Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1877

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
18-03-2020
Datum publicatie
19-03-2020
Zaaknummer
8254289
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanneming van werk. Leggen van tuintegels. Artikel 7:758 lid 1 BW; het werk wordt geacht te zijn aanvaard nu niet binnen een redelijke termijn is gekeurd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 8254289 \ CV EXPL 20-433 \ 42693 \ 32268

uitspraak van 18 maart 2020

vonnis

in de zaak van

[Eiser in conventie, gedaagde in reconventie]

[woonplaats]

eisende partij in conventie

gedaagde partij in reconventie

gemachtigde mr. W. Vahl

tegen

1 de vennootschap onder firma [naam], tevens h.o.d.n. [naam]

[vestigingsplaats]

2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 2]

[woonplaats]

3. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 3]

[woonplaats]

gemachtigde mr. G.J. Klok

gedaagde partijen in conventie

eisende partijen in reconventie

Partijen worden hierna [Eiser] en [Gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 januari 2020 en de daarin genoemde processtukken;

- de brief met bijlagen van de zijde van [Eiser] van 14 februari 2020;

- de comparitie van partijen van 17 februari 2020.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Op 11 juli 2018, tijdens werkzaamheden door [Gedaagde] aan de tuin van de buurman van [Eiser], zijn de tegels van [Eiser] vervuild met specie en [Eiser] heeft hierdoor schade geleden. [Gedaagde] heeft geprobeerd de tegels te reinigen met zuur (zonder resultaat) en hierdoor raakten nog zes tegels beschadigd.

2.2.

Tijdens de vakantie van [Eiser] heeft [Gedaagde] nogmaals geprobeerd de tegels te reinigen, maar het resultaat was dat een deel van de tegels beschadigd raakten.

2.3.

Bij terugkomst heeft [Eiser] een begroting voor het herstel laten maken door zijn tuinman, die het herstel begrootte op maximaal € 1.000,00. [Gedaagde] gaf hierop aan dat hij de herstelwerkzaamheden (wisselen van de tegels) in eigen beheer wilde doen.

2.4.

[Eiser] heeft hiermee uiteindelijk bij e-mail van 12 september 2018 ingestemd en [Gedaagde] als volgt bericht:

Natuurlijk heb ik er begrip voor dat je de werkzaamheden in eigen beheer wilt uitvoeren.

Wij willen hier wel een aantal voorwaarden aan stellen om er voor te zorgen dat het terras er weer perfect uit komt te zien.

1) Ik wil graag vooraf weten wie de stratenmaker is die jou gaat assisteren en ik wil weten of hij eerder tegels van dit formaat heeft gelegd en zo ja waar.

2) De tegels die je gaat toepassen zijn vanzelfsprekend exact dezelfde dan het type wat er ligt. Bij voorkeur geleverd door [naam leverancier] maar anders wil ik kunnen controleren of het hetzelfde type is aan de hand van bijvoorbeeld een pakbon.

3) De tegels worden gevoegd met hetzelfde voegmiddel als nu het geval is.

4) De klinkers worden gevoegd met brekerzand.

5) De afwatering wordt zodanig dat zich geen plassen op het terras vormen.

6) Op de werkzaamheden krijgen wij 1 jaar volledige garantie.

Zoals je ziet leggen wij de lat vrij hoog. Het lijkt me het beste om het hier vooraf duidelijk over te zijn vandaar deze opsomming.

2.5.

Op 27 oktober 2018 zijn de beschadigde tegels door [Gedaagde] vervangen en is het werk opgeleverd.

2.6.

Bij e-mail van 1 november 2018 schrijft van [Eiser] aan [Gedaagde] onder meer het volgende:

Na het vlot vervangen van de tegels zaterdag nu toch weer een minder positief bericht.

Toen jullie weg waren ben ik het grind en zand in gaan vegen. Hierbij viel het mij op dat er een aantal vlekken en voetstappen op de tegels zaten die op cement lijken.

Ik heb toen de tegels met de tuinslang natgespoten en zeer grondig geveegd. Het leek toen beter maar omdat de tegels nat waren kon ik het niet goed zien.

Omdat het ’s avonds al vroeg donker is heb ik het nog niet echt goed kunnen zien. Zaterdag ga ik de tegels bij daglicht goed bekijken maar het lijkt er op dat er vlekken op de tegels zitten die er niet af gaan.

Is het mogelijk dat er specie aan de stapplanken heeft gezet die jullie gebruikt hebben?

Ik vind het vervelend dit te moeten melden maar voetstappen en vlekken op de tegels zijn voor mij niet acceptabel.

Zaterdag weet ik meer, je bent welkom om ook even mee te kijken.

2.7.

Op 5 november 2018 hebben partijen telefonisch contact gehad waarbij [Gedaagde] heeft aangegeven niet langer met [Eiser] in gesprek te willen.

2.8.

Bij brief van 27 november 2018 heeft [Eiser] [Gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade.

2.9.

Bij brief van 10 januari 2019 heeft [naam bedrijf] het vervangen van het straatwerk van [Eiser] begroot op € 1.600,00.

2.10.

Bij brieven van 10 april 2019 en 17 mei 2019 heeft de gemachtigde van [Eiser] [Gedaagde] aangeschreven en heeft hij [Gedaagde] aangemaand tot betaling van de schade van € 1.600,00. [Gedaagde] heeft het bedrag niet betaald.

3 De vordering en het verweer in conventie en in reconventie

3.1.

[Eiser] vordert dat [Gedaagde], bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.840,00 (bestaande uit de hoofdsom van € 1.600,00 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 240,00), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 december 2019 tot aan de dag van volledige betaling, met veroordeling van [Gedaagde] in de kosten van deze procedure, inclusief de nakosten.

3.2.

[Eiser] legt aan zijn vordering zowel onrechtmatige daad als wanprestatie ten grondslag. De oorspronkelijke schade is door [Gedaagde] erkend, maar bij de reparatie van die schade is opnieuw onrechtmatig en onzorgvuldig gehandeld waardoor wederom schade is ontstaan. [Gedaagde] is aansprakelijk voor die schade. Omdat [Gedaagde] niet heeft gereageerd op de aanmaningen en [Eiser] zijn vordering uit handen heeft moeten geven, vordert [Eiser] nu tevens de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.3.

[Gedaagde] voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, wordt ingegaan.

3.4.

In reconventie vordert [Gedaagde] onder meer een bedrag van € 240,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente, en € 1.000,00 voor het advies van zijn gemachtigde.

4 De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1.

Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.

4.2.

Tussen partijen is in geschil of [Gedaagde] tijdens de werkzaamheden op 27 oktober 2018 schade heeft veroorzaakt die hij moet vergoeden.

4.3.

[Eiser] stelt dat dit het geval is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft hij aangevoerd dat zijn grootste zorg was dat de tegels scheef zouden liggen. Toen bleek dat ze keurig recht waren gelegd stak hij twee duimen omhoog omdat dát er prima uitzag. Er lag nog wel zand op de tegels, dus hoe de tegels eruit zagen, heeft [Eiser] op het moment van oplevering niet gezien. Na de oplevering, aan het begin van de middag van dezelfde dag, is [Eiser] gaan vegen en op dat moment zag hij vlekken op de tegels. Met een tuinslang heeft hij geprobeerd de vlekken eruit te krijgen. Doordat de tegels nat werden, werden de vlekken minder zichtbaar. Op dat moment is de buurman van [Eiser] komen kijken en ook hij heeft de vlekken op de tegels gezien.

4.4.

[Gedaagde] voert aan dat hij het werk schoongeveegd en opgeruimd heeft opgeleverd, dus zonder dat er zand op lag. [Eiser], die tot dan toe heel kritisch was geweest, heeft het werk goedgekeurd. [Gedaagde] heeft dus goed werk afgeleverd. Dat er volgens [Eiser] toch schade is, kan wellicht worden verklaard doordat [Eiser] na oplevering zelf is gaan invegen met invoegsel. [Gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van opstapplankjes, zoals door [Eiser] is gesteld.

4.5.

De kantonrechter stelt voorop dat tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk is ontstaan in het kader van het herstel van de schade die op 11 juli 2018 door [Gedaagde] is veroorzaakt. Artikel 7:758 lid 1 BW bepaalt dat indien de aannemer te kennen heeft gegeven dat het werk klaar is om te worden opgeleverd en de opdrachtgever het werk niet binnen een redelijke termijn keurt en al dan niet onder voorbehoud aanvaardt dan wel onder aanwijzing van de gebreken weigert, de opdrachtgever geacht wordt het werk stilzwijgend te hebben aanvaard. Na de aanvaarding wordt het werk als opgeleverd beschouwd. Het derde lid van dat artikel bepaalt vervolgens dat de aannemer is ontslagen van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.

4.6.

In dit geval heeft [Eiser] het werk niet binnen een redelijke termijn gekeurd en wordt hij geacht het werk te hebben aanvaard. Het volgende is redengevend. Volgens [Eiser] was het beweerdelijke gebrek aan de tegels meteen na oplevering zichtbaar. [Eiser] heeft tijdens de comparitie een hiertoe strekkend bewijsaanbod gedaan. Anderzijds stelt [Eiser] dat hij het niet kon zien omdat er zand op de tegels lag. Dit is op zichzelf tegenstrijdig. Ook is de stelling dat er zand op de tegels lag weersproken door [Gedaagde] Bovendien strookt die omstandigheid niet met de acceptatie door van [Eiser] (twee duimen in de lucht) bij oplevering. Als de tegels op dat moment niet goed zichtbaar zouden zijn is het zeker gelet op de kritische houding van [Eiser], hij legde naar eigen zeggen de lat hoog, onaannemelijk dat [Eiser] het werk toch zou hebben goedgekeurd. Er wordt daarom vanuit gegaan dat de tegels goed zichtbaar waren. Hierbij weegt de omvang en eenvoud van deze klus mee. Het betreft hier immers 13 tuintegels die in één opslag te beoordelen zijn en niet een aanneming van werk met een ingewikkelde constructie waarbij het meer in de lijn der verwachting ligt dat soms pas na verloop van tijd gebreken zichtbaar worden. In rechte staat dus vast dat [Eiser] het werk heeft aanvaard en pas na 5 dagen heeft laten weten dat er vlekken en voetstappen op de tegels zaten die op cement lijken, zodat hij het werk niet op tijd heeft gekeurd en dus heeft aanaard, waarna het voor zijn risico komt. Gelet hierop wordt de vordering tot betaling van schadevergoeding afgewezen. De nevenvorderingen, die daarmee samenhangen, treft hetzelfde lot.

4.7.

[Gedaagde] vordert in reconventie buitengerechtelijke incassokosten van € 240,00. Hier is echter geen grondslag voor omdat [Gedaagde] geen vordering op [Eiser] heeft op grond waarvan hij buitengerechtelijke incassokosten bij [Eiser] in rekening kan brengen. Deze vordering wordt dus afgewezen.

4.8.

Het bedrag van € 1.000,00 dat [Gedaagde] vordert als advocaatkosten worden eveneens afgewezen. Slechts in bijzondere omstandigheden bestaat aanspraak op vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten, namelijk in die gevallen waarin sprake is van misbruik van procesrecht (zie HR 12 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1600). Hier is echter geen sprake van zodat wordt volstaan met een veroordeling in de proceskosten in conventie waarbij het salaris voor de gemachtigde wordt begroot op basis van het liquidatietarief.

4.9.

[Eiser] wordt in de conventie in het ongelijk gesteld en dient daarom de proceskosten te dragen. [Gedaagde] wordt in de reconventie in het ongelijk gesteld en dient daarom de proceskosten in die procedure te dragen. Deze worden evenwel op nihil gesteld in verband met de samenhang met de conventie.

5 De beslissing

De kantonrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [Eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [Gedaagde] begroot op € 180,00 aan salaris voor de gemachtigde.

in reconventie

5.3.

wijst de vorderingen af;

5.4.

veroordeelt [Gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [Eiser] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2020