waar je kleding, boeken en CD’s voor het goede doel kunt brengen;

 waar mensen met een ’kleine portemonnee’ goeie spullen kunnen kopen voor één euro (soms iets meer);

 waar je lekker kunt grasduinen, op zoek naar bijzondere spullen;

 waar vijftien vluchtelingen als vrijwilliger de winkel draaiende houden;

 waar geen subsidie naartoe gaat;

 waar vluchtelingen Nederlands leren en allerlei vaardigheden en werkervaring opdoen;

 waar vluchtelingen, die zich met hun tijd soms geen raad weten, zich gewaardeerd voelen;

 waar je voor één euro koffie en thee kunt krijgen en voor één euro extra appelgebak of een tosti;

 waar in 2018 een omzet werd behaald van € 140.000,-;

 waar je in contact kunt komen met vluchtelingen;

 waar de opbrengst 43 jonge vluchtelingen in staat stelde een opleiding te volgen en 146 gezinnen mede door onze financiële steun weer bij elkaar zijn;

 waar vluchtelingen en Nederlanders zich samen thuis kunnen voelen;

 waar je geeft om te delen!

Inleveren van kleding, boeken en CD’s kan in de winkel tijdens openingstijden (op dinsdag t/m zaterdag van 10.00-17.00 uur). Buiten openingstijden kan kleding worden gedeponeerd in de kledingcontainer links naast het gebouw. Boeken kunnen daar onder het afdak worden gezet.

Stelt u het op prijs dat wij kleding en/of boeken bij u thuis komen ophalen, wilt u ons dit per mail ( [het e-mail adres] ) laten weten?

Ook zonder (gebruikte) kleding of boeken in te leveren of te kopen, kunt u een bijdrage leveren aan het werk van [eiseres] door een donatie over te maken op bankrekeningnummer: [IBAN] t.n.v. [eiseres] te [plaats in NL]

Bezoek de Facebookpagina van de [naam ruimte] .

(…)”

5. De opbrengst van de verkopen gebruikt eiseres voor de financiering van het onderwijs van asielzoekers- en vluchtelingkinderen in en buiten Nederland.

6. In 2016 heeft eiseres een omzet gerealiseerd van € 186.341. In het eerste kwartaal 2017 heeft eiseres een omzet gerealiseerd van € 20.433 (algemeen tarief) en € 13.850 (laag tarief). In het tweede kwartaal 2017 heeft eiseres een omzet gerealiseerd van € 16.600 (algemeen tarief) en € 16.600 (laag tarief).

7. Eiseres verricht geen andere handelingen waarvoor zij ondernemer is voor de omzetbelasting.

Geschil

8. In geschil is of eiseres omzetbelasting is verschuldigd in verband met de leveringen van de tweedehands goederen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiseres de tweedehands goederen onder bezwarende titel levert en of zij met de leveringen hiervan economische activiteiten verricht.

Beoordeling van het geschil

Bezwarende titel

9. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij de tweedehands goederen niet onder bezwarende titel levert, omdat de vergoeding van € 1, of incidenteel € 0,50 en € 5, symbolisch is. Bij de prijs wordt geen rekening gehouden met de werkelijke waarde van de tweedehands goederen. Het is niet gebruikelijk dat tweedehands goederen zonder onderscheid voor die prijs worden verkocht. Aan de prijs komt volgens eiseres geen maatschappelijke betekenis toe. In wezen is sprake van handelingen uit vrijgevigheid met een moreel opvoedkundig en sturend motief. De prijs wordt namelijk zo laag gehouden om ervoor te zorgen dat mensen met weinig geld de goederen kunnen kopen.

10. Verweerder stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een symbolische vergoeding. Hij wijst er in dat verband op dat eiseres de goederen gratis heeft verkregen en de gehanteerde prijs daarom een reële waarde is. Ook varieert eiseres in prijs, voor sommige goederen wordt € 0,50 gevraagd, voor andere € 5. Het doel is om opbrengst te genereren ten behoeve van de doelstelling, zodat geen sprake is van vrijgevigheid. Eiseres treedt bovendien in concurrentie met kringloopwinkels.

11. Een handeling onder bezwarende titel veronderstelt een rechtstreeks verband tussen het geleverde goed en de ontvangen tegenwaarde. Een dergelijk rechtstreeks verband bestaat alleen als tussen de leverancier en de koper van het goed een rechtsbetrekking bestaat waarbij over en weer prestaties worden uitgewisseld, en de door de leverancier ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor het aan de koper geleverde goed. De tegenprestatie moet een subjectieve, werkelijk ontvangen en in geld uit te drukken waarde zijn.2 Als sprake is van een symbolische vergoeding, zodat in wezen sprake is van vrijgevigheid, is niet voldaan aan het vereiste van een tegenwaarde voor de levering van het goed.3 Om te bepalen of sprake is van een symbolische vergoeding in deze zin kan van belang zijn welke vergoeding voor soortgelijke in het maatschappelijk verkeer verrichte prestaties wordt bedongen. De omstandigheid dat een vergoeding verre van kostendekkend is, is daarbij niet van belang.4

12. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat tussen de koper, die een tweedehands goed in de winkel van eiseres koopt, en eiseres een rechtsbetrekking op grond waarvan eiseres het goed levert aan de koper in ruil voor de betaling van een vergoeding. De vergoeding van € 1 is ook de werkelijke tegenwaarde voor de levering van een tweedehands goed zoals kleding, boeken en cd’s. Daarnaast wordt de hoogte van de vergoeding volledig bepaald door eiseres. Deze vergoeding is ook niet zodanig laag dat in wezen sprake is van vrijgevigheid. Eiseres verkoopt de goederen om een opbrengst te genereren ten behoeve van een goed doel. Volgens de website van eiseres kunnen mensen met een kleine portemonnee de tweedehands goederen in de winkel van eiseres kopen. Eiseres heeft ook gesteld dat de verkoop van de tweedehands goederen aan armere mensen een bijkomende doestelling is van de verkopen. In wezen komen vraag en aanbod dus bij elkaar. Eiseres biedt tweedehands goederen aan voor een prijs die past bij de doelgroep. De vergoeding heeft dus maatschappelijke betekenis.

13. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de vergoedingen voor soortgelijke in het maatschappelijk verkeer verrichte prestaties beduidend hoger zijn. Eiseres heeft wel in zijn algemeenheid gesteld dat in kringloopwinkels de prijzen hoger liggen, maar zij heeft dit niet nader onderbouwd. Uitgaande van het beperkt aantal door eiseres aangedragen voorbeelden, liggen de prijzen in kringloopwinkels mogelijk vier of vijf keer hoger dan de prijzen die eiseres hanteert. Een dergelijk prijsverschil is in zijn algemeenheid niet zodanig dat een vergoeding van € 1 voor een tweedehands goed zoals kleding, boeken en cd’s zonder meer als symbolisch moet worden beschouwd.

14. Eiseres heeft op de zitting nog gesteld dat een prijs van € 1 in de volksmond symbolisch is. Voor zover eiseres hiermee heeft bedoeld te stellen dat een prijs van € 1 per definitie symbolisch is, faalt deze stelling. In de handel met onroerende zaken wordt bijvoorbeeld een prijs van € 1 gebruikt als symbolische vergoeding, maar de symbolische prijs is dan gerelateerd aan de veel hogere economische waarde van de onroerende zaak. Een dergelijk prijsverschil met de economische waarde is niet te onderkennen bij de verkoop van de tweedehands kleding, boeken en cd’s voor € 1.

15. Eiseres levert de tweedehands goederen daarom tegen een niet-symbolische vergoeding en verricht daarmee leveringen onder bezwarende titel.5

Economische activiteiten

16. Op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB 1968) is een ondernemer ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent. Op grond van artikel 9 van de btw-richtlijn is belastingplichtig voor de btw eenieder die op ongeacht welke plaats zelfstandig een economische activiteit verricht. Aangenomen moet worden dat de Nederlandse wetgever aan de term bedrijf geen andere betekenis heeft willen toekennen dan toekomt aan de term economische activiteit uit de btw-richtlijn.6

17. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie over artikel 9 van de btw-richtlijn volgt dat het feit dat een handeling onder bezwarende titel wordt verricht niet volstaat om vast te stellen dat sprake is van een economische activiteit in de zin van artikel 9, eerste lid, van de btw-richtlijn.7

18. Het begrip ‘economische activiteit’ heeft een objectief karakter. De activiteit wordt op zichzelf beschouwd, ongeacht het oogmerk of het resultaat ervan. Het begrip ‘economische activiteit’ wordt in artikel 9, eerste lid, van de btw-richtlijn omschreven als alle werkzaamheden van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter, en met name de handelingen in verband met de exploitatie van een lichamelijke of onlichamelijke zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. De loutere aan- en verkoop van een zaak is geen exploitatie van een zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen, omdat de enige opbrengst van deze handelingen voortspruit uit eventuele winst bij de verkoop van de zaak. Dergelijke handelingen kunnen in beginsel als zodanig geen economische activiteiten in de zin van deze richtlijn vormen. Als de betrokkene actief stappen onderneemt door middelen in te zetten die te vergelijken zijn met de middelen die een fabrikant, handelaar of dienstverrichter aanwendt, dan moeten dergelijke handelingen wel als economische activiteiten worden beschouwd.8

19. De activiteit van eiseres bestaat uit de verwerving en verkoop van tweedehands boeken, kleding cd’s en dergelijke, waarbij de verkoop plaatsvindt vanuit een ruimte (de winkel) die voor het publiek toegankelijk is op specifieke openingstijden. Het publiek kan door de winkel lopen en de goederen bekijken. Het winkelend publiek kan desgewenst en tegen betaling iets eten en drinken. Ook maakt eiseres reclame voor de winkel op haar website. Eiseres onderneemt dus actief stappen door middelen in te zetten die vergelijkbaar zijn met de middelen die een fabrikant, handelaar of dienstverlener inzet. Een kringloopwinkel zet in de regel dezelfde middelen in en een kringloopwinkel is een handelaar in de zin van artikel 9 van de btw-richtlijn.9 Eiseres heeft gesteld dat zij verschilt van kringloopwinkels vanwege haar prijs en haar doelstelling. Deze verschillen kunnen echter niet tot een andere uitkomst leiden, omdat de activiteit op zichzelf wordt beschouwd, zonder het oogmerk of resultaat van die activiteit. Ook het feit dat eiseres gebruik maakt van vrijwilligers die zij niet betaalt, doet hier om dezelfde reden niet aan af. Deze omstandigheid is met name relevant voor de omvang van de kosten die eiseres voor haar activiteit maakt en dus voor het resultaat. De omvang van dit resultaat is niet van belang voor de vraag of het gaat om een economische activiteit. Eiseres verricht de activiteit ook duurzaam, namelijk gedurende meerdere jaren, en gelet op de behaalde omzetten genereert zij substantiële opbrengsten. Eiseres verricht daarom met de leveringen van de tweedehands goederen onder bezwarende titel economische activiteiten en zij is daarmee ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet OB 1968.

Conclusie

20. Gelet op het voorgaande is het gelijk aan de zijde van verweerder. Partijen hebben op de zitting verklaard dat in dat geval de naheffingsaanslag in stand moet blijven. Partijen zullen het recht op aftrek dat voortvloeit uit het verrichten van de belaste leveringen buiten dit beroep om in kaart brengen. Verweerder heeft de naheffingsaanslag daarom terecht opgelegd. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

21. Omdat eiseres geen afzonderlijke beroepsgronden tegen de in rekening gebrachte belastingrente heeft aangevoerd, zal ook het beroep tegen de beschikking belastingrente ongegrond worden verklaard.

22. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.M. Smit, voorzitter, mr. A.M.F. Geerling en mr. W.W. Monteiro, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ketner, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op:

De griffier is als gevolg van coronamaatregelen niet in staat om

deze uitspraak mede te ondertekenen

voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

1 https://vluchtelingkinderen.nl/euro-winkel/

2 Vgl. Hof van Justitie 13 juni 2018, Gmina Wroclav, C-665/16, ECLI:EU:C:2018:431.

3 Vgl. Hoge Raad 7 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3122.

4 Vgl. Hoge Raad 11 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AQ0284.

5 Vgl. Hoge Raad 13 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5557.

6 Zie Hoge Raad 27 augustus 1985, BNB 1985/316.

7 Vgl. Hof van Justitie 12 mei 2016, Gemeente Borsele, C-520/14, ECLI:EU:C:2016:334.

8 Vgl. Hof van Justitie 19 juli 2012, Redlihs, C-263/11, ECLI:EU:C:2012:497 en Hof van Justitie 15 september 2011, Słaby e.a., C-180/10 en C-181/10, ECLI:EU:C:2011:589.

9 Vgl. Hoge Raad 13 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH5557 en rechtbank Zeeland-West Brabant 30 oktober 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:6406.