Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:2958

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
19-06-2020
Zaaknummer
8198621
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

'Corona-tussenvonnis' na niet doorgegane mondelinge behandeling. Toegestuurde akte eisvermeerdering wordt geacht te zijn genomen. Opsomming (deels met interpretatie) van verweren in vonnis. Verwijzing naar rol voor re- en dupliek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 8198621 \ CV EXPL 19-5135 \ 398

uitspraak van

Vonnis

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

gemachtigde: mr. W.J. Robbe

tegen

de besloten vennootschap

[gedaagde] .

gevestigd te Nijmegen

gedaagde

gemachtigde: mr. E. Tj. van Dalen

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1

In het in deze zaak gewezen tussenvonnis van 31 januari 2020 is een comparitie van partijen (mondelinge behandeling) bepaald. Deze heeft vanwege de coronacrisis geen doorgang kunnen vinden. Het onderhavige vonnis dient dan ook, zo mogelijk ter vervanging van (een deel van) de mondelinge behandeling, ter nadere instructie van de zaak. Niettemin kan het vereiste maatwerk ertoe nopen alsnog een mondelinge behandeling te bepalen.

1.2

Na het tussenvonnis heeft [eiser] een akte tot vermeerdering van eis ingestuurd, alsmede een productie ten behoeve van de mondelinge behandeling. De kantonrechter gaat ervan uit dat de akte is genomen en dat de productie tot de processtukken behoort. [gedaagde] kan daarop uiteraard nog reageren.

2 De zaak en het verdere verloop ervan

2.1

[eiser] heeft in 2005 een erker aan zijn voorgevel laten plaatsen door [gedaagde] . Begin 2019 heeft [eiser] geconstateerd dat sprake was van verzakking van de erker, hetgeen zich uitte in scheur en kiervorming van vloer, muur en kozijnen. [eiser] heeft daarop Bouwkundig Adviesbureau [naam] onderzoek laten doen naar de oorzaak van de verzakking en de eventuele kosten van herstel. Uit zijn rapport wordt hier het volgende aangehaald:

Vastgesteld is dat de erker is gefundeerd op een vorstrand waaraan gelijktijdig de constructieve betonvloer is gestort. Het type fundering wijkt af van het beoogde type fundering zoals op de beschikbaar gestelde tekening met de datum: 10/01/2005 (..)

De aangetroffen funderingsmethodiek wijkt af van de tekening. Op de tekening is aangegeven dat er onder de nieuw te bouwen erker een stroken fundering zou komen. De [- bestaande -, kantonrechter] hoofdbouw is conform de tekening gefundeerd op heipalen (..)

De betonnen fundering/vloerconstructie van de nieuw gebouwde erker “hangt” alleen nog aan de oorspronkelijke betonvloer van de woning. Aan de straatzijde van de erker is de draagkracht onvoldoende als gevolg van instabiele ondergrond (..)

Het verzakken van de erker is het rechtstreekse gevolg van een onjuiste funderingsmethodiek. De hoofdbouw is op palen gefundeerd vanwege de instabiele ondergrond (te weinig draagkracht voor funderen van bouwwerken). De funderingstechniek zoals hier toegepast is absoluut ongeschikt voor toepassing op een bodem waar de vaste grondslag ongeveer 7 meter beneden het maaiveld aanwezig is (..)

(..) van iedere professionele bouwer mag verwacht worden dat deze weet en rekening houdt met de omstandigheden zoals die (..) specifiek voor deze woning gelden. Bedoeld wordt daarmee dat met een oogopslag in de kruipruimte [is] te zien dat de hoofdbouw niet gefundeerd is met stroken fundering of een vorstrand maar op palen.

Na meerdere vruchteloze aanmaningen tot herstel van het funderingsgebrek en de gevolgschade vordert [eiser] van [gedaagde] vergoeding van de hiermee gemoeide kosten, in totaal € 13.912,28 (subsidiair herstel), alsmede die van het deskundigenadvies

(€ 1.264,45) en de incasso (€ 1.121,39).

2.2

[gedaagde] voert verweer. Samengevat voert zij aan, achtereenvolgens, dat:

- de vordering van [eiser] is verjaard

- [gedaagde] heeft gedaan wat zij moest doen, te weten het realiseren van de erker conform de door [eiser] ingeschakelde architect aangeleverde tekeningen

- die architect ermee akkoord was hoe de werkzaamheden werden uitgevoerd

- het ook voor [eiser] duidelijk moet zijn geweest dat geen heipalen zouden worden geplaatst en hij daar toen geen punt van maakte (= eigen schuld?)

- een verzakking na veertien jaar niet per se buiten het verwachtingspatroon van [eiser] behoort te vallen (= niet per se niet-conform)

- een fundering met toepassing van een funderingsplaat met vorstrand destijds een heel gebruikelijke methode was voor kleine bouwwerken (waarvan de gemeente bij de vergunningverlening dan ook geen punt heeft gemaakt)

- de verzakking eerder/veeleer een gevolg is van met de recente droogte samenhangende inklinking dan van een fout van [gedaagde]

- de kostenposten 1, 5, 8, 11 en 14 te hoog zijn geraamd

- de kostenposten 10 t/m 19 niet voortvloeien uit de gestelde tekortkoming en los daarvan tot een verbetering van de erker leiden

- de subsidiaire vordering niet meer uitvoerbaar is

- de expertisekosten waarschijnlijk door ARAG zijn betaald

- de incassokosten geen schade zijn voor [gedaagde] , nu zij daarvoor is verzekerd.

2.3

De kantonrechter acht het aangewezen om bij een groot scala aan verweerpunten zoals hier, waarbij het niet aanstonds duidelijk is welke invloed zij op de slagingskans van de vordering hebben en hoe zij zich tot elkaar verhouden, de wederpartij de gelegenheid te geven om daar bij conclusie van repliek op te reageren. Ook op de mondelinge behandeling zouden die verweren punt voor punt en sommige ook in combinatie met elkaar zijn afgegaan. Aan [eiser] wordt verzocht om het rijtje van verweren te bespreken aan de hand van bovenstaande opsomming. Voor extra opmerkingen is uiteraard ook plaats. Tevens kan [eiser] een toelichting op zijn laatste productie geven. Op dit alles, ook op de akte eisvermeerdering, kan [gedaagde] dan bij dupliek reageren.

2.4

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3 De beslissing

3.1

verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 17 juli 2020 voor conclusie van repliek door [eiser] (met inachtneming van hetgeen onder 2.3 is overwogen), waarna [gedaagde] bij conclusie van dupliek daarop zal kunnen reageren. De zaak zal vervolgens voor vonnis komen te staan;

3.2

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op