Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:2769

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29-05-2020
Datum publicatie
29-05-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2941
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

hotelarrangement voor diner, overnachting en ontbijt, waarbij diner muzikaal wordt omlijst door muziekoptreden, is geen verboden evenement in de zin van de noodverordening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2020/92 met annotatie van J.C. de Wit
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 20/2941

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 mei 2020

op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

Postillion Hotels B.V., te Bunnik, verzoekster

(gemachtigden: mr. S.T. Blom en mr. R. Siewers),

en

de voorzitter van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland te Apeldoorn, verweerder.

(gemachtigde: mr. G.J. Vooren)

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het door verzoekster voor zaterdag 30 mei 2020 en zondag 31 mei 2020 aangeboden hotelarrangement, bestaande uit een hotelovernachting met diner onder muzikale begeleiding en ontbijt aangemerkt als een op grond van de Noodverordening Covid-19 Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 11 mei 2020 (hierna: Noodverordening) verboden evenement.

Bij besluit van 28 mei 2020 heeft verweerder verzoekster tevens een preventieve last onder dwangsom opgelegd en verzoekster gelast de geplande muziekvoorstellingen niet te laten plaatsvinden of ontstaan, noch andere evenementen als bedoeld in artikel 1.2 van de Noodverordening te laten plaatsvinden of ontstaan. Deze last geldt voor de inrichting op het adres Strandboulevard 3 te Putten. Handelt verzoekster in strijd met deze preventieve last onder dwangsom, dan verbeurt zij € 30.000,- per overtreding, tot een maximumbedrag van

€ 60.000.

Verzoekster heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt. Zij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft per videoverbinding plaatsgevonden op 29 mei 2020. Namens verzoekster is verschenen E.J. Ginjaar, bijgestaan door de gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

De feiten

2. Verzoekster biedt in haar hotel aan de Strandboulevard 3 in Putten op 30 en 31 mei 2020 een hotelarrangement aan, bestaande uit een diner met muzikale omlijsting, een overnachting en een ontbijt. De muziek tijdens het diner zal op 30 mei worden verzorgd door [artiest A] en op 31 mei 2020 door [artiest B] . Het hotelarrangement is inmiddels voor beide dagen uitverkocht. Dit betekent dat er elke avond 88 gasten worden verwacht.

2.1

Het arrangement dat verzoekster aanbiedt ziet er als volgt uit: gasten komen aan bij het hotel en kunnen gedurende de dag buiten verblijven of op hun hotelkamer. De rest van het hotel is niet toegankelijk. Om 18.00u gaat de eetzaal open. De gasten worden dan door medewerkers van verzoekster naar hun tafel gebracht. Tijdens het viergangendiner verzorgt de betreffende artiest de muziek. Gasten mogen niet gaan lopen of dansen. Toiletbezoek vindt plaats via uitgezette looproutes. De vereiste anderhalve meter afstand wordt gewaarborgd. De muziek eindigt wanneer de koffie wordt geserveerd. Het totale diner duurt naar verwachting circa 2,5 tot 3 uur. Daarna moeten de gasten de eetzaal weer verlaten.

Te beantwoorden rechtsvraag

3. De vraag die partijen verdeeld houdt is of de muziek tijdens het diner is te kwalificeren als een evenement als bedoeld in de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland 11 mei 2020 (noodverordening). Verweerder acht doorslaggevend dat sprake is van bekende artiesten en dat het arrangement met vermelding van die artiesten aangeprezen wordt. Daarom is sprake van een muziekvoorstelling, die op zichzelf bezien als een vorm van vermaak moet worden aangemerkt. Deze vorm van vermaak is in strijd met de Noodverordening, aldus verweerder. Zonder de muziekoptredens is het door verzoekster aangeboden arrangement volgens verweerder wel toegestaan.
Verzoekster bestrijdt dit en stelt zich op het standpunt dat de muzikale omlijsting een onderdeel is van een totaal en groter arrangement en dat de gasten voor het arrangement in z’n geheel hebben gekozen.

Wettelijk kader

4. Op grond van artikel 2.1, derde lid, van de Noodverordening is het tot 1 september 2020 verboden om evenementen te laten plaatsvinden of ontstaan, dan wel aan evenementen deel te nemen.

Onder ‘evenement’ wordt in de Noodverordening verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onderdeel g, van de Gemeentewet en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; onder evenementen vallen mede, maar niet uitsluitend, herdenkingsplechtigheden, braderieën, optochten niet zijnde manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties, feesten, festivals, popconcerten en overige muziekvoorstellingen, betaald voetbalwedstrijden (met of zonder publiek), straatfeesten, barbecues en vechtsportwedstrijden.

Oordeel van de voorzieningenrechter

5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat van geval tot geval bekeken moet worden of sprake is van een verboden evenement als bedoeld in de Noodverordening. In dat opzicht heeft het voorlopig oordeel in deze zaak wellicht een beperkte relevantie en toepasbaarheid voor andere arrangementen die in de toekomst wellicht worden aangeboden. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak immers enkel de feitelijke situatie van de arrangementen op 30 en 31 mei 2020.

6. De voorzieningenrechter volgt verweerder niet in zijn standpunt dat sprake zou zijn van een verboden muziekvoorstelling. Verzoekster biedt een arrangement aan, bestaande uit een diner, overnachting en een ontbijt. In het door verzoekster aangeboden arrangement is het diner slechts één van de onderdelen, en is de muziek bedoeld ter omlijsting en begeleiding van het diner. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze situatie, met inachtneming van de feitelijke gang van zaken zoals hierboven beschreven, te weinig aanknopingspunten biedt voor het oordeel dat er sprake is van een muziekvoorstelling, waarbij het optreden van een artiest centraal staat. Daarbij acht de voorzieningenrechter ook van belang dat de muziek plaats vindt terwijl de gasten aan tafel zitten tijdens het diner en dat zij dienen te blijven zitten. Rondlopen of dansen is niet toegestaan, zodat de eis van anderhalve meter afstand strikt zal worden gehandhaafd.

Dat er gasten zijn die het arrangement boeken omdat bepaalde artiesten zullen optreden, maakt dat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders. Ten overvloede kan worden opgemerkt dat de beoordeling anders zou kunnen uitpakken als het optreden van één of meerdere artiesten het hoofdbestanddeel is van een aangeboden arrangement. Dit zal van geval tot geval afhangen van de feitelijke situatie.

7. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het arrangement ook overigens niet als een evenement in de zin van de Noodverordening kan worden gekwalificeerd.

8. Nu geen sprake is van een evenement als bedoeld in de Noodverordening, is van overtreding van de Noodverordening geen sprake. Verweerder was daarom niet bevoegd handhavend op te treden. Reeds daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en de preventieve last onder dwangsom te schorsen. Nu sprake is van twee concrete data en de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft aangegeven dat verweerder de last na dit weekend in zal trekken, zal de voorzieningenrechter de last schorsen tot en met maandag 1 juni 2020.

9. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

10. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.050 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;

- schorst het besluit van 28 mei 2020 tot en met maandag 1 juni 2020;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 1.050,-

- gelast dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht groot € 354 aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 29 mei 2020.

De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.