Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBGEL:2020:1790

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
13-03-2020
Datum publicatie
19-03-2020
Zaaknummer
05/203758-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland veroordeelt verdachte voor vernieling, het aanwezig hebben van 7672 gram (natte) hennep en medeplichtigheid aan het wegnemen van stroom met verbreking tot een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis en wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe. Tevens stelt de militaire kamer wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 500,00.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 05/203758-18 en 05/245455-18 (gevoegd)

Datum uitspraak : 13 maart 2020

Tegenspraak (artikel 279 Sv)

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

Raadsvrouw: mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 2 maart 2020.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/203758-18 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 augustus 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/245455-18 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 7692 gram (natte) hennep, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of resten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet,


subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, met elkaar, althans één van hen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 7692 gram (natte) hennep, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of resten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen (de sleutel(s) van de garage van) voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de woning (gelegen aan [adres] ) heeft weggenomen (een) hoeveelheid/heden elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ENEXIS netbeheer, in elke geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen elektriciteit/stroom onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) hoeveelheid/heden elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ENEXIS netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven persoon/personen en/of verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit/stroom onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die onbekend gebleven persoon/personen (de stroomvoorziening van) een pand gelegen aan [adres] open te stellen en hem/hen in de gelegenheid te stellen één of meerdere illegale aansluitingen bij te plaatsen en/of zodanig te modificeren, zodat de elektriciteit/stroom niet werd bemeten.


3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een elektriciteitswerk (een zogenoemde elektriciteitsmeter voor de stroomvoorziening in een pand gelegen aan [adres] ) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar heeft gemaakt, een stoornis in de gang en/of in de werking van dat elektriciteitswerk heeft veroorzaakt, en/of een ten opzichte van dat elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel(en) heeft verijdeld, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een ander te duchten is geweest, althans daardoor verhindering en/of bemoeilijking van de stroomlevering ten algemene nutte is ontstaan, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in dat pand een of meer verzegelde deksel(s) van de hoofdaansluitkast verbroken en/of gedemonteerd ten behoeve van (een verzwaring van) de elektriciteitsvoorziening en/of een (illegale) elektriciteitsaansluiting aangebracht die (buiten de meter om) een in de bij de woning behorende garage aanwezige (ontmantelde) hennepkwekerij van elektriciteit voorzag,

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een electriciteitswerk (een zogenoemde elektriciteitsmeter voor de stroomvoorziening in een pand gelegen aan [adres] ), heeft vernield en/of beschadigd en/of een stoornis in de gang en/of in de werking van dat elektriciteitswerk heeft veroorzaakt en/of een ten opzichte van dat elektriciteitswerk genomen veiligheidsmaatregel(en) heeft verijdeld, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een ander te duchten is geweest, althans daardoor verhindering en/of bemoeilijking van de stroomlevering ten algemene nutte is ontstaan, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in dat pand een of meer verzegelde deksel(s) van de hoofdaansluitkast verbroken en/of gedemonteerd ten behoeve van (een verzwaring van) de elektriciteitsvoorziening en/of een (illegale) elektriciteitsaansluiting aangebracht die (buiten de meter om) een in de bij de woning behorende garage aanwezige (ontmantelde) hennepkwekerij van elektriciteit voorzag, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die onbekend gebleven persoon/personen, zijn, verdachtes, garage behorende bij voornoemd pand beschikbaar heeft gesteld en/of (vervolgens) die hennepkwekerij en/of de ten behoeve van die in zijn garage behorende bij het pand aanwezige hennepkwekerij aangelegde elektriciteit(s)(werk)(en) in stand heeft gehouden en/of heeft beheerd en/of heeft bediend.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van parketnummer 05/203758-18 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij] , p. 3;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 11.

Ten aanzien van parketnummer 05/245455-18 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 20 juni 2018 is in de garage van de woning aan [adres] te Winschoten, gemeente Oldeambt, een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Verdachte was eigenaar van deze woning met garage. De hennepplanten bleken recent geoogst te zijn. De henneptoppen lagen in drie netten te drogen in de kwekerij. Na weging is gebleken dat dit in totaal 7672 gram vochtige henneptoppen betrof.3 Door middel van een kabel – die voorbij het telwerk was aangesloten – is deze kwekerij van stroom voorzien.4

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair ten laste gelegde feiten. De officier van justitie heeft verzocht verdachte vrij te spreken van feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling door de militaire kamer

Feit 1

Verdachte heeft verklaard dat hij eigenaar is van voornoemde woning. Verdachte had geen geld en is benaderd om een hennepkwekerij op te zetten. Verdachte heeft te kennen gegeven dat hij dat zelf niet kon. De persoon met wie verdachte sprak heeft toen aangegeven dat hij wel iemand kende en vroeg verdachte om een sleutel. Vervolgens is een persoon bij verdachte langsgekomen die voorstelde om iets in de schuur van verdachte (de militaire kamer begrijpt: garage) te bouwen. Verdachte heeft ergens begin 2018 zijn sleutels afgegeven en heeft daarvoor als tegenprestatie cocaïne gekregen.5 Vervolgens is in deze garage op 20 juni 2018 een op dat moment in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De hennepplanten in de kwekerij waren kort geleden geoogst. De henneptoppen lagen in 3 netten te drogen. Het ging om een totaal van 7672 gram aan vochtige henneptoppen.6

De militaire kamer is van oordeel dat op basis van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat verdachte deze hennepplanten, al dan niet in vereniging, heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en zal verdachte hiervan vrijspreken.

De militaire kamer overweegt verder dat voor het aanwezig hebben van verdovende middelen niet noodzakelijk is dat de verdovende middelen de verdachte toebehoren, en ook niet dat hij enige beschikkings- en/of beheersbevoegdheid ten aanzien van de verdovende middelen heeft. Voldoende is dat de onder de Opiumwet vallende middelen zich in de machtssfeer van de dader bevinden en dat deze op de hoogte is van de aanwezigheid van de drugs, althans de aanmerkelijke kans daarop. Bij de vraag of een verdachte de (in de garage van de woning waarin hij verblijft) aangetroffen verdovende middelen ‘aanwezig’ heeft, spelen de omstandigheden van het geval een rol.

De militaire kamer gaat er in beginsel vanuit dat een eigenaar van een woning met garage wetenschap heeft van de in zijn woning en garage aanwezige goederen en dat deze goederen zich ook in zijn machtssfeer bevinden. Verdachte heeft daarnaast gedurende de periode van januari 2018 tot en met 20 juni 2018 een garage op zijn perceel ter beschikking gesteld. Verdachte wist van het plan om hierin een hennepkwekerij te bouwen en heeft desondanks zijn sleutels afgegeven. Verdachte heeft hiervoor ook een vergoeding ontvangen. De militaire kamer is op basis hiervan van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat in de tenlastegelegde periode in zijn garage hennepplanten aanwezig zouden zijn, die er ook daadwerkelijk waren. Gelet hierop is sprake van het opzettelijk aanwezig hebben van hennep door verdachte.

De militaire kamer constateert dat in plaats van de tenlastegelegde 7692 gram het totaalgewicht 7672 gram (natte) hennep betreft en zal verdachte van deze 20 gram partieel (7692-7672 = 20) vrijspreken.

Feit 2

Op grond van de bovenvermelde bewijsmiddelen is gebleken dat de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij niet via de meter werd geregistreerd. Dit is slechts mogelijk geweest doordat een verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast is gedemonteerd, waarvoor geen toestemming is verleend door Enexis Netbeheer.7 Daarmee staat vast dat de elektriciteit werd weggenomen door middel van verbreking.

Niet is komen vast te staan dat verdachte enige rol heeft gehad (als pleger) bij het kweken van de hennepplanten, dan wel bij het wegnemen van stroom ten behoeve hiervan. De militaire kamer zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde feit.

De militaire kamer overweegt ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid dat voor een bewezenverklaring hiervan is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte gericht was op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 1° of 2º van het Wetboek van Strafrecht, maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader(s) gepleegde misdrijf (het gronddelict). Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan. Het opzet van de medeplichtige behoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan.

Verdachte heeft verklaard: “Om heel eerlijk te zijn, er moet stroom afgetapt zijn.”8Zoals hiervoor al is overwogen heeft verdachte zijn sleutels afgegeven, terwijl hij kon en moest weten dat in zijn garage hennepplanten aanwezig zouden zijn.9 Op grond hiervan is de militaire kamer van oordeel dat verdachte zowel opzet heeft gehad op het verschaffen van gelegenheid als (voorwaardelijk) opzet op de diefstal van stroom. De militaire kamer komt daarmee tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit.

Met betrekking tot de periode overweegt de militaire kamer dat verdachte heeft verklaard dat hij zijn sleutels in januari 2018 heeft afgegeven.10 Enexis Netbeheer B.V. heeft op 20 juni 2018 de elektriciteitsaansluiting afgesloten. Uit de aangifte van Enexis Netbeheer B.V. volgt dat op basis van geconstateerde feiten en omstandigheden in de kwekerij, zoals verdroogde resten hennep, hennepafval, kalkafzetting, stof op de armaturen en in het stoffilter, vuilniszakken met potgrond waarin nog stekblokjes en wortelresten zaten, aannemelijk is dat er drie oogsten zijn geweest .11 Op basis van de verklaring van Enexis Netbeheer B.V. als ook de verklaring van verdachte is de militaire kamer van oordeel dat in de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 illegaal stroom is afgenomen.

Feit 3

Evenals de officier van justitie en de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat verdachte van dit feit geheel dient te worden vrijgesproken. In het dossier bevindt zich immers geen enkel bewijsmiddel op grond waarvan kan worden vastgesteld dat door het vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van een elektriciteitswerk, door het veroorzaken van een stoornis in de gang of werking van een zodanig werk of door het verijdelen van een ten opzichte van een zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel, sprake was van gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor een ander althans dat sprake was van verhindering en/of bemoeilijking van de stroomlevering ten algemene nutte. Gelet hierop zal de militaire kamer verdachte van dit feit vrijspreken.

3 Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Ten aanzien van parketnummer 05/203758-18:
hij op of omstreeks 8 augustus 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Ten aanzien van parketnummer 05/245455-18 feit 1 primair:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 7672 gram (natte) hennep, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of resten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

Ten aanzien van parketnummer 05/245455-18 feit 2 subsidiair:
één of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, gemeente Oldambt, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) hoeveelheid/heden elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan ENEXIS netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven persoon/personen en/of verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit/stroom onder zijn/hun bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 20 juni 2018 te Winschoten, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die onbekend gebleven persoon/personen (de stroomvoorziening van) een pand gelegen aan [adres] open te stellen en hem/hen in de gelegenheid te stellen één of meerdere illegale aansluitingen bij te plaatsen en/of zodanig te modificeren, zodat de elektriciteit/stroom niet werd bemeten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/203758-18 op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/245455-18 feit 1 primair op:

het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/245455-18 feit 2 subsidiair op:

medeplichtigheid tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5 De strafbaarheid van het feit

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

De raadsvrouw heeft met betrekking tot het ten laste gelegde feit onder parketnummer 05/203758-18 aangevoerd dat sprake is van de strafuitsluitingsgrond psychische overmacht, met als consequentie dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Verdachte wilde immers slechts hulp, maar werd door het personeel van de [benadeelde partij] weggestuurd. Verdachte stond op dat moment dermate onder druk dat hij geen andere uitweg meer zag dan om middels het plegen van een vernieling opgepakt te worden en via die weg hulp te krijgen.

De militaire kamer overweegt met betrekking tot dit verweer het volgende. Artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat niet strafbaar is hij die een feit begaat, waartoe hij door overmacht is gedrongen. In de onderhavige zaak wordt een beroep gedaan op de schuld uitsluitende vorm van overmacht, te weten ‘psychische overmacht’. Psychische overmacht doet zich voor in gevallen van een psychische dwang waartegen weerstand weliswaar niet volkomen onmogelijk is, maar redelijkerwijs niet kan worden gevergd. Daarbij gaat het om de vraag of sprake is van een zodanige door de omstandigheden opgewekte van binnen komende druk dat gezegd kan worden dat de wilsvrijheid van de dader is aangetast en om de vraag of van de dader redelijkerwijs valt te vergen dat hij weerstand biedt aan de druk van die omstandigheden.

Verdachte heeft tegen de politie verklaard dat hij een vernieling zou plegen om opgepakt te worden. Hij heeft daarbij tevens aangegeven dat hij geen mensen zou verwonden en geen persoonlijke eigendommen zou vernielen.12 De militaire kamer overweegt dat op basis hiervan sprake is geweest van bewust handelen van verdachte. Het gegeven dat verdachte wel degelijk een keuze had en die keuze ook heeft gemaakt, veronderstelt dat van een van buiten afkomende drang, waarbij van verdachte niet gevergd kon worden daar weerstand aan te bieden, geen sprake was.

Concluderend verwerpt de militaire kamer het beroep op psychische overmacht en oordeelt zij dat verdachte strafbaar is, omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7a. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/203758-18 onder 1 en het onder parketnummer 05/245455-18 onder feit 1 subsidiair en feit 2 subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte kampte met ernstige psychiatrische problematiek en dat hij een alcohol- en drugsverslaving had. Er is misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van verdachte. Tot slot heeft zij aangevoerd dat de nota van Enexis Netbeheer B.V. met betrekking tot de gestolen stroom inmiddels al is betaald door de ouders van verdachte.

Beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 4 februari 2020;

- een retourzending opdracht reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, d.d. 21 februari 2020.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van 7672 gram natte hennep en aan medeplichtigheid van het daartoe illegaal afnemen van stroom. Dit zijn ernstige feiten. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat (ook) softdrugsgebruik schadelijk is voor de volksgezondheid. Ook gaat drugshandel gepaard met diverse vormen van criminaliteit, die tot ontwrichting van en gevaar voor de samenleving leiden. Bovendien brengt het illegaal afnemen van stroom hoge maatschappelijke kosten met zich mee, terwijl daders enkel oog hebben voor hun eigen financiële gewin. De wijze waarop dergelijke aftappingen veelal – en ook in deze zaak – worden aangelegd leveren in het algemeen brandgevaar op voor de woning van verdachte als ook voor zijn buren. Verdachte heeft als medeplichtige daartoe gelegenheid verschaft. Hij heeft geen enkel oog gehad voor de belangen van anderen, maar enkel en alleen voor zijn eigen belang. Daar komt bij dat verdachte ook nog een raam heeft vernield van een zorginstelling. Ook hier heeft verdachte enkel oog gehad voor zichzelf; het geeft geen pas om – wanneer de zaken niet zo verlopen als verdachte dat wenst – over te gaan tot het toebrengen van schade aan de zorginstelling.

Anderzijds houdt de militaire kamer er rekening mee dat aannemelijk is dat verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten kampte met (ernstige) psychische problemen en met een alcohol- en drugsverslaving. Hoewel deze omstandigheden hem er niet van ontslaan zich van het plegen van dergelijke feiten te onthouden, zal de militaire kamer de feiten hem in verminderde mate toerekenen. Bovendien betreffen het oude feiten en is het niet aan de (proces)houding van verdachte te wijten dat deze feiten eerst ongeveer anderhalf à twee jaar later door de militaire kamer worden beoordeeld. Tot slot neemt de militaire kamer mee dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Kennelijk – zo blijkt ook uit het pleidooi van de raadsvrouw ter zitting – gaat het nu een stuk beter met verdachte en lijkt hij de weg naar boven te hebben gevonden. Verdachte is ook na de bewezenverklaarde feiten niet meer met justitie in aanraking gekomen.

Alles afwegende acht de militaire kamer de door de officier van justitie geëiste taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis, passend en geboden.

7b. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft zich ten aanzien van parketnummer 05/203758-18 in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 835,97 aan schade in verband met het door verdachte vernielde raam.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij tot betaling van het bedrag van € 835,97 toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente. Tevens is geadviseerd de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen tot dit bedrag.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen. Primair heeft zij daartoe aangevoerd dat geen sprake is van een strafbare dader. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat het onduidelijk is of de benadeelde partij de schade al vergoed heeft gekregen van de verzekeringsmaatschappij.

Beoordeling door de militaire kamer

Naar het oordeel van de militaire kamer is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De militaire kamer heeft het door de verdediging gevoerde verweer omtrent psychische overmacht reeds verworpen, waarnaar hierbij wordt verwezen. Verder is niet gebleken dat de verzekeringsmaatschappij het bedrag of een deel daarvan al heeft uitgekeerd aan [benadeelde partij] . Gelet hierop is de vordering, die ook voldoende is onderbouwd, in zijn geheel voor toewijzing vatbaar.

De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 8 augustus 2018.

Gelet op het vorenstaande ziet de militaire kamer aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f, 48, 49, 57, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De militaire kamer:

 spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/245455-18 feit 2 primair en feit 3 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten,

 verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf gedurende 80 (tachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen.

Ten aanzien van parketnummer 05/203758-18:

 veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde partij], van een bedrag van € 835,97 (achthonderdenvijfendertig euro en zevenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

 legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] , een bedrag te betalen van € 835,97 (achthonderdenvijfendertig euro en zevenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 16 dagen gijzeling zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter) en mr. C.A.H. Pouwels, rechters, en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 maart 2020.

1 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] , wachtmeester 1e klasse der Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Drenthe-IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal met dossiernummer PL27ND/18-002658, gesloten op 4 oktober 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

2 Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , brigadiers van politie Eenheid Noord-Nederland, opgemaakte proces-verbaal met dossiernummer PL0100-2018265244, gesloten op 15 oktober 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

3 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 4-5, alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 90.

4 Het schriftelijke bescheid, inhoudende de bijlage bij het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens Enexis Netwerk BV (het aangifteformulier), p. 63, alsmede het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 6.

5 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 90-92.

6 Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 4-5.

7 De bijlage bij het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens Enexis Netwerk BV (het aangifteformulier), p. 63, alsmede het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 6.

8 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 91.

9 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 92.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 91.

11 Het schriftelijke bescheid, inhoudende de bijlage bij het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens Enexis Netwerk BV (het aangifteformulier), p. 63 en p. 65.

12 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 11.