Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:2217

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
02-04-2020
Datum publicatie
09-04-2020
Zaaknummer
05-270103-19 (530 Sv)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank wijst het verzoekschrift schadevergoeding ex art 530 van het Wetboek van Strafvordering inzake verzoeker toe

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05-270103-19

Bvs-nummer: 20-369

Op 13 januari 2020 is op de griffie van deze rechtbank ingediend een verzoekschrift als bedoeld in artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering van:

naam: [verzoeker] , hierna te noemen: verzoeker,

geboren op : [geboortedag] te [geboorteplaats] ,

adres : [adres] ,

plaats : [plaats] ,

woonplaats kiezende te [plaats] , ten kantore van zijn advocaat mr. G.W.L.A.M. Koppen.

De rechtbank heeft de processtukken bezien.

Motivering

In de strafzaak met parketnummer 05-270103-19 heeft de officier van justitie op 11 december 2019 aan verzoeker schriftelijk meegedeeld dat hij ter zake van genoemde strafzaak niet zal worden vervolgd. De zaak is dus geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Verzoeker kan daarom in aanmerking komen voor een vergoeding in de zin van artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering.

Het verzoek is tijdig ingediend en verzoeker is in zoverre ontvankelijk in het verzoekschrift.

Het verzoek strekt tot toekenning van een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van

- € 5.141,14, zijnde kosten van rechtsbijstand en

- € 280,00, zijnde kosten ten behoeve van het indienen van het onderhavig verzoekschrift.

De officier van justitie heeft schriftelijk geconcludeerd tot toekenning van de verzochte vergoeding.

Gelet op alle omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat gronden van billijkheid

aanwezig zijn voor het toekennen van een vergoeding zoals is verzocht.

Beslissing

De rechtbank kent aan verzoeker toe een vergoeding ten laste van de Staat van € 5.421,14 (vijfduizend vierhonderdéénentwintig euro en veertien cent).

Deze beschikking is gewezen door mr. C. Kleinrensink, in tegenwoordigheid van K. Jonker, en uitgesproken op 2 april 2020.

Vanwege het coronavirus en de in verband daarmee door de Rijksoverheid en de Rechtspraak met ingang van 17 maart 2020 genomen maatregelen is de rechtbank voor medewerkers slechts zeer beperkt toegankelijk en is het openbare gedeelte gesloten. De rechter en de griffier zijn daarom buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.

De openbaarheid van deze beschikking wordt geborgd doordat de beschikking aan (de raadsman van) verzoeker (en eventuele andere procesdeelnemers) kenbaar wordt gemaakt en overigens door spoedige publicatie op www.rechtspraak.nl.

Bevelschrift tenuitvoerlegging.

De fungerend-voorzitter van deze rechtbank geeft, gelet op de vorenstaande beschikking, aan de griffier van deze rechtbank het bevel om, zodra die beslissing onherroepelijk zal zijn geworden een bedrag groot € 5.421,14 (vijfduizend vierhonderdéénentwintig euro en veertien cent) uit te betalen aan de verzoeker door overboeking van dat bedrag op rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van Stichting Beheer Derdengelden Koppen & Lut Advocaten, o.v.v. [verzoeker] /Sv 530.

Aldus gedaan op 2 april 2020 door mr. C. Kleinrensink, fungerend voorzitter.

De fungerend voorzitter is buiten staat het bevelschrift tenuitvoerlegging te ondertekenen.