Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:2405

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25-03-2020
Datum publicatie
18-05-2020
Zaaknummer
C/05/367176 / KG ZA 20-83
Rechtsgebieden
Aanbestedingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Sprake van geschiktheidseis waaraan op moment van inschrijven moest zijn voldaan en niet van uitvoeringseis waaraan op moment van uitvoeren van opdracht moet zijn voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2020/1423
JAAN 2020/100
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/367176 / KG ZA 20-83

Vonnis in kort geding van 25 maart 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CYIENT B.V.,

statutair gevestigd te Breda,

eiseres,

advocaat mr. B.M. Vijverberg te Diessen,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE AALTEN,

zetelend te Aalten,

2. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ALMELO,

zetelend te Almelo,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BERG EN DAL,

zetelend te Groesbeek,

4. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BERKELLAND,

zetelend te Borculo,

5. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BEUNINGEN,

zetelend te Beuningen,

6. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BORNE,

zetelend te Borne,

7. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BRONCKHORST,

zetelend te Hengelo,

8. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BRUMMEN,

zetelend te Brummen,

9. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE BUREN,

zetelend te Maurik,

10. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE CULEMBORG,

zetelend te Culemborg,

11. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DOESBURG,

zetelend te Doesburg,

12. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DRUTEN,

zetelend te Druten,

13. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ENSCHEDE,

zetelend te Enschede,

14. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LOSSER,

zetelend te Losser,

15. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HAAKSBERGEN,

zetelend te Haaksbergen,

16. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HELLENDOORN,

zetelend te Nijverdal,

17. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HENGELO,

zetelend te Hengelo,

18. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HEUMEN,

zetelend te Malden,

19. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HOF VAN TWENTE,

zetelend te Goor,

20. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LINGEWAARD,

zetelend te Bemmel,

21. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE LOCHEM,

zetelend te Lochem,

22. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MAASDRIEL,

zetelend te Kerkdriel,

23. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE MONTFERLAND,

zetelend te Didam,

24. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NEDER-BETUWE,

zetelend te Opheusden,

25. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NIJMEGEN,

zetelend te Nijmegen,

26. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OLDENZAAL,

zetelend te Oldenzaal,

27. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OOST GELRE,

zetelend te Lichtenvoorde,

28. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK,

zetelend te Gendringen,

29. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE OVERBETUWE,

zetelend te Elst (GLD),

30. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE RIJSSEN-HOLTEN,

zetelend te Rijssen,

31. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE TIEL,

zetelend te Tiel,

32. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE TWENTERLAND,

zetelend te Vriezenveen,

33. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VOORST,

zetelend te Twello,

34. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WAGENINGEN,

zetelend te Wageningen,

35. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WEST BETUWE,

zetelend te Geldermalsen,

36. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL,

zetelend te Beneden-Leeuwen,

37. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WIJCHEN,

zetelend te Wijchen,

38. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WINTERSWIJK,

zetelend te Winterswijk,

39. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ZALTBOMMEL,

zetelend te Zaltbommel,

40. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ZUTPHEN,

zetelend te Zutphen,

41. de publiekrechtelijke rechtspersoon

BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE DE CONNECTIE,

zetelend te Arnhem,

42. de publiekrechtelijke rechtspersoon

BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE NOABERKRACHT DINKELLAND TUBBERGEN,

zetelend te Denekamp,

43. regionaal samenwerkingsorgaan

REGIONAAL ICT EN INKOOP DIENSTENCENTRUM ‘DE LIEMERS’,

gevestigd te Westervoort,

alsmede daaronder vallende:

- de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DUIVEN,

zetelend te Duiven,

- de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WESTERVOORT,

zetelend te Westervoort,

- de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ZEVENAAR,

zetelend te Zevenaar,

gedaagden,

advocaten mrs. T.A. Burger en E. Palm te ’s-Gravenhage,

waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij, althans als voegende partij aan de zijde van Regio Rivierenland te worden toegelaten:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLAGBOOM EN PEETERS LUCHTFOTOGRAFIE B.V.,

gevestigd te Teuge,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.F. de Jong te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Cyient, Regio Rivierenland en Slagboom en Peeters worden genoemd.

1 De procedure

in de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 15

  • -

    de akte wijziging van eis met producties 16 tot en met 19 van Cyient

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst, althans voeging van Slagboom en Peeters

  • -

    de voorafgaand aan de zitting genomen beslissing tot toelating van Slagboom en Peeters als tussenkomende partij in dit kort geding

  • -

    de vanwege de Corona maatregelen op voorhand toegezonden pleitnota van Cyient

  • -

    de vanwege de Corona maatregelen op voorhand toegezonden pleitnota van Regio Rivierenland

  • -

    de vanwege de Corona maatregelen op voorhand toegezonden pleitnota met productie 1 van Slagboom en Peeters

  • -

    de aanvullende producties 20 tot en met 23 van Cyient

  • -

    de vanwege de Corona maatregelen telefonisch gehouden mondelinge behandeling van

24 maart 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in de hoofdzaak en in het incident tot tussenkomst, althans voeging

2.1.

Regio Rivierenland heeft op 7 november 2019 de Europese openbare aanbestedingsprocedure ten behoeve van de levering van ‘Digitaal Beeldmateriaal 2020’ in de markt gezet. De Inschrijvingsleidraad vermeldt onder meer het volgende:

‘(…)

3 Aanbestedingsprocedure

(…)

3.6

Beoordelingsfase

3.6.1

Algemeen

(…)

Inschrijvingen welke in de selectiefase niet voldoen aan de minimumeis, en/of de procedurele voorwaarden en/of de uitsluitingsgronden en/of de geschiktheidseisen worden uitgesloten van verdere deelname aan de aanbesteding.

(…)

3.6.4

Geschiktheidseisen

Om de geschiktheid voor het uitvoeren van de opdracht te kunnen beoordelen, dienen de hieronder genoemde bescheiden te worden aangeleverd op de wijze zoals hieronder vermeld. Inschrijvingen die niet aan deze eisen voldoen worden terzijde geschoven en niet toegelaten tot de gunningsfase. (…)

GE1

(…)

SF2

De kerncompetentie is:

 naar tevredenheid van de opdrachtgever, vervaardigen en leveren van digitale stereofoto’s, en orthofoto’s op resolutie van 5 cm, voor projecten van minimaal 285.000 ha. en gevlogen in Nederland.

(…)

GE4 SPO verklaring

Om voor gunning van de opdracht in aanmerking te kunnen komen dient de inschrijver te beschikken over een geldige SPO verklaring (EU 965/2012).

Bewijsmiddel

Als bewijsmiddel dient inschrijver binnen 14 dagen na ontvangst van het voornemen tot gunning de berichtgeving van de bevoegde autoriteit van de betreffende lidstaat te overleggen waaruit blijkt dat de inschrijver is toegevoegd aan de lijst van ondertoezichtstaanden SPO.

(…)’

2.2.

In totaal hebben drie partijen op de opdracht ingeschreven, waaronder Cyient en Slagboom en Peeters. Cyient heeft in haar Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) verklaard dat zij voldoet aan alle criteria en regels zoals verwoord in de Inschrijvingsleidraad. Verder heeft zij verklaard dat zij van plan is een gedeelte van de opdracht in onderaanneming aan derden te geven, namelijk aan haar moedermaatschappij Cyient Europe Ltd. (hierna Cyient Europe). Cyient Europe heeft een eigen UEA bij de inschrijving van Cyient gevoegd, waarin zij verklaard dat ook zij van plan is een beroep te doen op een onderaannemer voor de uitvoering van een gedeelte van de opdracht, te weten de data-inwinning en paspuntbepaling door Kavel10 B.V. (hierna: Kavel10). Cyient Europe heeft daarbij verklaard dat zij geen beroep doet op de technische- en beroepsbekwaamheid van Kavel10.

2.3.

Regio Rivierenland heeft bij brief van 2 januari 2020 haar voorlopige gunningsbeslissing bekend gemaakt. Deze brief vermeldt onder meer het volgende:

‘In vervolg op de inschrijving van Cyient B.V. op de Europese aanbesteding “Digitaal Beeldmateriaal 2020”, informeer ik u dat uw inschrijving in rangorde van gunning op de 1e plaats staat. Dit impliceert dat de aanbestedende dienst de opdracht, onder voorbehoud, aan u wil verstrekken. Het voorbehoud betreft:

 het tijdig aanleveren van de bewijsmiddelen zoals benoemd in de inschrijvingsleidraad;

 het inhoudelijk goedkeuren door de aanbestedende dienst van de bewijsmiddelen;

Conform de inschrijvingsleidraad verzoek ik u binnen 14 dagen de volgende bewijsmiddelen aan te leveren via Tenderned:

(…)

- de berichtgeving van de bevoegde autoriteit van de betreffende lidstaat waaruit blijkt dat de inschrijver is toegevoegd aan de lijst van ondertoezichtstaanden SPO.

(…)’

2.4.

Bij brief van 13 januari 2020 aan Regio Rivierenland heeft Cyient haar bewijsmiddelen overgelegd. Deze brief vermeldt onder meer het volgende:

‘(…)

Wij sturen u hierbij de documenten zoals verzocht in uw brief van 2 januari 2020:

(…)

- Verklaring van de Inspectie Leefomgeving en Transport waarin is terug te vinden dat Kavel10, het bedrijf dat de fotografie uitvoert, is toegevoegd aan de lijst van ondertoezichtstaanden SPO.

(…)’

2.5.

De toelichting bij het ‘Model SPO verklaring’ vermeldt onder meer het volgende:

‘(…)

4.1

De exploitant verklaart het volgende

(…)

2e Verordening 1321/2014 bevat regels ten aanzien van het onderhoud en het beheer van de luchtwaardigheid van de luchtvaartuigen.

3e De kwalificatie en certificatie van de bemanningsleden/task specialists moet voldoen aan de toepasselijke eisen. Bemanningsleden/task specialists moeten periodiek worden getraind volgens de eisen van het vluchthandboek.

4e De operator kan gebruik maken van de kennis en ervaring van één (of meer) daartoe geautoriseerde organisatie(s) om te laten aantonen, dat aan alle eisen voldaan wordt en de operatie op het vereiste niveau wordt uitgevoerd.

(…)’

2.6.

Slagboom en Peeters heeft tegen het gunningsvoornemen van 2 januari 2020 bezwaar gemaakt en Regio Rivierenland in verband daarmee op 20 januari 2020 in kort geding gedagvaard, om te voorkomen dat de opdracht definitief aan Cyient zou worden gegund.

2.7.

Naar aanleiding van de uitgebrachte dagvaarding heeft Regio Rivierenland bij brief van 6 februari 2020 aan Cyient onder meer het volgende bericht:

‘(…)

Bij kort geding dagvaarding van 20 januari 2020 is Slagboom en Peeters tegen de gunningsbeslissing van 2 januari 2020 opgekomen. Het kort geding dient op 11 februari a.s. om 13.00 uur bij de Voorzieningenrechter te Arnhem.

Het voorgaande heeft Aanbesteder aanleiding gegeven zich nader te beraden. Aanbesteder heeft in dat kader besloten de gunningsbeslissing van 2 januari 2020 in te trekken.

Aanbesteder zal Cyient op een later moment informeren over het verdere verloop van de aanbesteding. Vanzelfsprekend wordt Cyient alsdan ook een nadere termijn gesteld teneinde eventuele bezwaren daaromtrent aan de orde te stellen.

(…)’

2.8.

Bij brief van 14 februari 2020 heeft Regio Rivierenland aan Cyient vervolgens onder meer het volgende bericht:

‘(…)

3 Conform paragraaf 3.6.4 “Geschiktheidseisen” dienen Inschrijvers aan een aantal geschiktheidseisen te voldoen waaronder “GE4 SPO Verklaring”.

(…)

17 Inmiddels heeft Regio Rivierenland moeten constateren dat Cyient niet aan geschiktheidseis “GE4 SPO Verklaring” voldoet. De inschrijving van Cyient wordt daarmee (alsnog) terzijde gelegd. Ter toelichting het volgende.

Cyient voldoet niet aan geschiktheidseis GE4 SPO verklaring

(…)

26 Als bewijsmiddel voor geschiktheidseis “GE4 SPO verklaring” heeft Cyient op 13 januari 2020 een lijst van SPO Declaranten van de Inspectie Leefomgeving en Transport overgelegd van oktober 2019 waarin volgens Cyient terug te vinden is dat Kavel10, het bedrijf dat de fotografe uitvoert, is toegevoegd aan de lijst van ondertoezichtstaanden SPO:

(…)

27 Bij het beoordelen van voornoemde lijst heeft Regio Rivierenland moeten constateren dat Cyient echter niet op de lijst staat. Dat geldt ook wat betreft Cyient Europe Ltd. op wier technische- en beroepsbekwaamheid Cyient blijkens haar UEA een beroep doet om aan de gestelde geschiktheidseisen te kunnen voldoen. Daarmee heeft Cyient niet binnen 14 dagen na ontvangst van de gunningsbeslissing aangetoond aan “GE4 SPO verklaring” van de Inschrijvingsleidraad te kunnen voldoen. Dat was wel vereist.

28 Dat Kavel10 B.V. wel op de lijst staat kan Cyient niet baten. Cyient heeft immers bij inschrijving geen beroep gedaan op de technische- en beroepsbekwaamheid van Kavel10 B.V.

(…)

Terzijde legging en gunningsbeslissing

33 Als hiervoor uiteengezet, voldoet Cyient niet aan geschiktheidseis “GE4 SPO verklaring”. Daarmee komt Cyient niet voor gunning in aanmerking en wordt haar inschrijving terzijde gelegd. Regio Rivierenland is voornemens de opdracht aan SLP te gunnen nu zij de laagste prijs heeft aangeboden.

(…)’

2.9.

Cyient heeft op 28 februari 2020 een eigen SPO verklaring ingevuld. Deze verklaring heeft zij bij e-mailbericht van 5 maart 2020 aan de Inspectie Leefomgeving en Transport gestuurd.

2.10.

Eveneens op 5 maart 2020 heeft Cyient Regio Rivierenland in kort geding gedagvaard, omdat zij het niet eens is met het tweede gunningsvoornemen van

14 februari 2020.

2.11.

Bij e-mailbericht van 19 maart 2020 is namens de Inspectie aan Kavel10 bevestigd dat Cyient is opgenomen in het reguliere 4-jaarlijkse toezichtprogramma en dat zij op de openbare lijst met SPO declaranten is geplaatst.

3 Het geschil

in de hoofdzaak

3.1.

Cyient vordert - na wijziging van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

I Regio Rivierenland te gebieden binnen 14 dagen of andere redelijke termijn de opdracht (voorlopig) te gunnen aan Cyient, althans de besluiten van 14 februari 2020 in te trekken, voor zover Regio Rivierenland de opdracht nog in de markt wil zetten, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat Regio Rivierenland in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, zulks tot een maximum van € 500.000,00;

II Regio Rivierenland te gebieden binnen 14 dagen of andere redelijke termijn haar besluiten van 6 februari 2020 en 14 februari 2020 in te trekken en een beoordeling van de op 13 januari door Cyient aangeleverde stukken uit te voeren in de situatie waarbij er voorlopig is gegund aan Cyient, voor zover Regio Rivierenland nog steeds voornemens is de opdracht te verlenen, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat Regio Rivierenland in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, zulks tot een maximum van € 500.000,00;

III Regio Rivierenland te gebieden hun gunningsvoornemen aan Slagboom en Peeters in te trekken en een heraanbesteding te starten, voor zover Regio Rivierenland nog steeds voornemens is de opdracht – al dan niet in gewijzigde vorm – te verlenen;

subsidiair

IV Regio Rivierenland te gebieden binnen 14 dagen of andere redelijke termijn haar gunningsvoornemen aan Slagboom en Peeters in te trekken en een herbeoordeling uit te voeren in onderhavige aanbesteding, waarbij ook de inschrijving van Slagboom en Peeters terzijde wordt gelegd, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat Regio Rivierenland in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, zulks tot een maximum van € 500.000,00;

primair en subsidiair

V althans een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

VI Regio Rivierenland te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

Regio Rivierenland voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

in het incident tot tussenkomst, althans voeging

3.4.

Slagboom en Peeters vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

in het incident

I primair Slagboom en Peeters toe te staan tussen te komen in het rechtsgeding tussen Cyient en Regio Rivierenland;

II Slagboom en Peeters toe te staan te voegen aan de zijde van Regio Rivierenland in het rechtsgeding tussen Cyient en Regio Rivierenland;

in de hoofdzaak

III de door Cyient gevraagde voorzieningen af te wijzen;

IV Regio Rivierenland te gebieden, voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen, de opdracht overeenkomstig de tweede gunningsbeslissing van 14 februari 2020 te gunnen aan Slagboom en Peeters;

in het incident en in de hoofdzaak

V Cyient en Regio Rivierenland te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.5.

Cyient en Regio Rivierenland hebben geen verweer gevoerd tegen de vordering tot tussenkomst. Cyient heeft wel verweer gevoerd tegen de vorderingen in de hoofdzaak en concludeert tot afwijzing daarvan.

3.6.

Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4 De beoordeling van het geschil

in het incident tot tussenkomst, althans voeging

4.1.

Cyient en Regio Rivierenland hebben geen verweer gevoerd tegen de tussenkomst van Slagboom en Peeters en bovendien heeft Slagboom en Peeters een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat Slagboom en Peeters de inschrijver is aan wie de aanbestedende dienst voornemens is de opdracht te gunnen. Daarom zal Slagboom en Peeters, zoals reeds voorafgaand aan de zitting aan partijen is medegedeeld, worden toegelaten als tussenkomende partij.

4.2.

Cyient en Regio Rivierenland zullen in de proceskosten worden veroordeeld, welke kosten aan de zijde van Slagboom en Peeters tot op heden worden begroot op nihil.

in de hoofdzaak

4.3.

De spoedeisendheid van de vorderingen vloeit voldoende uit de stellingen van Cyient voort.

4.4.

Vooropgesteld wordt dat Cyient op 23 maart 2020 omstreeks 13.00 uur een ‘Aanvullende akte met conclusie tot afwijzing en 3 producties’ in het geding heeft gebracht. Regio Rivierenland en Slagboom en Peeters hebben daartegen bezwaar gemaakt, nu de stukken niet uiterlijk 24 uur voor de zitting zijn ingediend. De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op het moment van indiening (nagenoeg 24 uur voor de zitting) en de omvang van de producties met beperkte toelichting daarop, Regio Rivierenland en Slagboom en Peeters niet zodanig in hun mogelijkheid tot het voeren van verweer daartegen zijn beperkt dat sprake is van strijd met de goede procesorde. Daarom zal de akte met producties worden toegestaan en zullen ook deze stukken bij de beoordeling van dit kort geding worden betrokken.

4.5.

Tussen de partijen is in de eerste plaats in geschil of GE04 een geschiktheidseis is of een uitvoeringseis, zoals namens Cyient is betoogd. Daaromtrent moet als volgt worden overwogen. In de eerste plaats moet worden geconstateerd dat GE4 in § 3.6.4 van de Inschrijvingsleidraad staat waarvan de kop luidt: Geschiktheideisen. Met de aanduiding GE kan ook niets anders zijn bedoeld dan geschiktheidseis. Het lijdt aldus op grond van de bewoordingen en de systematiek van de Inschrijvingsleidraad geen twijfel dat Regio Rivierenland de SPO verklaring als geschiktheidseis heeft willen stellen. De inhoud van de SPO verklaring wettigt ook de conclusie dat wat de declarant daarin verklaart zijn technische- en beroepsbekwaamheid betreft. De toelichting op de SPO verklaring onder 4, zoals weergegeven onder 2.5., maakt duidelijk dat de declarant verklaart dat hij voldoet aan de regels ten aanzien van het beheer en onderhoud van de gebruikte vliegtuigen, dat de kwalificatie en de certificatie van de bemanningsleden voldoet aan de toepasselijke eisen en de declarant gebruik kan maken van de technische kennis en ervaring van daartoe geautoriseerde instanties om aan te tonen dat hij voldoet aan alle eisen. Dit is in overeenstemming met het bepaalde in art. 2.93 onder d van de Aanbestedingswet dat betrekking heeft op het aantonen van technische- en beroepsbekwaamheid. De conclusie is daarom dat GE4 een geschiktheidseis is en niet een uitvoeringseis.

4.6.

Een tweede punt van geschil betreft de vraag of aan de eis GE4 moet zijn voldaan op het moment van inschrijving of dat daaraan ook later nog kan worden voldaan om voor gunning in aanmerking te komen. In dit verband staat feitelijk in ieder geval vast dat Cyient ten tijde van de inschrijving niet beschikte over een SPO verklaring. Die heeft zij pas op 26 februari 2020 aangevraagd. Ten tijde van de inschrijving beschikte alleen Kavel10, die zij als onderaannemer van Cyient Europe de vluchten wilde laten uitvoeren, over een SPO verklaring. Kavel10 was echter niet mede-inschrijver en Cyient (Europe) heeft ook geen beroep op Kavel10 gedaan als derde om daarmee te voldoen aan de eisen. In § 3.6.4 van de Inschrijvingsleidraad ligt een aanwijzing besloten dat op het moment van de inschrijving voldaan moet zijn aan de geschiktheidseisen. Volgens de tweede zin worden inschrijvingen die niet aan de gestelde geschiktheidseisen voldoen terzijde geschoven. Ook in GE4 staat dat de inschrijver moet beschikken over een SPO verklaring. Dit een en ander duidt erop dat de inschrijver op het moment van de inschrijving over de verklaring moet beschikken. Ook meer in het algemeen ligt voor de hand dat aan geschiktheidseisen op het moment van de inschrijving moet zijn voldaan omdat anders gegadigden die niet aan de eisen voldoen zich zouden kunnen inschrijven om te proberen nadien alsnog aan de gestelde eisen te voldoen. Dat moet aanbestedingsrechtelijk in ieder geval onwenselijk worden genoemd. Dat eerst na inschrijving bewijsstukken van het voldoen aan de eisen overgelegd hoeven te worden, is iets anders, dat onverlet laat dat reeds bij de inschrijving aan de eis moet zijn voldaan, zoals de inschrijver verklaart te doen. Gelegenheid moeten bieden door de aanbestedende dienst aan de inschrijver om na de sluiting van de inschrijving alsnog aan de geschiktheidseis te voldoen, gaat het kader van eenvoudig herstel en precisering te buiten.

4.7.

Anders dan Cyient betoogt, valt niet in te zien waarom Regio Rivierland niet bij het nemen van de tweede gunningsbeslissing rekening mocht houden met het feit dat Cyient bij de inschrijving niet voldeed aan GE4. Op die grond had Regio Rivierenland immers ook na de eerste gunningsbeslissing de inschrijving van Cyient alsnog als ongeldig terzijde mogen leggen. Bij het nemen van een nieuwe gunningsbeslissing na intrekking van de eerste is dat niet anders. Feit blijft dat Cyient ten tijde van de inschrijving niet voldeed aan GE4 en dat haar inschrijving daarom als ongeldig terzijde mocht worden gelegd.

4.8.

Cyient heeft zich er nog op beroepen dat Slagboom en Peters niet voldoet aan de referentie eis GE1 omdat zij als referentie een project in 2019 voor Regio Rivierland heeft opgegeven, maar daarbij niet sprake was van één opdracht voor minimaal 285.000 ha, maar van 42 afzonderlijke opdrachten van de samen optrekkende gemeenten. Dat standpunt moet worden verworpen omdat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in wezen sprake was van één gezamenlijk aanbesteed project ten behoeve van alle gemeenten dat door één inschrijver zal worden uitgevoerd. Dat mogelijk met elke gemeente apart een overeenkomst wordt gesloten doet daaraan niet af.

4.9.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen.

4.10.

Cyient zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van Regio Rivierenland en Slagboom en Peeters ieder afzonderlijk begroot op:

  • -

    griffierecht € 656,00

  • -

    salaris advocaat € 980,00

Totaal € 1.636,00

4.11.

De gevorderde wettelijke rente en nakosten zullen worden toegewezen als na te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident tot tussenkomst

5.1.

laat Slagboom en Peeters toe als tussenkomende partij in het kort geding van Cyient tegen Regio Rivierenland,

5.2.

veroordeelt Cyient en Regio Rivierenland tot betaling van de proceskosten in het incident tot tussenkomst, aan de zijde van Slagboom en Peeters tot de uitspraak van dit vonnis begroot op nihil,

in de hoofdzaak

5.3.

wijst de vorderingen van Cyient ten aanzien van Regio Rivierenland af,

5.4.

verstaat het bepaalde onder 5.3. als toewijzing van de vorderingen sub III en IV van Slagboom en Peeters, en gebiedt Regio Rivierenland, voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen, de opdracht overeenkomstig de tweede gunningsbeslissing van 14 februari 2020 te gunnen aan Slagboom en Peeters,

5.5.

veroordeelt Cyient tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Regio Rivierenland tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.636,00, waarin begrepen € 980,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

5.6.

veroordeelt Cyient tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Slagboom en Peeters tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.636,00, waarin begrepen € 980,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis,

5.7.

veroordeelt Cyient in de kosten die aan de zijde van Regio Rivierenland zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na die aanschrijving tot de dag van betaling en € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van betaling,

5.8.

veroordeelt Cyient in de kosten die aan de zijde van Slagboom en Peeters zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na die aanschrijving tot de dag van betaling en € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot de dag van betaling,

5.9.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 25 maart 2020.