Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:2095

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17-03-2020
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
C/05/367740 / FZ RK 20/611
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Voortzetting crisismaatregel Wvggz. Causaal verband tussen ernstig vermoeden psychische stoornis en onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en jeugdrecht

Zittingsplaats: Zutphen

Zaakgegevens: 367740 FZRK 20/611

Datum mondelinge uitspraak: 17 maart 2020

Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Wvggz

naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

verblijfadres: [instelling], [locatie], te [plaats], op grond van een crisismaatregel geldend tot en met 18 maart 2020,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. M.A.D. Kok te Ermelo.

1 Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 16 maart 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 15 maart 2020 opgelegde crisismaatregel.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft vanwege situatie rondom het virus COVID-19 telefonisch plaatsgevonden.

1.3.

Tijdens de mondelinge behandeling zijn (telefonisch) gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

  • -

    de moeder van betrokkene;

  • -

    mw [naam], als arts/psychiater i.o. verbonden aan [instelling];

  • -

    mw [naam], als verpleegkundige verbonden aan [instelling].

1.4.

Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet gehoord tijdens de mondelinge behandeling.

2 Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

  • -

    levensgevaar;

  • -

    ernstige psychische schade;

  • -

    ernstige materiële schade;

  • -

    acute maatschappelijke teloorgang;

  • -

    ernstig verstoorde ontwikkeling;

  • -

    gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

Betrokkene vertoont ontremd, geagiteerd en onvoorspelbaar gedrag. Zo heeft hij zich suïcidaal geuit en heeft hij in zijn ouderlijk huis een ruit doen sneuvelen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene toegelicht dat hij de afgelopen jaren veel pech heeft gehad, zoals een verbroken huwelijk, het verlies van zijn baan, financiële problemen en verlies van zijn woning in [plaats]. Hij is van mening dat hij onder grote druk staat en dat het daarom mis is gegaan.

2.2.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat het ernstige vermoeden dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, namelijk een psychotische waanstoornis bij een belaste familieanamnese mogelijk in combinatie met ADHD. Anders dan betrokkene en zijn advocaat naar voren hebben gebracht, is de rechtbank er niet van overtuigd dat het nadeel enkel voortvloeit uit stress en het gebruik van alcohol. Weliswaar heeft alcohol een luxerende invloed gehad op het incident met de ruit bij zijn ouders, maar zoals de psychiater heeft toegelicht ligt er ook een psychiatrische oorzaak onder die nader onderzocht moet worden. De rechtbank acht de crisissituatie zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Er bestaat een verhoogd risico dat er opnieuw incidenten zullen plaatsvinden.

2.3.

De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, en

  • -

    het opnemen in een accommodatie, noodzakelijk is om het nadeel af te wenden.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn echter geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar eigen zeggen kan hij bij zijn ouders verblijven en is hij bereid mee te werken aan een ambulante behandeling. Op termijn is dat een reële mogelijkheid, maar de rechtbank is van oordeel dat een periode van opname nodig is om een goede diagnose te kunnen stellen. Eerdere betrokkenheid van instanties in een ambulant kader heeft escalatie niet voorkomen.

2.4.

De voorgestelde verplichte zorg acht de rechtbank evenredig en naar verwachting effectief. In de komende weken is er tijd om een goede diagnose te stellen en de behandeling daarop af te stemmen. De bedoeling is dat betrokkene zodra het mogelijk is weer vanuit een ambulante situatie behandeld zal worden. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.5.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.3. zijn genoemd ten aanzien van

[betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 april 2020.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020 door mr. E.G. de Jong, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 maart 2020.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.