Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1906

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16-03-2020
Datum publicatie
19-03-2020
Zaaknummer
05/276638-19 en 05/116693-19 (gev. ttz)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers : 05.276638.19 en 05.116693.19 (gev. ttz)

Datum uitspraak : 16 maart 2020

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

raadsvrouw: mr. L.A.C. ter Steeg, advocaat te Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 2 maart 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

onder parketnummer 05.276638.19

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 19 november 2019 te Winterswijk en/of Groenlo en/of Lichtenvoorde en/of Vorden en/of Zieuwent, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (telkens) heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt (aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] ) en/of (telkens) vervoerd, althans (op 19 november 2019) (2,84 (twee komma vierentachtig) gram) aanwezig heeft/hebben gehad cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

onder parketnummer 05.116693.19

hij op of omstreeks 14 mei 2019 te Winterswijk, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [naam 11] , geboren op [geboortedatum] , heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

onder parketnummer 05.276638.19 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte het feit in vereniging heeft gepleegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het bewijs aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte wordt verweten dat hij van 1 september 2019 tot 19 november 2019 heeft gehandeld in cocaïne. Verdachte heeft dit bekend,2 maar stelt dat slechts sprake was van een periode van vier tot zes weken. De vraag is of kan worden bewezen dat verdachte langer dan de door hem bekende periode heeft gedeald.

Afnemer [naam 2] heeft op 19 november 2019 verklaard dat hij [verdachte] een jaar geleden heeft ontmoet en sindsdien wel eens cocaïne bij hem kocht en dat dit door hem werd gebracht. Op een getoonde foto van verdachte herkent hij hem als [verdachte] .3

Afnemer [naam 4] heeft op 19 november 2019 verklaard dat hij ruim een jaar cocaïne bij [verdachte] kocht, dat contant betaalde en dit vervolgens door [verdachte] werd geleverd bij een pinautomaat in Vorden. Ook hij heeft op een getoonde foto van verdachte hem als [verdachte] herkend.4

Afnemer [naam 5] heeft verklaard dat zij in oktober 2019 met [verdachte] heeft afgesproken bij het zwembad in Lichtenvoorde en dat zij vanaf februari 2019 cocaïne bij hem kocht. Op een getoonde foto van verdachte herkent zij hem als [verdachte] .5

Afnemer [naam 6] heeft op 19 november 2019 verklaard dat hij sinds een half jaar twee keer per week een halve gram cocaïne kocht. [verdachte] bracht het bij hem thuis of ze spraken af bij het Hof in Lichtenvoorde. Op een getoonde foto van verdachte herkent hij hem als [verdachte] . 6

Afnemer [naam 7] heeft op 19 november 2019 verklaard dat hij sinds anderhalf jaar cocaïne kocht van [verdachte] die het dan kwam brengen. Op een getoonde foto van verdachte herkent hij hem als [verdachte] .7

Afnemer [naam 8] heeft op 19 november 2019 verklaard dat hij sinds oktober 2018 cocaïne kocht bij [verdachte] en dat zij dan afspraken bij het Hof in Lichtenvoorde waar [verdachte] met zijn auto stond om de drugs af te leveren. Op een getoonde foto van verdachte herkent hij hem als [verdachte] .8

Afnemer [naam 9] heeft op 20 november 2019 verklaard dat hij sinds ongeveer 3 tot 4 maanden cocaïne kocht bij [verdachte] die dat dan bij hem in de brievenbus gooide. Op een getoonde foto van verdachte herkent hij hem als [verdachte] .9

Afnemer [naam 10] heeft verklaard dat hij op 28 september 2019 eenmalig cocaïne van een licht getinte jongeman heeft gekocht. De inhoud van het tapgesprek tussen hem en het telefoonnummer dat op naam van verdachte staat herkent hij als dat gesprek. 10

Hoewel verdachte heeft ontkend gedurende de hele tenlastegelegde periode van 1 september 2019 tot en met 19 november 2019 in cocaïne te hebben gedeald, acht de rechtbank op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de tenlastegelegde periode cocaïne heeft verkocht, afgeleverd en verstrekt aan [naam 2] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] .

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte cocaïne heeft verkocht, afgeleverd dan wel verstrekt aan [naam 1] . Getuige [naam 1] heeft ontkend van verdachte cocaïne te hebben gekocht en verdachte heeft verklaard enkel sigaretten aan [naam 1] te hebben verkocht. Van afnemers [naam 3] kan niet worden vastgesteld of de levering van cocaïne in de tenlastegelegde periode heeft plaatsgevonden. Ook daarvan zal verdachte worden vrijgesproken.

Naar het oordeel van de rechtbank is voorts onvoldoende komen vast te staan dat verdachte samen met een ander dan wel anderen in cocaïne heeft gedeald, zodat verdachte van het medeplegen zal worden vrijgesproken.

onder parketnummer 05.116693.19 11

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat verdachte geen opzet had om [naam 11] aan het gezag te onttrekken en hierop geen beslissende invloed heeft gehad. Hij had geen wetenschap dat zij weg wilde lopen van Pactum, de instelling waar zij verbleef. Hij wist weliswaar dat zij op een groep woonde, maar had geen kennis van de regels die daar golden.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [aangever] is werkzaam bij Jeugdbescherming Gelderland en aangesteld als gezinsvoogd van [naam 11] , geboren op [geboortedatum] . Sinds januari 2019 is [naam 11] bij Pactum aan de Ampenseweg 10 te Lochem geplaatst. [naam 11] is onder toezicht gesteld.Op maandag 13 mei 2019 omstreeks 23.30 uur kreeg [aangever] een berichtje van Pactum dat [naam 11] was weggelopen en meegegaan was met een 22-jarige man. De man had geen toestemming om haar mee te nemen.12

Op 14 mei 2019 na twaalf uur ’s nachts trof de politie [naam 11] aan in de auto van verdachte, ongeveer 200 meter voor Hotel Mondriaan in Winterswijk.13 [naam 11] heeft verklaard dat zij op 13 mei 2019 verdachte heeft geappt en gezegd dat zij weg wilde. Verdachte zou haar omstreeks 22.45 uur ophalen. Zij is samen met een ander meisje stiekem naar buiten gelopen, door de bosjes heen, naar de auto van verdachte.14

Verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat [naam 11] 17 jaar was.15 Verder heeft hij bij de politie verklaard dat hij wist dat [naam 11] op een groep woonde en daar niet veel vrijheid had en zich overal moest melden.16 Op de avond van 13 mei 2019 heeft hij WhatsApp contact met [naam 11] gehad en gevraagd waar zij op dat moment was. Uit het appgesprek tussen [naam 11] en verdachte blijkt dat [naam 11] heeft geappt dat ze nog op de groep was en dat hij zijn auto niet bij “ afslag van Pactum” moet zetten. Verdachte heeft ook geappt: ‘weten die mensen dat wel dat je na vriendin gaat, heb je dat gefixt’.17

De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte wordt verweten dat hij [naam 11] heeft onttrokken aan het gezag. Vast staat dat [naam 11] vanuit een instelling met verdachte is meegegaan, dat zij was weggelopen. Door het weglopen was de gezinsvoogd niet langer in staat het gezag over [naam 11] uit te voeren omdat zij niet wist waar [naam 11] was. Verdachte heeft geen dwang uitgeoefend om [naam 11] mee te krijgen maar hij wist wel dat ze minderjarig was. Er is discussie over de vraag of hij wist dat [naam 11] 14 jaar oud was of dat hij dacht dat ze 17 jaar was maar dat maakt in zoverre niet uit dat ook 17 jaar minderjarig is.

Voor een bewezenverklaring in de situatie dat de minderjarige zelf heeft besloten weg te gaan is vereist dat de dader beslissende invloed heeft gehad op de (voortdurende) scheiding tussen de minderjarige en degene die het gezag of opzicht uitoefent.

Op basis van de verklaring van verdachte (bij de politie) en het hiervoor aangehaalde appgesprek tussen verdachte en [naam 11] acht de rechtbank bewezen dat verdachte wist dat [naam 11] bij een instelling verbleef en dat zij daar niet zonder toestemming weg mocht. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij dat niet wist wordt weerlegd door zijn politieverklaring. Door [naam 11] te appen of zij geregeld heeft dat die mensen van de instelling denken dat ze naar haar vriendin gaat en door haar vervolgens niet voor de deur van Pactum maar achter de bosjes op te halen en haar in zijn auto mee te nemen met als eindbestemming een hotel, heeft verdachte naar het oordeel van de een beslissende invloed gehad op de scheiding tussen de [naam 11] als minderjarige en degene het gezag over haar uitoefent. De rechtbank acht het tenlastegelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 05.276638.19 en onder parketnummer 05.116693.19 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

onder parketnummer 05.276638.19

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 19 november 2019 te Winterswijk en/of Groenlo en/of Lichtenvoorde en/of Vorden en/of Zieuwent, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (telkens) heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt (aan [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] ) en/of (telkens) vervoerd, althans (op 19 november 2019) (2,84 (twee komma vierentachtig) gram) aanwezig heeft/hebben gehad cocaïne, althans een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

onder parketnummer 05.116693.19

hij op of omstreeks 14 mei 2019 te Winterswijk, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [naam 11] , geboren op [geboortedatum] , heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

onder parketnummer 05.276638.19

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

onder parketnummer 05.116693.19

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 05.276638.19 tenlastegelegde en onder 05.116693.19 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 59 dagen met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier een taakstraf voor de duur van 200 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met de bijzondere voorwaarden geëist waarbij de voorwaarden zouden moeten bestaan uit meldplicht bij de Reclassering, ambulante behandeling bij Kairos, maatschappelijk begeleiding (met de mogelijkheid tot forensische zorg), een drugsverbod (cannabis, cocaïne, partydrugs en testosteron) en meewerken aan middelencontrole, met een proeftijd van 3 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat de strafeis te fors is en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur gelijk aan het voorarrest met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht passend zou zijn, zonder oplegging van een taakstraf.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en met de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan. Ook is rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij ook is gelet op het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, gedateerd 12 februari 2020.

De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer 2,5 maand schuldig gemaakt aan het dealen in cocaïne. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het wettig over haar gesteld gezag Verdachte is door de handel in cocaïne medeverantwoordelijk voor de nadelige effecten die het gebruik ervan veroorzaakt. Cocaïne is een zeer verslavende stof die zeer schadelijk is voor de volksgezondheid. Door in deze drugs te handelen ontstaat schade en overlast voor de samenleving. Het veroorzaakt overlast in de buurten waar de handelsactiviteiten hebben plaatsgevonden en brengt de gezondheid van de gebruikers in gevaar. Verdachte heeft zich om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag.

Verdachte is ook schuldig bevonden aan het opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag [naam 11] is vaker weggelopen van huis en verblijft om die reden in Pactum. Doordat verdachte haar daar heeft weggehouden had men geen idee waar zij kon zijn. Mede ook gezien haar kwetsbare leeftijd en het leeftijdsverschil met verdachte ziet de rechtbank dit als een ernstig feit.

Verdachte heeft geen noemenswaardige delicten op zijn justitiële documentatie staan. Hij heeft ook meegewerkt aan totstandkoming van een reclasseringsrapport zodat gekeken kon worden wat er nodig is om herhaling te voorkomen.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en de ernst van de strafbare feiten en het hiervoor overwogene, de volgende straf passend is een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen waarvan 61 voorwaardelijk met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de Reclassering, ambulante behandeling bij Kairos, maatschappelijk begeleiding (met de mogelijkheid tot forensische zorg), een drugsverbod (cannabis, cocaïne, partydrugs en testosteron) en meewerken aan middelencontrole, met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast een werkstraf van 150 uur, te vervangen door 75 dagen hechtenis en

De op te leggen straf is lager dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank, gezien de afdoening in soortgelijke zaken en de LOVS oriëntatiepunten, tot een andere strafmaat komt. Het voorwaardelijk strafdeel dient om verdachte voor de toekomst ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

8 Inbeslaggenomen goederen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen goed, te weten [automerk] met kenteken [automerk] verbeurd wordt verklaard en dat de inbeslaggenomen goederen, te weten namaak T-shirts, truien, broeken en jassen van diverse merken wordt onttrokken aan het verkeer en dat het onder verdachte in beslag genomen goed, te weten een geldbedrag van 104,81 euro zal worden teruggegeven aan de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat volgens haar vast staat dat de [automerk] met kenteken [automerk] is gebruikt om drugs te dealen. De auto is voor verdachte belangrijk voor het vinden van een baan en het uitoefenen van werkzaamheden in de post of bezorging. Om die reden zou de auto teruggegeven moeten worden aan verdachte. Ten aanzien van de kleding van verdachte refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank. Het geldbedrag van 104,81 euro dient te worden teruggegeven aan verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

[automerk] met kenteken [automerk]

Op 19 november 2019 is een [automerk] met kenteken [automerk] in beslag genomen.

Voor verbeurdverklaring van de auto geldt een ander wettelijk kader wanneer de auto van verdachte is dan wanneer de auto van een ander is. De moeder van verdachte is de tenaamgestelde maar de vraag is of zij of verdachte de eigenaar is van de auto. De auto is op 19 november 2019 onder verdachte in beslag genomen. De moeder van verdachte heeft bij de politie verklaard dat haar zoon de auto gebruikt. Zij heeft zelf geen rijbewijs. De eigenaar van het autobedrijf heeft verklaard dat hij de auto op 11 oktober 2019 aan een jongen heeft verkocht die de auto contant heeft betaald en de auto op naam van [naam 12] heeft gezet. De rechtbank overweegt dat de auto toebehoort aan verdachte, nu de moeder van verdachte geen rijbewijs heeft, verdachte in de auto rijdt en hij deze auto heeft betaald.. De auto is voor verbeurdverklaring vatbaar, nu met behulp van deze auto verdachte het bewezen verklaarde feit onder parketnummer 05.276638.19 heeft begaan. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

8 T-shirts, 5 truien, 8 broeken en 11 jassen van diverse (nep)merken

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het nepkleding betreft. De in beslag genomen en nog niet teruggegeven kledingstukken, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

geldbedrag van 104,81 euro

Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van dit geldbedrag aan de verdachte, nu niet is komen vast te staan dat verdachte dat het inbeslaggenomen geldbedrag afkomstig is uit misdrijf. Verdachte had het geldbedrag op zak na zijn aanhouding in verband met het onttrekken aan het gezag. Het is dus niet vast komen te staan dat sprake is van geld verdiend met drugshandel.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, , 36d, 57 en 279 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2 en 10 van de Opiumwet.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05.276638.19, en onder parketnummer 05.116693.19 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen;

 bepaalt, dat van deze gevangenisstraf 61 dagen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;

 de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

 de bijzondere voorwaarde(n) dat de veroordeelde:

- zich uiterlijk binnen 5 dagen na het onherroepelijk wordenvan dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de gehele proeftijd zal onthouden van het gebruik van drugs (cannabis, cocaïne, partydrugs en testosteron) of ander middelengebruik en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de gehele proeftijd onder behandeling zal stellen van een door Kairos, forensische ambulante behandeling of een soortgelijke zorgverlener, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor nog te diagnosticerende stoornis, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde wordt tevens verplicht mee te werken aan de diagnostiek;

- zich laat begeleiden door de forensische ambulante begeleiding van het Leger des Heils, of een soortgelijke instantie ten behoeve van praktische ondersteuning zoals bijvoorbeeld schulden en betalingsregeling.

- Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden

- stelt als voorwaarde dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- stelt als voorwaarde dat veroordeelde medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

 beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

En daarnaast tot:

 een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;

  • -

    beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen kleding;

  • -

    verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: [automerk] met kenteken [automerk] ;

  • -

    gelast de teruggave van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp aan beslagene (veroordeelde), te weten: een geldbedrag van 104,81 euro;

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Yeniay-Cenik, voorzitter, mr. S.C.A.M. Janssen en mr. C.C.M. Poland, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.G.M. van Ophuizen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 maart 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019424234, gesloten op 27 januari 2020 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 maart 2020.

3 Het proces-verbaal van verhoor getuige R. [naam 2] , p. 244-245.

4 Het proces-verbaal van verhoor getuige B. [naam 4] , p. 197-198.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 5] , p. 182.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige M. [naam 6] , p. 211-212.

7 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 7] , p. 188.

8 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 8] , p. 238-239.

9 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 9] , p. 218.

10 Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam 10] , p. 249-251.

11 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2019236593, gesloten op 29 mei 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

12 Het proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 3-4.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, p. 5.

14 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [naam 11] , p. 13.

15 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting.

16 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 36.

17 Fotorapportage, p. 18.