Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1963

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-03-2020
Datum publicatie
23-03-2020
Zaaknummer
05/720122-16 tbs-verlenging
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2020:8859, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tbs voorwaarden met 1 jaar, wijziging voorwaarden en opdracht nadere rapportage voor volgende verlengingszitting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/720122-16

Datum uitspraak: 20 maart 2020

Beslissing van de meervoudige kamer op de vordering als bedoeld in artikel 6:6:11 van het Wetboek van Strafvordering

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende in [kliniek]

.

Raadsman: mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag.

Procedure

Bij arrest van 19 februari 2018 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden gelast dat betrokkene ter beschikking wordt gesteld onder nader beschreven voorwaarden ter zake van het opzettelijk te weeg brengen van een ontploffing met levensgevaar voor anderen.

Deze maatregel is ingegaan op 20 februari 2018.

Bij vordering van 16 januari 2020, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op dezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat de duur van de maatregel wordt verlengd met één jaar.

Het onderzoek ter terechtzitting

Ter zitting van 6 maart 2020 zijn gehoord:

- betrokkene;

- voornoemde raadsman;

- deskundige [deskundige] , reclasseringswerker;

- de officier van justitie, mr. L. Grooters.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering aangepast en verlenging met twee jaren in plaats van één jaar geëist. [onderbouwing] .

Het standpunt van betrokkene

De raadsman van betrokkene heeft primair gepleit voor beëindiging van de maatregel. [onderbouwing] Subsidiair heeft de raadsman een verlengingsduur van één jaar bepleit. [onderbouwing]

De beoordeling

De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder diverse rapporten van de reclassering en een psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 4 november 2019 opgesteld door psychiater [psychiater] .

In bovengenoemd psychiatrisch rapport staat -onder meer- het volgende vermeld:

[inhoud psychiatrisch rapport]

In het verlengingsadvies van de reclassering van 28 november 2019 staat -onder meer- het volgende vermeld:

[inhoud verlengingsadvies reclassering]

In het aanvullend reclasseringsadvies van 4 februari 2020 staat verder het volgende:

[inhoud aanvullend reclasseringsadvies]

Ter zitting heeft de reclasseringswerker het advies tot verlenging van de duur van de maatregel met één jaar gehandhaafd [toelichting]

De rechtbank merkt op dat nu ter beoordeling voorligt de vraag of de tbs-maatregel die betrokkene is opgelegd, verlengd moet worden.

Op grond van het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat bij betrokkene nog steeds sprake is van een stoornis. Dat de deskundigen niet tot een eenduidige diagnose van die stoornis zijn gekomen, doet hieraan niet af. Ook het recidiverisico is nog in voldoende relevante mate aanwezig in geval de klinische zorg acuut wegvalt en bij gebrek aan een passend uitstroomtraject. Verder overweegt de rechtbank dat de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in verband met een veroordeling voor een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer perso(o)n(en). Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen dan wel de algemene veiligheid van goederen de verlenging van de maatregel vereist.

Uit de rapporten en de toelichting ter zitting volgt eensluidend dat de deskundigen het nodig en verantwoord vinden dat betrokkene uitstroomt naar een RIBW om de ontstane behandelimpasse in de kliniek te doorbreken en hij coping vaardigheden kan leren die nodig zijn voor verdere resocialisatie. Gelet hierop, acht de rechtbank de door de deskundige geadviseerde verlengingsduur passend. De rechtbank zal de termijn van de maatregel daarom met één jaar verlengen. Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om de door het hof gestelde voorwaarden aan te passen, zoals de reclassering op twee punten heeft geadviseerd. Ter zitting heeft betrokkene zich bereid verklaard zich (ook) aan deze voorwaarden te houden.

Gelet op de kanttekeningen die de psychiater in zijn onderzoek van 4 november 2019 heeft geplaatst, acht de rechtbank het van belang dat een externe gedragsdeskundige voorafgaand aan de volgende verlengingszitting mede rapporteert over het nut en de noodzaak van behandeling (klinisch en/of ambulant) in een TBS-kader en eventuele behandelalternatieven, rekening houdend met de opleggingsbeslissing, de beschreven persoonsproblematiek en het verloop van de behandeling sindsdien, en dat de reclassering deze aspecten in haar dan te geven verlengingsadvies eveneens betrekt. Daarnaast acht de rechtbank het van belang dat die externe deskundige wordt opgeroepen voor de volgende zitting zodat deze het advies mondeling kan toelichten.

De rechtbank stelt de stukken daartoe in handen van de officier van justitie.

De beslissing

De rechtbank:

-verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van betrokkene met 1 (één) jaar;

-bepaalt dat de voorwaarden verbonden aan de maatregel, als volgt luiden: dat betrokkene,

[voorwaarden]

[voorwaarden]

-verstaat dat de officier van justitie vóór de volgende verlengingszitting een externe gedragsdeskundige opdraagt te rapporteren als in deze beslissing beschreven;

-gelast voor de volgende verlengingszitting de oproeping van de rapporterende externe gedragsdeskundige;

-stelt daartoe de stukken in handen van de officier van justitie.

Deze beslissing is gegeven door mr. R. Raat, voorzitter, mr. M.C. van der Mei en

mr. M. Wegter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 maart 2020.

Mr. M. Wegter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare maar niet voor het publiek toegankelijke terechtzitting van 20 maart 2020.

Aanwezig is als rechter mr. M.C. van der Mei.

Vanwege het coronavirus en de in verband daarmee door de Rijksoverheid en de Rechtspraak genomen maatregelen is de rechtbank sinds 17 maart 2020 gesloten en kan de uitspraak niet op een openbare voor het publiek toegankelijke terechtzitting worden gedaan.

Om die reden is er geen griffier aanwezig en evenmin een officier van justitie. Verdachte is niet aanwezig, zijn raadsman evenmin.

De openbaarheid van deze beslissing wordt geborgd doordat het de beslissing aan (de raadsman van) betrokkene (en eventuele andere procesdeelnemers) kenbaar wordt gemaakt en overigens door spoedige publicatie op www.rechtspraak.nl.

De rechter spreekt de beslissing uit.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat om de hiervoor genoemde redenen alleen door de rechter is vastgesteld en door de rechter is ondertekend.