Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1932

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
20-03-2020
Datum publicatie
20-03-2020
Zaaknummer
364013
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Kort geding: Vordering tot uitschakelen airco wegens geluidsoverlast afgewezen. Onvoldoende spoedeisend belang. Belang van rustig woongenot huurder weegt niet op tegen belang exploitatie chocoladewinkel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/364013 / KG ZA 19-525

Vonnis in kort geding van 20 maart 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WOLTERVAST B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. H.J.G. Braakhuis te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam gedaagde 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [naam bedaagde 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [naam gedaagde 3],

wonende [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. M. Kashyap te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Woltervast en [gezamenlijke gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 januari 2020 met producties 1 tot en met 29

  • -

    de brief van 27 januari 2020 met producties 30 en 31 van Woltervast

  • -

    de conclusie van antwoord van 28 januari 2020 met producties 1 en 2

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 januari 2020

  • -

    de pleitnota van Woltervast

  • -

    de berichten van partijen van 4 maart 2020 met betrekking tot het verzoek tot het indienen van nadere stukken

  • -

    het bericht van de rechtbank van 9 maart 2020 waarin dat verzoek is afgewezen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Bij akte van splitsing van 16 april 2007 is een gebouwencomplex aan de [adres] gesplitst in twee appartementsrechten. Een appartementsrecht (A1) met betrekking tot twee winkel-/bedrijfsruimten op de begane grond en een appartementsrecht (A2) met betrekking tot dertien woonappartementen, met bergingen, dakterrassen, fietsenberging, entree en trappenhuis. In die akte is een ‘Vereniging van Eigenaars van het gebouw [adres] opgericht (hierna: de hoofd-VvE).

2.2.

Bij akte van ondersplitsing van 16 april 2007 is appartementsrecht A2 (onder)gesplitst in dertien appartementsrechten met nummers A3 tot en met A15. In die akte is een ‘Vereniging van Eigenaars woonappartementen [adres] ’ opgericht (hierna: VvE woonappartementen).

2.3.

Bij akte van ondersplitsing van 28 september 2007 is appartementsrecht A1 (onder)gesplitst in twee appartementsrechten met nummers A16 en A17. In die akte is een ‘Vereniging van Eigenaars bedrijfsappartementen [adres] ’ opgericht (hierna: VvE bedrijfsappartementen).

2.4.

[gezamenlijke gedaagden] is sinds 11 augustus 2010 eigenaar van het appartementsrecht van de winkelruimte met nummer A17. Zij verhuurt die winkelruimte sindsdien. Vanaf 2017 verhuurt zij deze aan chocoladewinkel ‘Olala Chocolade’ (hierna: Olala).

2.5.

Woltervast is sinds 16 januari 2014 eigenaar van het appartementsrecht van de winkelruimte met nummer A16. Daarnaast is zij eigenaar van de appartementsrechten van zeven woonappartementen. Een van die woonappartementen (A14) verhuurt zij sinds 2016 aan mevrouw [naam huurder] .

2.6.

De hoofd-VvE bestaat uit twee onderverenigingen van eigenaars: de VvE bedrijfsappartementen en de VvE woonappartementen. Woltervast en [gezamenlijke gedaagden] zijn lid van de VvE bedrijfsappartementen. Daarnaast is Woltervast als eigenaar van zeven appartementsrechten lid van de VvE woonappartementen samen met de eigenaren van de overige zes appartementsrechten.

2.7.

Op het gemeenschappelijk dak van het gebouwencomplex staat ter plaatse van het door [naam huurder] gehuurde appartement een airco-installatie (hierna: de airco). Deze wordt gebruikt ten behoeve van de verwarming en verkoeling van de winkelruimte van Olala.

2.8.

[naam huurder] heeft zich vanaf december 2017 herhaaldelijk beklaagd bij Woltervast vanwege geluidsoverlast van de airco.

2.9.

Bij brief van 18 maart 2019 heeft de advocaat van Woltervast aan [gezamenlijke gedaagden] meegedeeld dat [naam huurder] structureel overlast ervaart van de airco op het dak. [gezamenlijke gedaagden] is verzocht om het gebruik van de airco per direct te staken en maatregelen te treffen om de overlast weg te nemen.

2.10.

Bij e-mailbericht van 22 maart 2019 heeft [gezamenlijke gedaagden] aan de advocaat van Woltervast meegedeeld dat haar technische dienst met een installateur op 3 april 2019 de situatie ter plaatse zal opnemen om een offerte op te stellen.

2.11.

Bij e-mailbericht van 11 april 2019 heeft [gezamenlijke gedaagden] aan de advocaat van Woltervast meegedeeld dat zij bezig is met een oplossing, dat de airco overdag in gebruik blijft ten behoeve van een normale bedrijfsvoering van Olala en dat de airco na sluitingstijd van de winkel wordt uitgeschakeld. Daarbij heeft zij vermeld dat het bij alle partijen bekend is dat het om een onwenselijke situatie gaat en dat op korte termijn verdere actie zal worden ondernomen.

2.12.

Bij brief van 24 april 2019 heeft [gezamenlijke gedaagden] aan Woltervast voorgesteld om de airco te verplaatsen en de kosten daarvan te verdelen, in die zin dat Woltervast tweederde deel van de kosten voor haar rekening neemt en [gezamenlijke gedaagden] eenderde deel van de kosten. De advocaat van Woltervast heeft [gezamenlijke gedaagden] per e-mailbericht van 1 mei 2019 laten weten dat zij niet met dat voorstel akkoord gaat.

2.13.

Bij e-mailbericht van 14 mei 2019 heeft de advocaat van Woltervast aan [gezamenlijke gedaagden] meegedeeld dat de overlast nog steeds voortduurt en dat daarom op korte termijn een kort geding dagvaarding aan haar zal worden uitgebracht.

2.14.

Op 24 juni 2019 is een kort geding dagvaarding aan [gezamenlijke gedaagden] betekend, waarin Woltervast vordert dat de airco binnen 48 uur na betekening van het vonnis wordt uitgeschakeld. Daarna hebben partijen nader overleg met elkaar gevoerd en is het kort geding door Woltervast ingetrokken.

2.15.

Bij brief van 1 juli 2019 heeft de advocaat van Woltervast aan de advocaat van [gezamenlijke gedaagden] onder meer meegedeeld dat tijdens de vergadering van de VvE woonappartementen is besproken dat een nieuwe airco-installatie op de buitengevel van de winkelruimte van [gezamenlijke gedaagden] geplaatst zou kunnen worden, maar niet direct onder een (slaapkamer)raam van een van de bewoners. De airco op het dak zou dan kunnen worden afgekoppeld.

2.16.

Bij e-mailbericht van 9 juli 2019 heeft [gezamenlijke gedaagden] aan [naam beheerder] , de beheerder van de hoofd-VvE, de (onder)VvE woonappartementen en de (onder)VvE bedrijfsappartementen, (hierna: [naam beheerder] ), onder meer het volgende meegedeeld:

[…] Woltervast B.V. en Maatschap Mac Point Vastgoed [Punt c.s, toevoeging voorzieningenrechter] zijn overeengekomen dat de airco-installatie van bovengemeld bedrijfspand wordt losgekoppeld en op de huidige plaats zal blijven staan.

Maatschap Mac Point Vastgoed zal een nieuwe airco-installatie plaatsen op de buitengevel van bovengemelde bedrijfsruimte (zie foto bijlage), welke direct grenst aan de steeg. Dit is op de vergadering van de eigenaren van de VvE woningen besproken.

Vriendelijk verzoeken wij u officieel toestemming te verlenen om de airco-installatie in de steeg te plaatsen Zodra wij schriftelijke toestemming hebben ontvangen, zullen wij een installatiebedrijf opdracht geven om de nieuwe airco-installatie te installeren. […]

2.17.

Bij e-mailbericht van 18 juli 2019 heeft [naam beheerder] aan [gezamenlijke gedaagden] onder meer het volgende meegedeeld:

[…] In principe wil de Hoofd VVE u wel toestemming verlenen maar dan moet nog wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan:

- De positie van de airco zoals u die heeft voorgesteld is niet akkoord. In de vergadering van de VvE appartementen is uitgesproken dat uitsluitend een positie vóór het hek (gezien vanaf de straat) bespreekbaar is. […]

2.18.

[gezamenlijke gedaagden] heeft op 30 juli 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een airco aan de zijgevel van de winkelruimte van Olala.

2.19.

Bij besluit van 29 augustus 2019 is de omgevingsvergunning aan [gezamenlijke gedaagden] verleend. Uit de bijlage bij dat besluit volgt dat volgens het advies van het Team Welstand en Monumenten van 28 augustus 2019 de airco “gesitueerd op ruime afstand achter de voorgevel welstandmatig acceptabel is”.

2.20.

Bij brief van 15 oktober 2019 heeft de advocaat van Woltervast aan de advocaat van [gezamenlijke gedaagden] meegedeeld dat het plaatsen van de airco achter het hek niet door de vergadering van de VvE woonappartementen is geaccordeerd en dat Woltervast problemen verwacht bij de door [gezamenlijke gedaagden] voorgestelde locatie omdat de airco dan geplaatst wordt tussen twee slaapkamerramen op een afstand van slechts 45 cm van een slaapkamerraam.

2.21.

Begin december 2019 heeft Peutz B.V. (hierna: Peutz) in opdracht van Woltervast een akoestisch onderzoek verricht in het appartement van [naam huurder] naar de door haar ervaren geluidsoverlast. Op 10 december 2019 heeft Peutz naar aanleiding van dit onderzoek een notitie geschreven waarin onder meer het volgende is vermeld:

[…] De winkel dient te voldoen aan de bepalingen zoals gesteld in het Activiteitenbesluit. […]

In dit geval betreffen de grenswaarden 35 dB(A), 30 dB(A), en 25 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond-nachtperiode. […]

De metingen zijn verricht d.d. 5 en 6 december 2019. […]

De warmtepomp was tijdens de meetsessie alleen in de dagperiode in bedrijf van 9.00u tot 18.00u. […]

3. Beoordeling en conclusie

Het langetijdgemiddelde beoordelingsniveau vanwege de warmtepomp bedraagt 44 dB(A) in de slaapkamer van de woning. Deze waarde is 9 dB hoger dan de grenswaarde conform het Activiteitenbesluit voor de dagperiode. […]

2.22.

Op 16 januari 2020 is [naam] van Peutz aanwezig geweest tijdens een verkennend onderzoek van de airco op het dak, dat geluidsexpert [naam beluidsexpert] in opdracht van [gezamenlijke gedaagden] heeft uitgevoerd.

2.23.

Bij e-mailbericht van 23 januari 2020 heeft Peutz aan Woltervast naar aanleiding van dat onderzoek op 16 januari 2020 voor zover van belang het volgende meegedeeld:

[…] Ter plaatse is vastgesteld dat het (houten) dak van de woning, bij inwerkingstelling van de warmtepomp, voelbaar trilt. Het lijkt derhalve een trillingsprobleem te zijn, waarbij de dakconstructie zodanig trilt dat in de onderliggende woning sprake is van hoorbaar (laagfrequent) geluid. […]

2.24.

In een notitie van [naam beluidsexpert] van 28 januari 2020 is onder meer het volgende vermeld:

Waarnemingen 16 januari 2020

[…]

Het geluidsniveau van het “airborne sound” (geluid dat door de lucht wordt overgebracht) is van een normaal niveau van de airco-unit. Direct naast de unit zijn gesprekken te voeren zonder stemverheffing.

Het contactgeluid (geluid veroorzaakt door een continue vibratie tegen een gebouw element zoals in dit geval het houten dak) is de voornaamste oorzaak van de hinder in het ondergelegen appartement. De trillingen zijn te voelen boven op het dak en zijn waarneembaar in het appartement (zoals ook gemeten door Peutz).

Advies

Wij adviseren om de airco-unit op te stellen op specifieke trillingsdempers. […]

De trillingdempers met een afveerfrequentie van 9Hz zullen een significante verbetering van de geluidsisolatie realiseren en in de meeste gevallen is deze afveerfrequentie laag genoeg om de hinder te verhelpen. Onze inschatting is dat de slagingskans van deze oplossing circa 90% is. […]

2.25.

Op 30 januari 2020 om 8:00 uur heeft [gezamenlijke gedaagden] de door [naam beluidsexpert] geadviseerde trillingdempers op het dak bij de airco laten installeren.

3 Het geschil

3.1.

Woltervast vordert samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gezamenlijke gedaagden] te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de airco uit te schakelen en uitgeschakeld te houden, op straffe van een hoofdelijk te betalen dwangsom van € 5.000,00 per dag of dagdeel dat [gezamenlijke gedaagden] hieraan niet voldoet, met een maximum van € 100.000,00. Daarnaast vordert Woltervast dat [gezamenlijke gedaagden] hoofdelijk wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het rapport van Peutz en tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[gezamenlijke gedaagden] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Woltervast stelt dat sprake is van onrechtmatige hinder doordat de airco op het dak structurele geluidsoverlast veroorzaakt voor haar huurster [naam huurder] . Ter onderbouwing daarvan heeft Woltervast diverse berichten van [naam huurder] overgelegd, waarin zij klaagt over de geluidsoverlast van de airco. Tevens verwijst Woltervast naar het rapport van Peutz van 10 december 2019. Woltervast stelt dat de airco zonder de benodigde toestemming van de vergadering van eigenaars van de hoofd-VvE op het gemeenschappelijke dak is geplaatst. Zij verwijst verder naar artikelen van het Modelreglement, waarin onder meer staat dat de eigenaars en gebruikers zich overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid jegens elkaar moeten gedragen en dat een eigenaar of gebruiker geen onredelijke hinder aan de andere eigenaars en gebruikers mag toebrengen. Zij verwijst tevens naar artikel 11 van het Huishoudelijk Reglement waarin staat dat de eigenaren (geluids)overlast en (geluids)overlast van de bewoners/personen voor de overige bewoners zoveel mogelijk dienen te voorkomen en dat dat onder meer inhoudt dat het tussen 23:00 uur en 8:00 uur en in het weekeinde tussen 2:00 uur en 8:00 uur stil is. Woltervast betoogt dat zij [gezamenlijke gedaagden] diverse keren in de gelegenheid heeft gesteld om maatregelen te nemen om de overlast weg te nemen, maar dat [gezamenlijke gedaagden] dat heeft nagelaten. Doordat [gezamenlijke gedaagden] de door haar zelf erkende onwenselijke situatie laat voortduren, gedraagt zij zich niet overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid en brengt zij onredelijke hinder toe aan Woltervast, als eigenaar, en [naam huurder] , als gebruiker. Volgens Woltervast is [gezamenlijke gedaagden] daarom gehouden de airco uit te schakelen en uitgeschakeld te houden. Zij stelt dat zij daarbij een spoedeisend belang heeft omdat de overlast voortduurt en [gezamenlijke gedaagden] op basis van ondeugdelijke argumenten stilzit, waar zij kan en had moeten bewegen.

4.2.

[gezamenlijke gedaagden] betwist dat sprake is van onrechtmatige hinder door geluidsoverlast van de airco. Zij betwist dat de airco zonder toestemming van de vergadering van de VvE is geplaatst. Volgens [gezamenlijke gedaagden] is de airco al langer in gebruik en zijn er nooit eerder klachten ontvangen over het geluid. Bovendien zijn de normen van het Activiteitenbesluit, waaraan Peutz het geluidsniveau heeft getoetst niet van toepassing, aldus [gezamenlijke gedaagden] Verder voert [gezamenlijke gedaagden] aan dat de airco alleen nog tijdens de openingstijden van de winkel - dus overdag - wordt gebruikt en dat daarop een tijdslot is geïnstalleerd. Verder is van belang dat zij steeds bereid is geweest maatregelen te nemen om de geluidsoverlast te beperken en dat zij daarvoor al investeringen heeft gedaan, maar dat Woltervast de uitvoering van deze maatregelen op onredelijke gronden blokkeert, aldus [gezamenlijke gedaagden] Zij voert verder aan dat toewijzing van de vordering van Woltervast tot verstrekkende gevolgen voor Olala zal leiden. Olala houdt zich bezig met de verkoop van chocolade en dat is een bederfelijk en bewerkelijk product dat wordt beïnvloed door de temperatuur in de winkelruimte. Klimaatbeheersing is voor Olala dan ook van groot belang om de onderneming te kunnen exploiteren. [gezamenlijke gedaagden] voert aan dat het belang van een deugdelijke exploitatie van de winkel van haar huurster Olala dient te prevaleren boven het belang van de huurster van Woltervast. Zij betwist dat sprake is van een spoedeisend belang van Woltervast bij haar vordering.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

Niet gebleken is dat het plaatsen van de airco op het gemeenschappelijke dak zonder toestemming van de vergadering van de (hoofd-)VvE heeft plaatsgevonden. Woltervast heeft ter zitting verklaard dat de airco rond 2007 op het gemeenschappelijk dak is geplaatst. Zowel [gezamenlijke gedaagden] als Woltervast waren toen nog geen eigenaar. Woltervast was er dus mee bekend dat de airco op het dak stond toen hij de appartementsrechten kocht. Het enkele feit dat Woltervast in de stukken van de VvE niet heeft kunnen terugvinden dat voor het plaatsen van de airco toestemming is verleend, rechtvaardigt niet de conclusie dat deze toestemming ontbrak.

4.4.

Vaststaat dat [naam huurder] sinds 2016 het appartement van Woltervast huurt, dat de winkelruimte van [gezamenlijke gedaagden] anderhalf jaar heeft leeggestaan en dat Olala in 2017 de winkelruimte van [gezamenlijke gedaagden] is gaan huren. [naam huurder] ervaart sinds december 2017 geluidsoverlast van de airco, zodat voldoende aannemelijk is dat die overlast is ontstaan vanaf het gebruik van de airco door Olala. Vooralsnog is echter niet komen vast te staan dat er sprake is van onrechtmatige hinder door het gebruik van de airco. Uit de overgelegde verklaringen van [naam huurder] volgt wel dat zij al lange tijd ernstige hinder ondervindt van het brommende geluid van de airco, maar dat is vooralsnog niet objectief vastgesteld. Peutz heeft weliswaar geconcludeerd dat de waarde van het geluid 9 dB hoger is dan de grenswaarde conform het Activiteitenbesluit, maar [gezamenlijke gedaagden] betwist dat het geluidsniveau de normen van het Activiteitenbesluit te boven gaan en dat die normen van toepassing zijn. Het enkele feit dat [gezamenlijke gedaagden] in haar e-mailbericht van 11 april 2019 spreekt van een onwenselijke situatie, betekent niet dat zij daarmee erkent dat sprake is van onrechtmatige hinder. Op dit punt zou dan ook nadere bewijslevering dienen plaats te vinden, maar daarvoor is in deze kort geding procedure geen plaats.

4.5.

Echter ook in het geval dat ervan wordt uitgegaan dat de airco de geluidsnormen overschrijdt en ernstige hinder veroorzaakt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan dat Woltervast een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

4.6.

Hoewel [naam huurder] al sinds december 2017 overlast ervaart, is niet komen vast te staan dat dit door Woltervast eerder dan op 18 maart 2019 aan [gezamenlijke gedaagden] is gemeld. Woltervast heeft ter zitting weliswaar verklaard dat eerder melding van de overlast is gemaakt bij de VvE woonappartementen, maar van die VvE is [gezamenlijke gedaagden] geen lid. De voorzieningenrechter gaat daarom vooralsnog ervan uit dat Woltervast [gezamenlijke gedaagden] voor het eerst in maart 2019 op de hoogte heeft gesteld van de door [naam huurder] ervaren overlast van de airco, dus ruim één jaar nadat [naam huurder] daarover bij Woltervast heeft geklaagd.

4.7.

Uit de e-mailberichten tussen partijen blijkt dat [gezamenlijke gedaagden] vanaf dat moment in overleg is getreden met Woltervast en maatregelen heeft genomen om de ervaren overlast te beperken. Niet in geschil is dat [gezamenlijke gedaagden] de airco in april 2019 heeft voorzien van een tijdsslot, zodat deze alleen tussen 8:00 en 23:00 uur kan worden ingeschakeld en niet meer in de nachtelijke uren. Daarnaast volgt uit de correspondentie tussen partijen dat Woltervast en [gezamenlijke gedaagden] hebben afgesproken dat [gezamenlijke gedaagden] de airco op het dak zou loskoppelen en een nieuwe airco zou plaatsen op de buitengevel van de winkelruimte. Niet weersproken is dat [gezamenlijke gedaagden] de nieuwe airco reeds heeft aangeschaft. Uiteindelijk is deze oplossing niet tot uitvoering gekomen, omdat volgens [gezamenlijke gedaagden] geen omgevingsvergunning kan worden verkregen voor het plaatsen van de airco op de buitengevel vóór het hek in de steeg en de VvE woonappartementen niet akkoord gaat met het plaatsen van de airco achter dat hek. De VvE woonappartementen vreest dat als de airco te dichtbij een slaapkamerraam wordt geplaatst dat (opnieuw) tot overlast zal leiden en het probleem alleen maar wordt verplaatst. Partijen zijn het er echter over eens dat de airco op zichzelf niet het probleem is, maar dat het juist gaat om de trillingen die de airco veroorzaakt in de huidige situatie op het houten dak. Met het plaatsen van de airco op de buitengevel van de winkelruimte achter het hek is dan ook niet gezegd dat dit overlast zal veroorzaken voor andere bewoners, zodat niet vast staat dat dit geen adequate oplossing biedt voor de geluidsoverlast. Daarbij komt dat het de vraag is of [gezamenlijke gedaagden] is gebonden aan de voorwaarde van de VvE woonappartementen dat de airco niet achter het hek wordt geplaatst, zoals Woltervast stelt en [gezamenlijke gedaagden] betwist. [gezamenlijke gedaagden] is immers geen lid van die VvE. Bovendien stelt [gezamenlijke gedaagden] dat zij met Woltervast heeft afgesproken dat Woltervast de toestemming van de VvE woonappartementen zou bewerkstelligen, aangezien Woltervast in die VvE de meerderheid van de stemmen heeft. Wat partijen hieromtrent precies hebben afgesproken, is echter niet duidelijk geworden. Ook op dat punt zou wellicht nadere bewijslevering noodzakelijk zijn, waarvoor de kort geding procedure zich niet leent. Verder heeft [gezamenlijke gedaagden] op de ochtend van de mondelinge behandeling van dit kort geding nog trillingdempers op het dak laten installeren en dat zou volgens [naam beluidsexpert] moeten leiden tot een aanzienlijke vermindering van de ondervonden hinder. Weliswaar heeft [naam] van Peutz dat ter mondelinge behandeling weersproken, maar dat laat onverlet dat [gezamenlijke gedaagden] wel pogingen doet om de gestelde overlast te beperken. In het kader van dit kort geding is overigens niet duidelijk geworden of het plaatsen van de trillingdempers al dan niet tot vermindering van de ondervonden hinder heeft geleid. Partijen hebben weliswaar na de mondelinge behandeling meegedeeld dat zij nog nadere stukken wilden indienen hieromtrent, maar de voorzieningenrechter heeft dat niet toegestaan. Dat [gezamenlijke gedaagden] geen medewerking verleent aan het vinden van een oplossing en op basis van ondeugdelijke argumenten stil zit, heeft Woltervast dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt. Dat betekent dat niet is komen vast te staan dat [gezamenlijke gedaagden] zich niet overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid ten opzichte van Woltervast en [naam huurder] gedraagt.

4.8.

Woltervast heeft niet weersproken dat het uitschakelen en uitgeschakeld houden van de airco op de door haar gevorderde korte termijn van 48 uur ernstige problemen zal opleveren voor de exploitatie van de winkel van Olala. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het verminderde woongenot van [naam huurder] niet opweegt tegen de gevolgen die het uitschakelen van de airco op de gevorderde korte termijn heeft voor Olala. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat [naam huurder] de gestelde hinder al sinds december 2017 ervaart, dat Woltervast dit pas in maart 2019 aan [gezamenlijke gedaagden] heeft gemeld en dat niet is gebleken dat [gezamenlijke gedaagden] talmt met het ondernemen van maatregelen om de gestelde hinder te beperken. Bovendien is onvoldoende gebleken dat er geen mogelijkheden zijn om de airco op een andere locatie te plaatsen, zodanig dat dit geen overlast voor andere eigenaren of gebruikers veroorzaakt.

4.9.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vorderingen van Woltervast worden afgewezen, mede vanwege het gelet op voormelde omstandigheden ontbreken van voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening.

4.10.

Woltervast zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gezamenlijke gedaagden] worden begroot op:

- griffierecht € 656,00

- salaris advocaat 633,00 (1 x tarief € 633,00)

Totaal € 1.289,00.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Woltervast in de proceskosten, aan de zijde van [gezamenlijke gedaagden] tot op heden begroot op € 1.289,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt Woltervast in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2020.

Coll: AV